Sunday, February 14, 2010

Kramsvogel: schuwe maar gretige appeleter

Kramsvogel
Uiteindelijk is het gelukt om een bruikbare foto te maken van de zeer schuwe en alerte kramsvogel. Dat wil zeggen: zeer voorzichtig door het raam genomen. De truuk is gewenning en iedere dag een nieuwe appel in de tuin leggen. Hij vreet ze. Hij krijgt er maar geen genoeg van. De kramsvogel behoort tot het geslacht Turdus waartoe ook de merel, zanglijster en koperwiek behoren. Hij is een wintergast. Het was de eerste keer dat ik hem in de tuin had. Het is een bijzonder assertief beestje, hij doet agressieve uitvallen naar de merel, zonder duidelijke reden, want de merel eet rozijnen en geen appels. Toch een soort territoriumdrift om zijn voedselbron veilig te stellen? Of gewoon agressie voor de zekerheid? (hij doet het zelfs als er géén appel ligt). De merel laat zich steeds wegjagen. Omdat hij kleiner is? Hoe dan ook, de meest agressieve wint. Op zijn beurt laat de kramsvogel zich door een ekster wegjagen. Maar houtduif / turkse tortel en kramsvogel tolereren elkaar. Ze kunnen zonder enige problemen op een afstand van halve meter bezig zijn met fourageren. Je krijgt een aardig inkijkje in de vogelpsychologie. Vogels zijn net mensen: ze gedragen zich soms onredelijk.

Deze kramsvogel is waarschijnlijk geen Nederlandse vogel, hoewel hij in kleine aantallen broedt in Nederland (plm 100 paren). Het is waarschijnlijk een wintergast uit Skandivanië.

Zie voor korte beschrijving kramsvogel (Vogelbescherming) of Handboek Vogels van Nederland (KNNV).

tags: vogels, galerie

Posted by Gert Korthof in 16:43:19 | Permalink | No Comments »

Sunday, July 12, 2009

Zomerstop

mereljong op tweede dag na uitvliegen

Evolutie.blog gaat met zomerstop voor een maand. De merelouders niet. Die hebben drie jongen groot te brengen. De ’samenwerking’ tussen man en vrouw is de moeite waard om te bestuderen. Beide zetten zich in voor hun jongen, maar tussen vader en moeder valt er niet veel genegenheid te bespeuren. Vader voert de jongen fanatiek, dat is mooi om te zien, maar kaapt de lekkere hapjes vlak voor de neus van zijn vrouwtje weg. Voorbeeld: mannetje zit aan een appelklokhuis te eten, vrouwtje komt er bij zitten, mannetje pakt klokhuis en rent er snel mee weg, vrouwtje kijkt toe en doet niets! Geen hoffelijkheid of romantiek te bespeuren. Het is niet dat hij het allemaal zelf op eet. Hij brengt het meeste naar ‘zijn’ jongen.

Ook weet ik niet of hij tijdens de broedperiode zijn vrouwtje voert of dat ze daar zelf voor moet zorgen. Het zou wel handig zijn als ze gevoerd wordt want dan hoeft ze niet van de eieren af.  Als er alarm geslagen moet worden voor een kauw, ekster of kat, dan doen zowel vader als moeder dat tegelijk. Maar moet je dat samenwerking noemen? Kennelijk telt alleen het eindresultaat. Als er maar jongen grootgebracht worden. Ik wens vader, moeder, jongen en U blogbezoekers een mooie zomer toe.


Posted by Gert Korthof in 10:29:34 | Permalink | Comments Off

Monday, May 18, 2009

Wat is het nut van de Middelste bonte specht?

Maar waarom zouden we in een wereld willen leven met zowel de grote bonte specht als de middelste bonte specht? … Maar die spechten zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, en bijdragen aan een gevarieerde wereld doen ze in mijn ogen nauwelijks(Bas Haring, 1)

Bas Haring is een biodiversiteitscepticus. Hij twijfelt aan het nut van de Middelste bonte specht want we hebben al de grote bonte specht! Bas Haring twijfelt aan het nut van de Balispreeuw, want we hebben al gewone spreeuwen (p.88). Bas Haring twijfelt aan het nut van 8000 soorten gras (p.89). Wat is het nut van 25.000 soorten wormen? (p.89). Het uitroeien van de Amerikaanse bison vond Bas Haring geen enkel probleem (20 april). In eerdere blogs besprak ik levensbeschouwelijke bezwaren tegen dit soort scepticisme (8 april), de relatie biodiversiteit en menselijke gezondheid (14 april), de relatie tussen biodiversiteit en de evolutietheorie (6 mei en 11 mei). In dit blog neem ik een concreet geval onder de loep.

