Friday, June 25, 2010

Weikart’s misbruik van de term ‘evolutionaire ethiek’

Hitlers ethic De centrale stelling van Richard Weikart in zijn boek Hitler’s Ethic (Palgrave, 2009) is dat Hitler gedurende het grootste deel van zijn leven een consistente ‘evolutionaire ethiek’ had. Hitler was niet amoreel, hij had een ‘evolutionaire ethiek’. Die ‘evolutionaire ethiek’ verklaart Hitler’s opvattingen en politiek beter dan andere verklaringen die historici gegeven hebben. Ik beperk me hier tot een onderzoek of  ‘evolutionaire ethiek’ een terechte karakterisering is van Hitler’s gedachtenwereld. Ik kan niet beoordelen in hoeverre de term ‘evolutionaire ethiek’ (zoals Weikart die gebruikt) een betere typering is van Hitler’s ideologie dan andere typeringen, omdat ik al die andere typeringen niet ken, want ik ben geen historicus. Wel onderzoek ik of Weikart’s argumenten voor zijn hoofdclaim consistent en plausibel zijn. Weikart heeft een dubieuze manier van citeren van Darwin. Daar zal ik in een volgend blog op ingaan. Ook heeft Weikart overduidelijk een christelijke en ID bias. Daar ga ik nu niet op in, want dat vereist veel citaten en uitleg.

Wat is ‘Evolutionaire Ethiek’ volgens Weikart?

Het meest opvallende is dat Weikart het begrip evolutionary ethics niet expliciet definieert (8). Het dichtst in de buurt van een definitie komt “the struggle for existence” (p.3). Weikart geeft géén verdere uitleg of details. Maar Weikart plakt dit vage etiket wel op Hitler’s denkwijze. Weikart vat die denkwijze in de volgende 6 punten samen (p. 8):

  1. An expanding population is biologically beneficial, so the state should promote pro-natalist policies
  2. The biological quality of the German people should be improved through eugenics policies
  3. Germany needs more living space to accomodate the expanding population, and this can only be obtained through military action
  4. Inferior races must give way to superior ones in the struggle for existence, so policies shoud favor the superior Aryan or Nordic race
  5. Jews are an inferior race, especially in their moral characteristics, so they need to be eliminated – one way or another- from German society
  6. Racial mixture with inferior races must cease, because it leads to biological decline.

Deze 6 punten kunnen onmogelijk afgeleid worden uit evolutionary ethics (struggle for existence). Kijk maar: In de eerste treffen we “the state should” aan. De ‘staat’ is geen biologisch begrip en ‘should’ is kenmerkend voor een normatieve uitspraak. Normatieve uitspraken zijn niet testbaar zoals hypotheses over de stand van zaken in de wereld dat wel zijn.Een normatieve uitspraak is niet met een experiment te testen. Het is twijfelachtig of ze überhaupt ‘waar’ kunnen zijn. Hoogstens zijn sommige normen aanbevelingswaardig en andere niet. Normatieve uitspraken horen daarom niet in de natuurwetenschap thuis. Het is filosofie (ethiek). Ik kom nog op terug (is-ought).

Ook in de tweede regel komt ‘should’ voor en bovendien de naam van een land (Duitsland). Die twee zijn niet af te leiden uit de evolutietheorie. De evolutietheorie heeft het over biologische soorten, niet over staten en landen.

In de derde regel komt het begrip ‘Duitsland’ weer voor en een politiek-militaire oplossing, waardoor ze niet afleidbaar zijn uit een biologische theorie.

De 4e regel is op zichzelf genomen al een non-sequir: uit de ‘struggle for existence’ volgt niet dat het ‘Aryan or Nordic race’ superieur is. Bovendien is het begrip ras niet gedefinieerd. ‘Inferior’ en ‘superior’ zijn subjectieve begrippen. Weikart weet dat de nazi’s nooit in staat zijn geweest een wetenschappelijk sluitende definitie van het begrip ras te geven, laat staan van ‘Aryan or Nordic race’. Ook is het woord ‘must’ hier dubbelzinnig. Waarschijnlijk is het een aanbeveling (‘moeten’) en dus geen neutrale observatie.

Het is duidelijk dat de 5e regel helemaal niet afleidbaar is uit een biologische theorie vanwege de begrippen ‘Jew’, ‘inferior’, ‘race’, ‘need’, ‘German’.

De 6e regel is niet afleidbaar uit de ‘struggle for existence’ vanwege de ongedefinieerde begrippen ‘racial’, ‘inferior’ en ‘biological decline’. Dit alles heel in het kort. Het zou uitgebreider moeten voor een wetenschappelijke publicatie, maar voor deze blogpost is het voldoende om de structuur van mijn betoog duidelijk te maken.

is-ought

Dit brengt mij op normatieve uitspraken. Weikart heeft weet van het ‘is-ought’ probleem. Hij betrapt Darwin er op! (p.35) (of meent Darwin er op te betrappen. Iets voor een volgend blog). Weikart verwijt Darwin dat Darwin een ‘is-ought’ stap maakt: gaat van feiten naar aanbevelingen (moraal, ethiek), dus hij weet dat het een ongeoorloofde stap is (7). Maar dat zet Weikart’s centrale begrip ‘evolutionaire ethiek’ op losse schroeven. Want een ethiek afleiden uit de evolutietheorie is dan ongeoorloofd. Merkwaardig genoeg doet Weikart hier helemaal niets mee! Als het fout is dan is het fout! Mijn bezwaar tegen de term ‘evolutionaire ethiek’ is dat het suggereert dat er op eenduidige manier normen uit evolutie af te leiden zouden zijn en dat dit zelfs een erkende wetenschappelijke activiteit zou zijn. Dat is niet zo. Als de afleiding van normen uit feiten geldig zou zijn, zou je tot de absurde conclusie komen dat iedereen die de evolutietheorie accepteert, ook de ethiek die er uit afgeleid zou kunnen worden accepteert. Dat is absurd. Iedere evolutiebioloog zou een aanhanger zijn van het-recht-van-de-sterkste-ethiek. Of zo. Daarom is de ongeldigheid van de ‘is-ought’ stap zo belangrijk. Ethiek valt sowieso onder filosofie en niet onder natuurwetenschap. Weikart zou op z’n minst de begrippen ‘sociaal Darwinisme’, ‘eugenetica’, of ‘racisme’  moeten gebruiken voor Hitler in plaats van evolutionaire ethiek. Want die begrippen zijn duidelijk politieke en normatieve begrippen.

Begripsverwarring: ‘Evolutionaire ethiek’

Weikart gebruikt het begrip ‘evolutionaire ethiek’ honderden malen door het hele boek heen. In het hoofdstuk Conclusion (7 pagina’s) komt het 16x voor. Het hele begrip is slecht gedefinieerd. Dat zou niet zo erg zijn als het een bekend begrip was en men alleen maar een evolutiehandboek open hoefde te slaan om de omschrijving te vinden. Maar U zult tevergeefs zoeken in de evolutie handboeken (2) omdat het niet bestaat in de evolutiebiologie. Het zou ook niet zo erg zijn als het niet een centrale rol speelde in zijn betoog. Maar dat doet het wel: “Hitler “was committed to evolutionary ethics” (p.2). Is evolutionary ethics hetzelfde als social Darwinism? Is evolutionary ethics is anders dan eugenetica (eugenics)? of racisme? Soms gebruikt hij evolutionary ethics and ‘social Darwinism’ in één zin naast elkaar (3), waardoor het lijkt alsof ze verschillend zijn. Op pag 12 blijkt dat social Darwinism iets anders is dan eugenics. Maar wat is het verschil? Op pagina 201 gebruikt hij 4 veel voorkomende begrippen in één zin:

“But are these ideas about social Darwinism, evolutionary ethics, eugenics, and scientific racism really scientific?” (p.201).

Moeten we daaruit concluderen dat het vier verschillende begrippen zijn? Op pag. 200 gebruikt Weikart het begrip ‘racist evolutionary ethics‘. Dat zou suggereren dat op alle plaatsen waar Weikart gewoon evolutionary ethics gebruikt, hij niet-racistische evolutionary ethics bedoelt. Maar dat is weer niet van toepassing op Hitler. Zeer problematisch. En zo zijn meerdere voorbeelden mogelijk. Weikart doet geen moeite de begrippen onderling af te perken. Dat is wetenschappelijk gezien laakbaar. Een wetenschapper behoort aan begripsafbakening te doen.

Struggle for existence?

Om te beginnen is het begrip ‘Struggle for existence’ zelf al dubbelzinnig. Het kan tegelijk dienen als beschrijving van de stand van zaken in de natuur en als aanbeveling. Als we even voor het gemak aannemen dat de ‘Struggle for existence’ de omschrijving is van evolutionaire ethiek, zoals Weikart schijnt te doen, welke normen kun je eigenlijk afleiden uit de de feitelijke ‘Struggle for existence’? Alleen de ‘sterken’ moeten/mogen overleven? Of ‘zwakken’ moeten dood of: mogen niet geholpen worden? Alleen dit al roept enorm veel vragen op. Hoe zit het met hulpeloze pasgeboren babies? Moet je die aan hun lot overlaten? Moet je die helpen als ze zichzelf niet in leven kunnen houden? (dat kunnen ze uiteraard niet). Dat zou al een uitzondering zijn. En hoe zit het met zieken? Gewonde soldaten? Als je de strijd om het bestaan serieus zou willen toepassen zou je alle ziekenhuizen moeten sluiten. Er zijn geen ziekenhuizen in de natuur. Mag je je ouders, broers en zusters helpen of moet je voor jezelf kiezen in de strijd om het bestaan? Enzovoort, enzovoort. Het gaat erom wat je met zo’n begrip doet. Het is makkelijk retorisch te misbruiken. Amerikaanse denkers hebben de ‘struggle for existence’ gebruikt om economische competitie te rechtvaardigen. Het idee van de struggle for existence is overigens al heel oud. Heraclitus schreef al “struggle is the farther of all things” (p.33). Weikart noemt zelf Hitler’s referentie naar de harde filosofie van Sparta waar infanticide werd gepleegd (Spartaanse ethiek). Daar heb je Darwinisme niet voor nodig.

