Saturday, January 10, 2009

EO opent Darwinjaar 2009 met talkshow Andries Knevel

Andries Knevel interviewt Cees Dekker

Dinsdagavond 6 januari 2009 opende de EO het Darwinjaar 2009 met Cees Dekker, Bas Haring en Tom Zoutewelle in het EO programma ‘Het Elfde Uur’ van Andries Knevel. Een paar opmerkelijke uitspraken van Cees Dekker:

God en evolutie:
“God heeft geschapen via evolutieprocessen. God grijpt niet in in het evolutieproces, maar ik zie wel de hand van God in al die evolutieprocessen. God was daarbij op al die plekken. God schept eerder via processen dan door wonderen.”
“Ik zie geen strijdigheid met het geloof in een persoonlijke God en wat ik zie als natuurkundige: de natuurwetten die een berg of een biologische soort vormen.”
“Ik geloof dat God daar aanwezig is in al die natuurprocessen.”
“Evolutie kan heel makkelijk ingepast worden in het christelijk denken”.

Dit is allemaal hoogst opmerkelijk als je bedenkt dat de EO jarenlang stiekem evolutie uit alle natuurdocumentaires van David Attenborough knipte. Dit werd uitgebreid gedocumenteerd door Gerdien de Jong op dit blog (27 juli 2007). En nu wordt evolutie openlijk en als vanzelfsprekend besproken op de EO. Het E-woord mag genoemd worden. Het wordt niet gecensureerd. Nee, een prominent christenwetenschapper mag openlijk, luid en duidelijk zeggen dat hij evolutie accepteert. Het doet er dan niet zo veel toe dat Tom Zoutewelle mag zeggen dat er niets van evolutie klopt. Er mag opeens openlijk over gesproken worden. Overigens, werd er gedurende de hele uitzending door niemand, ook niet door Bas Haring, gerefereerd aan de EO-censuur affaire.
Het is ook opmerkelijk omdat door de afwijzing van ‘ingrepen’ evolutie een volledig autonoom proces wordt. En wat betekent: dat ‘god er bij was’? Als dat geen ingrijpen is, staat god er dan bij te kijken? Als ‘God er de hand in heeft’ is dat dan een ingreep? Voor mij is dit allemaal poëtisch en lekker vaag taalgebruik.

Theïstische evolutie:
“Theistische evolutie is geen tak van wetenschap, maar filosofie, het is een religieuze wereldbeschouwing. Het is een filosofische duiding van hoe ik als gelovig mens aankijk tegen de natuur.”

Mens en aap:

“Wij hebben een gemeenschappelijke voorouder met chimpansees en bonobo’s”. Vraagt Andries Knevel: “Dat moet een schok voor je geweest zijn?”. “Nee”, zegt Cees Dekker.

Een schok? De vraag van Knevel is waanzinnig onthullend. Je moet wel eeuwenlang geindoctrineerd zijn door ‘de mens is de kroon der schepping’ om geschokt te kunnen zijn. Het EO-publiek zou waarschijnlijk nét zo geschokt zijn, wanneer ze zich realiseerden dat ‘de kroon der schepping’ en bonobo’s op dezelfde manier sex hebben. Het is inderdaad nogal raadselachtig waarom de Schepper uitgerekend voor de ‘Kroon der Schepping’ tot in de details dezelfde methode van voortplanting heeft gekozen als bij dieren. Dus: we kunnen zeker weten dat Andries Knevel op dezelfde manier verwekt en geboren en gezoogd is als bij alle andere zoogdieren. De mens is tenslotte een zoogdier. Schokkend? Dierlijke sex: had God niets verhevener kunnen bedenken? Zouden EO-ers  net zo geschokt zijn als ze zich realiseren dat kinderen geboren via een vrouwelijke lichaamsopening waarvan afbeeldingen keurig netjes achter het EO-filter weggestopt worden? Overigens heeft dit niets met evolutie te maken, maar met de houding ten opzichte van sex, het naakte lichaam, dieren en natuur. Misschien verklaart de eeuwenlange ‘naar Gods evenbeeld geschapen’-traditie de angst en schaamte voor het naakte lichaam en de geslachtsdaad. Een aangeleerde en overbodige schaamte. Sex is dierlijk? Sex is zondig? Misschien komt het mede door onze westerse cultuur waarin poepen en sex achter gesloten deuren wordt uitgeoefend. Uit schaamte (1).

De conversie naar evolutie:
“Ik was beïnvloed door het Amerikaanse creationisme, en ik ben nu door veel dieper nadenken en bestuderen van de feiten in de biologie tot de overtuiging gekomen dat er wel degelijk evolutie heeft plaatsgevonden. Maar ik heb het geloof daarbij behouden”
“Evolutie als wetenschappelijk gegeven heb ik al een paar jaar geleden geaccepteerd”

Bovenstaande opmerkingen tonen aan dat Dekker wel degelijk van mening is veranderd, in tegenstelling tot wat sommigen beweren. Het doet er niet toe of het vandaag was, of 2 jaar geleden. In 2003 schreven Dekker en Meester (’Pleidooi voor een open houding…’): ‘niets staat een wetenschappelijke beschouwing van ID in de weg’ en ‘ID is wetenschap ondanks het ontbreken van een mechanisme’ en ‘complexiteit van de biologische cel duidt op ontwerp’ zie hier (29 Nov 2003). In Schitterend Ongeluk schreef Dekker over ‘een blijvende stroom van evolutiecritici’ en ‘intelligent ontwerp in de biologie’. Zou hij nog steeds belangstelling hebben voor critici als Michael Denton en Lynn Margulis? Of is dat allemaal niet meer zo belangrijk?
Ten tweede: als Cees Dekker zich beter had verdiept in de wetenschappelijke literatuur, en zich niet teveel had laten beïnvloeden door creationistische literatuur en niet onmiddelijk lezingen in het land was gaan houden, dan had hij veel sneller tot het inzicht kunnen komen dat evolutie een respectabele wetenschappelijke theorie is. Had hij bijvoorbeeld de christenevolutionist en grondlegger van het neo-Darwinisme Dobzhansky (1973) gelezen: ““I am a creationist and an evolutionist. Evolution is God’s, or Nature’s method of creation” dan had hij niet zoveel overhoop hoeven halen. Of Dobzhansky’s 1967 boek The Biology of Ultimate Concern.  Had hij priester-paleontoloog Teilhard de Chardin gelezen, die een prachtig synthese had gemaakt tussen zijn geloof en een evolutionair perspectief op het universum, in plaats van Amerikaanse creationisten, dan had hij niet hoeven verdwalen in kritiek op de evolutietheorie waarvan hijzelf niet de waarde kon inschatten.

Atheïsme:
“Het echte conflict is niet tussen evolutie en geloof, maar tussen geloof en atheïsme”
“Christenen moeten niet de strijd tegen evolutie voeren maar tegen het atheïsme”

Mijn vraag: waarom moeten christenen de strijd tegen ‘het atheïsme’ aangaan? Waarom? Moeten ze Klaas Hendrikse ook bestrijden? Moeten ze humanisten ook bestrijden? Moeten ze Herman Philipse bestrijden? AUB de vijand nader omschrijven!

Onderwijs:
“Evolutie is centraal fenomeen in de biologie en dat moet onderwezen worden. Maar niet als verkapt atheïsme”.

Al met al een opmerkelijke uitzending. De EO heeft een grote inhaalslag te maken (qua feitenkennis) na jarenlang evolutie weggefilterd te hebben. Maar ze heeft op 6 januari 2009 een belangrijke stap vooruit gezet.


Noten.

  1. Een tweede verklaring voor ‘de schok’ is natuurlijk dat het een schok kan zijn om niet door God geschapen te zijn. Maar Knevel zegt helemaal niets over de reden waarom je geschokt zou moeten zijn. Bij elkaar opgeteld versterken beide redenen elkaar: dat je ‘van de apen zou afstammen’ maakt het alleen maar erger dat je niet door God bent geschapen. Het contrast kan niet groter! [12 Jan 09]
  2. Er is/was discussie op de EO site over de uitzending.

tags: religie, tv, intelligent design

Posted by Gert Korthof in 15:09:46 | Permalink | Comments (7)

Saturday, December 13, 2008

Lezing Alister McGrath in Amsterdam

Op woensdag 10 december vond er een congres plaats in de UvA over het thema Science and Religion - The Meaning of Life Science, georganiseerd door de studievereniging Congo (levenswetenschappen, UvA). De organisatie had er veel werk van gemaakt met o.a. twee sprekers uit het buitenland. Persoonlijk vond ik Alister McGrath het beste, maar ik geef een korte impressie van alle lezingen.

