Donderdag, Juni 26, 2008

Dit lag bij de post vanochtend

Charly, deze brief lag vanochtend bij de post, ik wilde je niet storen, je was zo geconcentreerd aan het schrijven. Het is een brief van Alfred Russel Wallace.

Dit tafereeltje speelde zich 150 jaar geleden af bij Charles Darwin thuis. De inhoud van die brief werd op 1 juli 1858 voorgelezen op een speciaal voor de gelegenheid bijeen geroepen vergadering van de Linnean Society. In de brief zat een manuscript getiteld "On the tendency of species to form varieties; and on the perpetuation of varieties and species by natural means of selection".
In diezelfde vergadering werd een inderhaast geschreven samenvatting voorgelezen van Darwin's eigen theorie. Zowel Darwin als Wallace konden niet aanwezig zijn. Hoewel de inhoud van de voordrachten revolutionair genoemd mag worden, waren de aanwezigen niet echt enthousiast. Misschien was het anders geweest als ze allebei aanwezig geweest waren voor het beantwoorden van vragen. Dan had het misschien tot het publiek doorgedrongen dat het om een revolutionaire theorie ging.

Tot zover is dat allemaal redelijk goed bekend en beschreven in diverse boeken over de geschiedenis van het Darwinisme. Wat ik niet wist was dat Wallace 3 jaar eerder, in 1855, al een artikel had gepubliceerd genaamd "On the law which has regulated the introduction of new species" in Annals and Magazine of Natural History. Het aardige daarvan is dat het niet een complete evolutietheorie is, maar een aanzet. Dat was de waarneming dat nauw verwante soorten altijd samen worden gevonden in tijd en plaats. Dus in hetzelfde geografische gebied en dezelfde tijd. Dit is een intrigerende observatie. Het suggereert dat nauw verwante soorten op de één of andere manier uit elkaar ontstaan zijn. Of uit een gemeenschappelijke soort. Hoe is niet duidelijk. Of er ook tegenvoorbeelden zijn is niet duidelijk. Het is bij lange na geen complete theorie over het ontstaan van soorten. Maar de suggestie is er.

Dit vind ik een prachtig voorbeeld hoe een nieuwe theorie ontstaat. Stapje voor stapje. Als een stukje van een legpuzzel. Drie jaar later voegde Wallace daar zijn theorie van de natuurlijke selectie aan toe. Enzovoort. Na de dood van Darwin en Wallace werden er steeds meer stukjes van de legpuzzel aan toegevoegd. En dat blijft maar doorgaan. Is de evolutietheorie nu eindelijk af? Wie denkt dat de evolutietheorie af is of binnen enkele decennia af is, heeft niets van de geschiedenis geleerd. Ik betwijfel of de evolutietheorie ooit af komt.

Andrew Berry & Janet Browne (2008) 'The other beetle-hunter', Nature, 26 Jun 2008. Essay.
Posted by Gert Korthof at 13:55:48 | Permanent Link | Comments (4) |

Maandag, April 14, 2008

Levensbeschouwing en data scheiden (2)

Iedere munt heeft twee kanten. In mijn vorige blog betoogde ik dat een wetenschappelijke theorie levensbeschouwelijk neutraal moet zijn. Dat is gezien vanuit de kant van de wetenschap. Maar gezien vanuit de kant van levensbeschouwing en religie kun je de eis stellen dat die zelf 'feitelijke neutraal' moeten zijn. Om conflicten te vermijden, moet religie géén feitelijke uitspraken doen, géén uitspraken over de meetbare werkelijkheid. Want dàt is het terrein van de wetenschap. Ook hier vind ik weer belangrijke aanwijzingen in het boek van Floris Cohen De herschepping van de wereld (1):
In elke beschaving met een Heilig Boek zouden ze op vergelijkbare tegenstand zijn gestuit. Alleen kende de Islam niet de wegen tot niet-letterlijke lezing ervan die Augustinus bij alle voorbehoud wel degelijk had geopend. (p.188)
Waarom heeft er in de Islambeschaving geen Wetenschappelijke Revolutie plaatsgevonden?
De Islambeschaving beschikte niet over de geschikte [theologische] hulpbronnen om de fatale wereldbeschouwelijke gevolgen [van de Wetenschappelijke Revolutie] kon helpen opvangen. (p.188).
Een tweede inzicht dat we van de geschiedenis van de wetenschap kunnen leren is:
de religieuze sanctionering van puur-wereldlijke kennis, dat nooit eerder was vertoond. Met name was niets dergelijks vertoond in de Islambeschaving. (p.186)
Iedere geloofsopvatting die heilige boeken letterlijk leest komt in conflict. Zie: Young Earth Creationisme! Zie: EO! Het tragische is dat deze mensen niets geleerd lijken te hebben van de geschiedenis en van geloofsopvattingen die een figuurlijke lezing van heilige boeken mogelijk maken.

Ten tweede zou de EO en dergelijke niet zo eigenwijs moeten zijn het beter te weten dan wetenschappers die zich met puur-wereldlijke kennis bezighouden. Schoenmaker houd je bij je leest. EO wilt U knippen? Knip in de bijbel, niet in de wetenschap (2).

In een seculiere (3) samenleving moeten christenen zich niet alleen aan de seculiere wetgeving houden, maar ook aan de seculiere wetten van de wetenschap. Ik weet het, het zijn geen gemakkelijke tijden...

Noten:
(1) De website van Floris Cohen: http://www.hfcohen.com/
(2) de fout van de EO was dat ze evolutie uit de BBC documentaires van David Attenborough knipten, omdat evolutie voor hen levensbeschouwelijke consequenties had. Dat evolutie dié consequenties heeft ligt niet zo zeer aan de evolutietheorie zelf, maar grotendeels aan de letterlijke bijbel opvatting van de EO zelf.
(3) seculier: overtuiging dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij. Scheiding kerk en Staat.

Posted by Gert Korthof at 12:00:55 | Permanent Link | Comments (59) |

Woensdag, April 09, 2008

Levensbeschouwing en data scheiden

Het ontstaan van een wereldbeschouwelijk-neutrale wetenschap

De herschepping van de wereld. Floris CohenEr was een tijd dat godsdienst en natuurkennis sterk met elkaar verweven waren. Niets was wereldbeschouwelijk neutraal, de godsdienst was dat uiteraard niet, maar de natuurkennis ook niet. Na de Westfaalse Vrede in 1648 werd dat anders. De lucht klaarde op. Er ontstond een atmosfeer van verzoening in Europa. Rond 1660 kwam men op het geniale idee om de wereldbeschouwelijke aspecten van de nieuwe wetenschap te isoleren van de aspecten die in dat opzicht neutraal waren. Daardoor zou het aanstootgevend karakter van de nieuwe natuurkennis verdwijnen. Dat was de redding van de nieuwe wetenschap volgens Floris Cohen. De Jezuïeten deden het zo: zij elimineerden eerst alle aanstootgevende onderdelen uit het werk van de wetenschappelijke pioniers en voegden vervolgens wat overbleef samen met van wat nog van Aristoteles was overgebleven en tenslotte voegden ze daar de resultaten van experimenten aan toe. "De Jezuïeten waren niet de enigen die scherp zagen dat het experiment naar zijn aard wereldbeschouwelijk neutraal is." (pag 179). Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat naar analogie met 'moreel esperanto', de experimentele wetenschap 'wetenschappelijk esperanto' spreekt. En aangezien experimenten over de werkelijkheid gaan, is dit de taal bij uitstek om over de werkelijkheid te spreken. De stichtingsdocumenten van de wetenschappelijke genootschappen in Parijs en London eisten dat men zich verre diende te houden van politiek en filosofie en zich uitsluitend te concentreren op natuuronderzoek (p.180). Dit was de geboorte van natuuronderzoek als zelfstandige autonome activiteit, dw.z. losgekoppeld van wereldbeschouwelijke kwesties. Volgens Floris Cohen mogen we de redding van de nieuwe natuurkennis toeschrijven aan de neutralisatie van wereldbeschouwelijke gevaren en aan hun verhoopte materiële nut.