Het begrip ‘struggle for existence’ is een metafoor die niet letterlijk opgevat moet worden. Darwin zelf waarschuwde al in The Origin of Species dat ‘struggle for existence’ niet te beperkt opgevat moest worden (3). Het staat daar in een ecologische context van predatoren, parasieten, ziekten en abiotische factoren (zon, temperatuur, water, mineralen). Het is zeker niet beperkt tot gevechten tussen individuen, waarbij bijna altijd aan dieren wordt gedacht. Wel eens twee planten met elkaar zien vechten? Genoeg om aan te geven dat de ‘struggle for existence’ uit zijn wetenschappelijke context is gehaald en tot slogan is verworden (4). De strijd om het bestaan is een karikatuur van de evolutietheorie. Ten tweede is de vertaling van de observatie ‘strijd om het bestaan’ naar ethische normen zeer problematisch. Weikart zegt hier niets over. Hij suggereert daardoor dat het een duidelijk begrip is en dat Hitler gewoon Darwinisme in de vorm zoals het in die tijd mainstream science was, heeft toegepast.

Is ‘evolutionaire ethiek’ een goede typering van Hitler?

Evolutionaire ethiek kan niet een adequate typering van Hitler’s ideologie of invloed zijn, want veel elementen van Hitler’s ideologie bestonden al lang vóór Darwinisme of zijn onafhankelijk daarvan:

“Clearly anti-Semitism racism, militarism, nationalism, male dominance, and many other Nazi ideas were circulating long before social Darwinism or evolutionary ethics arrived on the scene in the late nineteenth centry, so they did not simply derive from evolutionary theory. However, Hitler and other social Darwinists integrated many of these concepts into an overarching worldview that placed the Darwinian struggle for existence (especially between races) at the center of their  conceptual universe” (p.15)

In de Conclusion schrijft Weikart:

“Of course, evolutionary ethics does not explain everything about Hitler’s ideology”. (…) He integrated elements from disparate sources, such as Pan-German nationalism, Christian anti-Semitism, Prussian militarism, the Nietzschean will to power, and many others in constructing his worldview. He, like all men, was also motivated by many noncognitive factors, such as fear, pride, and covetousness” (p.199)

“Racism obviously preexisted Darwinism” (p.199)

Als evolutionary ethics niet alles van Hitler verklaart, dan is het gewoon geen goede karakterisering. Weikart maakt het wel heel bont wanneer hij zegt dat Hitler allerlei politieke begrippen (zoals ‘Führerprinzip’) integreerde in zijn evolutionary ethics die -volgens eigen zeggen- helemaal niet uit de evolutietheorie afkomstig waren (6). Op die manier kun je alles wat je maar wilt onderbrengen in welk begrip dan ook. Dat is geen wetenschappelijke werkwijze. De typering van Hitler’s ideologie als evolutionary ethics is onhoudbaar.

Bestaat evolutionaire ethiek tegenwoordig?

Bestaat evolutionaire ethiek als wetenschappelijk onderzoeksgebied op dit moment? Het lijkt dat Weikart dat denkt:

“(Today the battle over the status of some forms of evolutionary ethics -though not the racist form that Hitler embraced- is still raging; many sociobiologists and evolutionary psychologists assert it is scientific, while others consider it -or at least some aspects of it- “junk science.”) p.202.

Weikart geeft geen bronnen, is niet specifiek. Welke hedendaagse wetenschappers claimen dat welke vorm van evolutionaire ethiek wetenschappelijk is? Hij heeft kennelijk geen idee waar de discussie over gaat. Ook hier maakt hij weer geen onderscheid tussen ‘normatief’ en ‘descriptief’. Het ergste is dat hij suggereert dat evolutionaire ethiek gewoon voortleeft als wetenschappelijke discipline, weliswaar in afgeslankte vorm. Het citaat geeft de vage suggestie dat er een overeenkomst is tussen Hitler’s evolutionaire ethiek en de tegenwoordige.

Conclusie

Eigenlijk heeft Weikart niets geleerd van de Nazi periode. Hij schijnt te denken dat Hitler’s ideologie ontspoorde in een moordmachine omdat het op ‘evolutionaire ethiek’ gebaseerd was. Als Hitler zich maar gehouden had aan de heersende christelijke ethiek van zorg voor de zieke en zwakke medemens, dan had zijn politiek niet zo dramatisch kunnen ontsporen. Dit is waarschijnlijk de onuitgesproken gedachtengang van Weikart. Maar een net zo belangrijke les die we (wetenschappers, biologen, publiek) moeten trekken uit Hitler, is dat we uit  een beschrijvende en verklarende wetenschap als evolutiebiologie géén normatieve ethische conclusies kunnen trekken. Daarom is het zo extreem belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen een descriptieve evolutionaire ethiek (als die al bestaat) en een normatieve evolutionaire ethiek (als die al bestaat). Misschien heb ik het over ‘t hoofd gezien, maar ik heb Weikart er niet kunnen betrappen op het inzicht dat de evolutietheorie waar kan zijn, zonder dat er noodzakelijkerwijze een of andere evolutionaire ethiek uit volgt. In dat opzicht faalt Weikart voor de volle 100%.

Noten

  1. Evolutiehandboeken: ik heb een zestal bekeken van de laatste 10 jaar. Het begrip Evolutionaire Ethiek komt er niet in voor. Wikipedia is minder gezaghebbend, maar op de hoofdpagina ‘Ethics’ komt een paragraaf evolutionary ethics voor met de omschrijving “with a focus on understanding and explaining observed ethical preferences and choices”.  Als dit al een wetenschappelijke discipline zou zijn, dan is het zeker niet een die een ethisch systeem voorschrijft. De zelfstandige pagina Evolutionary Ethics heeft niet veel te melden. Er zijn wel zelfstandige pagina’s Social Darwinism en Eugenics. Er bestaat wel een pagina Evolutionary Ethics op de Internet Encyclopedia of Philosophy. Dit is geen evolutiebiologie, maar filosofie. Er wordt terecht gewezen op twee problemen met het concept EE: ‘The Is-Ought Problem’, en ‘The Naturalistic Fallacy’.
  2. “Many other works sponsored by the Nazi regime promoted evolutionary ethics and social Darwinism” (p.201).
  3. “I should premise that I use this term in a large and metaphorical sense including dependence of one being on another, and including (which is more important) not only the life of the individual, but success in leaving progeny.” Hoofdstuk III Struggle for Existence.  (http://darwin-online.org.uk)
  4. “we should be careful not to assume that every casual reference to struggle as the driving force of progress reflects a c0nsidered evaluation of Darwin’s theory.” (p.300 Peter Bowler Evolution. The history of an Idea.)
  5. To be or not to be, that’s the question. Is dat ook niet strijd om het bestaan?
  6. “though they did not derive from biological evolution” (p.15).
  7. zondag 27 juni: Ik zie nu dat Weikart in From Darwin to Hitler op p.84 schrijft: “These Darwinists ignored (or some forthrightly denied) the fact, of course, that any value judgments about who “should  survive cannot be derived from empirical science.” Dus zonder het ‘is-ought problem’ te noemen, onderschrijft hij de onmogelijkheid normen uit feiten af te leiden. Dat maakt dus een evolutionaire ethiek onmogelijk!
  8. maandag 28 juni: In zijn vorige boek From Darwin to Hitler geeft Weikart ook geen definitie maar wel deze uitspraak die aantoont dat er helemaal geen consensus definitie is: “Evolutionary ethics was not a coherent philosophy, but rather, attempts to formulate ethics on the basis of evolutionary theory produced a cacophony of voices promoting contradictory visions of moral or social reform” (p.69). Wat een veilige typering van evolutionaire ethiek lijkt te zijn is dat het in ieder geval een seculiere ethiek is, die dus niet op religie gebaseerd is, maar verder van alles kan zijn. Over sexualiteit: “Evolutionary ethics thus seemed to offer proponents just about whatever sexual morality they preferred” (p.130) inclusief vrije sex, monogamie, polygamie, homosexualiteit (FDtH).

Zie ook vorige blogs:

Herman Philipse over Richard Weikart 17 maart 2008

Een aanbeveling met stevige kritiek. Philipse over Weikart (2) 25 maart 2008

De dwaaltocht van het sociaal-darwinisme 26 maart 2007

tags: boeken, geschiedenis, politiek

Posted by Gert in 13:25:20 | Permalink | Comments (20)

Tuesday, June 15, 2010

Evolutie van walvissen

bron: Wetenschappelijke scheurkalender 2010.

Nieuws:

De Academische Boekengids 81 heeft een artikel van Bart Leeuwenburgh (auteur van Darwin in domineesland):  ‘Geïnfecteerd door het evolutievirus. Alles Darwin wat de klok slaat’. Het is  een bespreking van 3 boeken verschenen in het Darwinjaar: ‘Darwin’s Sacred Cause. Race, Slavery and the Quest for Human Origins‘ (Desmond, Moore), ‘The Annotated Origin‘ (J.T. Costa), en ‘Evolution, the First Four Billion Years‘ (Ruse, Travis). Leeuwenburgh is er, net als de meeste reviewers van ‘Darwin’s Sacred Cause‘,  ook niet van overtuigd dat Darwin’s afkeer van slavernij het belangrijkste motief voor de evolutietheorie was. Inderdaad: het boek van Desmond en Moore is een boek dat weliswaar een goed inzicht verschaft in de opkomst van de anti-slavernij beweging vooral in de kringen rondom Darwin, maar de auteurs slagen er niet in hun hoofdclaim waar te maken. Het boek van Ruse en Travis is -dat ben ik met Leeuwenburgh eens- een combinatie van encyclopedie en een serie essays over aspecten van de evolutietheorie. Ik vind het ook een waardevol naslagwerk, ondanks die vreemde combinatie. Als alternatief voor The Annotated Origin, vooral voor biologen, zou ik het boek van David Reznick The Origin Then and Now aan willen bevelen (heb ik over geblogd).

Posted by Gert in 09:26:52 | Permalink | Comments (2)

Monday, May 17, 2010

Goddeloos Amerika of: is God een kapitalist?

