Zondag, Juni 29, 2008

Stervende merel


stervende merel

Stervende merel? Uitgeput? Uitgehongerd? Uitgedroogd?
Gewond? Vergiftigd? Zonnebadend? Of nog iets anders?

Posted by Gert Korthof at 11:45:05 | Permanent Link | Comments (0) |

Zaterdag, May 17, 2008

Foto galerie


zonsopkomst met ochtendmist
(bewerkte opname)
Posted by Gert Korthof at 09:28:55 | Permanent Link | Comments (1) |

Woensdag, April 30, 2008

Een vreemde wereld

mereljong

Mereljong op de eerste dag dat het zijn/haar nest heeft verlaten.
Het is een vreemde wereld waarin je terecht komt.
Typerend zijn de buitenproportioneel grote poten
en het ontbreken van een staart.
Het doet gewoon komisch aan.
Het is een loopvogel.
Vliegen is er nog niet bij.
29 april 2008
Posted by Gert Korthof at 13:46:13 | Permanent Link | Comments (8) |

Maandag, Maart 10, 2008

Erwin Kroll over de rol van toeval

vliegtuigstrepen bij zonsopkomst (G. Korthof)

Een alleraardigste overpeinzing over de rol van het toeval in ons bestaan vond ik in het boek van Erwin Kroll (1), waar ik het nog niet over heb gehad:
"Het is bijzonder hoe onze planeet is ontstaan, en hoe er zich leven kon ontwikkelen. Zonder die kleine onzuiverheden in het begin, vlak na de oerknal, waren er nooit sterren ontstaan. Zonder de sterren waren er nooit grote atomen ontstaan waarmee iets gebouwd kon worden. Dan waren er nooit meteorieten en planeten gekomen. Als er in het brok aarde geen radioactief verval was geweest en als er geen bombardement had plaatsgevonden van meteorieten op de aarde, dan was de temperatuur nooit zo gestegen dat onze planeet vloeibaar werd en dat alle zware elementen naar de kern waren gezakt. Dan was er geen beschermend magnetisch veld ontstaan. Zonder geleidelijke afkoeling was er geen korst ontstaan waardoor gassen konden ontsnappen.

vliegtuigstrepen bij zonsopkomst (G. Korthof)

Er was geen atmosfeer geweest met koolzuurgas die de warmte vasthield. En met zoveel waterdamp dat het miljoenen jaren regende. Dan waren er nooit oceanen gevormd waarin zich leven kon gaan ontwikkelen. En in dat geval was er ook geen zuurstof geweest. En als het leven zich niet had ontwikkeld, was er niet alleen geen zuurstof geweest, maar ook geen ozonlaag. En had het leven nooit het land op kunnen kruipen. De dinosauriërs waren weggebleven en ze waren dus ook niet uitgestorven. Dan waren er geen zoogdieren geweest, dan waren wij er niet geweest en had ik dit nooit opgeschreven.
Het hangt af van de wijze waarop je naar de dingen kijkt. Je kunt je verbazen over die kleine onzuiverheden die de ontwikkeling van het heelal zo stuurden dat uiteindelijk de mens ontstond. Je kunt ook zeggen dat het allemaal gewoon toeval was. Maar als het slechts toeval was, dan toch wel een fantastisch toeval."
Ik vind deze opeenvolging van toevallige omstandigheden die ons bestaan bepaald hebben, eindeloos fascinerend. Het staat in schril contrast met het idee dat alles ontworpen is en alles een bedoeling heeft. Het gedeelte over het leven op aarde is niet zo goed uitgewerkt, maar Erwin Kroll is een meteoroloog. Hij heeft gelijk wat betreft zuurstof en ozon. Zuurstof is was niet van begin af aan aanwezig in de aardse atmosfeer (wat je wel zou verwachten als de aarde voor de mens was geschapen). Zuurstof was een afvalproduct van de stofwisseling van eencelligen die zonlicht gebruikten als energiebron (fotosynthese). Zonder zuurstof zouden warmbloedige meercellige organismen van onze grootte niet kunnen bestaan. Dus wij danken ons bestaan aan een afvalproduct van ééncelligen. Ozon (O3) ontstaat door de inwerking van UV-licht op zuurstof. Ozon heeft een beschermende werking tegen UV-licht. Dat komt toevallig goed uit. Niet voor niets maken wetenschappers zich bezorgd over het gat in de ozonlaag. Maar ook in de ontwikkeling van het leven zijn een reeks toevalligheden aan te wijzen die ons leven diepgaand beinvloeden, zoals het bestaan van twee geslachten (man - vrouw), veroudering en de dood. De opvallendste is wel symbiosis, een min of meer toevallige en unieke gebeurtenis die de voorwaarde geschapen heeft voor mens, dier en plant. Maar het zou te ver voeren hier het hele symbiosis verhaal uit de doeken te doen.