David Linden: Amerikaans neurobioloog, auteur van het boek The Accidental Mind. Ik had het boek gelezen en de lezing ging grotendeels over onderwerpen die ook in het boek stonden, dus de verrassing was er een beetje af. Toch kan ik iedereen die geinteresseerd is in evolutie versus design (van de hersenen) het boek aanraden. Het is een interessant en origineel verhaal over hoe de evolutie met gebrekkige componenten toch doorgaans goed functionerende hersenen heeft gemaakt. Een bijdrage aan het debunken van het idee dat de menselijke hersenen speciaal van de grond af aan ontworpen zijn voor de ‘kroon der schepping’ en de ‘heerser der aarde’. Weer eens iets anders dan het oog als bewijs voor de schepper. Het oog maakt ons niet tot mens, maar onze hersenen wel.

Jan van Hooff: etholoog, bekend spreker, goed verhaal, goed gebracht, opgevrolijkt met humor en gedragsimmitatie’s voorbehouden aan een etholoog, maar hij had iets meer aandacht moeten geven aan het nut van moraal voor de groep en samenlevingen. Dus dat moraal niet uit de hemel komt vallen, maar gewoon een leefbare samenleving mogelijk maakt. Je hebt geen stenen tafelen met tien geboden van een onzichtbare god op een berg nodig om te weten hoe je je moet gedragen. Dieren lezen de Bijbel niet en toch weten ze dat ze hun jongen moeten (op)voeden en elkaar niet moeten uitroeien.

Cees Dekker (http://www.ceesdekker.net/): het goede nieuws is dat hij nu evolutie accepteert. Waarom nu wel en een paar jaar geleden nog niet? Van waar die omslag? Zijn er recentelijk nieuwe doorslaggevende feiten aan het licht gekomen? Als reden noemt hij -in niet meer dan één zin- het boek van Francis Collins en fossielen. Had Collins de doorslag gegeven? Maar alle feiten waren al lang bekend in de biologie en waren zelfs toegankelijk voor een leek, laat staan voor een wetenschapper als Dekker. Hij had door zijn werk makkelijk toegang tot alle wetenschappelijke tijdschriften. Kennelijk heeft Dekker nooit de tijd genomen zich serieus te verdiepen in de feiten van de evolutiebiologie. Eerst kritiek leveren, dan pas de zaak goed bestuderen. Zijn lezing was het standaard verhaal: ik ben christen én wetenschapper. Dus het kan! Ik heb in Nature en Science gepubliceerd (laat de covers zien), dus ik ben een succesvolle wetenschapper, en er zijn ook andere christelijke wetenschappers, dus ik ben niet gek, en ik heb al 4 boeken geproduceerd (laat de covers van alle vier zien), dus er is helemaal niets strijdigs aan de combinatie ‘christenwetenschapper’. Cees Dekker is wel een origineel onderzoeker op zijn eigen vakgebied, maar geen origineel denker; hij is vooral bezig met propaganda voor zijn christelijk geloof. Moeilijke vragen worden beantwoordt met een toverformule. Hij gelooft in wonderen. Maar als wetenschapper zou hij moeten weten dat je niet over water kunt lopen, en dat je niet 3 dagen na je dood kunt opstaan. Dat is strijdig met de natuurwetten. Als je daar overheen stapt, geen wonder dat geloof en wetenschap niet strijdig zijn. Ook als je aanneemt dat God evolutie bijstuurt, geloof je in wonderen en tast je de integriteit van de natuurwettten aan.
En dan de historische relatie religie - wetenschap. Dekker blijft maar herhalen dat het christendom cruciaal was voor de ontwikkeling van de moderne wetenschap in Europa zonder er kritisch over na te denken (voor een beter gefundeerde mening zie hier: Christendom en het ontstaan van de natuurwetenschap van Gerdien de Jong). Ook de tabel van de twee wereldbeelden werd weer -zonder toelichting- op het scherm getoverd. Ik had daar al kritische kanttekeningen bij geplaatst (hier), maar het haalt allemaal niets uit. Sommigen zeggen dat Cees Dekker een sympathiek persoon is.

Dick Swaab: (hersenonderzoeker) had interessante dingen te melden over bijvoorbeeld ‘bijna dood ervaringen’ (Pim van Lommel, zijn boek haalde 11 drukken) zoals de ontdekking dat hersencellen langer blijven leven dan je denkt (Cells in human postmortem brain tissue slices remain alive for several weeks in culture, FASEB, 16, 54-60, 2002, pdf). Dit zou de bewering van van Lommel ondergraven dat hersencellen niet lang zonder zuurstof kunnen. Dit lijkt mij een belangrijk argument en hij had dit wat moeten toelichten. Opvallend was een directe aanval op het standpunt van Cees Dekker dat God de evolutie stuurt en de mens bedoeld had (theïstische evolutie). Waarom al die uitgestorven mensachtigen als het toch alleen maar om de mens ging? Vingeroefeningen van God? Helaas had Swaab ook zeer teleurstellende momenten zoals een pijnlijke opsomming van alle negatieve kanten van religie (ontsporingen van religie), zoals je die tegenwoordig nog vindt bij Vrijdenkers.

Alister McGrath (homepage, auteur van: Dawkins’ God. Genes, memes, and the Meaning of Life‘ -had ik al gelezen-  en ‘The Twilight of Atheism. The Rise and Fall of Disbelief in the Modern World‘  -deze was voor 11 euri op het congres verkrijgbaar, laat je voor die prijs niet liggen). McGrath is eigenlijk de enige deskundige op het gebied van religie, want hij is theoloog. Hij zei dat zelf op ironische wijze: Thank you for inviting a theologian for this conference. Door zijn praatje kreeg ik de indruk dat eigenlijk alle voorgaande sprekers (twee hersenonderzoekers, een fysicus, een etholoog, en een historicus-bioloog) amateur religie-onderzoekers zijn. McGrath doet zijn huiswerk, hij leest notabene biologen Richard Dawkins, Ernst Mayr, Denis Noble, etc. Dat is indrukwekkend. Opvallend is ook de waardering die hij heeft voor de eerste boeken van Dawkins, die hij voortreffelijke voorbeelden vindt van popular science writing. Centrale stellingen van McGrath zijn: men moet twee betekenissen van de term ‘Darwinisme’ onderscheiden : 1) wetenschappelijke theorie, 2) een alomvattend wereldbeeld. Net als Michael Ruse. Een heel belangrijk kenmerk van de tweede is het binnensmokkelen van metafysica in het Darwinisme zodat het een wereldbeeld wordt. Geeft als voorbeeld een beroemde passage van Dawkins. Een correct punt, maar het is makkelijk te zuiveren van metafysica zodat je pure wetenschap over houdt. Verder: het Darwinisme als wereldbeeld stelt bijvoorbeeld dat het begrip ‘doel’ in de biologie geëlimineerd moet worden. McGrath beweert -met een beroep op Ernst Mayr- dat er wel doegericht gedrag bij dieren bestaat. Volgens mij klopt heeft hij Mayr niet goed begrepen. Het wordt pas problematisch als je beweert dat evoutie een doel heeft. Op een gegeven moment zei McGrath ‘Ik geloof in God’. Punt. Maar wat betekent dat? Wat bedoelt hij daarmee? Wat voor consequentie’s heeft zo’n statement? Dat heeft hij niet gezegd.
Als het gaat over de controverse schepping - evolutie dan was zijn allerbelangrijkste opmerking wel een citaat van Augustine of Hippo (354 - 430) waarin hij zegt dat God de wereld heeft geschapen met ingebouwde capaciteit om zich te ontwikkelen (’embedded causalities’), met andere woorden: de ingebouwde capaciteit te evolueren. Dit is een evolutionistische wereldbeeld. Kerkvader Augustinus als evolutionist! (Zoek in google op: Was Augustine an evolutionist?). Toevallig zag ik hetzelfde geciteerd in het RefDag door prof. dr. W. Derkse die de kerkvader Augustinus een evolutionist avant la lettre noemt. Dit is iets wat streng gereformeerden liever niet willen weten. Volgens McGrath is de letterlijke lezing van Genesis (zes dagen scheppen, één dag rust) een uitvinding van de 18e - 19e eeuw en dus ook maar een subjectieve interpretatie van Genesis.

Bas Haring had een lezing moeten geven maar was verhinderd door persoonlijke omstandigheden. Ik lees net in zijn column in de Volkskrant van zaterdag 13 december dat vandalen zijn geliefde eend hebben doodgeschoten. Ik weet niet of er verband is. Wat belangrijker is wat Haring zegt over Cees Dekker:

“Ik kreeg pas nog een e-mail over mijn eendje van Cees Dekker - die van de Theïstische Evolutie en vroeger van Intelligent Design.”