Wat ik op dit moment als de belangrijkste les zie in het boek De herschepping van de wereld (3) van Floris Cohen is de toepassing van bovenstaande op de evolutietheorie. We moeten er naar streven de evolutietheorie net zo wereldbeschouwelijk neutraal te maken (als ze dat nog niet is) als men in de 17e eeuw deed met de opkomende natuurkennis. Wetenschappers als Richard Dawkins, die juist een sterke link leggen tussen atheïsme en evolutietheorie, vergroten onnodig de weerstand tegen de evolutietheorie in conservatieve kringen. Die wetenschappers maken fouten die men 300 jaar geleden al had opgelost! Behalve atheisten, maken ook conservatieve christenen, in Nederland de EO (1), dezelfde fout. Zij zijn niet in staat in te zien dat experimentele gegevens wereldbeschouwelijk neutraal zijn. Zij lopen dus 300 jaar achter! Net als Richard Dawkins!

Ik kijk nu met nieuwe ogen naar de evolutietheorie. Het is belangrijk data te scheiden van (levensbeschouwelijke) interpretaties. Wat zijn de onbetwistbare feiten? Het lijkt mij dat DNA gegevens het meest in aanmerking komen. DNA liegt niet. DNA wordt in de forensische wetenschap gebruikt om de moordenaar vast te pinnen. DNA wordt gebruikt om vaderschap vast te stellen. DNA is neutraal. Andere data zijn de ouderdom van de aarde en fossielen (2), de chronologische volgorde van verschijnen van levensvormen in de geologische aardlagen, anatomie, biochemie. Maar dit alles is een project op zich. Het zou al een enorm winstpunt zijn data en theorie te scheiden. Desnoods tot het belachelijke toe. Ik moet evolutiehandboeken opnieuw bekijken met deze gedachte in mijn achterhoofd. De scheiding van data en levensbeschouwing, van evolutie en atheisme, zou wel eens onze enige hoop zijn dat creationisten tenminste de data die ten grondslag liggen aan de evolutietheorie zullen accepteren. En dat zou al een enorm winstpunt zijn.

De filosofiedocent Jan Riemersma schreef (9 feb 2008) op het blog van Taede Smedes:
"ze hebben een geloof te verdedigen. En een geloof is heel erg veel waard. (P.Thagard schreef een interessant opstel waarin hij duidelijk uitlegt wat er voor de gelovige allemaal op het spel staat: een leven na de dood bijvoorbeeld. ... Wat is dat beetje wetenschappelijke waarheid van de evolutietheorie nu waard in vergelijking met de eeuwigheid en de ultieme waarheid?". (4)
De oplossing is natuurlijk dezelfde als die men in 1660 al bedacht had: data en theorie (levensbeschouwing) scheiden. Niet dat dat in alle opzichten makkelijk is. Als je alleen al kijkt naar de verleiding om bijvoorbeeld het recht van de sterkste af te leiden uit het bestaan van natuurlijke selectie (de 'Weikart discussie'), dan hebben we nog een lange weg te gaan.

Noten
  1. Zie de gastbijdrage van Gerdien de Jong 27 juli 2007 op dit blog over de EO. De EO ging zelfs zover dat ze ouderdomsbepalingen (miljoenen jaren) domweg uit BBC documentaires knipte.
  2. De Turkse fundamentalist die verantwoordelijk is voor de Atlas of Creation (zie: mijn blog op 22 Jan 2007) is in ieder geval in staat om de ouderdom van de aarde en fossielen te accepteren zoals ze zijn!
  3. Floris Cohen was te gast in het boekenprogramma van Wim Brandts op 23 december 2007 (zie mijn blog).
  4. Een soortgelijke opmerking: "You are asking me to give up my religion, which involves my spouse, my children, my extended family, friends, coworkers, bowling league teammates and so forth, for this Darwin guy's theory? Forget it, it's not worth it." hier. [12 apr 2008]
Postscript 13 april: degenen die geinteresseerd zijn in het boek van Floris Cohen en met name waarom de wetenschappelijke revolutie in het christelijke Europa plaatsvond en niet in moslimlanden, kan ik dit interview met Taner Edis aanraden: 'The religious state of Islamic science'.


tags: geschiedenis,boeken
Posted by Gert Korthof at 13:01:05 | Permanent Link | Comments (37) |

Dinsdag, Maart 25, 2008

Een aanbeveling met stevige kritiek. Philipse over Weikart (2)

Mijn vraag na het college van Philipse (11 maart), mijn vorige blogpost en een uitgebreide email-uitwisseling hebben ertoe geleid dat Philipse na zijn college (18 maart) nog enige woorden heeft gewijd aan het boek van Richard Weikart. Daar ben ik Prof. Philipse zeer dankbaar voor. Aangezien de opvattingen van Darwin en Darwinisten over Evolutie en Ethiek een steeds terugkerend thema zijn in de discussie tussen theisten en atheisten, evolutionisten en anti-evolutionisten, geef ik hier een korte samenvatting van het standpunt van Prof. Philipse. Ik baseer mij hier hoofdzakelijke op een email uitwisseling met Philipse. De samenvatting heeft zijn instemming.

Er moeten drie issues onderscheiden worden:

1. de persoon Weikart en zijn boek: wat is de waarde van het boek gezien zijn link met Discovery Institute?
2. de historische vraag: wat is de link (als die er al is) tussen Darwin en Hitler?
3. de politieke vraag: is het boek onderdeel van christelijk-politieke propaganda?

Philipse's standpunt over Weikart:
  1. Weikart mag dan wel verbonden zijn aan het christelijke Discovery Institute, hij is ook gewoon hoogleraar in de geschiedenis aan de California State University, die met artikelen prijzen van uitstekende tijdschriften heeft gewonnen. In zijn boek presenteert hij ook een uitstekend historisch overzicht.
  2. Weikart heeft een christo-fiele overall agenda in het boek. De overall suggestie van het boek is dat terwijl christendom het leven respecteert, Darwinisme de waarde van het leven heeft verminderd. Deze boodschap is zeer welkom voor de christelijke lezer. Als goed historicus had Weikart dit soort sweeping generalisatie's natuurlijk achterwege moeten laten.
  3. Weikart is selectief bij het citeren van auteurs. Weikart bespreekt niet hun hele oeuvre, maar citeert wat in zijn thema past. Dit kan de positie van de auteurs soms iets vertekenen en dat is de reden dat Philipse in zijn college Haeckel eerst in zijn geheel behandelde.
  4. Weikart brengt in elk geval niet expliciet de evolutiebiologie in discrediet. Hoogstens door een zeer geraffineerde "guilt by association" strategie. Maar zonder het boek zelf te lezen kun je je er geen goed oordeel over vormen.
  5. Weikart noemt niet de christelijke oorsprong van vele elementen van het nazisme, zoals b.v. antisemitisme. Maar Weikart benadrukt wel dat antisemitisme niets met Darwinisme te maken heeft.
Over de zogenaamde link tussen Darwin en Hitler zegt Philipse:
  1. Hitler gebruikte Darwinistische ideeën ter rechtvaardiging van zijn politiek. Maar het probleem is dat je Darwin voor zeer uiteenlopende politieke en morele standpunten kunt gebruiken.
  2. Sociaal-politieke oorzaken van de holocaust wegen veel zwaarder dan intellectuele oorzaken waartoe Weikart zich beperkt.
  3. dat Darwinistisch-ethische ideeën een noodzakelijke voorwaarde voor de holocaust waren, zoals Weikart beweerd, is moeilijk aan te tonen. Philipse citeert Weikart:
    "It would be foolish to blame Darwinism for the Holocaust, as though Darwinism leads logically to the Holocaust. No, Darwinism by itself did not produce Hitler's worldview, and many Darwinsits drew quite different conclusions from Darwinism for ethics and social thought than did Hitler".
  4. Mensen zoals Haeckel meenden oprecht, en soms met goede redenen, dat nieuwe natuurwetenschappelijke inzichten ons moeten brengen tot verandering van normen (voorbeelden gegeven tijdens college). Ook Darwin zelf laat zich in Descent over morele kwesties uit, en niet alleen "zuiver verklarend". Het zijn interessanterwijze niet de moraalfilosofen maar vaak biologen, medici, psychiaters, enz., die, zich beroepend op hun wetenschappelijke status, pleiten voor een huns inziens "superieure" Darwinistische ethiek.
  5. De "noodzakelijke voorwaarde" these is overigens nog om een andere reden problematisch. Wie zegt dat Hitler zijn antisemitische racisme niet Christelijk, en zijn militarisme niet met een beroep op de geschiedenis had kunnen rechtvaardigen?
Philipse's standpunt over de politieke vraag:
  1. Dat zo'n boek wordt ingezet (en wellicht door de auteur met een bijbedoeling geschreven is) in het anti-evolutie debat in de USA, verbaast mij niet zeer.
  2. Rawls 'A Theory of Justice', is ooit door de VVD aanbevolen. Maakt die aanbeveling het boek per definitie suspect?
  3. Mogelijk gebruikt Weikart een zeer geraffineerde "guilt by association" strategie.
Het is nuttig te zien dat Philipse een stevige nuancering aangebracht heeft in zijn aanbeveling van het boek van Weikart (zie blog 17 maart). Stevige en vergaande kritiek mag je wel zeggen. Vooral omdat Philipse de hoofdthese van het boek, nl de "noodzakelijke voorwaarde" these, in feite verwerpt. Inderdaad, als Darwinisme niet een noodzakelijke voorwaarde is voor Hitler's dodelijke oorlog, dan blijft er niet veel meer over van Weikart's hoofdstelling.