Laatste postscript: 8 dec 2012

Ruim 10 jaar geleden kwam ik aanraking met creationisme en intelligent design. Het was afkomstig uit Amerika. Intelligent Design was een Amerikaanse uitvinding. De eerste boeken die ik (gedreven door nieuwsgierigheid) las waren Phillip Johnson (1993) Darwin on trial, Michael Behe (1996) Darwin’s Black Box en William Dembski (1999) “Intelligent Design. The bridge between science and theology“. Enkele boeken werden me zelfs gratis toegestuurd door een creationist in Amerika. Op die manier werd ‘anti-evolutionisme’ synoniem met Amerika. Wat deze mensen motiveerde werd pas later duidelijker toen bijvoorbeeld de publicaties van Richard Weikart verschenen (From Darwin to Hitler, Does Darwinism Devalue Human Life?). De bedoeling was om aan te tonen dat Darwinisme een moreel verwerpelijke invloed had op de maatschappij. Weikart is een historicus verbonden aan het Discovery Institute, het instituut opgericht om Intelligent Design te promoten. De gevaren van het Darwinisme zijn: materialisme, strijd om het bestaan, concurrentiestrijd en de devaluatie van het menselijk leven. Al deze kwalen werden aan het Darwinisme toegeschreven. Het Darwinisme is daarom in strijd met christelijk geloof, dat liefde en verdraagzaamheid predikt. Een ander voorbeeld waar ik over geblogd heb is het boek van Norman Geisler, Frank Turek (2004) I Don’t Have Enough Faith to Be an Atheist (ik had het geleend van Taede Smedes).

De Amerikaanse, creationistische astronoom Hugh Ross had een duidelijk idee waar alle ellende in de maatschappij vandaan kwam: Darwinisme. In zijn The Fingerprint of God (1989) ging hij nog verder: uiteindelijk was Darwinisme terug te voeren tot de filosoof Immanuel Kant. Hij geeft een lijstje van alle moderne verwerpelijke ideologieën die geheel of gedeeltelijk gebaseerd zijn op de filosofie van Kant (p.38):

behaviorism liberationism
existentialism Marxism
fascism neo-Darwinism
Freudianism nihilism
hedonism pragmatism
humanism relativism

Wat mij nu opvalt is dat ‘kapitalisme’ en ‘het vrije marktprincipe niet in het lijstje voorkomen! Kapitalisme is dus niet slecht!

Dat mij dat nu pas opvalt, komt door de verbluffende, geniale en schokkende documentaire SICKO van de Amerikaanse journalist en filmmaker Michael Moore die ik zondag 2 mei op Canvas zag. Een absolute aanrader. Het volstrekt onbarmhartige, onmenselijke Amerikaanse systeem van gezondheiszorg zorgt letterlijk voor doden omdat medische zorg wordt onthouden aan hen die het niet kunnen betalen en zelfs aan hen die er wel voor verzekerd zijn. Verzekeringsmaatschappijen proberen de winst zo groot mogelijk te maken door zo min mogelijk uit te keren aan mensen (slachtoffers) die daar wel recht op hebben en die het hard nodig hebben. Achterliggende reden: winstbejag van de machtige zorgverzekeraars. Moore eindigt met:

“Who are we? A nation that dumps their own citizens as garbage on the street because they cannot pay their hospital bill?

Duidelijk kan het niet onder woorden worden gebracht. In Amerika worden ziekenhuizen en zorgverzekeraars dus toegestaan mensen medische zorg te onthouden en daardoor woekerwinsten te maken. Een groter minachting voor menselijke waardigheid kan ik me dan ook niet voorstellen. Letterlijk een dodelijke maatschappij. Een maatschappij met een totaal gebrek aan solidariteit. Nu heeft Obama ondertussen de gezondsheidszorg hervormd [1], maar de oppositie van grote delen van de bevolking, verzekeringsmaatschappijen, farmaceutische industrie en senaat (geen enkele Republikein steunde het uiteindelijke voorstel) was en is enorm groot. Het kapitalisme is nog even oppermachtig in Amerika.

De utopie van de vrije marktEen tijd voor empathie

Zet dit alles binnen de context van het principe van de vrije markt zoals beschreven in De utopie van de vrije markt van de filosoof Hans Achterhuis en het wordt duidelijk dat de minachting voor de menselijke waardigheid en het solidariteitsprincipe in de gezondheidszorg geen uitzondering is in de Amerikaanse samenleving (zie: kredietscrisis). Achterhuis beschrijft dat Amerikanen het werk van de atheïstische (!) schrijfster Ayn Rand, “na de Bijbel, als het belangrijkste boek van de afgelopen eeuw” waarderen. Het credo van Ayn Rand: “hebzucht is een nastrevenswaadige en positieve eigenschap” (p.276). In de praktijk staat de atheïstische Ayn Rand boven de Bijbel! Ook de in Amerika wonende Frans De Waal verwijst in zijn boek Een tijd voor empathie (2009) naar de boodschap van Ayn Rand: “egoïsme is geen ondeugd maar juist een deugd” (p.44). (Achterhuis merkt dit niet op). De Waal’s boek probeert dan ook tegengas te geven tegen de kapitalistische ideologie van Ayn Rand en haar volgelingen (zo ongeveer heel Amerika).

Kan de strijdigheid van opvattingen in Amerika nog duidelijker gemaakt worden dan dat? De Amerikaanse samenleving is overwegend (fundamentalistisch) christelijk. Dit berust niet op een misconceptie van mijzelf, want “Christians are the largest religious group in the United States” (Eugenie Scott, 2005, Evolution vs. creationism, p.57). Het percentage schommel tussen de 86% en 76%. In totaal 80 – 90% van de bevolking geeft op bij een religie te horen [2]. Diezelfde mensen die Darwinisme haten vanwege het materialisme en egoïsme, zijn blind voor het dodelijk en onmenselijke kapitalistische principe van de vrije markt en het ongelimiteerde winststreven. Diezelfde Amerikanen vereren de atheïstische (!) schrijfster Ayn Rand die egoïsme tot norm verheft.

Religie (christendom) helpt dus helemaal niet in de strijd tegen egoïsme en materialisme. In tegendeel. De Amerikaanse maatschappij is een egoïstische en onbarmhartige maatschappij ondanks christelijke naastenliefde die in de bijbel gepredikt wordt. Dezelfde mensen die anti-abortus de hoogste prioriteit geven, staan toe dat vele (duizenden? honderdduizenden?) volwassen Amerikanen niet de medische zorg krijgen die ze nodig hebben en een deel daarvan sterft onnodig. (In Cuba en Frankrijk is de gezondheidszorg gratis). De Amerikaanse samenleving is in de praktijk helemaal niet christelijk, het is een goddeloze samenleving.

De onopgemerkte strijdigheid van opvattingen en gedrag van christelijk Amerika is dat ze zich ‘Darwinistisch’ gedraagt. ‘Darwinistisch’ in de oude betekenis van ‘survival of the fittest’ en ‘het recht van de sterkste’. Ik gebruik ‘Darwinistisch’ hier dus als een scheldwoord om menselijk gedrag mee te typeren. (Het wetenschappelijk Darwinisme is een beschrijvende en verklarende theorie en doet geen uitspraken over wat goed en slecht is). Dit is mijn punt: christelijk anti-Darwinistisch (= tegen de theorie) Amerika gedraagt zich ‘Darwinistisch’ (in de oude betekenis) zonder het te beseffen! Niemand schijnt dat opgemerkt te hebben.

Literatuur

  • Richard Weikart (2004) From Darwin to Hitler: Evolutionary Ethics, Eugenics, and Racism in Germany. (wikipedia) Opvallend is dat Weikart zich concentreert op het verleden en op Duitsland. Niet op het huidige Amerika.
  • Richard Weikart ‘Was Darwin or Spencer the Father of Laissez-Faire Social Darwinism?’
  • Richard Weikart ‘Does Darwinism Devalue Human Life?’
  • Denis R. Alexander, Ronald L. Numbers (2010) ‘Biology and Ideology from Descartes to Dawkins’. (de stroom van boeken in Amerika die de bron van alle kwaad in het Darwinisme (of zelfs biologie in het algemeen!) zoeken is nog steeds niet opgedroogd. Kapitalisme blijft zodoende buiten schot).
  • Michael Moore (2007) ‘SICKO’, documentaire (wikipedia)
  • Hugh Ross (1989) The Fingerprint of God.
  • Norman Geisler, Frank Turek (2004) I Don’t Have Enough Faith to Be an Atheist (blog)
  • Eugenie Scott (2005) Evolution vs. creationism.
  • Hans Achterhuis De utopie van de vrije markt (wikipedia) (bespreking)
  • Frans de Waal (2009) Een tijd voor empathie. (blog)

Noten

  1. De omstreden zorgwet van Obama: “Liefst 50 miljoen mensen zijn onverzekerd, vooral in het zuiden. Sommige mensen kunnen de premie niet betalen en raken in de problemen als ze naar de dokter of de tandarts moeten.” Obama’s verplichte verzekering wet (2014?) zondert alleen mensen met religieuze bezwaren uit van een verplichte verzekering. (nrc, 16 jun2012)
  2. Volgens The PEW Forum  – US Religious Landscape Forum (2007): christenen: 78,4%. Joden: 1,7% Samen: 80,1% in Amerika.

Postscript zaterdag 22 mei 2010:

Mocht U twijfelen aan de waarde van de documentaire SICKO, dan heb ik hier informatie uit een artikel in de nrc van 9 januari 2010 van twee hoogleraren gespecialiseerd in de gezondheidszorg, Theodore Marmor en Kieke Okma. Zij bevestigen dat bijvoorbeeld 50 miljoen mensen in Amerika geen ziektekostenverzekering hebben en dus aangewezen zijn op eerste hulp, liefdadigheid of betaling uit eigen zak. De verdienste van SICKO is aanschouwelijk maken wat dit in de praktijk betekent: onmenselijke toestanden die je niet voor mogelijk houdt in een beschaafd land dat zich ook nog christelijk durft te noemen. Verder noemen de hoogleraren die vreemde eis die gesteld wordt aan het budget van de gezondheidszorg: fiscale neutraliteit. Dit staat in schril contrast met de kosten van oorlogsvoering zeggen de hoogleraren. Een merkwaardig land: oorlogvoeren mag wat kosten, de gezondheid van eigen mensen niet. Ook signaleren ze ergelijke praktijken van verzekeraars: het weigeren van verzekerden wegens reeds bestaande medische problemen en de opzegging van de verzekering na dure behandeling of extreem hoge premies voor ouderen of chronisch zieken. Dit bevestigt wat Michael Moore in SICKO liet zien. Naar mijn idee toont dit aan wat voor een onmenselijke maatschappij er ontstaat als je gezondsheidszorg overlaat aan bedrijven die winstmaken als hoogste en enige prioriteit hebben. Ook hier is mijn punt: kun je jezelf dan nog een christelijk of beschaafd land noemen? Hoe hypocriet ben je dan als je Darwinisme aanvalt omdat het ‘survival of the fittest’ zou prediken?