Dit laatste is onjuist. Op het congres vertelde Dekker dat weliswaar ID wetenschappelijk moeilijk is te toetsen, maar dat hij zeer geinteresseerd is in het meten van het informatie gehalte (information content) van complexiteit en ontwerp (complexity and design). Dat zijn bij uitstek zaken waar ID-er William Dembski zich mee bezig houdt. Bovendien is Dekker er van overtuigd dat er achter de cosmos een Groot Ontwerp (grand design) schuilgaat en dat de wereld niet alleen door toeval ontstaan kan zijn. Typisch Intelligent Design achtige meningen. Dus Cees Dekker hangt nog steeds een vorm van Intelligent Design aan.

De lezing van bioloog en historicus Bert Theunissen heb ik gemist, dus daar kan ik niets over zeggen. Met speciale dank aan Jasper Winkel voor de uitnodiging om het congres als gast bij te wonen. Zie website van het congres.

tags: religie, lezingen, intelligent design

Posted by Gert Korthof in 10:42:23 | Permalink | Comments (12)

Tuesday, May 20, 2008

De voorlopers van Intelligent Design in de klassieke oudheid

Creationism and Its Critics in Antiquity
Ik heb het boek Creationism and Its Critics in Antiquity van de filosoof David Sedley (1) in mijn vakantie gelezen en ik moet zeggen dat het mijn verwachtingen overtrof. Ondanks het feit dat ik hier en daar wat pagina’s heb overgeslagen omdat ze me minder interesseerden, ben ik meer dan voldoende interessante en verrassende zaken tegengekomen. Ik lees en schrijf al jaren over de evolutietheorie en haar critici (zie ook mijn website), maar toch was het lezen van dit boek een openbaring. Kritiek op evolutie, Intelligent Design, fine-tuning, de oorsprong van het leven en het heelal: ik dacht dat dit toch allemaal vrij moderne onderwerpen waren. Niets is minder waar: over al deze ‘moderne’ onderwerpen werd al door Socrates, Plato, Aristoteles, Zeno, en Empedocles gedebatteerd! En niet alleen waren er toen vertegenwoordigers van het ‘design argument’, zoals je kunt verwachten, maar ook van atheïsme en naturalisme (’the atomists’ genaamd). Je komt uitspraken als:

“To show how accident is fully capable of accounting for even te most purposive seeming features of the world”

Dat een expert als Sedley het woord ‘atheïsme’ van toepassing acht op filosofen die een paar honderd jaar voor Christus leefden is toch best verbazingwekkend als je bedenkt dat Richard Dawkins gezegd heeft dat men pas ná Darwin een ‘intellectually fulfilled atheist’ kan zijn. Je wordt dan nieuwsgierig hoe die antieke atheïsten hun wereldbeeld rond kregen. Hoe deden ze dat? Voor mij was er veel nieuws te vinden in dit zeer leesbare boek. Ik moet aannemen dat Sedley’s boek ook nieuws voor filosofen zal bevatten.

Sedley overdrijft waarschijnlijk niet echt wanneer hij de term Creationism in de titel van zijn boek gebruikt en wanneer hij het boek Timaeus van Plato ‘the ultimate creationist manisfesto’ noemt. En over Aristoteles schrijft hij: “Aristotle was no creationist”. Maar het is toch wel even wennen als je paragraaftitels ziet als ‘Scientific Creationism’ (p.25) of ‘The origin of species’ (p.127). Het effect van het boek is dat ik met geheel andere ogen naar filosofen als Plato (de creationist) en Aristoteles (de naturalist) ben gaan kijken. Eigenlijk naar de gehele Griekse filosofie. Ondanks een tijdsverschil van 2300 jaar, ondanks Darwin, DNA, en de Big Bang, acht Sedley de begrippen toeval, ontwerp, creationisme, atheisme van toepassing op de antieke filosofie. Dat maakt de Griekse filosofie onverwacht actueel. Dit boek gaf mij vaak het gevoel dat al onze actuele discussies over Darwin versus Intelligent Ontwerp, theisme versus atheisme, etc. slechts voetnoten zijn bij de gedachtewereld van de Griekse filosofen. De grote ‘moderne’ dichotomie toeval of ontwerp is helemaal niet door Intelligent Design creationisten uitgevonden. Extra leuk is dat hun argumentaties enige eeuwen vóór het Christendom werden ontwikkeld. Het zijn dus géén Christelijke argumenten, maar eerder zuiver filosofische-theologische argumentaties. Ze zijn aantrekkelijk doordat ze oorspronkelijk en authentiek zijn. Die kwaliteiten vind je tegenwoordig niet meer.

Ik had niet verwacht dat er gedetailleerde, amusante, en ontwapenende argumenten voor de stelling dat de cosmos ontworpen is voor de mens. Tegenwoordig heet dat ‘fine-tuning’. FT is eigenlijk een speciale vorm van intelligent ontwerp. Behalve biologische zaken, zijn ook geologische en cosmologische zaken als aarde, maan, zon, het hele universum ontworpen voor het welzijn van de mens. Het lichaam van de mens is ontworpen voor zijn geluk. Een tot de verbeelding sprekend biologisch argument dat ik in het boek tegenkwam en dat onovertroffen is door zijn eerlijke naïviteit is de reden waarom de anus van de mens ver van het hoofd is geplaatst (p.215). Als de anus dicht bij het hoofd geplaatst zou zijn, dan zouden onze zintuigen geconfronteerd worden met de vreselijkste stank en de walgelijke aanblik van onze eigen uitwerpselen. Daarom is de anus onderaan het lichaam geplaatst. Dit bewijst intelligent ontwerp! Met een overduidelijke aandacht voor het welzijn en geluk van de mens! Wat een wijsheid! Ik weet niet of men toen de giraffe kende, maar die lijkt mij wel de kampioen afstand hoofd-kont. Mijn conclusie: de Kosmische Ontwerper hield méér van de giraffe dan de mens. Vraag: waarom zijn we zo geschapen dat we vinden dat poep stinkt? Natuurlijk zijn de meeste dieren volgens het holle buis principe gebouwd. Het eten gaat er aan de voorkant in en aan de achterkant weer uit. Zie: de worm als prototype. Een soortgelijk argument dat ik aantrof in het boek is de wijsheid die spreekt uit het feit dat onze ogen aan dezelfde kant van het hoofd zitten als onze looprichting! (Plato) Wat een voortreffelijk ontwerp! Ik moet er niet aan denken dat mijn ogen aan de achterkant van je hoofd zouden zitten (2). En verder: de staart van de mannetjes pauw is er voor de mens om van te genieten (p.235); waarom ons hoofdhaar en niet onze wimpers en wenkbrauwen groeien (p.241). Deze voorbeelden prikkelen de verbeelding. Wat een wijsheid spreekt er uit het feit dat de mens eetbare en voedzame planten en dieren aantreft op de aarde: sla, andijvie, koeien, varkens en kippen. Anders zouden we omkomen van de honger! Stel je voor dat er alleen maar giftige paddestoelen, schorpioenen, dennenbomen, kakkerlakken, kevers en cactussen op de aarde voorkwamen (3) en uitsluitend zeewater om te drinken. Zelfs in die tijd kwam er een reactie tegen dit soort design argumenten. Aristoteles wees op zelfverdedigingsmiddelen van dieren (stekels, hoorns) en concludeeerde dat iedere eigenschap of orgaan van een dier bestaat voor het dier zelf. Een zeer belangrijke stap. Achteraf gezien onmisbaar voor de Darwinistische visie op de natuur.

Al dit soort argumentaties komt op ons over als bizar, kinderachtig, romantisch en achterhaald, maar in wezen zijn alle fine-tuning argumenten, inclusief de moderne, hopeloos antropocentrisch of zelfs egocentrisch. Tegenwoordig zijn ze wat aangepast aan de tijd en nieuwe ontdekkingen. Een voorbeeld: de aarde is uniek ontworpen voor de mens, want de aarde heeft precies de juiste afstand tot de zon (niet te dicht bij zodat hij te heet zou worden, niet te ver weg zodat hij te koud voor leven zou worden), groot genoeg om voldoende zwaartekracht te hebben (zodat we kunnen lopen) en een atmosfeer vast te houden (om te kunnen ademhalen, etc), voorzien van voldoende water en allerlei handige kringlopen, een ‘handige’ 24-uurs rotatie en rotatie om de zon (zodat we daar onze tijdrekening en kalender op kunnen baseren), etc, etc. (4). Modern, maar het blijft schaamteloos antropocentrisme. En vooral onwetenschappelijk. Selectie van feiten doet wonderen. Dat mensen dit hardnekkig blijven proberen verklaar ik door een diep verlangen naar een paradijselijke wereld waarin inderdaad alles is ingericht ten behoeve van de mens. Wie zou er niet in een paradijs willen leven? Als men in zo’n romantisch wereldbeeld gelooft is men waarschijnlijk snel gelukkig. Ook de toenmalige anti-FT argumenten kunnen engiszins vermakelijk zijn: als de aarde er voor de mens is, waarom is dan niet de hele aarde bewoonbaar? Maar het feit dát er kritiek was is belangrijk genoeg om hier te vermelden.