PS: de samenvattingen van de lezingen van Herman Philipse staan op de site van Studium Generale (die voor vanavond staat er ook al!).

Posted by Gert Korthof at 08:17:46 | Permanent Link | Comments (94) |

Maandag, Maart 17, 2008

Herman Philipse over Richard Weikart

Op dinsdag 11 maart 2008 gaf Prof. Herman Philipse een college over 'Evolutionaire Ethiek van Haeckel tot Hitler' in het kader van de Studium Generale serie Ethiek en Evolutie. Hoewel de colleges 's avonds worden gegeven, en er dus een groot risico op in slaap vallen bestaat, was dit bepaald geen slaapverwekkend college. Ik geef hier enige kritische kanttekeningen, zoals het hoort op een blog. Voor deze blogpost beperk ik mij tot zijn aanbeveling om het boek van Richard Weikart (2004) From Darwin to Hitler te gaan lezen. Dit levert al meer dan voldoende stof op voor een blog post.

Als reden voor de aanbeveling gaf hij dat het een goed historisch overzicht was van eugenetisch denken in Duitsland. En het publiek zelf zijn oordeel moest vormen op basis van het boek. Die aanbeveling zonder voorbehoud vond ik nogal verbazingwekkend, omdat Weikart CSC Fellow van het Discovery Institute is. Het DI is de thuisbasis voor Intelligent Design (met o.a. William Dembski en Michael Behe). Dit is dus geen normaal onderzoeksinstituut, maar een club mensen met een missie: het Darwinisme bestrijden en dit door een theistische (christelijke) visie op de mens vervangen. Philipse had dit niet opgemerkt omdat Weikart er gewoon geen melding van maakt. Maar het DI des te meer. Weikart heeft niet alleen een aparte pagina bij de website van het DI, maar het DI heeft ook de domeinnaam http://www.darwintohitler.com aangemaakt om het boek nog eens extra onder de aandacht te brengen. Dat het DI enthousiast is over het Weikart's boek blijkt zonneklaar:
"New book by Discovery Institute Fellow shows influence of Darwinian principles on Hitler's Nazi regime"
"Discovery Institute is pleased to announce the publication of the provocative intellectual history, "From Darwin to Hitler, Evolutionary Ethics, Eugenics and Racism in Germany" (Palgrave MacMillan), by Richard Weikart." (http://www.darwintohitler.com/)
Dat het DI financieel bijdraagt blijkt volgens mij uit de volgende aanbieding:
"From Darwin to Hitler" is regularly priced $59.95, but if you order through Discovery Institute before September 1, 2004 the price is just $34.95 plus shipping and handling."
Die korting hoeft niet meer want het boek is nu voor $27 bij Amazon te koop. Ten overvloede blijkt de christelijke positie van Weikart uit de tijdschriften waarin hij publiceert: Christianity Today en Origins & Design. Als U een search doet op 'Weikart' op de site 'Christianity Today' krijgt U een groot aantal treffers, waaronder een enthousiaste review door een theoloog. Teveel om op te noemen.

integriteit
Weikart is een historicus en heeft er voor gekozen om zijn banden met het DI niet openbaar te maken. Is dit in het belang van zijn wetenschappelijke integriteit? Een integer wetenschapper zou potentiele belangenverstrengeling openbaar moeten maken om de schijn van partijdigheid tegen te gaan.

titel
Een korte opmerking over de titel van het boek. Is de titel slechts een toevallige vondst van de uitgever om kopers te trekken? En is die buiten Weikart om op het laatste moment aan het boek gegeven? Hoe zou je Darwin beter in diskrediet kunnen brengen dan een rechtstreeks verband tussen Darwin en Hitler te leggen? Hitler staat symbool voor het kwaad. Door de handig gekozen titel van het boek associeer je Darwin met het grootste kwaad dat de mensheid ooit is overkomen. Zo'n suggestieve titel alléén al is goud waard in de strijd tegen evolutie, atheisme en immoraliteit en goed voor de verkoopcijfers. De demagogische kracht van de titel is niet te missen. Ook al komen de Darwin en Hitler zelf niet uitgebreid in het boek aan bod, het verband is gelegd. Het grote publiek ziet de titel, slechts enkelen zullen het boek gedetailleerd bestuderen, maar wat bij velen zal blijven hangen is die associatie van Darwin met Hitler.

kritische recensies
Omdat Herman Philipse de aanbeveling van het boek zonder enig voorbehoud gaf, geef ik hier, ter aanvulling en correctie, een korte samenvatting van enige kritische recensies van het boek (met dank aan Gerdien de Jong) en geef een korte conclusie.

Volgens Paul Lawrence Farber (1) is het centrale argument van Weikart dat Darwinisme het menselijk leven gedevalueerd heeft en de excessen van het nazi regime mogelijk gemaakt heeft. Maar aangezien de excessen alleen in Duitsland hebben plaatsgevonden en Darwinisme ook in VS, Engeland, Rusland en Skandinavië gangbaar was, blijft de vraag waarom de excessen alleen in Duitsland voorkwamen. Weikart laat buiten beschouwing dat het Duitse radicalisme veel sterker was dan elders. Eveneens negeert Weikart dat economische, sociale en politieke conflicen een veel grotere rol spelen dan intellectuele factoren. Ook is in de geschiedenis gebleken dat religie geen garantie biedt tegen het doden van mensen. Het review is bijzonder negatief over Weikart's boek.