Postscript maandag 31 mei 2010:
In de Volkskrant van 5 dec 2009 stond een interview met Frans de Waal:
“Juist de Republikeinen hebben de mond vol met evolutionair jargon. Op Wall Street gold en geldt het recht van de sterkste, ‘dog-eat-dog‘, net als in de jungle. Allemaal evolutionair jargon, notabene van mensen die doorgaans juist niets van evolutie moeten hebben, en alleen mijn bedoeld om zelfverrijking te rechtvaardigen.”
Dit is eigenlijk precies wat ik bedoel in mijn blog (alleen weet ik niets van Republikeinen).
Hij vervolgt: “Het verzet tegen Obama’s gezondheidsstelsel gaat ook terug op sociaal-darwinistische ideeën. Waarom zou je de verzekering voor iemand anders betalen? Het is iedere voor zich, net als in de natuur.”
Let op: sociaal-Darwinistische ideeën! Dat is dus precies wat creationisten en ID-ers aanvallen.

Postscript donderdag 3 juni 2010

Inspiratie voor egoïsme komt niet alleen van Ayn Rand, ook Richard Dawkins’ Selfish Gene heeft een bijdrage geleverd, merkt Dawkins zelf geschokt op in The God Delusion, p.215*. Jeff Skilling, CEO Enron, zou geïnspireerd zijn door de Selfish Gene volgens bericht in The Guardian: Animals Instincts, 27 May 2006.

Postscript vrijdag 4 juni 2010

The Templeton Freedom Prize for Free Market Solutions to Poverty celebrates nonprofit institutes that research and promote the use of free enterprise, sound legal institutions and entrepreneurship to combat poverty.

Het vrije markt denken is zelfs een vanzelfsprekendheid binnen de Templeton Foundation! Was Templeton niet voor het spirituele?

Postscript maandag 7 juni 2010

“Mensen worden, volgens Hicks’ theorie, betere mensen als ze het bestaan van een transcendente werkelijkheid ervaren hebben.” (hier) Vraag: Is egoïsme, materialisme, hebzucht te rijmen met ‘betere mensen’?

Postscript woensdag 9 juni 2010

“In Amerika verdient meer dan de helft van alle wetenschappers zijn geld direct of indirect in de oorlogsindustrie.” (hier). Vraag: hoeveel christenen, gelovigen of ‘spirituele mensen’ (wetenschappers en niet-wetenschappers) zijn er werkzaam in de oorlogsindustrie?

Postscript 17 juni 2010

Dit boek kende ik nog niet toen ik mijn blog schreef: James Q. Whitman (2003) Harsh Justice: Criminal Punishment and the Widening Divide Between America and Europe. “punishment in America is now vastly harsher than in any other Western nation”. “Why is America so short on mercy?”. Ik wist van de doodstraf, maar de doodstraf is kennelijk niet een geïsoleerd geval. Toenemend gebrek aan mededogen, menselijkheid, vergevingsgezindheid en hardere straffen: en dat allemaal in een christelijk land!

Postscript 20 juni 2010

Leuke uitspraak in de nrc van Barabási: “Amerikaanse burgers vertrouwen bedrijven wel, maar de overheid niet. Europese burgers vertrouwen de overheid wel, maar de bedrijven niet.” (nrc wetenschaps katern 19 juni). Vertrouwen in het bedrijfsleven past goed bij het kapitalistisch karakter van Amerika. Kan BP hier iets aan veranderen?

Postscript 6 juli 2010

Zijn christenen pacifisten? Christelijk Amerika is een nucleaire mogendheid. Wapenbezit onder burgers en moord: “Homicide rates in the United States are two to four times higher than they are in countries that are economically and politically similar to it.” (vooral door handwapens) “in 1997, 40% of Americans reported having a gun in their homes.” (bron). In Amerika heb je het recht om met wapens op straat te lopen. Kinderen boven 18 of 21 (afhankelijk van het soort wapen) mogen wapens kopen. Natuurlijk moet je weten wat het wapenbezit is onder christenen om conclusies te kunnen trekken. Misschien bezitten christenen geen wapens en zijn ze tegen wapenbezit en gebruik? Amerika’s pro-Israel politiek: “Israel moet worden verdedigd, ongeacht de feiten” (Peter Beinart).

Postscript 21 sept 2010

Concealed carry in the United States: Amerikanen mogen onzichtbaar wapens dragen. “Florida has issued more than 1.6 million permits since adopting its law in 1987, and had more than 600,000 licensed permit holders as of November 30, 2009″. Wat een christelijk, vredelievend sympathiek volk zijn Amerikanen! Een zeer uitgebreide reeks artikelen in wikipedia over guns.

Postscript 2 mei 2011

“Since moving to the United Sates in 1999 I have thought about why America lags so far behind Europe in its protection of animals. Are Americans simply more brutal, narrower in their concerns, and lacking the more refined sensibilities of their European counterparts?” Peter Singer (2002)  Animal Liberation, paperback,  p. xi.

Postscript 11 juni 2012

Filosoof Martha Nussbaum: in de VS is er veel huiselijk geweld. “18% van de Amerikaanse vrouwen is ooit verkracht, meestal door een bekende”.  “Gelijke toegang tot de gezondheidszorg, daar scoren de VS als een van de slechtste landen. De levenverwachting in Harlem in New York is even hoog als die in de Indiase deelstaat Kerala”.  Bron: interview in Volkskrant 9 juni 2012 onder de titel ‘Economische groei moet niet de enige maatstaf zijn’.

Postscript 8 dec 2012

In de zaterdagbijlage Volkskrant een artikel Hoe een kind een haas vangt van Isabella Rozendaal: “Amerika: het land waar jagen zo gewoon is als boodschappen doen. Ze ging daar mee op jacht en zag dat kinderen er volop meedoen. … De Verenigde Staten het land met de extravagantste jachtcultuur ter wereld. De VS tellen miljoenen jagers. … De opening van het eekhoornjachtseizoen is zo belangrijk dat scholen ervoor gesloten worden. Reggies schoonzoon spijkerde eekhoorns aan de boom om ze te villen, … en de kleinkinderen renden rond met dode eekhoorns.  … De traditie van de jacht wordt hier als vanzelfsprekend doorgegeven van generatie op generatie. … Amerikanen kopen hun geweer bij Walmart … Een van de gevolgen van het liberale Amerikaanse jachtbeleid is dat elke idioot na een bescheiden veiligheidscursus een geweer kan kopen en kan gaan jagen. 

tags: boeken, politiek, religie

Posted by Gert in 11:17:31 | Permalink | Comments (33)

Monday, April 26, 2010

Virussen in ons DNA

Virolution

Virolution van Frank Ryan is niet zo zeer een boek dat ik zou aanraden als men een diepgaande kritiek zoekt op het neo-Darwinisme. Nee, ik zou het eerder willen aanraden als men een goed beeld wil krijgen van virussen in ons genoom. Er zijn andere boeken voor kritiek op en alternatieven voor neo-Darwinisme (daarover binnenkort meer). Het is zeker niet overdreven om te zeggen dat er virussen (dode, slapende en actieve) in ons DNA zitten. Ryan weet dat op een boeiende manier uit een te zetten. Het boek leest heel prettig. Het geheim is, denk ik, dat Ryan (een arts) zelf op zoektocht is naar de rol van virussen in de evolutie. Hij is enthousiast en nieuwsgierig. Hij ‘interviewt’ vele experts en stelt zichzelf bescheiden op. Dat maakt hem sympathiek. Daarom leest het boek zo prettig, ook al kom je bekende (misschien zelfs vele bekende) feiten tegen. Het hoogtepunt van het boek vind ik zelf hoofdstuk 6: ‘How Viruses Helped Make Us Human’. Van hoofdstuk 6 t/m 15 vond ik het minder goed. Daar probeert hij toch eventjes het neo-Darwinisme te corrigeren en daar is hij toch niet de juiste persoon voor. Bovendien gaan die hoofdstukken niet over virussen, en de rol die virussen spelen in evolutie zijn toch de reden dat je het boek koopt, lijkt me zo. Dat de uitgever dit boek ‘het belangrijkste boek over evolutie sinds Dawkins’ Selfish Gene‘ noemt, mag U best met een korreltje zout nemen.

tags: boeken

Posted by Gert in 16:30:47 | Permalink | Comments Off

Monday, April 19, 2010

Darwin was niet de eerste die de letterlijke waarheid van de Bijbel ondermijnde

In de ogen van creationisten heeft Darwin de letterlijke waarheid van de Bijbel ondermijnd, en daarmee is Darwin en zijn evolutietheorie de grootste vijand van het geloof. In januari en februari zond BBC-Two de 6-delige serie A History of Christianity uit. Het laatste deel gaf een overzichtelijk beeld van de kritiek op de letterlijke waarheid van de Bijbel gedurende de eeuwen vóór Darwin. Het is dus helemaal niet waar dat Darwin de eerste of zelfs de belangrijkste was die het geloof in Genesis ondermijnde.

Zoals uit deel 6 van de BBC serie blijkt zijn er filosofen geweest  lang vóór Darwin die kritiek hadden op de letterlijke waarheid van de Bijbel. Darwin heeft in zijn wetenschappelijke werken nooit iets over de waarheid van de bijbelverhalen geschreven. Ondanks zijn opleiding in de theologie, heeft Darwin nooit theologische werken geschreven.

Diarmaid MacCulloch
De BBC serie werd gepresenteerd door de kerkhistoricus Diarmaid MacCulloch, die om meerdere reden een indrukkende prestatie heeft neergezet. Ik beperk me hier tot het laatste deel dat over scepticisme ging.

1. Spinoza (1632 – 1677):   “he did not believe in God as a supernatural divine being, nor did he believe in the immortality of the soul, or in the existence of miracles”, “God en nature are one”.

Adriaen Koerbagh ( 1633 – 1669 ) Nederlands arts, jurist en filosoof. Kriticus van christelijk geloof, bijbel, en moraal. Vriend en tijdgenoot van Spinoza. Zijn overtuiging kostte hem uiteindelijk zijn leven. (wiki). Wordt niet door MacCulloch genoemd maar hoort zeker in het rijtje thuis.