Behalve deze romantiek, kan men ook geniale inzichten in de antieke denkers vinden, die men alleen ziet als men van de moderne evolutiebiologie op de hoogte is. De genialiteit van sommige argumentaties ontgaat de filosoof Sedley. Zo argumenteert Lucretius dat het onjuist is om organen als artefacten op te vatten die ontworpen zijn voor hun huidige functie. “We must conclude that the limbs and organs came into being before their use was discovered or even existed” (p.154). Dit is een geniale, profetische uitspraak. Precies dit is de moderne hypothese over het ontstaan van poten uit vinnen van vissen (’pre-adaptatie’). De poot-achtige uitsteeksels zouden in het water ontstaan zijn en pas later verder geëvolueerd op het land voor de loop functie. Ook zouden de vleugels van vogels in eerste instantie niet gediend hebben om te vliegen, maar de veren zouden voor warmte-isolatie gediend hebben. Idem: gehoorbeentjes, longen, etc.

Tenslotte nog iets wat je zeker niet mag missen in Creationism and Its Critics in Antiquity en dat is een voorloper van survival of the fittest (p.150-153). Het is afkomstig van de Epicurean school en is overgeleverd door Lucretius. De aarde was in de begintijd veel vruchtbaarder en produceerde organismen die uit random onderdelen bestonden en niet konden overleven en zich reproduceren. Alleen degenen die de juiste combinatie van organen hadden konden overleven. Het komt dus neer op random variatie en natuurlijke selectie, maar zonder evolutionair (common descent) te zijn. De theorie zou teruggaan op Empedocles (5). Deze theorie is de enige niet-creationistische theorie vóór Darwin om het ontstaan van soorten en adaptatie te verklaren. William Paley argumenteerde tegen het Epicurean argument.

Er komen nog veel meer inzichten en argumenten voor in het boek. Teveel om op te noemen in deze blogpost. Je kunt er een proefschrift aan wijden. Een heerlijk, inspirerend en nuttig boek als je geinteresseerd bent in de voorlopers van Darwin en ID.

Noten:

  1. In een eerdere blog maakte ik reeds melding van dit boek. Het boek werd op 13 March 2008 gereviewed in Nature (gratis toegangelijk).
  2. George C. Williams merkte al op dat het handiger was geweest als we behalve twee ogen aan de voorkant, ook een oog aan de achterkant hadden, zodat we roofdieren en ander gevaar zouden kunnen zien aankomen (The Pony Fish’s Glow And Other Clues To Plan And Purpose In Nature). Dat zou makkelijk kunnen, er moet alleen op die plek wat haar weggelaten worden. Geen probleem voor een Intelligente Ontwerper.
  3. Verder schrijft Dick Swaab (nrc 17 mei) over onreine dieren in de Bijbel. Hoe kunnen er nu onreine dieren bestaan die je niet mag eten, als alles ten behoeve van de mens geschapen is? Waarom is een menstruerende vrouw onrein als het menselijk lichaam perfect geschapen is? Verder staat het eeuwenoude ‘probleem van het kwaad’ (pijn, ziekte, dood, natuurrampen), dat een hele theologische traditie heeft van wegmoffelen en goedpraten, in schril contrast met fine-tuning.
  4. Een voorbeeld is: The Privileged Planet van Gonzalez en Richards. Overigens is onze tijdrekening en kalender hopeloos complex omdat het ontwerp van ons zonnestelsel nodeloos complex is. De belangrijkste oorzaak is volgens mij dat de rotatietijd van de aarde om de zon niet een exact veelvoud is van de aardas rotatietijd. Als de moderne fine-tuners eerlijk zouden zijn, zouden ze ook oude maar mislukte FT-argumenten behandelen. Het zou dan kunnen blijken dat FT-argumenten in de loop der tijd een terugtrekkende beweging vertonen (naar analogie van Herman Philipse’s claim over religieuze claims in het algemeen).
  5. Sedley verwijst nog naar publicatie’s van G. Campbell (2000,2003) waarin gekeken wordt naar de precieze verschillen tussen Darwinistische evolutie en de antieke versie van survival of the fittest. Dat probeer ik zeker nog te pakken te krijgen. Ik zie een grote gelijkenis met de bizarre theorie ‘Independent Birth of Organisms’ van de computerwetenschapper Periannan Senapathy (zie mijn review).

Literatuur:

  1. Michael Behe (2007) ‘The Edge of Evolution‘ heeft een bizarre wending aan het fine-tuning argument gegeven door te stellen dat malaria intelligent ontworpen is (in gewoon Nederlands: door God). Wat kan fine-tuning ten behoeve van de mens dan nog betekenen? Zie mijn review.
  2. Ernst Mayr (1982) The Growth of Biological Thought heeft een paragraaf Antiquity, waarin hij heel kort Epicurus en Lucretius vermeld (p.90). Epicurus had een weldoordacht materialistische verklaring van de levenloze en levende natuur en verklaarde alles door natuurlijke oorzaken. Lucretius gaf een goed beargumenteerd argument tegen het idee van ‘ontwerp’. Leeuwen en eiken ontstonden door puur random interacties tussen de elementen water en vuur. De Stoicijnen geloofden in een geschapen wereld ten behoeve van de mens. Dat is zo ongeveer alles wat hij te zeggen heeft. De essentie is er, maar je leest er makkelijk overheen. Mayr lijkt zich niet te verbazen over een ‘atheistische’ verklaring van de wereld in die tijd. In die zin zijn ze immers ook voorlopers van Darwin. Hoe deden ze dat? En die oplossingen zijn van belang om de tegenwoordige discussie te begrijpen. Uberhaupt belangrijk om de presaties van Darwin te begrijpen. Sedley legt veel gedetailleerder uit hoe ze dat deden (infinity). [26 mei 2008]
  3. De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw‘ blogde ik op 4 dec 2007.
  4. In Amazon heb ik een review toegevoegd (22 mei) bij het boek van P. Senapathy (1994) die claimde dat hij als eerste een niet-creationistische en niet-evolutionaire verklaring voor de oorsprong van soorten had bedacht. Sedley heeft ons duidelijk gemaakt dat de Atomisten de eersten waren. Dit heb ik ook toegevoegd aan het review van Senapathy´s boek op mijn site.
  5. Ik zie dat mijn blog van 18 april over Johan Braeckman eigenlijk al de essentie van Sedley bevat! Bijvoorbeeld: “100%-toeval-theorie (dat idee was al door Griekse filosofen ontwikkeld)”. Dat moeten de Atomisten zijn geweest. Het lijkt alsof Braeckman Sedley al gelezen had! [28 mei 08]
  6. Ik heb vandaag een Engelstalig review van Sedley’s boek op mijn website gepubliceerd met de nadruk op de Atomisten als voorlopers van Darwin. [ 29 mei 2008 ]
Posted by Gert Korthof in 08:33:33 | Permalink | Comments (8)

Thursday, December 6, 2007

De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (3)

Gastbijdrage Marinus de Baar

Wat het toeval betreft is er in het tweede deel van deze studie ook aandacht voor de argumenten die apologeten daartegen in stelling brachten: die worden geordend weergegeven en geanalyseerd. En er wordt uitgebreid ingegaan op de positie die Voltaire innam met betrekking tot orde, verandering en toeval omdat hij ten aanzien daarvan onmiskenbare opvattingen had en zijn invloed en uitstraling zo groot was. De centrale rol die het toeval in zijn Candide speelt wordt geanalyseerd en het wordt duidelijk gemaakt (wat in eerdere interpretaties ontbreekt) dat hij deze tekst niet alleen heeft geschreven om het ongerechtvaardigde optimisme van Leibniz e.a. belachelijk te maken, maar dat hij Candide tevens ingenieus heeft geconstrueerd (ontworpen) als een “anti-design design”, d.w.z. als de ondermijning van de overtuiging dat alles wat gebeurt kan worden verklaard en dus een reden heeft. Daarom voert Voltaire een ingewikkeld spel op met het toeval: zijn hoofpersonen struikelen telkens over het toeval dat later merkwaardigerwijs toch kan worden verklaard, zodat het tegelijkertijd toeval en verklaarbaar is.