Nils Roll-Hansen (2) karakteriseert het centrale thema van Weikart's boek als het grote conflict tussen de traditionele Christelijke ethiek en de niet-christelijke ethiek, waarbij er geen twijfel over bestaat aan welke kant Weikart staat: Weikart is zeer kritisch over het effect van Darwinisme op de moraal. De kracht van het boek ligt in de beschrijving van het debat van de late 19e - begin 20e eeuw in Duitsland over de ethische, sociale en politieke implicaties van het Darwinisme. Weikart toont aan dat Darwinisme ter rechtvaardiging van zowel kaptialisme als socialisme gebruikt werd. Weikart organiseert zijn hoofdstukken thematisch, niet historisch: De ontwikkeling van nieuwe grondslagen van de ethiek, Het devalueren van het menselijk leven, Het elimineren van 'inferieuren'. Het hoofdargument van Weikart (het pad van Darwin naar Hitler) overtuigt niet omdat Weikart politieke, sociale en economische factoren buiten beschouwing laat. Weikart is kritsch ten aanzien van Darwins theorie van evolutie en natuurlijke selectie, maar zwijgt over welke theorie hij daarvoor in de plaats wil zien en welke als basis van menselijk voortplantingsethiek zou kunnen dienen.

Andrew Zimmerman (3) vat Weikart aldus samen: 'Darwiniaanse ethiek' was een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde voor de nazi ideologie. Hij stelt vast dat Weikart's definitie van Darwinism onzuiver is: alles wat slecht en verkeerd is valt er onder, goede dingen (goed in Weikart's ogen) vallen automatisch niet onder het Darwinisme. De Duitse antropologen bijvoorbeeld, die tegen Darwinisme waren, maar wel racistisch waren, worden toch tot Darwinisten gerekend! Door Weikart's ideologische banden met het Christendom wordt zijn geschiedschrijving door diezelfde ideologie gekleurd.

Ann Taylor Allen (4) beschrijft Weikart's centrale idee als: de christelijke ethiek van het recht op het leven was de overheersende ethiek van de Westerse beschaving totdat het Darwinisme kwam met een ethiek waarin het welzijn van individuen ondergeschikt werd gemaakt aan het belang van de soort. Volgens Weikart is Darwinisme de oorzaak van racism, maar volgens Allen was het grote probleem in nazi-Duitsland het antisemitisme en dat kan op geen enkele manier aan Darwinisme worden toegeschreven. Weikart vergeet te melden dat antisemietisme christelijke wortels heeft. Concluderend: Weikart brengt alles wat slecht is onder bij Darwinisme en alles wat mooi en goed bij de christelijke beschaving.

Junker en Hossfeld (5) geven een diepgaande analyse van de Duitstalige literatuur van Duitse Darwinisten en concluderen dat de Duitse Darwinisten in de decennia 1930 en 1940 eugenetische ideeën verkondigden, d.w.z. het verbeteren van de genenpool (vaak in een medische context), maar dat ze niet allemaal de racistische interpretatie hadden ontwikkeld. Er is een groot verschil tussen het verdedigen van eugenetica in een medische context die zich met erfelijke ziektes bezig houdt en het rasverbetering gebaseerd op de superioriteit van één ras. In het standaardwerk Heberer (1943) Evolution der Organismen komen geen nationaal-socialistische ideeën voor. Conclusie: "One result of our analysis is that the widespread impression of a special relationship between scientific Darwinism and national socialist ideology is not warranted by the historical facts".

Mijn conclusie
Mijn conclusie: volgens Weikart was de 'Darwiniaanse ethiek' een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde voor de nazi ideologie. De noodzakelijkheid van Darwin/Darwinisme is echter een lege, betekenisloze bewering. Wat cruciaal is, is niet het Darwinism zelf, maar de vele fatale omvormingen die het ondergaan heeft. Een theorie die de natuur beschrijft (Darwinisme) werd omgevormd tot een mensonvriendelijke moraal, en die weer werd omgevormd tot een dodelijk politiek systeem, dat zich keert tegen één bepaalde bevolkingsgroep. Dit alles heeft niets meer met de oorspronkelijke wetenschappelijke theorie te maken heeft. Er zitten teveel niet-noodzakelijke stappen tussen begin en eind om zinvol te kunnen zeggen dat Darwinisme 'noodzakelijk' is.
Om een vergelijking te geven: je zou de techniek van het smelten en bewerken van metalen een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde voor de productie van wapens en oorlogvoering kunnen noemen. Zou daarmee de technologie van metaalbewerking in diskrediet gebracht zijn? En om bij de biologie te blijven: William Paley was een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde voor de evolutietheorie van Darwin, omdat The Origin of Species een reactie was op Natural Theology. Of nog algemener: het Christendom is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor het atheisme. Zonder theisme zou er geen atheisme zijn.
De titel van het boek (From Darwin to Hitler) is een demagogische spelletje met woorden. En het is niet het laatste boek met die woorden in de titel (6). Maar ook het het boek zelf is verre van een neutraal historisch werk dat buiten de traditie van ideologische strijd zou staan. Zoveel mag nu wel duidelijke zijn. Weikart heeft in zijn boek niets anders gedaan dan zijn voorkeur voor Christelijke ethiek en zijn verwerping van zgn Darwinistische ethiek uit te spreken door middel van historisch onderzoek dat zijn hoofdthese helemaal niet ondersteunt.


Geraadpleegde Literatuur (met dank aan Gerdien de Jong):
  1. Paul Lawrence Farber: Journal of the History of Biology (2005) 38:390-391 Springer 2005
  2. Nils Roll-Hansen, ISIS,96 : 4 (2005) 669-671
  3. Andrew Zimmerman: American Historical Review APRIL 2005
  4. Ann Taylor Allen: The Journal of Modern History. Volume 78, Issue 1, Page 255-257, Mar 2006
  5. Thomas Junker, Uwe Hoßfeld: The Architects of the Evolutionary Synthesis in National Socialist Germany: Science and Politics, Biology and Philosophy 17: 223–249, 2002. (Dit artikel is verschenen voor Weikart's boek, dus ze hebben Weikart niet kunnen kritiseren!)
  6. Volgend jaar verschijnt: Andre Pichot and David Fernbach: The Pure Society: From Darwin to Hitler (Hardcover - Jan 30, 2009).


PS (18 maart):
de handout van het college op 11 maart moet verschijnen op studium generale, maar staat er nog niet.
Zie ook mijn blog van 20 feb over het college 2 van Ethiek en evolutie van Philipse.

PS (20 maart):
in een blog op 20 dec 2006 Het demoniseren van Darwin berichtte ik al over de banden van Weikart met het DI.

PS (23 maart):
zie ook mijn blog Dinsdag had ik een interessant gesprek met Cees Dekker waarin ik tot mijn ontsteltenis hoorde dat het een historisch feit was dat er een link was tussen Darwin en Hitler uit de mond van Cees Dekker (zijn geloof is daar op gebaseerd!).

PS (24 maart):
zie de aanbevelingen van het Weikart-boek op de site van Discovery Institute en met name van Philip Johnson!!!