Laten we eens inzoomen op een voorbeeld dat Bas Haring noemt: de Grote bonte specht (Dendrocopos major) en de Middelste bonte specht (Dendrocopos medius). Ter vergelijking en om het beeld compleet te maken zet ik de Kleine bonte specht Dendrocopos minor er naast (Bas Haring noemt die niet). Alledrie komen in Nederland voor. Wereldwijd kent het genus Dendrocopos 35 soorten en vele ondersoorten. Zo zien ze er uit:

Grote bonte specht              Middelste bonte specht   Kleine bonte specht.
Dendrocopos major             Dendrocopos medius       Dendrocopos minor



bronnen: 1. afbeeldingen: soortenbank. 2. Nederlands verspreidingskaartje: ‘Atlas van de Nederlandse Broedvogels’ (1979). 3. Europese verspreiding: Lars Jonsson (1993) (2)

Zijn die spechten nauwelijks van elkaar te onderscheiden zoals Haring stelt? Ja, voor leken. Maar voor Nederlanders zijn Chinezen ook moeilijk te onderscheiden. Dus, wat zegt dat? Wat bewijst dat? Je hebt zeker geen universitaire opleiding nodig om de drie soorten te onderscheiden. Er zijn ondubbelzinnige kenmerken die onderscheid mogelijk maken. Met een goede vogelgids (2), verrekijker, geduld en oefening is het best te doen. Bovendien zijn er méér kenmerken dan de uiterlijke. Het gedrag verschilt, de voorkeur voor bepaalde boomsoorten, voedsel, de geografische verspreiding, en de aantallen (zeldzaamheid).

Het unieke van de Middelste bonte specht
Zoals de kaartjes laten zien hebben de Grote bonte en Middelste een totaal verschillende verspreiding. De Grote bonte specht heeft het grootste verspreidingsgebied en is algemeen in Nederland. De Middelste bonte specht is zeer zeldzaam in Nederland. Er zijn broedgevallen bekend van de Middelste in Twente en Zuid-Limburg. Nederland ligt op de noord-westelijke grens van zijn verspreidingsgebied. In Wallonië is de Middelste bonte specht plaatselijk algemeen (250 paren). In Noord-Frankrijk komen alle drie soorten voor. (Het zou interessant zijn om na te gaan of daar hybriden voorkomen, en hoe het zit met onderlinge competitie). Zeldzaamheid staat nooit op zich (anders dan bij zeldzame postzegels of andere dingen die mensen gemaakt hebben). Er is altijd een relatie met een bepaald type milieu (oerbossen) en het verleden. De Middelste heeft voorkeur voor moerasbossen (eik, els, haagbeuk) met veel dode en verrotte bomen die vrijwel geheel verdwenen zijn in Nederland. Hij heeft een zwakkere snavel dan de Grote en kan daarom niet echt in boomschors hakken, en pakt mieren en kevers op stammen en takken.

Secundaire geslachtskenmerken
Een bijzonderheid van de Middelste bonte specht is dat hij de enige soort in het genus Dendrocopos is waarvan het mannetje en vrouwtje niet in uiterlijk verschillen. Van de andere Dendrocopos soorten zul je in iedere goede vogelgids zowel mannetje als vrouwtje afgebeeld zien (zie: Sexual dimorphism of Secundaire geslachtskenmerken). Dat de Middelste daarvan afwijkt is best opmerkelijk. Het is al best ingewikkeld dat jongen in verenkleed afwijken van volwassenen. Daar bovenop dus ook nog eens een keer een ander verenkleed afhankelijk van het geslacht. Ik vraag me af hoe makkelijk het is -genetisch gezien- om te switchen van mono- naar dimorfisme. Een paar mutaties?  Of is het ingewikkelder? En: wat het meest oorspronkelijke kenmerk: seksueel di-morfisme of mono-formisme?

ijstijden
Ik ontdekte dat de bekende Nederlandse ornitholoog K. H. Voous promoveerde op de systematiek en geografische verspreiding van het genus Dendrocopos (3).