Ramon Lull's ladder of ascent and descent of the mind (1305)
The Great Chain of Being

Uit deze studie blijkt dat Order, Change and Chance in de visie op de natuur druk besproken thema’s waren in de zeventiende en achttiende eeuw. Niets minder stond op het spel dan God, wereldbeschouwing en mens: de natuur toeschrijven aan het toeval kwam neer op het ontkennen van God; als alles toevallig zou zijn dan zou het moeilijk zijn om aan de werkelijkheid een zin te onderkennen; en zonder orde zou een menselijke samenleving die zichzelf als moreel definieerde niet kunnen bestaan, dacht men. Dat verklaart waarom zovelen deelnamen aan het debat hierover. Bekende denkers komen in deze studie naar voren, zoals Leibniz, Voltaire, Linnaeus, Buffon, Diderot, d’Holbach, Hume en Kant, maar ook onderzoekers en filosofen die slechts aan ingewijden bekend zijn (zoals Lessius of Reimarus) of zelfs dat niet (zoals de eerdergenoemde Le Guay de Prémontval).

De vraag waar het in deze studie in belangrijke mate (maar niet uitsluitend) om gaat, en die we hier gemakshalve maar even inkorten als “orde of toeval”, is historisch maar tot op zekere hoogte ook nog steeds actueel gelet op alle discussie rondom “intelligent design”. Bij de bespreking van de fysico-theologie in het eerste deel van deze studie, wordt uitvoerig duidelijk gemaakt dat Hume en Kant de toenmalige design-theorieën welgefundeerd hebben bijgezet op het kerkhof van overleden ideeën. Hun argumenten waren formeel (betrokken op de manier van redeneren) en betroffen het ongerechtvaardigd terugredeneren vanuit materiële vormen van orde naar een daarboven uitstijgende Oorzaak van een geheel andere, want transcendente, orde. Wat men zich bij het hedendaagse “intelligent design” inhoudelijk voorstelt kan variëren, maar enige transcendente invulling daarvan blijft vallen onder de beredeneerde blaam van Hume dat men zich dan laat dragen door “the wings of imagination”, en onder het evenzeer gefundeerde verwijt van Kant dat dit een speculatieve gevolgtrekking en als bewijs “null und nichtig” is. Zoveel is echter wel duidelijk dat de stofwolken van het historisch debat waar deze studie in belangrijke mate over gaat, nog niet helemaal zijn opgetrokken. En of de natuur nu werkelijk orde of toeval is, is een oordeel dat in de Epiloog van deze studie beredeneerd wordt overgelaten aan de verbeelding van de lezer.

Dit is deel 3 van de Nederlandstalige samenvatting van het proefschrift Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 1 en 2 verschenen op 4 en 5 december.De illustratie is afkomstig uit Michael Ruse (2006) Darwinism and its Discontents.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.

Verder lezen.
Aangezien het proefschrift (nog) niet beschikbaar is in een handelseditie kan de geinteresseerde lezer alvast terecht bij een aantal boeken zoals het zeer goed ontvangen en leesbare historische overzicht van Peter Bowler Evolution. The History of an Idea (third edition) en de filosoof en evolutie-expert Michael Ruse (2003) Darwin and Design, met daarin het hoofdstuk met de voorzichzelf sprekende titel Two Thousand Years of Design (wat goed lijkt aan te sluiten bij het proefschrift) (GK)

tags: Intelligent Design,gastbijdrage,geschiedenis

Posted by Gert Korthof in 08:15:49 | Permalink | Comments (43)

Wednesday, December 5, 2007

De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (2)

gastbijdrage Marinus de Baar

In het licht van bovenstaande is het moeilijk voorstelbaar dat Europa in de achttiende eeuw toch overging naar een dynamische natuuropvatting, waarin voor sommigen ook nog een rol was weggelegd voor het toeval. In het tweede deel van deze studie wordt die overgang uiteengezet en verduidelijkt wat daarvan de achterliggende oorzaken waren. Het meest fundamenteel was daarbij de overgang van de benadering van de natuur vanuit principes naar die vanuit de feiten. In het eerste geval beziet men de natuur van boven naar beneden, vanuit ordenende beginselen naar welgeschapen planten en dieren, vanuit een transcendente oorzaak naar gerealiseerde organismen. Principes staan naar hun aard niet gauw bloot aan verandering. Maar als men, zoals in het tweede geval, de natuur van beneden naar boven beredeneert, vanuit feitelijke organismen naar de manier waarop deze ingedeeld kunnen worden, en vanuit de immanente (in de natuur zelf aanwezige) ordening naar de manier waarop zij het natuurlijk geheel vormen, dan ontstaat er ruimte voor beweging. Die tweede manier is niet deductief maar inductief; een orde die gebaseerd is op inductie richt zich op een zo groot mogelijk aantal waarnemingen en laat de feiten tellen. En de feiten toonden aan, toen men er door deze geestesverandering oog voor kreeg, dat er soorten waren uitgestorven; dat soorten bestaan in samenhang met hun omgeving omdat ze daarmee een wisselwerking hebben en niet omdat ze met het oog op de omgeving waarin zij moesten leven doelgericht waren geschapen; en dat soorten onder invloed van het klimaat, bodemgesteldheid en andere omstandigheden langzaam veranderen. De natuur die zo lang, en in de zeventiende en begin achttiende eeuw zo nadrukkelijk was opgevat als de eenmalige en onveranderlijke uitdrukking van Gods wijsheid en orde, werd mettertijd een wereld in wording.

Ammonieten zoals afgebeeld en beschreven
door Robert Hooke in Posthumous Works, 1705.
Hij trok de toen controversiele conclusie dat
het om een uitgestorven soort ging.

In deze ontwikkeling zijn fossielen buitengewoon belangrijk geweest: toen men deze ging aanzien voor wat zij werkelijk zijn, nl. versteende restanten van ooit levende organismen, ging men begrijpen dat er uitgestorven soorten waren die de volledigheid en volmaaktheid van Gods schepping ondermijnden. Dat de aarde niet ouder was dan de zesduizend jaar die er op basis van bijbelse chronologie aan werd toegekend, werd reeds in twijfel getrokken door alternatieve chronologieën (zoals die van Egypte en China), maar werd nu des te meer ontkracht doordat men oog kreeg voor de langdurigheid van allerlei natuurlijke ontwikkelingen. Men onderzocht vormen van verstening en constateerde dat dit een langzaam proces was dat in bepaalde gevallen tienduizenden jaren in beslag nam. Men constateerde op basis van bepaalde observaties dat het zeewaterniveau langzaam daalde (of steeg), of dat de temperatuur van de massa van de aarde van zeer heet was gedaald tot het tegenwoordige niveau: ook alweer een proces dat zeer veel tijd in beslag nam. Dergelijke fysische veranderingen werden verondersteld, beredeneerd, of waargenomen in domeinen die we nu kennen als die van kosmologie, geologie en biologie. In de kosmologie waren zwaartekracht, aantrekking of afstoting oorzaak van verandering: het ontstaan van hemellichamen en het uiteendrijven van sterrenstelsels. In de geologie waren water en hitte oorzaak van veranderingen in de aardkorst (zoals het ontstaan van bergen). En in de biologie waren het vooral veranderingen in klimaat en bodemgesteldheid die dynamiek brachten in de natuur.

Sommige denkers binnen de “Radicale Verlichting” hebben deze nieuwe inzichten gekapitaliseerd om de dynamiek van de natuur ook binnen een filosofisch kader te plaatsen, waarin geen plaats meer was voor een transcendente teleologie. Dat was vooral na 1750 het geval, met denkers als Diderot en d’Holbach. Vóór het midden van de achttiende eeuw werd nog vaak aansluiting gezocht bij het antieke atomisme van vooral Lucretius om te betogen dat de natuur “materie en beweging” is. Niet elke materialistische filosoof die binnen het kader van de “Radicale Verlichting” probeerde om de natuur te begrijpen, wilde aan het toeval een belangrijke rol toekennen. Maar men voelde zich wel gedwongen zijn positie tegenover het toeval te bepalen. Bij een aantal van hen werd de natuur tot een dobbelspel. Naar de natuur zoals Diderot die opvatte is wel verwezen als naar een gigantisch dobbelspel waarvan tijdens het spel zelfs de dobbelstenen nog telkens weer veranderen. En de onbekende wiskundige en filosoof Le Guy de Prémontval (die zichzelf “de partizaan van het toeval” noemde) meende dat als men alle letters van de Aeneïs in een willekeurige volgorde (dus door het toeval bepaald) één voor één uit een fles laat glijden, deze zeer vaak een onleesbaar geheel zullen vormen; het aantal mogelijke combinaties is dan ook een zeer groot aantal, maar de juiste combinatie (de Aeneïs) is er één van en zal er dus ooit ook uitkomen: orde uit chaos.