PS (25 maart): de laatste paragraaf van Killing Them Kindly van Richard Weikart maakt duidelijk dat Weikart's boek een onderdeel is van een ambitieus programma dat als doel heeft de Amerikaanse maatschappij (weer) te baseren op de traditionele christelijke waarden en normen. Maar het gaat nog verder: Weikart wil zelfs het traditioneel christelijk lichaam-ziel dualisme in ere herstellen! Dus: wereldbeeld + ethiek. Dit is sinds de oprichting van het Discovery Institute hun doelstelling. Voor een documentatie van hoe het DI die doestellingen in de praktijk brengt zie: Creationism's Trojan Horse. The Wedge of Intelligent Design van Barabara Forrest en Paul Gross.
Zie ook het Weikart artikel Does Darwinism Devalue Human Life? Daaruit blijkt zonneklaar dat Weikart van meet af aan geinteresseerd was in de vraag: Does Darwinism undermine the Judeo-Christian understanding of the sanctity of human life? [met dank aan Martin voor het artikel van Weikart]
Posted by Gert Korthof at 13:13:21 | Permanent Link | Comments (30) |

Zaterdag, Maart 01, 2008

Darwin fanclub contra Wallace fanclub

Het is nog niet eens 2009 en het regent nu al klachten dat Wallace wordt vergeten in het Darwinjaar 2009. Een ingezonden brief in Nature onder de kop "Celebrations for Darwin downplay Wallace role" beklaagt zich er over dat vergeten wordt dat het dit jaar 150 jaar geleden is dat het concept natuurlijke selectie gelijktijdig door Darwin en Wallace werd uitgevonden. Wallace schreef zijn theorie in een brief (1) aan Darwin toen Wallace met hoge koorts in Indonesië in bed lag. Extra zielig dus. Wallace Memorial fundWees gerust: alles is toendertijd goed afgehandeld. De brief van Wallace en een abstract van Darwin's manuscript werden voorgelezen op de vergadering van de 'Linnean Society of London' in 1858. Wat dat betreft viel Darwin niets te verwijten, en niemand. Wallace heeft tijdens zijn leven ook de nodige erkenning gekregen, dus ook dat is niet fout gegaan (2), (3).
Er is nu zelfs een echte Wallace fanclub: The Alfred Russel Wallace Memorial Fund. Voor de geinteresseerden: Wallace is later in zijn leven de spirituele en spiritistische kant uitgegaan. Je vindt op die website een lijst van maar liefst 16 Wallace biografieën, waardoor titels als 'The Forgotten Naturalist' toch iets paradoxaals krijgen. Het doet me denken aan de paradoxale uitspraak: er zijn 7.000 zeldzame erfelijke ziektes. Grappig detail: één van de Wallace biografieën is gepubliceerd door de Society for Promoting Christian Knowledge. Misschien kan wat meer aandacht voor Wallace geen kwaad in een tijd waarin evolutie automatisch met atheisme wordt geassocieerd. Wallace was van mening dat de menselijke moraliteit niet door natuurlijke selectie ontstaan kon zijn (4). Wallace had zelfs enige Intelligent Design trekjes. Een actueel thema en geheel in tegenstelling tot Darwin. De TARWMF site is leuk voor Darwinhaters. Bijvoorbeeld het artikel 'highlighting the current distorted darwinocentric view of the history of evolutionary biology'! Leuk nieuw woord voor Darwinhaters: Darwinocentrisch!

Noten
  1. Het was een brief van 8 pagina's. [3 mrt 08]
  2. Bovendien was Wallace tamelijk bescheiden over zijn ontdekking van natuurlijke selectie. Hij gaf in Amerika in 1886 lezingen onder de titel The Darwinian Theory en zijn verzameling opstellen over natuurlijke selectie uit 1889 gaf hij als titel 'Darwinism', in plaats van dat hij de theorie naar zichzelf noemde. Darwin zelf liet na om in zijn brieven aan Wallace te spreken over onze theorie! Daarom is het wel een beetje komisch dat het Wallace Memorial Fund klaagt over het feit dat Wallace overschaduwd wordt door Darwin! [3 mrt 08]
  3. Wallace heeft méér geschreven dan die ene brief van 8 pagina's. Toevallig kwam ik in het boek Evolving Brains (John Allman) pagina 103 tegen dat Wallace een evolutionaire verklaring van veroudering en dood had bedacht die nog steeds correct is. [4 mrt 08]
  4. Nog steeds een hot issue. Francis Collins heeft dezelfde opvatting als Wallace. [4 mrt 08]
Bronnen
George W. Beccaloni & Vincent S. Smith (2008) 'Celebrations for Darwin downplay Wallace's role', Nature 451, 1050 (28 February 2008).

Handboeken: In de twee recentste evolutiehandboeken (Barton et al en Freeman, Herron uit 2007) wordt Wallace kort genoemd. In Barton et al staat zelfs een portrait van Wallace. Het noemen van Wallace is ook bijna onvermijdelijk omdat de brief van Wallace aan Darwin de directe aanleiding voor Darwin was om The Origin te publiceren. In geen enkel evolutiehandboek ontbreekt Wallace. In Futuyma 1998, 2005 komt ook een portret voor. Toegegeven, je kunt blijven twisten over de hoeveelheid aandacht.

Posted by Gert Korthof at 10:50:25 | Permanent Link | Comments (7) |

Zondag, December 09, 2007

Waarom Rosalind Franklin de Nobelprijs niet kreeg


Waarom had Rosalind Franklin niet eerder dan
Watson en Crick
de structuur van DNA gevonden?
Dit is de belangrijkste vraag die mij blijft achtervolgen
na het zien van een boeiende aflevering Zomergasten.

Rosalind Franklin
Rosalind Franklin (1920-1958)

Voor mij is de ontdekking van de structuur van DNA net zo belangrijk als Darwin's ontdekking van evolutie door natuurlijke selectie. Het zijn samen de allergrootste ontdekkingen in de biologie van de afgelopen 150 jaar. Ik kan daar maar niet genoeg van krijgen. Het blijft mij fascineren. De aanleiding voor deze blog is de avondvullende Zomergasten uitzending van 12 augustus met onderzoeker Christine van Broeckhoven als gast van Joris Luyendijk. Zij koos een fragment uit de film 'Rosalind Franklin: DNA's dark lady'.

Brenda Maddox

Volgens Christine van Broeckhoven is Rosalind Franklin de 'vergeten onderzoekster die aan de basis ligt van de ontdekking van DNA'. Ze is 'uit de geschiedenis geschreven op een manier waarvan je je afvraagt: hoe is dat in hemelsnaam mogelijk!'. Van Broeckhoven baseert haar standpunt -zo lijkt het- geheel op de film 'Rosalind Franklin: DNA's dark lady' (2003), die op zijn beurt gebaseerd is op het boek van Brenda Maddox (2002) 'Rosalind Franklin. The Dark Lady of DNA'. Van Broeckhoven concludeert:
"Ik ontken niet dat Watson, Crick en Wilkins een belangrijke rol gespeeld hebben, en ik weet dat Franklin overleden was toen de Nobelprijs werd toegekend en dat overleden personen nooit een Nobelprijs krijgen, maar haar data waren cruciaal voor de bouw van het model van DNA. En dié erkenning heeft ze nooit gekregen. De volgorde van publicatie in Nature suggereert dat Franklin slechts het DNA-model van Watson en Crick bevestigde. Waarom was het zo moeilijk -zelfs jaren later- om haar bijdrage te erkennen? Ze was toch al dood. Het was juister dat ze die erkenning tijdens haar leven had gekregen."
Na bestudering van allerlei bronnen, moet ik zeggen dat ik het eens ben met de bewering dat Watson en Crick oneigenlijk gebruik hebben gemaakt van gegevens van Franklin. Dat wil zeggen zonder haar bijdrage te erkennen. En dat is kwalijk, onfatsoenlijk. Maar met twee dingen ben ik het niet eens. Ten eerste: Watson en Crick hebben de data niet gestolen. Dit baseer ik op de uitspraak: "First, she makes it clear that Gosling gave Wilkins image 51, and he in turn showed it to Watson and Crick. The image was not stolen, as has often been suggested." [1] Raymond Gosling was de assistent van Franklin.

Maar veel belangrijker is dat van Broeckhoven één belangrijke vraag vergeet te stellen: als Franklin alle relevante data in handen had, waarom heeft ze zèlf niet de DNA structuur gevonden en gepubliceerd voordat Watson en Crick het deden? Die vraag geeft veel meer inzicht in het ontdekkingsproces dan de vraag naar erkenning. De moleculair bioloog Aaron Klug zegt in de film dat belangrijke parameters van de helix af te lezen zijn uit de kristallografische foto 51 die Rosalind zelf geproduceerd had. Als dat zo is, dan zou Franklin zelf het model opgesteld kunnen hebben. Als ze zo geniaal was als haar biograven beweren, waarom deed ze dat niet? Zo weet Lynne Osman Elkin in een interview te vertellen dat Franklin eigenlijk alle relevante data had. Maar dat maakt het alleen nog maar raadselachtiger!