2. Newton (1643- 1727) “the universe is run by laws laid down by a creator God”, daarna trok God zich terug. (kennelijk is God niet nodig voor het dagelijks runnen en onderhoud van de wereld)

3. Voltaire (1694 – 1778)  was vooral tegen de dogmatische katholieke kerk (zeer modern!), maar viel ook het idee van een rechtvaardige god aan naar aanleiding van de Lissabon earthquake in 1755 omdat christenen dit pobeerden uit te leggen als onderdeel van Gods plan.

4. Friedrich Strauss (1808 – 1874) schreef het controversiële The Life of Jezus criticially examined (1835). “The Bible is a work made by humans just like Hamlet”. “The afterlife is meaningless”. Zie verder: wikipedia.

5. Charles Darwin “helped to undermine the faith in the Bible”.

6. Marx en Engels: anti-religie (maar niet gebaseerd op Darwin).

Spinoza, Newton, Voltaire, Srauss, Marx en Engels hadden allemaal andere reden dan de evolutietheorie om de betrouwbaarheid van de bijbel aan te vallen. Diarmaid MacCulloch was het niet te doen om de evolutietheorie of Darwin, maar de afbrokkeling van het geloof in de letterlijke waarheid van de bijbel. De lessen die wij er uit kunnen trekken is dat al lang vóór Darwin Bijbelkritiek op gang was gekomen; dat creationisten kennelijk een slecht geheugen hebben en daarom Darwin als hoofdschuldige aanwijzen, vergetend dat theologen en filosofen al veel eerder de letterlijke waarheid van het scheppingsverhaal bekritiseerd hebben.

Darwin “helped to undermine the faith in the Bible”, maar dat was een onbedoeld neven-effect van zijn onderneming de oorsprong der soorten te verklaren. Hij kon het ook niet helpen dat er in de Bijbel een verouderd scheppingsverhaal stond. Darwin stond in de eerste plaats in de traditie van natuuronderzoekers en onafhankelijke wetenschappers als Galileo. Creationisten hebben wat lessen nodig in de geschiedenis van religie en religiekritiek.

Postscript:

De lessen die ik trek uit de documentaire: er waren al theologische en filosofische redenen om Genesis niet meer letterlijk te lezen. Dus waarom gingen mensen Genesis op eens weer letterlijk lezen toen Darwin met de evolutietheorie kwam? (woensdag 21 april). Verder ontbreken belangrijke figuren als David Hume in het lijstje van MacCulloch (22-04-2010)

Bronnen

- A History of Christianity BBC serie.
- A History Of Christianity dvd (2009)
- A History of Christianity: The First Three Thousand Years (het boek waarop de documentaire is gebaseerd. Er zijn meerdere uitgaves).

tags:  geschiedenis, religie, tv, dvd, boeken

Posted by Gert in 09:42:03 | Permalink | Comments (28)

Friday, March 19, 2010

Filosoof Jerry Fodor leest biologen de les (4)

What Darwin Got WrongMijn vorige posts (1,2,3) over het boek What Darwin Got Wrong gingen over deel 1, ‘het biologsiche argument’. Dat deel houdt zich bezig met empirische aspecten van natuurlijke selectie. Het gaat over de feiten, de waarnemingen, de experimenten. Deel 2 van het boek gaat over logische en conceptuele aspecten van natuurlijke selectie. Ik beperk me hier tot hoofdstuk 6 en 7.

Conceptuele problemen zijn het domein van de filosoof. Volgens Fodor zijn er ernstige conceptuele problemen met het concept natuurlijke selectie. Maar hij richt zich niet zozeer tot zijn vakgenoten, zoals je zou verwachten, maar tot biologen. Is dat niet de verkeerde doelgroep? Nee. Biologen doen aan theorievorming wanneer ze natuurlijke selectie gebruiken om eigenschappen van organismen te verklaren. Als je iets wilt verklaren, dan doe je aan theorievorming. En filosofen menen dat theorievorming op hun terrein ligt. Maar, als je goed leest, dan heeft Fodor het niet alleen over het concept, maar ook over evolutie en natuurlijke selectie zoals die zich afspelen in de werkelijkheid. De situatie is nog verwarrender, want die twee aspecten lopen bij Fodor door elkaar heen. Maar hij zegt nergens dat ze hetzelfde zijn. Ik kom daar later op terug.

De functie van het hart

De essentie van het probeem illustreert Fodor met het probleem van de functie van het hart (1). Natuurlijk weten we dat het hart bloed rondpompt, maar het maakt ook -onvermijdelijk- geluid. Hoe weten we dan zo zeker dat de functie van het hart bloed rond pompen is en niet geluid maken? Let op: dit is een serieus filosofisch probleem voor Fodor. Voor een filosoof is het enige geldige antwoord gebaseerd op de waarheid of onwaarheid van deze redenering: de natuur zou een geluidloos hart maken als ze dat zou kunnen (counterfactuals, p.100). Maar als het een fysische noodzakelijkheid is dat een pompend hart geluid maakt, hoe kunnen we dan bepalen of die bewering juist of onjuist is? Er bestaan immers geen geluidloze pompende harten. Nu, wat filosofen ook voor belang mogen hechten aan counterfactuals, dit is absoluut geen juiste reconstructie van de denk- en werkwijze van biologen.

Wetmatigheden

Mijn belangrijkste tegenwerping is dat ‘de functie van hart is bloed rond pompen’ geen geisoleerde uitspraak is, maar functioneert in een uitgebreid netwerk van biologische wetmatigheden:

  • alle meercellige organismen hebben zuurstof en voedsel nodig om te leven
  • alle meercellige organismen vanaf een bepaalde grootte hebben actief zuurstoftransport nodig
  • het hart pompt bloed rond om zuurstof naar alle delen van het lichaam te transporteren.

Dit zijn allemaal wetmatigheden die testbaar zijn en op talloze manieren en bij talloze organismen bevestigd zijn. Bovendien berusten deze biologische wetmatigheden weer op mathematische, fysische en chemische wetmatigheden (2). Ironische genoeg houden de auteurs zelf een pleidooi voor ‘The return of the Laws of Form’ ( hoofdstuk 5)! Deze wetmatigheden zijn dus stevig in de empirie verankerd en hebben een noodzakelijk karakter. Het zijn geen arbitraire toevalligheden. Daarentegen past de uitspraak ‘de functie van het hart is geluid te maken’ in geen enkel systeem van biologische wetmatigheden (3), (7).

Functioneel denken

De hele biologie is doordrenkt van functioneel denken gebaseerd op wetmatigheden. De functie van het oog is op optische wetten van lichtbreking  gebaseerd, de functie van het oor is op wetten van luchttrillingen gebaseerd, bouw en fucntie van vleugels is gebaseerd op aerodynamica, etc. Ik zou niet eens kunnen bedenken wat er voor niet-adaptiefs aan ogen zou kunnen zijn. Afgezien van het feit dat het oog niet perfect is, welke functie anders dan zien zouden ogen kunnen hebben? Die twee gaatjes in de schedel opvullen? Te evident om woorden aan te verspillen. In het algemeen gesteld: anatomie en fysiologie hebben te maken met fysische constraints. Ironisch genoeg komen constraints herhaaldelijk aan bod in deel 1 van het boek.

Natuurlijke selectie

Toen Fodor ontdekte (o.a. door S.J. Gould en Hempel) dat er niet-adaptieve fenotypische eigenschappen bestaan (p.109) raakte hij totaal in de war. Hij meende dat je daarom niets meer een adaptatie kunt noemen. En dus meent hij dat de hele theorie van natuurlijke selectie instort. De theorie van Natuurlijke Selectie kan niet eens voorspellen welke eigenschappen in een populatie geselecteerd worden (p.110). Als klap op de vuurpijl: dit soort problemen zijn van het onoplosbare soort (‘unsolvable kind’, p.110). Op p.113,114 vat hij zijn argumentatie nog eens samen: “So the claim that selection is the mechanism of evolution cannot be true” (p.114).

De snavels van Darwinvinken

Voor biologen zijn deze problemen helemaal niet van ‘het onoplosbare soort’. Kijk naar de Darwinvinken (4). Dit zijn de feiten:

  1. er zijn zaden van verschillende grootte en hardheid op de eilanden waar de vinken leven (voedsel aanbod)
  2. iedere soort vink heeft een andere voorkeur voor zaden (dieet)
  3. snavels verschillen in breedte, diepte en lengte (variatie)
  4. hoe groter de snavel en hoe sterker de bijbehorende spieren, hoe groter de zaden die ze kunnen openbreken (functionaliteit)
  5. de beschikbaarheid van specifieke zaden afhangt van klimaat (milieu)
  6. de respons van de populatie vinken is te zien aan de verschuiving van de gemiddelde snavelgrootte in volgende generaties (selectie). Zie plaatje.
  7. de erfelijkheid van snavelvorm is gemeten (heritability)
  8. tevens zijn de genen bekend die de snavelvorm beinvloeden (moleculaire genetica, evo-devo)

Darwin finches. Natural Selection

Nu zijn er nog enige open vragen die opgelost kunnen worden met aanvullende experimenten: het meten van de kracht die nodig is zaden te kraken, lab experimenten om te zien hoe ze zaden kraken, spijsvertering, welke eigenschappen zijn sterk gecorreleerd met de verandering van de snavels, etc). Het punt is dat de Darwinvinken hebben laten zien dat natuurlijke selectie werkt ondanks nog niet geïdentificeerde gecorreleerde eigenschappen.

Free-riders

Nu maakt Fodor in hoofdstuk 6 er herhaaldelijk een punt van dat als eigenschap A en B beide fitness verhogend zijn, en dus op selectie reageren, hoe je dan kunt weten of er op A of B geselecteerd wordt? Je kunt nooit zeker weten of er niet gelijktijdig ook op andere kenmerken (free-riders) geselecteerd wordt? (De Darwinvinken zijn mijn voorbeeld. Fodor bespreekt zelfs dit overbekend voorbeeld niet en in feite geen concreet zinnig biologisch voorbeeld). Mogelijkerwijze wordt er tegelijk met de snavelvorm ook op de grootte van de poten of de lengte van de staartveren geselecteerd. Maar poten of staartveren worden niet gebruikt om zaden te kraken. Dat kun je waarnemen. Bovendien kun je nagaan of en hoe snavelvorm en pootlengte genetisch gekoppeld zijn. En of het variabel is. Dus biologen kunnen wel degelijk onderscheid maken tussen kenmerken waarop geselecteerd wordt (snavels) en free-riders (poten?).