Prijsvraag: als het toeval een grote rol gespeeld heeft in het ontstaan van de mensheid, is het leven dan zinloos? (Hint: denk aan de rol van het toeval in het ontstaan van jezelf bijv. het feit dat juist die ene spermacel van de miljoenen die ene eicel heeft bevrucht waaruit jij ontstaan bent).

Noten:
  1. Erwin Kroll (2007) Een warme wereld. Een positieve kijk op ons klimaat, pag 36. Zie ook blog van 6 feb 2008 over het boek van Erwin Kroll.
Toelichting bij de foto's: Er zijn kennelijk bijzondere weersomstandigheden nodig om vliegtuigstrepen zo lang in stand te houden dat ze accumuleren. Mooi gezicht, dat wel. De invloed van vliegtuigen op het weer (klimaat?) is vastgesteld in de dagen direct na 11 sept 2001, toen al het vliegverkeer werd stilgelegd.
Posted by Gert Korthof at 11:16:59 | Permanent Link | Comments (22) |

Woensdag, December 26, 2007

Natuur Foto Galerie

Gert Korthof, 22 Dec 2007

Zaterdag 22 december was één van de meest fotogenieke dagen van het jaar 2007. IJsafzetting op dunne takken geeft een sprookjesachtig effect. Dat effect is niet te vergelijken met sneeuw, want de alleen de dunnere takken zijn wit, de dikkere takken en de stam zijn niet bedekt. De laagstaande ochtendzon en de blauwe lucht voegen nog een extra vervreemdend effect toe. Een unieke meteorologische omstandigheid.
Posted by Gert Korthof at 09:56:38 | Permanent Link | Comments (0) |

Dinsdag, December 25, 2007

Natuur Foto Galerie

Posted by Gert Korthof at 11:07:18 | Permanent Link | Comments (0) |

Zondag, December 23, 2007

Wim Brands in gesprek met Floris Cohen


Grondmist. G. Korthof 23 december 2007


Grondmist en 2 wandelaars

Wim Brands heeft het weer voor elkaar: alweer een interessante auteur en boek in zijn Boeken programma (zondag 23 Dec): 'De herschepping van de wereld' door wetenschapshistoricus Floris Cohen.
Aanbevolen voor iedereen die zich afvraagt waarom de moderne natuurwetenschap juist op dat moment en juist in Europa ontstond, en niet in andere hoogontwikkelde beschavingen als de Griekse, Islamitische of de Chinese beschaving.
Er is hier een interview met hem te beluisteren dat hij gaf op 8 November.


Posted by Gert Korthof at 17:02:18 | Permanent Link | Comments (17) |

Donderdag, November 22, 2007

Rationaliteit en Evolutie (3)