Een mogelijke factor was dat (volgens Maurice Wilkins) Franklin niet zeker was van een dubbele helix en zelfs langere tijd werkte aan een niet-helix vorm van DNA en een 3-voudige keten [2].
Een tweede factor was dat ze niet geinteresseerd leek in de resultaten van Erwin Chargaff (New York). Dat waren óók cruciale resultaten voor de bouw van het DNA model (G:C=1:1, A:T=1:1). Chargaff is trouwens ook één van de 'vergeten' namen. Watson en Crick gebruikten ook zijn data. Een derde factor was dat Franklin geen gemakkelijk persoon was om mee samen te werken, en dat werkte in haar nadeel. Zij wilde alleen werken, en alles op haar eigen manier. Dit in tegenstelling tot Watson en Crick die samen een sterk team vormden. Tenslotte was een belangrijke factor dat Franklin een andere stijl van werken had: ze wilde zekerheid en bewijs. Ze hield niet van speculeren. Watson en Crick waren avontuurlijke modellenbouwers die niet bang waren om fouten te maken. Hun eerste model dat ze aan Franklin lieten zien was fout. Dat versterkte Franklin's idee alleen maar dat je geen modellen moet bouwen voordat je alle data hebt.
Rosalind Franklin inspecteert het DNA model van Watson en Crick.

Het raadsel waarom Franklin niet als eerste de DNA structuur publiceerde wordt alleen maar groter als je haar gunstige werkomstandigheden kent. Ze kreeg van Rudolf Signer (óók een vergeten naam!) een hoge kwaliteit DNA-preparaat [3]; ze kreeg de beschikking over de modernste apparatuur; ze kon zelfstandig werken; ze had een assistent; ze kreeg later zelfs de beschikking over de DNA-modelbouwstenen van Watson en Crick nadat ze van hun baas moesten stoppen met modelbouwen! [4]. Ze deed er niets mee! Bewonderaars van haar maken het verhaal alleen maar raadselachtiger, door te beweren dat ze eigenlijk alles al wist. Maar ze vertrok vóórdat ze de structuur van DNA had opgehelderd, terwijl ze er zo dicht bij was. Waarom? Ze ging zich wijden aan onderzoek aan virussen [5]. Ook interessant, maar daaarvoor laat je de ontdekking van de eeuw toch niet aan je neus voorbij gaan? Zag ze het belang van de structuur van DNA voor de biologie niet in? Dat is moeilijk te vatten! Voor Watson en Crick was dat de grootste drijfveer. Zij zagen duidelijk dat de structuur van DNA het geheim van het leven bevatte. Kwam dat door de niet-biologische achtergrond van Franklin? Was ze te veel gericht op het perfectioneren van technieken? Bij haar afscheidscollege liet ze niet eens de beroemde foto 51 zien! [6]. Die cruciale foto had ze zeker negen maanden in de la liggen zonder er de juiste conclusies uit te trekken [7]. Crick schatte in dat ze nog drie maanden verwijderd was van de finish. Maar als je zó dicht bij de ontdekking van de eeuw bent, het geheim van het leven, dan ben je gek dat je vlak daarvoor stopt en wat anders gaat doen! Daarom klopt ook de kop 'Photo-finish' van het artikel in The New Yorker niet. Ze haalde de finish niet. Hét grote verschil tussen Watson-Crick en Franklin was hun onderzoeksstijl: het tweetal was theoretisch en modellenbouwers, ze deden niet eens experimenten, terwijl Franklin vooral experimenteel bezig was. Beide stijlen van aanpak zijn nodig. Idealiter werken ze samen.

Nog een laatste opmerking.
Van Broeckhoven verwijt Watson en Crick dat ze de bijdrage van Franklin niet erkend hebben, tijdens haar leven. Dat klopt waarschijnlijk niet helemaal. Franklin stierf in 1958, 5 jaar na de grote ontdekking, 4 jaar voor de uitreiking van de Nobelprijs. Maar in de epiloog van 'The Double Helix' (8) erkent James Watson de wetenschappelijke kwaliteiten, moed en integriteit van Franklin. Tevens schrijft hij dat hij en Crick na 1953 nog vriendschappelijke contact met Franklin hadden en dat ze hun vroegere ruzie hadden bijgelegd. Maar aan de andere kant is het tamelijk onthullend wat Sir Lawrence Bragg schreef in het voorwoord van 'The Double Helix': dat iedere betrokkene tevreden was omdat de Nobelprijs ook aan Wilkins was toegekend! (9). Hij was Franklin vergeten.


Noten
  1. Ram Seshadri, Current Science, Vol. 84, NO. 5, 10 March 2003. Book review of 'Rosalind Franklin: The Dark Lady of DNA'. Brenda Maddox. (pdf van het review).
  2. Maurice Wilkins (2003) "The Third Man of the Double Helix": "Rosalind Franklin even worked on a non-helical model for quite some time "
  3. "Rosalind got all the Signer DNA and the new X-ray cameras. Wilkins was left with the old equipment and an inferior sample of DNA. ... precious DNA sample that had originally been his".
  4. "the pair even sent their model-making jigs down to London, where they remained idle" (bron)
  5. She would leave off DNA research and apply her X-ray skills to the study of viruses.
  6. "Summarizing her work at King's, she neither referred to the wet form of DNA nor showed the splendid photographs she had taken of it. Instead, she concentrated on her supposed evidence that the dry form of the molecule was not helical." Zie ook: The Rosalind Franklin Papers voor een overzicht van haar werk.
  7. "Rosalind had already had the photograph for nine months without interpreting it correctly - whereas Watson saw its significance at a glance"(bron). Een goed verslag over de vraag of Franklin de DNA structuur had kunnen ontdekken (maar door vrouw geschreven) staat hier.
  8. James Watson 'The Double Helix. A personal account of the discovery of the structure of DNA '. De eerste druk verscheen in 1968. Vele herdrukken verschenen. Mijn Penguin uitgave is van 1982. Ik weet niet wanneer de Epiloog is toegevoegd. Ik ken me nog goed herinneren dat mijn biologieleraar op de HBS vertelde dat hij The Double Helix had gelezen en het enorm spannend had gevonden en het iedere belangstellende aanbeval ook te lezen.
  9. "It is a source of deep satisfaction to all intimately concerned that, in the award of the Nobelprize in 1962, due recognition was given to the long, patient investigation by Wilkins at King's College London as well as to the brilliant and rapid final solution by Crick and Watson at Cambridge" (p.10). Lawrence Bragg was de baas van Watson en Crick.
Posted by Gert Korthof at 14:15:16 | Permanent Link | Comments (15) |

Donderdag, December 06, 2007

De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (3)


Gastbijdrage Marinus de Baar

Wat het toeval betreft is er in het tweede deel van deze studie ook aandacht voor de argumenten die apologeten daartegen in stelling brachten: die worden geordend weergegeven en geanalyseerd. En er wordt uitgebreid ingegaan op de positie die Voltaire innam met betrekking tot orde, verandering en toeval omdat hij ten aanzien daarvan onmiskenbare opvattingen had en zijn invloed en uitstraling zo groot was. De centrale rol die het toeval in zijn Candide speelt wordt geanalyseerd en het wordt duidelijk gemaakt (wat in eerdere interpretaties ontbreekt) dat hij deze tekst niet alleen heeft geschreven om het ongerechtvaardigde optimisme van Leibniz e.a. belachelijk te maken, maar dat hij Candide tevens ingenieus heeft geconstrueerd (ontworpen) als een "anti-design design", d.w.z. als de ondermijning van de overtuiging dat alles wat gebeurt kan worden verklaard en dus een reden heeft. Daarom voert Voltaire een ingewikkeld spel op met het toeval: zijn hoofpersonen struikelen telkens over het toeval dat later merkwaardigerwijs toch kan worden verklaard, zodat het tegelijkertijd toeval en verklaarbaar is.