Dit is deel 2 van de Nederlandstalige samenvatting van het proefschrift Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 3 verschijnt op 6 december.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.

Posted by Gert Korthof in 09:22:38 | Permalink | Comments (3)

Tuesday, December 4, 2007

De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (1)


Gastbijdrage Marinus de Baar

Toont de natuur zoals wij die zien een goddelijke, wijze en daardoor onveranderlijke orde (“manifest design”), of is de natuur het resultaat van kosmologische, geologische en biologische verandering, en tot op zekere hoogte ook de uitkomst van het toeval?

Het proefschrift ‘Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800)‘ heeft deze belangrijke vraag als onderwerp. Deze vraag hield de meeste grote en ook minder bekende filosofen, naturalisten en theologen van de zeventiende en achttiende eeuw bezig.

Ark van Noach van Edward Hicks (1780-1849)

Het eerste deel van deze studie gaat in op ideeën over de Voorzienigheid, fysico-theologie, natuurlijke historie, en het idee van “the great Chain of Being”, en zet uiteen op welke wijze deze bijdroegen aan het idee van orde in de natuur. Het idee van de Voorzienigheid was natuurlijk een belangrijk postulaat van orde. Maar het idee van de Voorzienigheid werd zelf ook weer geordend en onderverdeeld, bijvoorbeeld in “besturende” en “bewarende” Voorzienigheid, zodat er “taxonomieën” van de Voorzienigheid ontstonden, enigszins vergelijkbaar met taxonomieën van soorten in de natuur. In fysico-theologische teksten werd de nadruk gelegd op “manifest design” (evident ontwerp), dat de orde van de natuur aantoonde in vormen van harmonie (tussen organismen onderling en met hun omgeving), symmetrie (van lichaamsdelen), uniformiteit (het aanwezig zijn van dezelfde structuur of functie van dezelfde lichaamsdelen - zoals spijsverteringsorganen - bij verschillende soorten), proportionaliteit (zoals tussen kwantiteit en kwaliteit: er zijn meer “lagere” soorten insecten dan “hogere” soorten van zoogdieren), en evenwichtigheid (tussen het aantal dat geboren wordt en dat overlijdt). Naturalisten, zoals Linnaeus, waren metaforisch gesproken “de boekhouders der natuur”: hun tabellen, tableaus en taxonomieën maakten de balans op en toonden in één oogopslag dat de natuur een zekere orde belichaamde. Terwijl de fysico-theologie vooral functionalistisch was en de nadruk legde op de welgeordende wijze waarop organismen ontworpen waren zodat zij optimaal konden functioneren, was de natuurlijke historie meer gericht op de vorm van planten en dieren en in het bijzonder op verschillen daartussen die classificatie mogelijk maakte. De “Great Chain of Being” (naast de Voorzienigheid, de fysico-theologie en de natuurlijke historie een vierde belangrijk ordeningsconcept) legde meer de nadruk op de rang en plaats van een soort in het natuurlijk geheel, en was dan ook meer hiërarchisch en holistisch.

Wat bij alle vier opvalt is de welhaast obsessieve zucht naar orde. De Voorzienigheid heeft alles wat bestaat en gebeurt voorbestemd. De fysico-theologie onderzocht insecten om te bewijzen dat ook in zulke ogenschijnlijk onachtzame soorten een design of ontwerp kon worden aangetoond. De natuurlijke historie betrok zich niet alleen op soorten in de natuur maar streefde ernaar om ook misdaden en ziekten taxonomisch te ordenen. De “great Chain of Being” betrof niet alleen de levende natuur, maar liep van stenen en mineralen via planten en dieren naar de mens en God. Er was binnen het denken over de Voorzienigheid niet één soort die niet doelgericht was geschapen en geen gebeurtenis die zonder reden was; binnen de fysico-theologie was er niet één plant of dier dat geen ontwerp of welgeordendheid belichaamde; en binnen de natuurlijke historie en “the great Chain of Being” had alles zijn vaste plaats in de goddelijke orde der natuur. John Ray, een bekende fysico-theoloog en naturalist, begon zijn vermaarde The Wisdom of God (1691) dan ook met een citaat uit psalm 104: “Hoe groot zijn Uw werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt”.

Deze zucht naar orde stond niet op zichzelf maar werd in belangrijke mate ingegeven door de angst voor het toeval. Het oude idee van Lucretius, dat de tegenwoordige natuur het resultaat zou zijn van toevallig samenklonterende atomen (dat in de Renaissance samen met andere klassieke teksten weer aandacht kreeg) werd telkens met nadruk afgewezen. John Ray en anderen benadrukten niet alleen dat de natuur ordelijk was; zij betoogden tevens en telkens weer dat “design” en andere vormen van orde niet uit het toeval konden voortkomen. Vaak werd een metafoor in de strijd geworpen, die teruggaat op Cicero maar in verschillende varianten voorkomt in de zeventiende en achttiende eeuw: door het toeval van bij elkaar geworpen letters van het alfabet zullen deze uit zichzelf (door het toeval) nimmer de volgorde aannemen van een lang en welgeordendheid gedicht (zoals de Aeneïs van Vergilius).

Dat de natuur een goddelijke orde belichaamde had twee belangrijke consequenties, nl. dat de natuur onveranderlijk was en dat zij niet uit het toeval kon voortkomen. Als de natuur Gods wijsheid spiegelde dan was zij onveranderlijk. Omdat God niet alleen wijs maar ook benevolent werd verondersteld, was er een samenhang tussen wijsheid, goedheid, orde en onveranderlijkheid: elke verandering zou immers afbreuk doen aan de uniformiteit, harmonie, proportionaliteit, symmetrie en evenwichtigheid van de natuur. De onveranderlijkheid van de natuur was juist blijk van goddelijke wijsheid en weldoendheid in het bewaren van de welgeordendheid ervan.
De tweede consequentie, dat de natuur niet uit het toeval kon voortkomen, vloeide evenzeer voort uit de welgeordendheid van de natuur: uit toeval kan immers geen orde ontstaan. In lijn daarmee werd de natuur opgevat als passief, zonder een eigen scheppende of voortbrengende kracht; een dergelijke “spontaneïteit” zou de natuur grillig en onvoorspelbaar maken, een speelbal van het lot.


Dit is deel 1 van de Nederlandstalige samenvatting van Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 2 en 3 verschijnen op 5 en 6 december.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
Hij zoekt naar een uitgever voor de handelsuitgave van zijn proefschrift. (contact).
De illustratie toont een deel van de ark van Noach van Edward Hicks (1780-1849).

Posted by Gert Korthof in 09:25:28 | Permalink | Comments (13)

Sunday, December 2, 2007

Intelligent Design in de 17e eeuw

Donderdag 29 november promoveerde Marinus de Baar op een proefschrift over de voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw. De titel van het proefschrift was ‘Order, change and chance in the European perspective on nature (1600-1800)‘. Interessant genoeg om de samenvatting hier over te nemen:

Tegenwoordig woedt er in wetenschappelijke kringen (en daarbuiten) een discussie tussen onderzoekers die het idee van een ‘intelligent design’ aanhangen en collega’s die vooral het ‘toevalskarakter’ van de evolutie benadrukken. Minder bekend is dat deze discussie een voorgeschiedenis in de zeventiende en achttiende eeuw heeft. Ook toen hielden de meeste grote en ook minder bekende filosofen, naturalisten en theologen zich met dergelijke vragen bezig. Het zoeken naar aanwijzingen voor orde en ontwerp in de natuur was massief; de discussie over natuurlijke dynamiek was intensief; en de afwijzing van het toeval was obsessief. Promovendus Marinus de Baar bespreekt deze discussie in zijn proefschrift.

Het eerste deel van zijn studie gaat in op ideeën over de Voorzienigheid, fysicotheologie, natuurlijke historie, en het idee van ‘the Great Chain of Being’. Het zet uiteen op welke wijze deze bijdroegen aan het idee van orde in de natuur (zoals teleologisch, functionalistisch, morfologisch, taxonomisch, met nadruk op harmonie, symmetrie en proportionaliteit). Het tweede deel richt zich op ideeën over tijd, verandering en toeval en gaat over de ouderdom van de aarde; over de ontdekking van kosmologische, geologische en biologische dynamiek; en over materialistische en atomistische ideeën binnen de ‘Radicale Verlichting’ die min of meer een rol toeschreven aan het toeval van samenklonterende materiedeeltjes in de wording van de werkelijkheid. Het huidige debat over ‘intelligent design’ geeft aan dat vraagstukken zoals die in het proefschrift aan bod komen, nog weinig aan actualiteit hebben ingeboet.

Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. (mijn cursivering)

Interessant is o.a. de opmerking ‘afwijzing van het toeval was obsessief‘. Je ziet dat bij mensen als Cees Dekker en Michael Behe (ook nog in zijn laatste boek). Het bijzondere is dat die afwijzing niet gebaseerd is op kennis van zaken, maar op een diepe emotionele drijfveer en een intuitief idee berust en niet op een zakelijke analyse van de verschijnselen.

“Behalve David Hume, heeft ook Kant het idee dat er een God achter de schepping moest zitten, heel effectief bestreden. Hun belangrijkste argument was dat het niet mogelijk was om van een natuurlijk gevolg (een dier of een orgaan) naar een bovennatuurlijke oorzaak (God) te redeneren. Uit waarnemingen van de wereld om je heen kun je niet zomaar conclusies trekken over iets bovennatuurlijks. (…) Toch maakte het werk van Kant en Hume nog lang geen einde aan de discussie.” (Volkskrant, 1 dec 07).

Het is een interessant proefschrift. Helaas is het Volkrant artikel niet online beschikbaar. Het zou de moeite waard zijn om een handelseditie van het proefschrift uit te geven.

Posted by Gert Korthof in 08:47:28 | Permalink | Comments (22)

Friday, November 16, 2007

Dekker publiceert geen ID-theorie in Nature

De volgende kritiek op een ingezonden brief over de EO-censuur verscheen gisteren in het weekblad van de Universiteit Utrecht 15 november, het Ublad 9(39):

Evolutietheorie (3)

Het Ublad van 8 november honoreerde het recht op meningsuiting van informaticus Hans Bodlaender door een brief te publiceren die totaal geen hout snijdt. Bodlaender schrijft: “Vrijheid van meningsuiting gaat echter ook op voor wetenschappelijke theorie‘n”. Natuurlijk heb je de vrijheid te zeggen, te schrijven en in een boek te publiceren, dat een wetenschappelijke theorie fout is. En natuurlijk heb je de vrijheid dat met ondeugdelijke argumenten te ondersteunen. Maar gelukkig worden er geen wetenschappelijke paradigma’ s omver geworpen door wetenschappers die menen dat het heersende paradigma fout is, maar door wetenschappers die aantonen waarom het fout is en die met een paradigma komen dat door solide data ondersteund wordt.

Bodlaender schrijft dat “Boeken als ‘Schitterend ongeluk‘ of ‘Sporen van ontwerp‘ laten zien dat er wel degelijk een wetenschappelijke casus te maken is voor theorie‘n over het ontstaan van de verschillende soorten waarbij sprake is van een Schepper.” Het is Bodlaender kennelijk ontgaan dat ‘een wetenschappelijke casus’ primair in vaktijdschriften zoals Nature en Science gemaakt wordt. Het is onthullend dat Cees Dekker, de redacteur van de twee genoemde boeken, wel degelijk de weg naar Nature weet te vinden - hij heeft 14 publicaties in Nature op zijn naam staan - maar kennelijk niet in staat is een Intelligent Design publicatie in Nature gepubliceerd te krijgen. Hoe komt dat? Waarom besteedt de drukbezette Dekker zijn kostbare tijd aan Nederlandstalige populaire boeken in plaats van aan internationale vaktijdschriften? De opmerking van Bodlaender dat “Die discussie zou toch door wetenschappers met wetenschappelijke argumenten moeten worden gevoerd” keert zich zodoende op verpletterende wijze tegen hemzelf.

Gert Korthof, bioloog

De brief waarop ik reageer verscheen in het Ublad 8 nov. Wat ik toen nog niet wist is de religieuze achtergrond van Bodlaender:

I believe that this world and the rest of the universe was created by God.

die ik zojuist vond op een pagina Religious belief of Hans Bodlaender. Dit laat weinig te raden over. Als je uit nieuwsgierigheid door de pagina’s bladert zie je al heel snel dat hij net zo gelovig is als Cees Dekker. Als dát je startpositie is, wordt het wel erg moeilijk om onafhankelijk, onpartijdig, neutraal, objectief of onbevooroordeeld de evolutietheorie of Intelligent Design te beoordelen.

Een ander punt van kritiek is, dat al door Gerdien de Jong is opgemerkt op dit blog, dat er in de twee boeken van Cees Dekker helemaal geen ‘wetenschappelijke casus voor theorieën over het ontstaan van de verschillende soorten waarbij sprake is van een Schepper’ wordt gemaakt. Die boeken gaan niet over soortvorming. Nog een laatste punt over evolutie als ‘een onbespreekbare waarheid’. Als je een alternatieve theorie over biologische soortvorming hebt dan publiceer je die in de wetenschappelijke tijdschriften. En alternatieve theoriën zijn er genoeg, zoals op mijn WDW-site blijkt. Een aantal verscheen ook in de wetenschappelijke vakliteratuur (zo onbespreekbaar is soortvorming!). Dat is de manier waarop we in dit land met ideeën van anderen moeten omgaan, Hans!

tags: Intelligent Design

Posted by Gert Korthof in 08:30:57 | Permalink | Comments (1) »

Thursday, October 25, 2007

Michael Behe complimenteus over mijn website, maar…

“The Dutch biologist Gert Korthof maintains a website devoted to in-depth reviews of many books on evolution. Aside from often-insightful remarks, a delightful feature of his site is that he can write with great strength of feeling and yet not engage in insults or ad hominem remarks. He has posted an extensive review of The Edge of Evolution.”

Dit verrassende en lovende citaat kwam ik tegen in het Amazon blog van Michael Behe onder de titel ‘Korthof and Pseudogenes: Part 4‘. (part 4 klopt niet: er zijn geen voorafgaande delen). Behe werd bekend door ‘Darwin’s Black Box‘. Erg leuk om te zien dat Behe na 10 jaar blijk geeft reviews op mijn site gelezen te hebben. En bovendien zijn waardering uitspreekt over mijn site. Een aardige typering van mijn site! (ik zeg het niet zelf). Zijn opmerkingen over het ontbreken van persoonlijke aanvallen (’insults or ad hominem remarks’) lijken overbodig, maar in Amerika is dat niet vanzelfsprekend. Creationisten en anti-creationisten zitten daar gevangen in een neerwaartse spiraal van persoonlijke oorlogvoering, waar moeilijk uit los te breken is. De ongeschreven afspraak daar is dat niemand iets goeds zegt over de tegenpartij en uitsluitend kritiek spuit. Het merkwaardige is dat hij het mij niet heeft laten weten. Ook ik had hem niet op de hoogte gesteld van mijn review in de veronderstelling dat hij hij toch wel te druk had met de Amerikaanse anti-ID lobby.
Behe zegt zelfs aardige dingen over mijn stijl van schrijven, ondanks het feit dat ik zijn hoofdstelling Intelligent Design volledig verwerp. Had ik in mijn review over zijn eerste boek nog wel wat aardige dingen gezegd, over zijn laatste boek The Edge of Evolution was ik eigenlijk uitsluitend kritisch.

Tot zover het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat Behe 90% van mijn review negeert. Dat is jammer want daar had ik aardig wat kritiek in gestopt. Dat blijft nu (voorlopig) onbeantwoord. Waar Behe wèl op reageert is mijn claim dat zijn verdediging van gemeenschappelijke afstamming (Common Descent) in strijd is met zijn opvatting van Intelligent Design. Dat is strijdig omdat Intelligent ingrijpen de genetische continuïteit vernietigt. Even bovennatuurlijk een stuk DNA invoegen gaat tegen de wettten van de genetica en de natuurwetten in. Hij verweert zich verbazingwekkend genoeg met de claim dat al het ingrijpen aan het begin van het universum is gedaan (’all design might have been built into the initial conditions of the universe and unfolded over time’). Dit is in strijd met wat hij in zijn boek beweerde (22-25 variabelen die gefinetuned zijn, zie tabel in mijn review). En dat is niet mis. In zijn boek claimde hij een bovennatuurlijk ingrijpen gedurende de geschiedenis van het leven (variabele 12-25). Hij maakt dus een terugtrekkende beweging door terug te gaan naar de start van het universum. Zo kan hij ‘unbroken natural laws’ redden. Maar in zijn nieuwe positie legt hij totaal niet uit hoe je de evolutie van het leven kan sturen door middel van de begincondities van het universum! En dat is geen kleinigheid. Zijn ‘verdediging’ genereert nog grotere problemen dan hij al had. Het zal niet makkelijk zijn om hem dat onder de aandacht te brengen!