Holisme

Fodor heeft gelijk dat een organisme géén losse verzamelingen eigenschappen is, maar een geïntegreerd geheel. Ok. Maar, zoals het voorbeeld van de Darwinvinken laat zien, een eigenschap zoals de snavelvorm kan wel degelijk door natuurlijke selectie veranderd worden. Een organisme is niet zó onwrikbaar geintegreerd dat geen enkele losse eigenschap kan veranderen. Vele mutaties doen precies dat: denk aan oogkleur en alle monogenetische ziektes. Mendel zou zijn Mendelwetten niet ontdekt kunnen hebben als de bloemkleur niet apart zou kunnen veranderen los van de rest van de plant. Fodor overdrijft en laat biologische kennis buiten beschouwing.

Van concept naar werkelijkheid

Uit zijn Boston Review (5,6) verhaal blijkt dat Fodor echt denkt dat “natural selection can’t do any of these things’ en ‘if either of the confounded traits is correlated with fitness, so too is the other” (bold van mij). Ja, inderdaad als twee eigenschappen noodzakelijk gecorreleerd optreden, dan kan natuurlijke selectie geen onderscheid maken. Als! Dat is een logische noodzakelijkeid! Maar Fodor ‘vergeet’ de empirische vraag te stellen: hoe vaak gebeurt dit in de natuur? Wat mij zou overtuigen is een overstelpende hoeveelheid voorbeelden in de natuur waar kenmerk A altijd gekoppeld is aan kenmerk B en waardoor natuurlijke selectie tot stilstand komt. Dit zou er nl op neerkomen dat soorten gewoon niet kunnen veranderen. De fout van Fodor is dat hij uit de theoretische mogelijkheid dat A en B gekoppeld zijn concludeert dat dit  in de natuur altijd zo is en dat daarom natuurlijke selectie zowel als verklaring én als mechanisme in de natuur niet werken kan. Dus Fodor maakt de illegale stap van conceptuele analyse naar emprische werkelijkheid. Je kunt natuurlijk nooit iets over de werkelijkheid afleiden uit een conceptuele analyse.

Een tweede fout is dat de koppeling van A en B een kwestie van alles of niets is. De koppeling kan in werkelijkheid een variabele sterkte hebben.

Mijn oplossing

Mijn oplossing voor Fodor’s probleem is nagaan in welke context fenotypische kenmerken functioneren. Bijvoorbeeld: de pompwerking van het hart functioneert in de context van zuurstof en energie. De snavelvorm van vogels functioneert in de context van het bemachtigen van een geschikte vorm van voedsel. De overkoepelende context is overleven.

Nut

Wat is het nut van Fodor’s boek? Je bent nu extra gespitst op gecorreleerde eigenschappen en met die blik lees je de bestaande literatuur nét iets anders en kijk je nét iets anders naar de mogelijkheden en beperkingen van natuurlijke selectie in de natuur. Fodor zelf heeft -op zijn zachtst gezegd- bijzonder weinig waardering voor wat biologen presteren: geen universele wetten zoals in de natuurkunde. Hij lijkt ook niet echt geinteresseerd te zijn in het verschil tussen natuurkunde en biologie. Ook lijkt hij biologie geen interessante wetenschap te vinden en niets van biologen geleerd te hebben. So it be. Heeft Fodor universele wetten gevonden in de cognitiewetenschap? Kritiek op Evolutionaire Psychologie wordt eigenlijk niet gegeven: in de Appendix treffen we een verzameling citaten aan. That’s it.

Noten

  1. Het voorbeeld is afkomstig van de wetenschapsfilosoof C. G. Hempel (1965) en begint bij Fodor op pagina 100.
  2. In het zojuist verschenen evolutie handboek ‘Prehistoric Life‘ van Bruce Lieberman, Roger Kaesler (2010) staat een aardig hoofdstuk over Growth and Form waarin ‘Galileo’s Principle’  wordt uitgelegd. Dat zijn de mathematisch-fysische principes waarop anatomie en fysiologie gebasserd zijn.
  3. Voor wie zou dat geluid bedoelt zijn? Het kloppend hart is niet eens voor het organisme zelf te horen, laat staan voor een soortgenoot. Het geluid wordt wel t.b.v. diagnose gebruikt door cardiologen, maar als er een te hard geluid geconstateerd wordt, is de oplossing niet geluiddempers aanbrengen, maar het herstellen van de pompwerking van het hart. Als het geluid te zwak is wordt er geen ‘hartgeluid-producerend-apparaatje’ ingebouwd. Kunstharten moeten de pompwerking van het hart vervangen, niet het geluid! Anders sterft de patiënt.
  4. Peter & Rosemary Grant (2008) ‘How and Why Speces Multiply. The radiation of Darwin’s Finches‘.
  5. Misunderstanding Darwin, Boston review, is kritiek van Ned Block and Philip Kitcher (22 feb 2010).
  6. Misunderstanding Darwin”: An Exchange. Boston Review, is antwoord van Fodor & PP.(17 maart 2010)
  7. Een hart dat een hoorbaar geluid maakt functioneert slecht
    (wrijving, turbulentie), is minder efficient, het kost extra energie (geluid maken kost energie). Dat is een fitness nadeel ten opzichte van relatief geluidloze harten. Daarom kan natuurlijke selectie het onderscheid maken. (maandag 22 maart toegevoegd).

Postscripts:
- zaterdag: kopje ‘Van concept naar werkelijkheid’ en 1 zin toegevoegd.
- zondag: toegevoegd dat deze blogpost alleen over hoofdstuk 6 en 7 gaat. Hoofdstuk 8 over de ‘ecologische niche’  heb ik buiten beschouwing gelaten.
- maandag: een video discussie tussen de heren Jerry Fodor en Elliott Sober van 57 minuten.

tags: boeken, filosofie

Posted by Gert in 11:59:01 | Permalink | Comments (68)

Monday, March 15, 2010

Darwin heeft de evolutietheorie van Wallace gestolen

Alfred Russell WallaceVolgens BBC documentairemaker en auteur van The Darwin Conspiracy, Roy Davies, heeft Darwin de evolutietheorie van Wallace gestolen. Roy Davies was te zien in de 24e uitzending het vpro Beagle programma. De diefstal werd uiteraard tegengesproken door historicus John van Wyhe (van de website darwin online) die eveneens aan boord was. Die twee hebben een verhitte discussie gehad tot diep in de nacht. Het is duidelijk dat Roy Davies een beetje te veel fantasie heeft, in een nachtmerrie leeft en in een wereldwijde samenzweringstheorie gelooft. Maar de vpro heeft ze ook niet allemaal helder op een rijtje:

“Redmond zoekt in Indonesië verder naar de geest van deze Britse natuuronderzoeker en avonturier, zonder wie Darwin nooit The Origin of Species gepubliceerd had.”

Dat laatste is onzin. Het enige wat klopt is dat Darwin haast maakte met de publicatie van de Origin toen hij de brief van Wallace in 1858 ontving met de samenvatting van zijn evolutietheorie. Dus: het moment van publicatie, maar niet de inhoud van de publicatie. Hetzelfde werd ook al gesuggereerd in de vorige uitzending: de commentaarstem (voice-over heet dat in vaktermen) suggereerde dat Wallace eerder zou zijn geweest met natuurlijke selectie dan Darwin. Dat je als omroep controversiële figuren zoals Roy Davies aan het woord laat heeft natuurlijke hoge amusementswaarde, maar de vpro moet zich zelf wel aan de feiten houden. Gelukkig is Tjitske Mussche genuanceerder op haar blog.

Voor de duidelijkheid:

  1. De evolutietheorie bestaat niet alleen uit Natuurlijke Selectie, maar heeft als tweede hoofdbestanddeel gemeenschappelijke afstamming van al het leven (Common Descent in vaktaal). Heeft Wallace daar over geschreven?
  2. Darwin’s The Origin of Species bestaat uit plm 400 pagina’s. Knap dat je dat kunt overschrijven uit een brief van krap 10 kantjes!
  3. The Origin of Species bevat niet alleen een theorie, maar een zeer uitgebreide en gedetaileerde verzameling bewijsmateriaal en een gedetailleerde behandeling van de problemen van de theorie. Dat heeft Wallace niet gedaan.
  4. Volgens Roy Davies verdient Charles Darwin niet de titel ‘bedenker van de evolutietheorie’. Dit is correct als je met evolutietheorie bedoelt het algemene idee dat het leven op aarde zich gedurende zeer lange tijd ontwikkeld heeft van eenvoudig naar complex zonder hulp van een bovennatuurlijk wezen. In deze vorm heeft Lamarck ook al een evolutietheorie naar voren gebracht. Maar Darwin was de eerste die een gedetailleerde, systematische, coherente theorie naar voren heeft gebracht.
  5. Wallace was niet de enige die de theorie van natuurlijke selectie  gepubliceerd had (in de brief aan Darwin), maar anderen waren eerder, zoals de boomkweker Patrick Matthew (zie mijn review).
  6. Wat mij betreft had de evolutietheorie als de Darwin-Wallace evolutietheorie de geschiedenis in mogen gaan, of nog eerlijker de Darwin-Wallace-Matthew evolutietheorie, of nog eerlijker …, etc. Het probleem is dat Wallace de evolutietheorie later in zijn leven herroepen heeft wat betreft de toepassing op de mens. Darwin heeft echter het grootste deel van zijn leven besteed aan het uitwerken van de theorie tot een theorie die serieus genomen werd door de wetenschappelijke wereld. Daarom mag zijn naam gerust verbonden worden aan de evolutietheorie.
  7. Wat prioriteiten betreft: Wallace’s brief is samen met een samenvatting van Darwin’s theorie in 1858 voorgelezen voor een vergadering van de Linnean Society. Iedere wetenschapper in die tijd wist dat. Wallace werd dus niet genegeerd of onder het vloerkleed geveegd.