Ramon Lull's ladder of ascent and descent of the mind (1305)
The Great Chain of Being

Uit deze studie blijkt dat Order, Change and Chance in de visie op de natuur druk besproken thema's waren in de zeventiende en achttiende eeuw. Niets minder stond op het spel dan God, wereldbeschouwing en mens: de natuur toeschrijven aan het toeval kwam neer op het ontkennen van God; als alles toevallig zou zijn dan zou het moeilijk zijn om aan de werkelijkheid een zin te onderkennen; en zonder orde zou een menselijke samenleving die zichzelf als moreel definieerde niet kunnen bestaan, dacht men. Dat verklaart waarom zovelen deelnamen aan het debat hierover. Bekende denkers komen in deze studie naar voren, zoals Leibniz, Voltaire, Linnaeus, Buffon, Diderot, d'Holbach, Hume en Kant, maar ook onderzoekers en filosofen die slechts aan ingewijden bekend zijn (zoals Lessius of Reimarus) of zelfs dat niet (zoals de eerdergenoemde Le Guay de Prémontval).

De vraag waar het in deze studie in belangrijke mate (maar niet uitsluitend) om gaat, en die we hier gemakshalve maar even inkorten als "orde of toeval", is historisch maar tot op zekere hoogte ook nog steeds actueel gelet op alle discussie rondom "intelligent design". Bij de bespreking van de fysico-theologie in het eerste deel van deze studie, wordt uitvoerig duidelijk gemaakt dat Hume en Kant de toenmalige design-theorieën welgefundeerd hebben bijgezet op het kerkhof van overleden ideeën. Hun argumenten waren formeel (betrokken op de manier van redeneren) en betroffen het ongerechtvaardigd terugredeneren vanuit materiële vormen van orde naar een daarboven uitstijgende Oorzaak van een geheel andere, want transcendente, orde. Wat men zich bij het hedendaagse "intelligent design" inhoudelijk voorstelt kan variëren, maar enige transcendente invulling daarvan blijft vallen onder de beredeneerde blaam van Hume dat men zich dan laat dragen door "the wings of imagination", en onder het evenzeer gefundeerde verwijt van Kant dat dit een speculatieve gevolgtrekking en als bewijs "null und nichtig" is. Zoveel is echter wel duidelijk dat de stofwolken van het historisch debat waar deze studie in belangrijke mate over gaat, nog niet helemaal zijn opgetrokken. En of de natuur nu werkelijk orde of toeval is, is een oordeel dat in de Epiloog van deze studie beredeneerd wordt overgelaten aan de verbeelding van de lezer.

Dit is deel 3 van de Nederlandstalige samenvatting van het proefschrift Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 1 en 2 verschenen op 4 en 5 december.De illustratie is afkomstig uit Michael Ruse (2006) Darwinism and its Discontents.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.

Verder lezen.
Aangezien het proefschrift (nog) niet beschikbaar is in een handelseditie kan de geinteresseerde lezer alvast terecht bij een aantal boeken zoals het zeer goed ontvangen en leesbare historische overzicht van Peter Bowler Evolution. The History of an Idea (third edition) en de filosoof en evolutie-expert Michael Ruse (2003) Darwin and Design, met daarin het hoofdstuk met de voorzichzelf sprekende titel Two Thousand Years of Design (wat goed lijkt aan te sluiten bij het proefschrift) (GK)

tags: Intelligent Design,gastbijdrage,geschiedenis
Posted by Gert Korthof at 09:15:49 | Permanent Link | Comments (43) |

Woensdag, December 05, 2007

De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (2)

gastbijdrage Marinus de Baar

In het licht van bovenstaande is het moeilijk voorstelbaar dat Europa in de achttiende eeuw toch overging naar een dynamische natuuropvatting, waarin voor sommigen ook nog een rol was weggelegd voor het toeval. In het tweede deel van deze studie wordt die overgang uiteengezet en verduidelijkt wat daarvan de achterliggende oorzaken waren. Het meest fundamenteel was daarbij de overgang van de benadering van de natuur vanuit principes naar die vanuit de feiten. In het eerste geval beziet men de natuur van boven naar beneden, vanuit ordenende beginselen naar welgeschapen planten en dieren, vanuit een transcendente oorzaak naar gerealiseerde organismen. Principes staan naar hun aard niet gauw bloot aan verandering. Maar als men, zoals in het tweede geval, de natuur van beneden naar boven beredeneert, vanuit feitelijke organismen naar de manier waarop deze ingedeeld kunnen worden, en vanuit de immanente (in de natuur zelf aanwezige) ordening naar de manier waarop zij het natuurlijk geheel vormen, dan ontstaat er ruimte voor beweging. Die tweede manier is niet deductief maar inductief; een orde die gebaseerd is op inductie richt zich op een zo groot mogelijk aantal waarnemingen en laat de feiten tellen. En de feiten toonden aan, toen men er door deze geestesverandering oog voor kreeg, dat er soorten waren uitgestorven; dat soorten bestaan in samenhang met hun omgeving omdat ze daarmee een wisselwerking hebben en niet omdat ze met het oog op de omgeving waarin zij moesten leven doelgericht waren geschapen; en dat soorten onder invloed van het klimaat, bodemgesteldheid en andere omstandigheden langzaam veranderen. De natuur die zo lang, en in de zeventiende en begin achttiende eeuw zo nadrukkelijk was opgevat als de eenmalige en onveranderlijke uitdrukking van Gods wijsheid en orde, werd mettertijd een wereld in wording.


Ammonieten zoals afgebeeld en beschreven
door Robert Hooke in Posthumous Works, 1705.
Hij trok de toen controversiele conclusie dat
het om een uitgestorven soort ging.

In deze ontwikkeling zijn fossielen buitengewoon belangrijk geweest: toen men deze ging aanzien voor wat zij werkelijk zijn, nl. versteende restanten van ooit levende organismen, ging men begrijpen dat er uitgestorven soorten waren die de volledigheid en volmaaktheid van Gods schepping ondermijnden. Dat de aarde niet ouder was dan de zesduizend jaar die er op basis van bijbelse chronologie aan werd toegekend, werd reeds in twijfel getrokken door alternatieve chronologieën (zoals die van Egypte en China), maar werd nu des te meer ontkracht doordat men oog kreeg voor de langdurigheid van allerlei natuurlijke ontwikkelingen. Men onderzocht vormen van verstening en constateerde dat dit een langzaam proces was dat in bepaalde gevallen tienduizenden jaren in beslag nam. Men constateerde op basis van bepaalde observaties dat het zeewaterniveau langzaam daalde (of steeg), of dat de temperatuur van de massa van de aarde van zeer heet was gedaald tot het tegenwoordige niveau: ook alweer een proces dat zeer veel tijd in beslag nam. Dergelijke fysische veranderingen werden verondersteld, beredeneerd, of waargenomen in domeinen die we nu kennen als die van kosmologie, geologie en biologie. In de kosmologie waren zwaartekracht, aantrekking of afstoting oorzaak van verandering: het ontstaan van hemellichamen en het uiteendrijven van sterrenstelsels. In de geologie waren water en hitte oorzaak van veranderingen in de aardkorst (zoals het ontstaan van bergen). En in de biologie waren het vooral veranderingen in klimaat en bodemgesteldheid die dynamiek brachten in de natuur.