Gastbijdrage Jan Riemersma

optical illusion


5. Universele Waarheid

Toch beschikken we nu over goede redenen om wantrouwend tegenover onze eigen rationaliteit te staan:
(1) als de analyse die ik hierboven gaf waar is, dan is onze rationaliteit niets anders dan een procedé dat 'werkt': het is een product van de evolutie. Onze rationaliteit is beslist niet ontworpen om allerlei subtiele en interessante semantische en metafysische eigenschappen van de werkelijkheid te ontdekken en begrijpen;
(2) de evolutie heeft gebruik gemaakt van eigenschappen die in fysische zin totaal onbelangrijk zijn: dat een object kan worden onderscheiden van een ander object is voor de natuurkundige nauwelijks significant. En dat een steen niet op twee plaatsen tegelijk kan zijn is fysisch onbelangrijk. De evolutie heeft toevallige eigenschappen van middelgrote objecten gebruikt om het brein te ordenen;
(3) logische eigenschappen hebben geen invloed op de fysische werkelijkheid: er bestaan geen logische krachten en er bestaan geen logische deeltjes. Hieruit volgt dat de logische regels de fysische werkelijkheid niet hebben kunnen vormen. Hoe zouden deze regels dat hebben moeten doen als het geen fysische natuurkrachten zijn? als ze geen invloed kunnen uitoefenen op de stoffelijke wereld? En dit betekent dat de fysische werkelijkheid geen logische bouw heeft en afwijkt van onze logische weergave er van;
(4) we kunnen de logische eigenschappen laten verdwijnen (!): als we de kwantificeerbare eigenschappen van objecten laten verdwijnen, als we een kunstmatige wereld construeren die 'fuzzy' is, dan blijft er niet veel over van onze rationaliteit. Als we ons in een wereld begeven waarin alle objecten voortdurend van vorm veranderen en samenvloeien, dan hebben we niets aan onze logische regels (bv. de steen die ik opraap verandert plotseling en zonder reden in een woeste tijger). En hieruit volgt dat de logische regels beslist niet altijd en overal bruikbaar zijn. In een fuzzy wereld kunnen wij onze logische gestructureerde rationaliteit niet gebruiken. Het lijkt dus niet waarschijnlijk dat de werkelijkheid altijd en overal een logische bouw heeft.

optical illusion


Conclusie

Uit deze vier argumenten mogen we de conclusie trekken dat onze rationaliteit niet ontworpen is om de werkelijkheid volledig te beschrijven. Dit hadden we overigens al rechtstreeks, zonder omhaal, uit de evolutietheorie mogen afleiden. Alle organismen (dus ook de mens) hebben een verstand dat slechts bruikbaar is in een bepaalde niche. Ons verstand is slechts geldig in een bepaalde cognitieve niche: alleen dat deel van de werkelijkheid waarin ons coherente en logische verstand bruikbaar is, is bewoonbaar en begrijpelijk voor ons- alleen binnen onze cognitieve niche kunnen wij handelen (Cherniak, 1986; McGinn, 2004). In andere niches zal ons verstand niet 'werken'. Je zou de werkelijkheid, in Kantiaanse zin, kunnen verdelen in een 'menselijke cognitieve niche' en een 'noumenale werkelijkheid'. Aangezien de evolutietheorie een betrouwbare theorie is en aangezien wij de hypothetische universaliteit van onze rationaliteit (dagelijkse logica) met geen enkel deugdelijk argument kunnen onderbouwen, mogen we vaststellen dat wij de werkelijkheid nooit volledig en systematisch zullen kunnen beschrijven.
De religieuze complicaties van deze veronderstelling zijn evident.

Literatuurlijst.

Dit is het derde deel in een serie van 3 artikelen. Deel 1 en 2 verschenen op 20 en 21 nov. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.

Posted by Gert Korthof at 15:00:00 | Permanent Link | Comments (94) |

Woensdag, November 21, 2007

Rationaliteit en Evolutie (2)