Op de website van het vpro programma staat een goed verhaal van de journaliste Tjitske Mussche, dat genuanceerder is dan het tv programma. Leuke uitspraak van de schrijver Redmond O’Hanlon: Wallace heeft ook veel aan Darwin te danken, omdat Darwin de evolutietheorie respectabel maakte en Wallace daarvan profiteerde. Overigens blijkt O’Hanlon een zegen te zijn voor het programma vanwege zijn enorme belezenheid. Ook op de Beagle website een informatief interview (Noorderlicht radio) met Chris Smeenk over Wallace. Daarin verteld Smeenk o.a. dat in één opzicht Wallace eerder was dan Darwin, nl Wallace had al in 1855 een publicatie ‘”On the Law Which has Regulated the Introduction of Species”, maar dit bevatte nog niet de theorie van natuurlijke selectie.

Informatie:

tags: tv, geschiedenis, boeken

Posted by Gert in 09:49:39 | Permalink | Comments (5)

Wednesday, March 10, 2010

Filosoof Jerry Fodor leest biologen de les (3)

What Darwin Got WrongEen tot vervelens toe terugkerend thema bij Fodor en PP is dat evolutiebiologen heel lang natuurlijke selectie als het belangrijkste proces hebben voorgesteld, en bovendien dat natuurlijke selectie een externe factor is (het milieu selecteert welke organismes overleven) waardoor interne factoren (embryologie) geheel genegeerd worden. Ja, dat is waar, dat klopt, en daar heeft Fodor gelijk in. Maar, dit heeft hij niet zelf uitgevonden! Dit thema komt al jaren in de evolutie literatuur voor. Als je de literatuur van de laatste 10-15 jaar hebt bijgehouden, moet je daar vele malen tegen aan gelopen zijn.


Dit plaatje is afkomstig van Wallace Arthur (2004) ‘Biased embryos and Evolution‘ en geeft zijn visie op de huidige stand van zaken in de evolutietheorie weer: grote aandacht voor de externe invloeden (E) en weinig voor interne invloeden (I). Een evenwichtige evolutietheorie kan alleen tot stand komen als beide pilaren E en I voltooid zijn. Er moet dus nog hard gewerkt worden aan de interne factoren in de evolutie. Arthur had het onderscheid extern en intern ook al in een eerder boek (1997, 2000) gemaakt (zie mijn review). Dat interne factoren werden verwaarloosd, is overigens geen wonder. De kennis van ontwikkelingsgenetica is pas de laatste 10 jaar tot bloei gekomen (‘evo-devo’).

In het Darwinjaar 2009 verscheen het boek ‘Quirks of human anatomy‘ waarin de auteur Lewis Held met een prachtige, verhelderende illustratie aangeeft dat het organisme niet in alle richtingen even makkelijk verandert.
Quirks p.8Organismen zijn géén biljartballen die even makkelijk in alle mogelijke richtingen evolueren wanneer natuurlijke selectie in een bepaalde richting duwt. Dit idee werd al door Francis Galton (1822-1911) gepubliceerd om te illustreren hoe de ontwikkeling van het embryo zijn evolutionaire mogelijkheden inperkt. Het plaatje daaronder illustreert dat op nog een andere manier. Het embryo wordt weergegeven in een berglandschap met mogelijke paden waarlangs de ontwikkeling van een organisme kan veranderen en evolueren. Dat zijn de interne embryologische en genetische factoren. Het landschap van ontwikkelingsmogelijkheden wordt door een netwerk van genen bepaald. Treedt er ergens in het genen netwerk een mutatie op, dan kan er een nieuw pad ontstaan, waardoor het balletje (organisme) naar een andere richting rolt.

In feite is het idee dat variaties de richting van evolutie wel eens zouden kunnen beperken en sturen, al aanwezig bij de geneticus William Bateson (1861 – 1926). Er is dus niets nieuws onder de zon (1). Fodor & PP moeten zich niet zo aanstellen. In het Nederlands noemt men dit ook wel eens: het intrappen van een open deur. Bovendien lijkt het erop dat ze interne factoren niet als natuurlijke selectie opvatten. Natuurlijk zijn interne factoren ook een vorm van natuurlijke selectie: natuurlijke selectie van het interne milieu van een cel, een orgaan, een organisme. Het lichaam is ook een milieu (omgeving, environment). Waarom doen F & PP dit allemaal? Ze ondermijnen natuurlijke selectie niet, want interne factoren zijn ook een vorm van natuurlijke selectie!

Verder kritiseren F & PP random variaties. Maar de evolutietheorie bedoelt met random ‘niet gericht op de behoeften van het organisme’. Iedere mutatie is blind ten opzichte van de behoeftes van het organisme. Dat mutaties gefilterd worden in de embryonale fase van een organisme  is dus helemaal niet in strijd met de claim dat de oorsprong van alle mutaties random is in de zin van blind.

Wilt U iets leren over dit onderwerp van een echte (evo-devo) bioloog, dan kan ik U het boekje Biased embryos van harte aanbevelen. Ik ben nog niet klaar met Fodor & PP, maar dit moest ik in ieder geval alvast even kwijt.

Noten
1) Stephen Jay Gould (2002) gaf ruime aandacht aan internal constraints in Chapter 10 en 11 van zijn The Structure of Evolutionary Theory.

tags: boeken, filosofie

Posted by Gert in 13:02:11 | Permalink | Comments (4)

Tuesday, February 16, 2010

Filosoof Jerry Fodor leest biologen de les (2)

What Darwin Got WrongHet boek What Darwin Got Wrong bestaat uit twee delen: kritiek op de dominante rol van natuurlijke selectie in de evolutietheorie (Part One, hoofdzakelijk door Piattelli-Palmarini geschreven denk ik), en in Part Two bespreekt Jerry Fodor de filosofische, conceptuele aspecten van natuurlijke selectie. Ik beperk me hier tot het biologische argument.

Biologen hebben misschien in het verleden, expliciet of impliciet, teveel creatief vermogen aan natuurlijke selectie toegekend. Volgens de definitie kan natuurlijke selectie ‘alleen maar’ varianten in frequentie doen toenemen of afnemen (1). That’s all. De werkelijke creatieve processen die een organisme vorm geven zijn de embryologische processen. Op hun beurt worden die weer aangestuurd op moleculair niveau door mutatie’s in het DNA. De evolutietheorie (neo-Darwinisme) had die embryologische processen verondersteld als noodzakelijke voorwaarde en verder genegeerd, omdat er niet veel van bekend was en er dus niet veel over te zeggen viel. Bovendien zagen evolutiebiologen het niet als relevant. Men kon ze negeren zonder direct vast te lopen. Dit is vergelijkbaar met Mendel die de wetten van overerving (de wetten van Mendel) perfect kon vaststellen zonder ook maar iets te weten van DNA. Met de opkomst van de ontwikkelingsgenetica zijn de creatieve ontwikkelingsprocessen meer in het middelpunt van de evolutietheorie komen te staan (evo-devo). Eén ding blijft echter overeind: een nieuwe variant zal snel verdwijnen als natuurlijke selectie er niet voor zorgt dat die variant in frequentie toeneemt en uiteindelijk een soortkenmerk vormt. Daarom is het ook misplaatst om natuurlijke selectie aan te vallen en door allerlei andere processen te vervangen. Je hebt beide nodig. Nieuwe vormen moeten gegenereerd worden en daarna getest op levensvatbaarheid in de dagelijkse praktijk. Het is appels met peren vergelijken, of claimen dat de oppervlakte van een rechthoek meer door de lengte dan door de breeedte bepaald wordt. Toch lijkt het dat Jerry Fodor en Piattelli-Palmarini  natuurlijke selectie willen vervangen door een breed scala aan processen (2). Ze vinden dat evolutiebiologen veel te veel waarde aan natuurlijke selectie hebben gehecht en dat dit nu maar eens rechtgezet moet worden. Inderdaad, ze lezen biologen de les!

Fibonacci. Fodor

Als voorbeeld geef ik de Fibonacci spiraal dat voor komt in het hoofdstuk ‘The return of the laws of form’ (3). Het is een bekend voorbeeld. Zonnebloemen vormen spiralen (zie foto). Deze spiralen kunnen wiskundig beschreven worden als een Fibonacci reeks (zie figuur onder foto). De auteurs claimen dat natuurlijke selectie niet verantwoordelijk kan zijn voor de Fibonacci spiraal (p.74). Het is extreem onwaarschijnlijk, zeggen ze, dat die spiraalvorm door een blind proces van trial and error gevonden zou zijn en vervolgens geselecteerd. Fysische wetten en zelf-organisatie moeten die spiralen gevormd hebben, aldus de auteurs. Het lijkt mij plausibel dat de spiralen ontstaan door enkele simpele ‘regels’ van celdeling en celgroei en dat niet ieder korreltje in de spiraal gecodeerd wordt door aparte genen. Wat gecodeerd is in het DNA zijn de ‘lokale regels’: hoe een cel reageert op zijn buurman. De uiteindelijke vorm krijg je gratis:  ‘order for free’ (Stuart Kauffman). Anders gezegd: de uiteindelijke vorm wordt indirect geprogrammeerd in het DNA, gegeven allerlei randvoorwaarden. Fysische en geometrische effecten hoef je niet in DNA vast te leggen, want die bestaan gewoon.

Dat is inderdaad een belangrijk inzicht. Maar dat geldt voor alle embryologische processen, omdat het voor de hele genetica geldt. Je erft geen rood haar of blauwe ogen, maar de genen die enzymen aanmaken, die op hun beurt kleurstoffen aanmaken. Je erft het recept, niet het eindproduct. Enzymen werken volgens biochemische wetten en die zijn ook niet in het DNA geprogrammeerd. Die krijg je ook gratis. Order for free.

Maar vervolgens overdrijven de auteurs door te claimen dat dit een serieuze bedreiging vormt voor geleidelijke Darwinistische evolutie (p.78) (4). De auteurs verzuimen precies aan te geven waarom natuurlijke selectie niet verantwoordelijk kan zijn voor de spiraalvorm. Bedoelen ze dat het een kwestie is van alles of niets: óf een Fibonacci spiraal óf helemaal geen spiraal? Maar, ze hebben alléén gelijk als er geen varianten bestaan. Want als er geen varianten bestaan, kan natuurlijke selectie niets selecteren. Maar het is bekend dat niet alle plantesoorten Fibonacci spiralen vormen in hun bloemen (5). De auteurs verzuimen dat te vermelden. Spiralen kunnen in theorie verschillende krommingen hebben tot het uiterste van rechte lijnen vanuit het middelpunt (de straal van de cirkel). Ze zullen dus met veldonderzoek moeten aantonen dat alleen de ideale Fibonacci spiralen bestaan en geen varianten. En er zijn twee tegen elkaar in draaiende spiralen (met de klok mee en tegen de klok in). Is dat nu essentieel voor hun argument of niet? Daar zeggen ze niets over. Slordig en een beetje oppervlakkig.