Bron: Voous: 3. Zwarte gebied incl verticaal gearceerd: grote bonte (D. major); verticaal gearceerd: middelste bonte specht (D. medius). [gewijzigd: namen toegevoegd in figuur]

Voous brengt de verspreiding in verband met de ijstijden. Spechten zijn afhankelijk van bossen. Door de ijstijden verdwenen de bossen. Ze konden zich alleen handhaven in zuidelijke gebieden. Tussen die ijstijden en na de laatste ijstijd raakte Europa weer bebost. De spechten volgden de nieuwe bossen op de voet. De Middelste (D. Medius) migreerde vanuit Zuid-Europa noordwaarts en de Grote bonte (D. major) kwam uit ZO Azië. Volgens de hypothese van Voous zijn de soorten en ondersoorten ontstaan tijdens het verblijf in de geïsoleerde zuidelijke refugia (’toevluchtsoorden’) waar voldoende bossen waren. Toen ze elkaar weer tegenkwamen herkenden ze elkaar niet meer als soortgenoten. Ze kruisten niet meer onderling. Een schoolvoorbeeld van geografische of allopatrische soortvorming (Allopatric speciation). Een verdere aanwijzing voor de ZO-Aziatische oorsprong van het genus Dendrocopos is dat er 9 soorten voorkomen (ZW China) en in Europa en Amerika maar 4. (Zie ook 5). Het is grappig te ontdekken dat het voorkomen van zowel spechten als mensen in Europa het gevolg is van migraties. Wij zijn allemaal migranten oftewel allochtonen!

Wat is ‘het nut’ van de Middelste bonte specht (voor de wetenschap)?
Dat de Middelste enerzijds veel lijkt op de Grote bonte en anderzijds op de Kleine bonte specht maakt deze vogel niet oninteressant. Integendeel: het maakt hem juist des te interessanter! Als er grote gaten tussen alle soorten zouden zijn, wordt het erg moeilijk evolutionaire relaties te ontdekken. Juist de aanwezigheid van nauw verwante -voor leken niet te onderscheiden- soorten geeft biologen de unieke kans om het proces van soortvorming te onderzoeken in de natuur. Stel dat er maar één spechtensoort met wereldwijde verspreiding zou bestaan. Dan zou het uiterst moeilijk zijn om evolutionaire verwantschappen met andere vogelsoorten op te sporen. Vergelijk dat met fossiele overgangsvormen. Zonder overgangsvormen tussen vogels en dinosauriërs zouden we niets over de oorsprong van vogels kunnen zeggen. Denk ook aan de beroemde Darwinvinken en schildpadden op de Galapagos eilanden. De nu levende spechtensoorten kunnen we onderzoeken om achter The Origin of Dendrocopos Species te komen. Zonder het bestaan van deze nauwelijks te onderschieden soorten is evolutie onderzoek gewoon niet mogelijk.

“Op grotere schaal is het proces van soortvorming natuurlijk ook afhankelijk van variatie die aanvankelijk binnen één soort is ontstaan. Hoe kunnen anders twee soorten ontstaan uit één enkele voorouder soort, als daarbinnen geen variatie bestaat en alle individuen identiek zijn?” (kennislink)

evolutie
Uiteindelijk stammen alle wereldwijd voorkomende Dendrocopos soorten van één soort af. Om te achterhalen wanneer en hoe deze evolutie heeft plaatsgevonden zijn behalve historische verspreidingsgegevens ook DNA gegevens van belang. Uit recent DNA onderzoek van de Grote bonte specht is gebleken dat deze uiteen valt in drie genetische subgroepen (4).


  bron: 4

De grootste groep is de Euro-Asiatische groep, twee kleine geïsoleerde groepen komen voor op de Kanarische Eilanden en Japan (zie verspredingskaartje en diagram). Op die eilanden zien we soortvorming in actie! Ik stel deze namen voor: ‘Kanarische Bonte Specht’ en de ‘Japanse Bonte Specht’ voor de toekomstige soorten. Het zou interessant zijn te onderzoeken of onderlinge kruising nog mogelijk is. In dat geval kunnen we niet van echte soorten spreken.