Sommige denkers binnen de "Radicale Verlichting" hebben deze nieuwe inzichten gekapitaliseerd om de dynamiek van de natuur ook binnen een filosofisch kader te plaatsen, waarin geen plaats meer was voor een transcendente teleologie. Dat was vooral na 1750 het geval, met denkers als Diderot en d'Holbach. Vóór het midden van de achttiende eeuw werd nog vaak aansluiting gezocht bij het antieke atomisme van vooral Lucretius om te betogen dat de natuur "materie en beweging" is. Niet elke materialistische filosoof die binnen het kader van de "Radicale Verlichting" probeerde om de natuur te begrijpen, wilde aan het toeval een belangrijke rol toekennen. Maar men voelde zich wel gedwongen zijn positie tegenover het toeval te bepalen. Bij een aantal van hen werd de natuur tot een dobbelspel. Naar de natuur zoals Diderot die opvatte is wel verwezen als naar een gigantisch dobbelspel waarvan tijdens het spel zelfs de dobbelstenen nog telkens weer veranderen. En de onbekende wiskundige en filosoof Le Guy de Prémontval (die zichzelf "de partizaan van het toeval" noemde) meende dat als men alle letters van de Aeneïs in een willekeurige volgorde (dus door het toeval bepaald) één voor één uit een fles laat glijden, deze zeer vaak een onleesbaar geheel zullen vormen; het aantal mogelijke combinaties is dan ook een zeer groot aantal, maar de juiste combinatie (de Aeneïs) is er één van en zal er dus ooit ook uitkomen: orde uit chaos.

Dit is deel 2 van de Nederlandstalige samenvatting van het proefschrift Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 3 verschijnt op 6 december.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.

Posted by Gert Korthof at 10:22:38 | Permanent Link | Comments (3) |

Dinsdag, December 04, 2007

De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (1)


Gastbijdrage Marinus de Baar

Toont de natuur zoals wij die zien een goddelijke, wijze en daardoor onveranderlijke orde ("manifest design"), of is de natuur het resultaat van kosmologische, geologische en biologische verandering, en tot op zekere hoogte ook de uitkomst van het toeval?

Het proefschrift 'Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800)' heeft deze belangrijke vraag als onderwerp. Deze vraag hield de meeste grote en ook minder bekende filosofen, naturalisten en theologen van de zeventiende en achttiende eeuw bezig.

Ark van Noach van Edward Hicks (1780-1849)

Het eerste deel van deze studie gaat in op ideeën over de Voorzienigheid, fysico-theologie, natuurlijke historie, en het idee van "the great Chain of Being", en zet uiteen op welke wijze deze bijdroegen aan het idee van orde in de natuur. Het idee van de Voorzienigheid was natuurlijk een belangrijk postulaat van orde. Maar het idee van de Voorzienigheid werd zelf ook weer geordend en onderverdeeld, bijvoorbeeld in "besturende" en "bewarende" Voorzienigheid, zodat er "taxonomieën" van de Voorzienigheid ontstonden, enigszins vergelijkbaar met taxonomieën van soorten in de natuur. In fysico-theologische teksten werd de nadruk gelegd op "manifest design" (evident ontwerp), dat de orde van de natuur aantoonde in vormen van harmonie (tussen organismen onderling en met hun omgeving), symmetrie (van lichaamsdelen), uniformiteit (het aanwezig zijn van dezelfde structuur of functie van dezelfde lichaamsdelen - zoals spijsverteringsorganen - bij verschillende soorten), proportionaliteit (zoals tussen kwantiteit en kwaliteit: er zijn meer "lagere" soorten insecten dan "hogere" soorten van zoogdieren), en evenwichtigheid (tussen het aantal dat geboren wordt en dat overlijdt). Naturalisten, zoals Linnaeus, waren metaforisch gesproken "de boekhouders der natuur": hun tabellen, tableaus en taxonomieën maakten de balans op en toonden in één oogopslag dat de natuur een zekere orde belichaamde. Terwijl de fysico-theologie vooral functionalistisch was en de nadruk legde op de welgeordende wijze waarop organismen ontworpen waren zodat zij optimaal konden functioneren, was de natuurlijke historie meer gericht op de vorm van planten en dieren en in het bijzonder op verschillen daartussen die classificatie mogelijk maakte. De "Great Chain of Being" (naast de Voorzienigheid, de fysico-theologie en de natuurlijke historie een vierde belangrijk ordeningsconcept) legde meer de nadruk op de rang en plaats van een soort in het natuurlijk geheel, en was dan ook meer hiërarchisch en holistisch.

Wat bij alle vier opvalt is de welhaast obsessieve zucht naar orde. De Voorzienigheid heeft alles wat bestaat en gebeurt voorbestemd. De fysico-theologie onderzocht insecten om te bewijzen dat ook in zulke ogenschijnlijk onachtzame soorten een design of ontwerp kon worden aangetoond. De natuurlijke historie betrok zich niet alleen op soorten in de natuur maar streefde ernaar om ook misdaden en ziekten taxonomisch te ordenen. De "great Chain of Being" betrof niet alleen de levende natuur, maar liep van stenen en mineralen via planten en dieren naar de mens en God. Er was binnen het denken over de Voorzienigheid niet één soort die niet doelgericht was geschapen en geen gebeurtenis die zonder reden was; binnen de fysico-theologie was er niet één plant of dier dat geen ontwerp of welgeordendheid belichaamde; en binnen de natuurlijke historie en "the great Chain of Being" had alles zijn vaste plaats in de goddelijke orde der natuur. John Ray, een bekende fysico-theoloog en naturalist, begon zijn vermaarde The Wisdom of God (1691) dan ook met een citaat uit psalm 104: "Hoe groot zijn Uw werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt".

Deze zucht naar orde stond niet op zichzelf maar werd in belangrijke mate ingegeven door de angst voor het toeval. Het oude idee van Lucretius, dat de tegenwoordige natuur het resultaat zou zijn van toevallig samenklonterende atomen (dat in de Renaissance samen met andere klassieke teksten weer aandacht kreeg) werd telkens met nadruk afgewezen. John Ray en anderen benadrukten niet alleen dat de natuur ordelijk was; zij betoogden tevens en telkens weer dat "design" en andere vormen van orde niet uit het toeval konden voortkomen. Vaak werd een metafoor in de strijd geworpen, die teruggaat op Cicero maar in verschillende varianten voorkomt in de zeventiende en achttiende eeuw: door het toeval van bij elkaar geworpen letters van het alfabet zullen deze uit zichzelf (door het toeval) nimmer de volgorde aannemen van een lang en welgeordendheid gedicht (zoals de Aeneïs van Vergilius).

Dat de natuur een goddelijke orde belichaamde had twee belangrijke consequenties, nl. dat de natuur onveranderlijk was en dat zij niet uit het toeval kon voortkomen. Als de natuur Gods wijsheid spiegelde dan was zij onveranderlijk. Omdat God niet alleen wijs maar ook benevolent werd verondersteld, was er een samenhang tussen wijsheid, goedheid, orde en onveranderlijkheid: elke verandering zou immers afbreuk doen aan de uniformiteit, harmonie, proportionaliteit, symmetrie en evenwichtigheid van de natuur. De onveranderlijkheid van de natuur was juist blijk van goddelijke wijsheid en weldoendheid in het bewaren van de welgeordendheid ervan.
De tweede consequentie, dat de natuur niet uit het toeval kon voortkomen, vloeide evenzeer voort uit de welgeordendheid van de natuur: uit toeval kan immers geen orde ontstaan. In lijn daarmee werd de natuur opgevat als passief, zonder een eigen scheppende of voortbrengende kracht; een dergelijke "spontaneïteit" zou de natuur grillig en onvoorspelbaar maken, een speelbal van het lot.


Dit is deel 1 van de Nederlandstalige samenvatting van Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 2 en 3 verschijnen op 5 en 6 december.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
Hij zoekt naar een uitgever voor de handelsuitgave van zijn proefschrift. (contact).
De illustratie toont een deel van de ark van Noach van Edward Hicks (1780-1849).

Posted by Gert Korthof at 10:25:28 | Permanent Link | Comments (13) |
1 2