Gastbijdrage Jan Riemersma

viskar, 2002

3. Dagelijkse en Formele Rationaliteit

In de literatuur wordt er onderscheid gemaakt tussen twee vormen van rationaliteit (1): dagelijkse en formele rationaliteit. De dagelijkse rationaliteit is de rationaliteit waar ik hierboven over geschreven heb, en die wij gebruiken om onze biologische doelen te vervullen; formele rationaliteit is de logica die men bestudeert in de faculteit der wiskunde. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat er een verband is tussen de dagelijkse en de formele rationaliteit. De formele rationaliteit is waarschijnlijk afgeleid van de dagelijkse rationaliteit. Formele rationaliteit heeft betrekking op ideale objecten. Ideale objecten zijn mentale objecten die per definitie kwantificeerbaar zijn: de vorm, waarde of hoeveelheid van dergelijke objecten zijn onveranderlijk en essentieel. Een getal is een duidelijk voorbeeld van een ideaal kwantificeerbaar object: hoe vaak men een getal ook deelt, er is altijd sprake van een exacte en essentiële waarde. Een driehoek is altijd exact te onderscheiden van andere objecten door de vorm. Hetzelfde geldt voor alle mathematische objecten. Hoogstwaarschijnlijk heeft het brein de capaciteit om abstracte objecten te construeren slechts en slechts alleen op basis van hun kwantificeerbare eigenschappen (omtrek, vorm) (Feigensen, 2007). De objecten in het dagelijkse leven daarentegen zijn niet altijd even duidelijk te onderscheiden van elkaar en de omgeving: het visuele systeem is voortdurend bezig om de gewone zintuiglijke indrukken te interpreteren en te duiden (Ramachandran 2003, 2007; Churchland, 2007).


perpetuum mobile, 2001

4. Verklaringen

Als het brein inderdaad een logische structuur of bouw heeft, dan kan men in ieder geval drie vraagstukken verklaren. Allereerst kan men verklaren waarom wij niet in staat zijn om helder na te denken over de 'wet van non-contradictie' (Putnam, 1983):
'(the laws of logic) are presupposed by so much of the activity of argument itself that it is no wonder that we cannot envisage their being overthrown (...) by rational argument'.
Dit is Putnam's 'centrality' argument. Wie nadenkt over de 'wet van non-contradictie' lijkt in cirkelredeneringen te blijven steken. Maar dit spreekt voor zich als men zich realiseert dat de logica deel uitmaakt van de architectuur van het brein. Men heeft het logisch geconstrueerde brein immers nodig om na te denken over het logisch geconstrueerde brein (!). De 'dagelijkse' logische regels maken in letterlijke zin deel uit van het mechanisme waarmee wij denken. Ten tweede verklaart dit waarom wij zo'n moeite hebben met het verwerken van 'onduidelijke (fuzzy)' data. De logische bouw van de hersenen is ontstaan door objecten duidelijk van elkaar te onderscheiden- door de kwantificeerbare eigenschappen van objecten te benadrukken. In een ideale wereld, een mathematische wereld waarin alle objecten wel onderscheiden en duidelijk telbaar zijn, kan men geen contradictie construeren. Wie de voorbeelden bestudeert die Priest aandraagt om te bewijzen dat het wél mogelijk is om echte contradicties te construeren, die ziet dat al deze voorbeelden berusten op onduidelijkheden, spitsvondigheden en het laten vervloeien van de werkelijkheid (Priest, 2006). Objecten die samenvloeien en onduidelijk zijn, verliezen hun 'telbaarheid'. En objecten die niet telbaar zijn, verliezen per definitie de logische eigenschappen die zo kenmerkend zijn voor telbare objecten. Ten derde zou dit kunnen verklaren waarom wij denken dat de logische regels altijd waar zijn. Omdat onze hersenen een logische bouw hebben, ligt het voor de hand dat wij menen deze logische bouw in de wereld terug te zien. Wij speuren in de wereld naar duidelijke, middelgrote objecten die telbaar zijn (Churchland, 2007). Het is voor ons belangrijk dat wij zo snel mogelijk weten wat we zien en hoe we ons moeten gedragen. Dat de werkelijkheid wellicht helemaal niet zo telbaar en eenvoudig is, is voor ons gedrag van geen belang. Wij hebben geleerd om slechts rekening te houden met middelgrote kwantificeerbare objecten (hele tijgers zijn gevaarlijk, een tijger van 34% is niet gevaarlijk).