Geografie in vogelnamen
Ik heb een steekproef gedaan naar het voorkomen van landnamen in de soortnaam van vogels. Het blijkt dat van de 778 soortnamen  die in Lars Jonsson voorkomen er 148 (20%) een expliciete land aanduiding hebben. Voorbeelden zijn:

Syrische Bonte Specht
Alpenkraai
Amerikaanse Roodstaart
Egyptische Nachtzwaluw
IJslandse Grutto
Kaspische Plevier
Italiaanse Mus
Marokkaanse Kwikstaart
Perzische Roodborst
Scandinavische Zilvermeeuw
Siberische Lijster
Palestijnse Bosuil

Dit is een onderschating van het belang van geografie, want lang niet altijd komt een landnaam voor in de soortnaam, maar wel een geografische aanduiding zoals: Woestijnvink, Westelijke rifreiger, of Toendrarietgans.

beroepshalve
Bij Vogelbescherming en het Ministerie LNV houden wetenschappers en beleidsmakers zich beroepshalve bezig met welke planten- en diersoorten beschermwaardig zijn (bijv de Rode Lijst). Zij ontwikkelen wetgeving zoals de Flora en faunawet, EU vogelrichtlijnen, verrichten Ecologische Monitoring, etc. Zo is de Middelste bonte specht (degene die Bas Haring een overbodige soort vindt!) een beschermde soort als bedoeld in artikel 3 en 4 (bron). Zij hebben ook niet de wijsheid in pacht. Maar zij ontwikkelen criteria voor de beschermwaardigheid van soorten, verzamelen gegevens over de status van bedreigde soorten zoals aantallen, trends in toename of afname, etc. Dat geeft een betere basis dan een het subjectieve oordeel van Bas Haring (“persoonlijk hou ik meer van …” p.89). De vraag naar het ecologische nut van de Middelste bonte specht (en van alle andere soorten) moet door ecologen beantwoord worden. Wat kan een filosoof daar nu over zeggen?

Informatiebronnen:

Noten:

  1. Bas Haring (2009) ‘Het aquarium van Walter Huijsmans. Of waarom we ons zorgen moeten maken over de toekomst van de aarde?‘, p.92,93. Het is uitgegeven als essay van de Maand van de filosofie. Zie ook vorige blogs. Zie ook wiki over Bas Haring. Volledig citaat:

    “Ik kan me goed voorstellen dat we in een gevarieerde wereld willen leven. Met allemaal verschillende beesten en planten, in plaats van één soort beest en één soort plant. Maar waarom zouden we in een wereld willen leven met zowel de grote bonte specht als de middelste bonte specht, het vijfstippelig lieveheersbeestje en het zevenstippelig lieveheersbeestje, de akkerboterbloem en de bosboterbloem? Maar die spechten, lieveheersbeestjes en boterbloemen zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, en bijdragen aan een gevarieerde wereld doen ze in mijn ogen nauwelijks” (p.92).

  2. Lars Jonsson (1993) Vogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Thieme.
  3. K. H. Voous (1947) ‘On the history of the distribution of the genus Dendrocopos‘. proefschrift UvA. (wiki). Een leuk historisch detail is dat Voous een gelovig man is, en enige moeite lijkt te hebben om zijn onderzoek ‘evolutie onderzoek’ te noemen. Hij schrijft alle evolutionaire processen toe aan Hem:

    “When this characteristic dynamic feature of the history of all organic life is called evolution, this study must be called evolution.” … Still to the present author this study has had the charm of any historic study that counts with the existence of Him, who is the maker of every History.” (p.4)

    Nota Bene: hij promoveerde niet bij de VU maar bij de UvA.

  4. Eduardo Garcia-del-Rey, Guillermo Delgado, Javier Gonzalez and Michael Wink (2007) ‘Canary Island great spotted woodpecker (Dendrocopos major) has distinct mtDNA’, Journal of Ornithology Volume 148, Number 4 / October, 2007.
  5. Robert M. Zink et al (2002) ‘Phylogeographic patterns in the great spotted woodpecker Dendrocopos major across Eurasia’, Journal of Avian Biology, Volume 33 Issue 2, Pages 175 - 178.

Postscript 18 mei 14:18 uur
Ik heb een commentaar van Martin binnen, maar dat hangt aan een draft post die nog niet gepubliceerd is! Heb geduld! Alles komt goed!
tags: boeken,vogels