Of is de Fibonacci spiraal té ingewikkeld om door blinde natuurlijke zoekprocessen gevonden te worden? Maar, als er relatief simpele processen ten grondslag liggen aan de spiraal, dan is het juist niet moeilijk om gevonden te worden door blinde zoekprocessen! Stel dat de Fibonacci spiraal automatisch volgt uit natuurkundige principes, (en dat er dus geen varianten kunnen bestaan), dan zou natuurlijke selectie weinig of niets hoeven doen. Daardoor zou ook de search space (6) voor natuurlijke selectie een stuk kleiner worden. Het zou natuurlijke selectie alleen maar helpen. Het eindresultaat zou sneller bereikt worden. Het betekent dat sommige vormen veel in de natuur voorkomen omdat ze ‘gratis’  gevormd worden. Daar is niets mis mee. Die vormen hoeven ook niet eens aanpassingen te zijn. Ze kunnen neutraal zijn.

Zelfs als de Fibonacci spiraal ‘gratis’ is, dan is natuurlijke selectie nog steeds niet overbodig. Er blijven nog genoeg zaken over die niet door fysische-geometrische wetten bepaald worden: het absoluut aantal elementen en de absolute grootte van de zonnebloem (de Fibonacci spiraal is oneindig omdat de Fibonacci reeks oneindig is); het aantal spiralen in de zonnebloem (in de figuur is er maar 1 getekend, hoeveel passen er in een zonnebloem?); of de spiraal in een plat vlak ligt (2-dimensionaal) of een 3-dimonesionale vormt heeft (hol- of bolvormig); de groeisnelheid, de biochemische samenstelling van het zaad, de energievoorziening, etc. Allemaal zaken die de auteurs laten liggen.

Mijn conclusie: Fodor en Piattelli-Palmarini stellen ten onrechte natuurlijke selectie en creatieve ontwikkelingsprocessen als elkaar uitsluitende mechanismen tegenover. Ze zijn verschillend, maar het is niet óf-óf. Beide processen verklaren het uiteindelijke organisme. Mechanische wetmatigheden, plus natuurlijke selectie, plus historische en taxonimische constraints verklaren vormen in de natuur. Het zal van geval tot geval bekeken moeten worden hoe groot de rol van ‘gratis’ zelf-organisatie is in de vorm van organismen. Je mag in ieder geval nooit generaliseren vanuit enkele gevallen.

Noten

  1. Daarom hebben critici, van creationisten, ID-ers tot wetenschappers altijd kritiek gehad op het creatief vermogen van natuurlijke selectie. Hoe kan een proces dat alleen maar varianten in frequentie laat toenemen creatief zijn? Hoe kan zo’n proces complexe structuren en organismen creëren?
  2. Hoewel ze in het begin van het hoofdstuk heel bescheiden claimen dat fysisch-chemische wetten een rol spelen in evolutie, maar niet het enige zijn. (p.72)
  3. Dit hoofdstuk zal door Piattelli-Palmarini geschreven zijn omdat hij in 2006 een voordracht hield met dezelfde titel (home site). Fibonacci in de biologie is beschreven door Brian Goodwin. In het boek van F&PP wordt niet eens een poging gedaan om de spiralen te projecteren op de zonnebloem, zodat de figuur niet echt behulpzaam is: het middelpunt ligt eccentrisch, terwijl de zonnebloem een cirkel is; is uitsluitend rechtsdraaiend, terwijl in de zonnebloem L- en R- draaiende spiralen zijn te ontwaren. Zijn die twee tegen elkaar in draaiende spiralen nu essentieel en noodzakelijk? Ook wordt vergeten dat een spiraal een 2-dimensionale constructie is op basis van de 1-dimensionale getallen reeks van Fibonacci. Het is dus een toepassing. Ook wordt de definitie van de Fiboancci reeks fout gegeven (de eerste 2 getallen kunnen natuurlijk niet uit de twee voorafgaande berekend worden, vergelijk definitie in wiki). Ook wordt vergeten dat er andere waarden voor de eerste twee elementen in de reeks mogelijk zijn, waardoor er een andere rij ontstaat! Het lijkt erop dat als je willekeurige getallen als eerste twee kiest, je iedere willekeurige rij en dus kromme kunt krijgen. De zogenaamde Fiboancci spiraal is dus maar één mogelijke figuur. Géén natuurwet!
  4. Strickberger´s Evolution. Fourth edition (2008) bespreekt Developmental Contraints, dus het onderwerp is bepaald niet afwezig in de handboeken.
  5. Brian Goodwin noemt dit in zijn How the leopard changed its Spots.
  6. William Dembski heeft zich hier erg druk over gemaakt.

tags: boeken, filosofie

Posted by Gert in 09:11:17 | Permalink | Comments (49)

Friday, February 12, 2010

Cognitiefilosoof Jerry Fodor leest biologen de les

What Darwin Got WrongWe kunnen de verjaardag van Darwin niet beter vieren dan met een stevige kritiek op het Darwinisme. De bekende filosoof en cognitiewetenschapper Jerry Fodor heeft een boek gepubliceerd What Darwin Got Wrong (1), waarin hij claimt dat de theorie van natuurlijke selectie fatale gebreken bevat. Nu ben ik uitgekeken op creationisme en Intelligent Design, maar een beroepsfilosoof die kritiek heeft en zijn boek begint met de openingszin “This is not a book about God; nor about intelligent design; nor about creationism“, maakt mij nieuwsgierig. Immers, ik ben zelf al 10 jaar bezig om de status van de evolutietheorie vast te stellen (met zeer veel omwegen en uitstapjes). Fodor is dus géén creationist, hij zoekt naar natuurlijke, mechanistische verklaringen. Hij sluit alle bovennatuurlijke verklaringen uit. Terecht schrijft hij dat zijn aanpak geheel in de geest van Darwin is.

Let op: Fodor verwerpt niet de gemeenschappelijke afstamming van al het leven (‘Common Descent’), niet het feit dat het leven zich gedurende een paar miljard jaar op aarde ontwikkeld heeft, ook niet of er voldoende bewijsmateriaal bestaat voor evolutie (‘evidence’), en zelfs niet het bestaan van selectie in de natuur (p.20). Waar hij zijn kritiek op richt is of het concept natuurlijke selectie (2) en de theorie waarbinnen het functioneert voldoet aan wetenschapsfilosofische eisen. Dat kun je verwachten van een filosoof. Die heeft verstand van de logische structuur van wetenschappelijke theoriëen. Maar hij gaat veel verder dan filosofische analyse. In hoofdstuk 2 over ‘internal constraints’ (de inperkingen die de embryologie oplegt aan de evolutie van de vorm van planten en dieren), bespreekt hij (bemoeit hij zich met) technische detailzaken als ‘slippage’, ‘minisatellites’, ‘tandem repeats’, ‘miRNA’, RNAi, ‘chaperones’, ‘alternative splicing’,  ‘molecular drive’, ‘biased gene conversion’, etc. Dat is zeer vreemd. Fodor is helemaal geen bioloog, en heeft zelf geen onderzoek gedaan op deze gebieden, maar hij leest wel biologen de les. Hij citeert critici en biologen die nieuwe wegen inslaan en nieuwe ontdekkingen gedaan hebben, en slaat daarmee het neo-Darwinisme en de rest van de biologen om de oren! Vooral bekritiseert hij oudere vormen van neo-Darwinisme aan de hand van de nieuwste ontwikkelingen. Dit geeft de lezer (de niet-bioloog) de indruk dat Fodor tamelijk geniaal moet zijn. Zijn bewoordingen en de toon geven de indruk dat hij als buitenstaander in staat is biologen op hun eigen vakgebied de les te lezen. Maar wat hij in feite doet is inzichten van bepaalde biologen gebruiken om andere biologen (waaronder reeds overleden biologen) om de oren te slaan. Nieuwe ontwikkelingen waar over nog helemaal geen consensus bestaat. Hij had dat hoofdstuk ook op een neutrale beschrijvende manier kunnen schrijven, maar het is volkomen misplaatst belerend. Waarom? Misschien beïnvloed door de medeauteur van het boek? (3). Maar de vraag blijft: waarom?  Bizar en hoogst irritant. Wanneer ik verder in het boek gevorderd ben en Fodor uit de doeken heeft gedaan wat er mis is met natuurlijke selectie, zal ik daar over bloggen.

Op de verjaardag van Charles Darwin kan ik positief eindigen. Kennelijk is de cognitie wetenschap niet meer interessant genoeg (zit het op een dood spoor?) en is Jerry Fodor overgestapt naar de evolutiebiologie. Terecht. Ik heb de evolutiebiologie altijd al het meest interessante vakgebied gevonden dat er bestaat.

Noten

  1. Jerry Fodor, Massimo Piattelli-Palmarini (2010) ‘What Darwin Got Wrong‘, Profile Books, hardback 262 pag (waarvan 100 blz Appendix, Notes, References, Index). Info uitgever.
  2. Hij gebruikt alternatieve formuleringen: ‘adaptionist theories of evolution’, ‘mechanisms of evolution’, ‘shaping phenotypes’ zonder te zeggen of ze identiek zijn met de eerste).
  3. Piattelli-Palmarini heeft zich vooral met taal bezig gehouden (zie hier), volgens boekflap is hij een biofysicus-moleculair bioloog die nu cognitiewetenschapper is. In ieder geval is hij geen evolutiebioloog. Ook vind ik geen aanwijzingen dat hij als moleculair bioloog werkzaam is geweest. Op zijn eigen vakgebied taal en cognitie lijkt hij een autoriteit te zijn; heeft in Nature gepubliceerd en heeft een boek op zijn naam staan (‘Inevitable Illusions: How Mistakes of Reason Rule Our Minds‘, vertaald: ‘Onvermijdelijke illusies‘).

Postscript zondag 14 Feb:

De bekende filosoof Michael Ruse bespreekt het boek in de Boston Globe vandaag. Zijn oordeel over het boek: “an intensely irritating book”. Precies wat ik ook schreef! Lees het zelf.

tags: boeken, filosofie

Posted by Gert in 09:36:56 | Permalink | Comments (4)