Posted by Gert Korthof in 12:24:36 | Permalink | Comments (15)

Tuesday, August 28, 2007

Francisco Ayala’s nieuwe boek

Francisco AyalaFrancisco Ayala is een belangrijk en interessant wetenschapper. Hij is hoogleraar evolutiebiologie, filosofie en wetenschapsfilosofie aan de University of California-Irvine in Amerika. Hij heeft in zijn geboorteland Spanje een opleiding als katholiek priester voltooid. In Amerika heeft hij gewerkt met de beroemde geneticus en evolutiebioloog Theodosius Dobzhansky. Ook heeft hij in 1981 als getuigedeskundige opgetreden in een rechtzaak over de toelaatbaarheid van creationisme als leerstof op scholen in Arkansas, Amerika. Tenslotte schreef hij een brief naar paus Benedict XVI waarin hij evolutie verdedigde. Vanwege deze achtergrond is Ayala een belangrijke bron voor de meningsvorming over de wel/niet strijdigheid van wetenschap (evolutie) en geloof (religie).

De aanleiding om over Ayala te bloggen is zijn nieuwste boek ‘Darwin’s Gift To Science and Religion‘ (2007). Merk op dat dit boek een uitbreiding is van zijn ‘Darwin and Intelligent Design‘ (2006). Een merkwaardige gang van zaken. Dus als je één van deze boeken koopt, koop dan die van 2007.

In Darwin’s Gift stelt Ayala dat wetenschap (met name evolutie) niet strijdig is met geloof in God, maar opmerkelijk genoeg dat het creationisme/ID wel strijdig zijn met het geloof in God. Zijn kritiek op Intelligent Design maakt duidelijk wat bij Ayala het cruciale argument is. Naast de vele aanpassingen in de natuur, waarop het argument voor ontwerp (Paley) op gebaseerd is, zie je ook imperfectie of onvolkomenheid. Paley merkte dat ook al op, maar stelde dat je de imperfecties in de natuur kon negeren omdat er zoveel prachtig ontwerp tegenover stond.

Volgens Ayala liet Paley de belangrijke vraag onbeantwoord: waar komen de onvolkomenheden in de natuur vandaan? Het antwoord op dit dilemma zit verborgen in de titel van Ayala’s boek: ‘Darwin’s Gift To Science and Religion’ (Darwin’s geschenk aan wetenschap en religie). Deze uitdrukking werd overgenomen van de theologen Jack Haught en Arthur Peacocke. Evolutie is een vriend voor gelovigen omdat evolutie de noodzaak wegneemt imperfecties in de natuur aan God toe te schrijven. Met andere woorden: Darwin heeft de religie de oplossing van het probleem van het kwaad gegeven: “Evolution came to the rescue”! (p.159) “Evolution solved the theodicy problem” (3). Een grote last werd van de schouders van gelovigen weggehaald doordat eigenschappen van levende wezens niet meer direct aan God’s handelen toegeschreven hoefden te worden. Zij waren het resultaat van natuurlijke processen. De logica is deze: als we claimen dat organismen en al hun onderdelen rechtstreeks door God ontworpen zijn dan moeten ook de onvolmaaktheden aan de ontwerper toegeschreven worden.

Ayala noemt een zwaarwegend argument tegen direct design dat ik niet eerder tegenkwam in deze discussie, en dat is het feit dat ongeveer 20% van alle zwangerschappen bij de mens eindigen in spontane abortus gedurende de eerste twee maanden van de zwangerschap. Dit tragische feit heeft wereldwijd 20 miljoen spontane abortussen per jaar tot gevolg rekent Ayala ons voor. Moeten we God de schuld geven van de onvolkomenheden in het zwangerschapsproces? Is God de grootste aborteur ter wereld? vraagt Ayala zich af. (p.157) Voeg daar de bekende bizarre, knullige en wrede ontwerpen aan toe en het beeld van de onvolkomen schepping is compleet.

Fundamenteel zijn er 3 theistische strategiëen om met het verschijnsel imperfectie om te gaan:
(A) je accepteert imperfectie in de natuur als feit;
(B) je negeert het, bagatelliseert het, of interpreteert het zodanig dat het geen imperfectie meer is.
Strategie (A) is duidelijk de strategie van Francisco Ayala.
Strategie (B) is de strategie van veel creationisten/ID-ers. Deze strategie is nauw verbonden met het idee dat God rechtstreeks verantwoordelijk is voor het ontwerp van organismen.
Michael Behe heeft nog een derde strategie (C): hij erkent het bestaan van imperfectie en wreedheid in de natuur; erkent de directe betrokkenheid van de ontwerper (de Ontwerper heeft malaria ontworpen!), maar claimt dat de ontwerper er vast een bedoeling mee heeft, zodat je hem niet kwaadaardig kunt noemen! (helaas wordt Behe’s laatste boek niet behandeld door Ayala!).
Overbodig te zeggen dat de atheist imperfectie erkent, er een evolutionaire verklaring voor geeft en ontkent dat imperfectie een bedoeling heeft.

Het probleem van imperfectie is overduidelijk een controversieel punt. Een (anonieme) reviewer van Ayala’s boek in Amazon valt Ayala’s voorbeelden van imperfectie aan (hij negeert Ayala’s voorbeeld van God als Grote Aborteur!). Let er dus op wanneer je iemand imperfecties ziet bagatelliseren of ontkennen, dan is het 10 tegen 1 een gelovige, die voor strategie (B) heeft gekozen: alles (perfectie en zogenaamde imperfectie) is rechtstreeks door God gemaakt en er bestaan bij nadere analyse geen onvolkomenheden.

Het merkwaardige is dat volgens mij de drie theïstische strategiëen één gemeenschappelijke veronderstelling hebben: het is een belediging om imperfectie en wreedheid toe te schrijven aan de Ontwerper, want dat zou onkunde en kwaadwillendheid van de Ontwerper impliceren.

In een tijd waarin een deel van christelijk Nederland evolutie als vanzelfsprekend strijdig acht met het christelijk geloof, is het boek van Ayala bijzonder actueel en nuttig voor de meningsvorming omtrent evolutie en geloof. Ayala is een voorstander van boedelscheiding van wetenschap en religie. Wetenschap houdt zich bezig met de vraag hoe de wereld in elkaar zit en ontstaan is, terwijl religie zich met de betekenis en doel van de wereld en het menselijk leven; de verhouding van de mens tot zijn schepper en elkaar; en morele waarden bezighoudt. Het behoeft geen betoog, gezien zijn achtergrond, dat Ayala respectvol met religie omgaat. Hij is zelf een gelovige. Typerend voor Ayala’s houding is deze uitspraak:

“Science is a way of knowing, but it is not the only way”

Deze zaken komen aan de orde in hoofdstuk 9 ‘Beyond Biology’, een wetenschapsfilosofisch getint hoofdstuk. Er staan nog veel meer nuttige zaken in dit boek, maar deze blogpost is geen samenvatting van het boek! Misschien kom ik er hier of op mijn website nog eens op terug.

Je hoeft geen wetenschapper, filosoof of theoloog te zijn om dit boek (237 pag.) te lezen, het is geschreven voor een groot publiek. Voor sommigen zal dit betekenen dit de onderwerpen wel wat verder uitgediept hadden kunnen worden, maar er is een wetenschapsfilosofische-historische epiloog voor cognoscenti ! Er zijn eindnoten, maar de uitgever heeft het zo moeilijk mogelijk gemaakt om er mee te werken. Boven iedere rechterpagina staat de titel van het hoofdstuk, maar boven de pagina’s met eindnoten staan alleen hoofdstuknummers, zodat je niet direct ziet waar je moet wezen. Om het maximaal moeilijk te maken heeft de uitgever de noten niet doorlopend genummerd! Wat zijn uitgevers toch hardnekkig dom. Er is wel een goede index, zeker voor zo’n klein boek. Ik hoop dat Ayala nog een vervolgboek of artikel schrijft met zijn kritiek op Behe’s laatste boek, want het blijkt dat Ayala een expert op het gebied van de genetica en evolutie van malaria is!


Francisco J. Ayala, homesite
Francisco J. Ayala, Wikipedia
Een artikel over Ayala op de site van zijn universiteit.
Een interview met Ayala door U.S.Catholic Magazine. (Dit interview is informatief omdat Ayala hier ‘toegeeft’ dat de Creator indirect verantwoordelijk is voor evil.!)

Postscript: in de tekst en in de index van het boek noemt Ayala ‘Jack Haught’. Dit moet waarschijnlijk ‘John Haught’ zijn.

Posted by Gert Korthof in 09:59:50 | Permalink | Comments (29)