Posted by Gert Korthof in 11:00:06 | Permalink | Comments Off

Tuesday, October 21, 2008

Unfaire boekbespreking ‘Alex and Me’ in Nature

Afgelopen donderdag stond er een zeer unfaire boekbespreking van het nieuwe boek van Irene Pepperberg: ‘Alex & Me: How a Scientist and a Parrot Discovered a Hidden World of Animal Intelligence - and Formed a Deep Bond in the Process‘. Alex is de beroemd geworden grijze roodstart die vorig jaar overleed. Hij werd 31 jaar. Psychologe Irene Pepperberg heeft baanbrekend werk verricht over het taal- en abstractievermogen van de zeer getalenteerde Alex. Dit opende een geheel nieuwe serie van ontdekkingen over de intelligentie van de grijze roodstaart. Voordat zij haar studies begon was er voornamelijk onderzoek naar intelligentie bij apen gedaan. De uitzonderlijk intelligente vogel begreep vragen als ‘Hoeveel sleutels?’ (foto 1), ‘Welk materiaal is dit blok?” (foto 2), ‘Welke getal is grijs?’ (foto 3). In de bespreking in Nature komt Wynne met het tegenvoorbeeld uit de vorige eeuw van het slimme paard Hans dat kon tellen. Het paard bleek op subtiele -voor het publiek onzichtbare- mimiek van zijn baas te reageren in plaats van dat hij echt iets begreep. Wynne suggereert dat er iets soortgelijks met Alex aan de hand is omdat Pepperberg altijd aanwezig moet zijn bij de testen. De wetenschappelijke waarde van de experimenten zou gering zijn omdat ze niet reproduceerbaar zijn. Hij besluit echter met: Alex had misschien wel enig begrip van getal, vorm, kleur en materiaal. Alsof dat niet opzienbarend is! Bespreek dat dan uitgebreider om het onderzoek recht te doen.
Ik emailde met Pepperberg om te horen wat haar reactie was. Ze heeft een brief naar Nature gestuurd om de misvattingen van de reviewer te corrigeren. Ik hoop dat de brief gepubliceerd wordt. Ik mag de brief hier niet compleet citeren voordat Nature hem gepubliceerd heeft, maar ik noem enkele belangrijke punten. Pepperberg heeft zeker controles ingebouwd; antwoorden van Alex die onverstaanbaar waren zijn gewoon fout gerekend; Wynne kritiseert de wetenschappelijke waarde van Pepperberg’s onderzoek aan de hand van een populair-wetenschappelijk boek (Alex & Me), maar verzuimt de wetenschappelijke publicaties van Pepperberg te raadpleten. En dat is unfair. Bovendien is dit een grote blunder als het een bespreking is in een wetenschappelijke tijdschrift (Nature).

Waarom maak ik me hier zo druk om? Dit soort onderzoek helpt hopelijk een heel klein beetje om de mens van zijn torenhoge intellectuele voetstuk te stoten. Niet alleen mensapen, maar ook andere dieren zoals vogels hebben aanleg voor taal en abstracte begrippen te gebruiken. Dit noodzaakt ons dieren met heel andere ogen te zien en onze menselijke arrogantie -als zgn. kroon der schepping- enigszins te dimmen. Ook kan het onze eigen vermogens in een breder perspectief plaatsen en meer over ons zelf leren. En niet te vergeten: er heeft zich in de loop van die 30 jaar samenwerking een diepe band ontwikkeld tussen mens en dier (zie ondertitel: ‘and Formed a Deep Bond in the Process’ !). Tenslotte is er ook een laag bij de grondse praktische betekenis: deze intelligente vogels vervelen zich rot als ze 8 uur per dag in een kooi opgesloten zitten met maar één speelgoedje. Daar zijn ze té intelligent voor.

Summary: In this blog I argue that Clive Wynne’s critical review of Alex & Me in Nature is unfair and below scientific standards.

Bronnen:

  • Clive Wynne (2008) ‘Psychology’s pet subject’, Nature, 455, 864-865 (16 October 2008). Dit is de boekbespreking.
  • Irene Pepperberg (2008) ‘Alex & Me: How a Scientist and a Parrot Discovered a Hidden World of Animal Intelligence–and Formed a Deep Bond in the Process‘, Collins, 240 p. Dit is het boek dat besproken werd.
  • Irene Pepperberg (1999) The Alex Studies: Cognitive and Communicative Abilities of Grey Parrots., Harvard, hardback. een semi-populair wetenschappelijk verslag.
  • website The Alex Foundation.
  • homepage Irene Pepperberg
  • Als je Alex in actie wilt zien is hier een beroemd fragment uit een documentaire van Scientific American Frontiers uit 2001. Deze visuele ervaring kan geen enkel boek vervangen.
  • Een Nederlandse site over de grijze roodstaart als huisdier.

tags: tijdschriften, vogels, boeken

Posted by Gert Korthof in 10:41:08 | Permalink | No Comments »

Saturday, October 11, 2008

Een zeer succesvolle vader


Een zeer succesvole vader. Duidelijk zijn de geel-oranje snavel en rand om het oog te zien. Hij kan terugzien op een zeer succesvol broedseizoen: 3 nesten groot gebracht. Allemaal in onze tuin. In de klimop, in de druiven, en in de vuurdoorn. De jongen van het eerste nest hebben het waarschijnlijk niet overleefd. Het nest is waarschijnlijk ontdekt door een ekster voordat de jongen uitgevlogen waren. De andere twee hebben zeker 2-3 jongen opgeleverd.

