Sunday, December 21, 2008

De opkomst en ondergang van het atheisme volgens theoloog Alister McGrath (2)


Het is aardig om te zien dat McGrath een positieve rol ziet weggelegd voor het atheisme” schreef ik in mijn vorige blog over McGrath.
Het idee dat religie atheisten nodig heeft lijkt op het eerste gezicht een sympathiek idee. Zeker omdat het afkomstig is van een theoloog. Maar als je nadenkt over de implicaties van het idee, lijkt het helemaal niet zo’n onschuldige gedachte. Het meest verontrustende idee dat bij mij naar boven komt na het lezen van The Twilight of Atheism is het feit dat religie de kritiek van atheisten überhaupt nodig heeft. Religie heeft kennelijk geen zelfcorrigerend vermogen. Ze heeft buitenstaanders nodig om op haar fouten gewezen te worden. Het is nog erger: hun God waarschuwde niet dat ze op het verkeerde spoor zaten. Hun direct contact met de Schepper van het universum en de Bron van de Moraal hielp niet. Zij die het privilege hadden in direct contact te staan met hun Schepper, kregen géén boodschap door. Uitgerekend godloze atheisten moesten gelovigen erop wijzen dat ze ontspoorden. Dat lijkt mij een verontrustende gedachte voor religieuzen. Hebben atheisten een bron van inzicht die religieuzen, kerkgangers, priesters, pauzen en dominee’s niet hebben? Mensen die in God geloven hebben toch een superieure kennis en moraal? (1). Hoe kunnen ze dan de corruptie in hun kerk over het hoofd zien? (Ik ga hierbij uit van McGrath’s eigen idee over het falen van de kerk).  McGrath komt helemaal niet toe aan dit soort vragen, omdat hij de implicatie’s van zijn eigen idee over het nut van de atheistische kritiek op de kerken niet ziet. Daardoor komt hij tot een veel te positieve opvatting over religie.

Hoofdstuk 5 gaat over ‘The Victorian Crisis of Faith’. Ik kan het iedereen sterk aanbevelen. Interessant is de observatie van McGrath dat de eersten in het Victoriaanse Engeland die openlijk aan God twijfelden dichters en romanschrijvers waren. Dat waren de eerste atheisten. Als je er een jaartal aan vast moet knopen zou dit 1782 zijn volgens McGrath. Zonder veel omhaal geeft McGrath zijn diagnose van de geloofscrisis: (1) de dalende intellectuele geloofwaardigheid van het Christendom; (2) de groeiende bijbelkritiek; (3) de incompetentie van de kerkleiders om adequaat te reageren op alle problemen (2); en (4) de opkomst van het Darwinisme waren de belangrijkste oorzaken (p.113). Belangrijk vind ik dat de eerste drie factoren al aanwezig waren vóór Darwin in 1859 zijn Origin of Species publiceerde. Creationisten willen nog wel eens gemakshalve Darwin de schuld geven van de ondermijning van het geloof en de bijbel. Maar historisch gezien was godsdienstkritiek al aanwezig vóór Darwin. Dat vind ik één van de waardevolle historische inzichten in het boek van McGrath.

“the existence of God cannot be proved and is ultimately a matter of faith” (p.122)

Dit vind ik nogal een schokkende vaststelling van McGrath. Hij beschuldigt de dichter Shelley ervan dat hij met zijn essay ‘The necessity of Atheism’ (1811) een open deur intrapt! Dat God niet bewezen of weerlegd kan worden dat wisten generatie’s theologen al zegt McGrath! MCGrath doet er nogal laconiek over, maar ondertussen werd Shelley wel van het Oxford University College afgetrapt vanwege dat essay! Shelley beweerde alleen maar dat God niet bewezen kan worden op grond van waarneming en verstand zegt McGrath (3). Wat blijft er dan nog over van de intellectuele basis van geloof? vraag ik me af. Dat haalt toch het fundament onder godsdienst vandaan? Dan kun je wel hoog opgeven over megakerken, maar wat stelt dat intellectueel dan nog voor?

Er is nog veel meer interessants te melden over het boek, maar voor vandaag laat ik het erbij. Het is alweer lang genoeg. Voor de kortste dag van het jaar.

Noten

  1. Dat werpt toch een negatief licht op al die verhalen dat er geen moraliteit bestaat buiten God of religie! (C.S. Lewis, Cees Dekker, Francis Collins, etc, etc)
  2. Het lijkt wel of de kerk niets heeft geleerd van hun fouten. Ik lees in het Volkskrant magazine van 13 dec (Margreet Vermeuilen, ‘Oorlog op het altaar’, p.18-22) dat de nieuwe generatie katholieke geestelijken de orders uit Rome belangrijker vindt dan de vrijwilligers die hun kerk draaiende houden en hen zodoende de kerk uitjagen. Dom en tragisch. Orders zijn orders. Dit soort dingen staat niet in het boek van McGrath.
  3. Filosofen als de Lachende Theoloog hebben nog steeds belangstelling voor Godsbewijzen! Zou DLT niet weten dat God niet te bewijzen is? Hele volkstammen creationisten en IDers weten het ook niet.

tags: religie,atheisme,boeken

Posted by Gert Korthof in 15:45:15 | Permalink | Comments (21)

Monday, December 15, 2008

De opkomst en ondergang van het atheisme volgens theoloog Alister McGrath


Alister McGrath (2004) ‘The Twilight of Atheism: The Rise and Fall of Disbelief in the Modern World’. (paperback 2005).
Ik kocht dit boek voor 11 euri op het congres van afgelopen woensdag (zie vorig blog). Naar aanleiding van een vraag of ik al aan het boek was begonnen (antwoord: ja), en of het het geld waard is (antwoord: ja), geef ik hier een korte impressie van het boek.