De vader was zeer fanatiek in het voeren. De jongen hebben zo’n typisch ‘onnozele’ houding: de appel ligt voor hun neus, maar hij wil het in de bek gestopt hebben.

De moeder was veel schuwer en ze liet zich niet zo vaak zien. Misschien vond ze dat ze al voldoende bijdrage aan de volgende generatie had geleverd door het leggen en bebroeden van de eieren. En dat is zeker een zware klus.

Als ik er niet in sta, is het een waardeloos boek!

Ik ontdekte dat het mannetje in de tijd dat hij jongen had gek was op rozijnen. Op een gegeven moment kwam hij ze zelfs van tafel halen terwijl je er naast zat op een afstand van minder dan een meter. Toch was hij steeds zeer op zijn hoede, en nam de rozijnen, liefst 4 tegelijk in zijn snavel proppend, mee om zijn jongen te voeren. In de tijd dat zijn jongen het hongerigst waren at hijzelf geen enkel rozijn. Alles was voor de jongen. Wat een zelfbeheersing. Wat een altruisme! Daar heb ik grote bewondering voor. Het merkwaardige was dat zijn karakter veranderde toen de jongen zelfstandig waren. Hij kwam niet meer en het leek ook wel of hij zijn dapperheid en interesse verloren had. Hoe dan ook: een zeer succesvolle vader met -waarschijnlijk- zeer succesvolle kinderen. Een prachtig beest! Het ga je goed, ik hoop je volgend voorjaar weer te zien!

(de foto’s zijn met eenvoudige digitale camera gemaakt, een spiegelreflex met telelens is hier niet voor vereist.)
Op 30 april postte ik een foto van één van de jongen.

tags: galerie,vogels

Posted by Gert Korthof in 09:25:13 | Permalink | Comments (4)

Friday, September 28, 2007

Vogels houden ook van klassieke muziek!

rijstvogel (java sparrow)
Het is helemaal niet waar dat alléén mensen van klassieke muziek houden! Rijstvogels (Padda Oryzivora) kunnen onderscheid maken tussen Bach’s Franse Suite nr. 5 in G minor en Arnold Schönbergs pianosuite opus 25!
Dit schrijft de enigszins verontwaardigde NewYorkse psycholoog Austen Gess in een ingezonden brief in Science vandaag 28 sept 2007. Maar dat is nog niet alles. De vogels konden daarna zelfs Bach’s suite nr 3 in D major, die ze nog nooit hadden gehoord, onderscheiden van Schönbergs Five Orchestra Pieces, Opus 16, die ze eveneens nog nooit gehoord hadden. Dus ze kunnen aan de hand van één voorbeeld de essentie van Bach en Schönberg leren! Aangemoedigd door dit resultaat, gingen de onderzoekers nog een stap verder. Ze lieten vervolgens Vivaldi (als vertegenwoordiger van klassieke muziek) en Elliott Carter (modern) horen. De manier waarop de onderzoekers dat onderzochten was even geniaal als eenvoudig: ze maakten dat als vogels op bepaalde stokken in de kooi gingen zitten automatisch een muziekfragment afgespeeld werd. De vogels hadden drie stokken waarop ze konden zitten: één deed niets, één produceerde klassieke muziek en één produceerde moderne muziek. De stok die stilte produceerde was de controle. En laten de vogels nu Bach prefereren boven Schönberg en Vivaldi boven Carter! Bovendien prefereerden ze Bach boven stilte! Want ze konden ook de stilte kiezen. Hoe menselijk! Of hebben wij het van de vogels? Wie zei er ook al weer dat alleen mensen van klassieke muziek kunnen houden?
O ja: natuurlijk is dit een anti-evolutie argument! Evolutie kan toch nooit op houden-van-Bach geselecteerd hebben!
Science 28 september 2007, Letters.
Het onderzoek is van Watanabe and Nemoto (1998) en Watanabe and Sato (1999).

tags: tijdschriften, vogels

Posted by Gert Korthof in 14:00:00 | Permalink | Comments (14)