Alister McGrath is een theoloog die naar eigen zeggen in zijn jeugd enthousiast atheist was en als eerste studie scheikunde had. Hij heeft een indrukwekkende hoeveelheid boeken geschreven.

De centrale gedachte van McGrath is dat atheisme bestaat dankzij de misstanden in de kerk. Wanneer in de geschiedenis van het Westen de kerk zich misdroeg, en corruptie op grote schaal manifesteerde, had het atheisme een nuttige functie in het kritiseren van die misstanden. Dat waren hoogtijdagen voor het atheisme (the rise of disbelief). Maar de kerk heeft daar van geleerd, en daarom is het atheisme overbodig geworden (the fall of disbelief). Wanneer de kerk weer ontspoort zal atheisme weer een nuttige functie kunnen vervullen.

Het is aardig om te zien dat McGrath een positieve rol ziet weggelegd voor het atheisme. Het is minder aardig en maar vooral minder correct dat hij denkt dat er tegenwoordig geen taak meer is voor het atheisme. Hoe toont hij dat laatste aan? Om aan te tonen dat de American Atheists niets meer voorstellen citeert hij een cynisch, zogenaamd grappig verslag van iemand anders -dus tweedehands- die een vergadering van de AA bezocht (p.254). En dit contrasteert hij met Amerikaanse megakerken (megachurches). Dus kwantitatief stellen atheistische organisatie’s niets voor. Zijn benadering is dan ook vooral sociologisch. Het gaat goed met religie omdat miljoenen mensen zich aangetrokken voelen door het geloof (2). Het gaat slecht met het atheisme omdat er maar een handjevol atheisten zijn, die bovendien de nieuwe vormen van geloof niet kunnen bijbenen en verouderde vormen van religie blijven kritiseren.

De fout van Alister McGrath is dat hij atheisme blijft zien als iets dat de kerk in het verleden kritiseert en aangezien de kerk de fouten van het verleden heeft gecorrigeerd, atheisme irrelevant is geworden. Hij ‘vergeet’ dat atheisme ook een positieve levenswijze kan zijn, die los staat van kritiek op religie. Er bestaat een positieve levensbeschouwing zonder God, religie of kerk. Deze ’stroming’  is beter te omschrijven als ‘humanisme’  dan als ‘atheisme’ . De grote tekortkoming van Alister McGrath is dat hij helemaal geen weet heeft van humanisme. Het woord humanisme komt zelfs niet eens voor in de index! Een paar keer komt het woord humanisme voor in zijn boek. Het lijkt wel per ongeluk. Het is niet tot hem doorgedrongen dat humanisme wat anders is dan atheisme. Het is zelfs de vraag of je humanisme wel een stroming binnen het atheisme kunt noemen. Waarom? Omdat het humanisme ‘een wereldbeschouwing is die de menselijke waardigheid, de vrijheid en waarde van de persoonlijkheid  als hoogste goed wil cultiveren, dit alles zonder het afhankelijk te stellen van een geloof in een god of een hoogste schepper’. Binnen het humanisme vind je aan de ene kant van het spectrum een atheistisch humanisme (vrijdenkers, verlichtingshumanisten) en aan de andere kant religieus humanisme, met daartussen een grote middenmoot van gematigde humanisten. In Nederland wordt het humanisme vertegenwoordigd door het Humanistisch Verbond met bekende namen als Joep Dohmen (Over levenskunst, 2005) en Harry Kunneman (Voorbij het dikke-ik. Bouwstenen voor een kritisch humanisme, 2005). Internationaal zijn er bijvoorbeeld: British Humanist Association, en de American Humanist Association (2). De grootste blunder van Alister McGrath is dat hij het humanisme buiten beschouwing laat in een boek over de geschiedenis van het atheisme. Ook Cees Dekker kent maar twee wereldbeelden: het Theistische en het Atheistische wereldbeeld. Het humanisme kent hij niet zoals ik hier al schreef in mijn boekbespreking van En God beschikte een worm. Omdat het humanisme niet afhankelijk is van godsdienstkritiek, is die vorm van ‘atheisme’ (als je het zo mag noemen) niet onderhevig aan de rise and fall die McGrath aan het atheisme toedicht. Het humanisme is springlevend.

Ik zeg niet dat het boek van McGrath slecht is. Het is alleen erg eenzijdig pro-religie. Degenen die een geschiedenis van het ‘atheisme’ willen die niet door een theoloog (!) is geschreven, maar door humanisten, kunnen bijvoorbeeld Geschiedenis van het humanisme. Hoofdfiguren uit de humanistische traditie onder redactie van Paul Cliteur en Wim van Dooren (1991) raadplegen (zie hier). Het bevat ook een hoofdstuk over humanisme in Amerika en Engeland. Nuttig voor iedereen en McGrath.

Kijk op wiki voor meer info over de Twilight of McGrath.

Noten

  1. Van 1970 - 2008 zijn er in Nederland 927 kerken gesloten omdat de onderhoudskosten niet meer op te brengen zijn.
  2. Het tijdschrift The Humanist heeft een themanummer over de betekenis van Darwin voor het humanisme.

tags: boeken,religie,humanisme,atheisme

Posted by Gert Korthof in 12:17:44 | Permalink | Comments (26)