Noten:
(1) Tversky & Kahneman 1993; Cherniak 1988; Chater et al. 2003; Chater & Oaksford 2000; Gabbay 2001; Evans and Over 1996; Harman, 1976, 1995). Deze verschillende vormen van rationaliteit luisteren naar verschillende namen: 'human reasoning' vs. 'classical reasoning' (Chater et al., 2003), 'minimal rationality' vs. 'formal logic' (Cherniak, 1988), 'personal' vs. 'normative rationality' (Evans, 2002), 'everyday vs. formal rationality' (Chater & Oaksford, 2003), 'theoretical vs. practical rationality' (Harman, 1976, 1995) .

Literatuurlijst.

Dit is het tweede in een serie van 3 artikelen. Deel 1 verscheen 20 nov, deel 3 verschijnt 22 nov. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.

Beelden: Annemarie Petri, beeldend kunstenaar. Ik heb deze beelden gekozen omdat ze zo treffend de onlogische, incoherente wereld uitbeelden en bovendien geïnspireerd zijn door de biologische wereld (GK).

Posted by Gert Korthof at 13:43:00 | Permanent Link | Comments (3) |

Dinsdag, November 20, 2007

Rationaliteit en Evolutie (1)

Gastbijdrage Jan Riemersma



1. Rationaliteit

Wij zijn een product van de evolutie: daarom ligt het voor de hand dat ook onze rationaliteit een product is van de evolutie (Sterelny, 2003; Cosmides & Tooby, 1987; Buller, 2006; Dennet, 1995). De logische wetten vormen het hart van onze rationaliteit. De logische wetten die de basis vormen van het rationele denken moeten daarom niet beschouwd worden als formele, abstracte wetten, maar als praktische regels die onmisbaar zijn bij het vervullen van biologische doelen. Dat logisch denken verband houdt met het feit dat wij een lichaam hebben en dat wij ons adequaat moeten kunnen gedragen in de wereld, is beslist geen nieuwe gedachte: ze is reeds uitgewerkt door de Amerikaanse pragmatisten John Dewey en William James (Johnson, 2007).
Als onze bedoelingen, wensen en gedachten géén logische structuur hebben, dan is het moeilijk te begrijpen hoe wij een ingewikkelde handeling zoals het werpen van een steen naar een prooidier, in de juiste volgorde kunnen uitvoeren. Een worp moet tot in de details gepland worden (Calvin, 2004). Bovendien is het van levensbelang dat het brein alleen maar coherente instructies kan afleiden uit de beschikbare kennisbank(en). Immers, als er gevaar dreigt, kan verkeerde instructie of onduidelijke informatie, de aanleiding zijn van verkeerd (fataal) handelen. Het is belangrijk dat het brein er van doordrongen is dat het lichaam, zeker als er gevaar dreigt, nooit meer dan één handeling tegelijkertijd kan uitvoeren. Wij kunnen niet naar links én rechts vluchten, ook al constateert het brein dat beide vluchtwegen in aanmerking komen. Ook kunnen wij slechts één doel tegelijk vervullen. Een aap die niet beseft dat het de zware mango moet laten vallen teneinde snel te kunnen vluchten, brengt zichzelf in gevaar: het dier probeert twee doelen te vervullen, het wil (1) het voedsel behouden en het wil (2) vluchten. Hoe desastreus een incoherente set instructies kan zijn, demonstreerden de Duitse bewakers in de tweede wereldoorlog: men griste de pet van het hoofd van een gevangene en wierp deze op het gras. Nu was de gevangene ten dode opgeschreven, want het was verboden blootshoofds te gaan én het was verboden om op het gras te lopen. Een uitzichtloze situatie.

Beslissingen over ons gedrag zijn afhankelijk van de kennis waarover we beschikken: "Evidence from behavioral studies suggests that planning is influenced by a large array of visual and cognitive information, whereas control is influenced solely by the spatial characteristics of the target, including such things as its size, shape, orientation, and so forth." (Glover, 2004). Om verkeerde beslissingen te vermijden hebben onze kennisbanken en ons wereldbeeld daarom een logische en coherente structuur (Thagard, 2000). Hoe minder samenhangend daarentegen onze kennis en ons wereldbeeld zou zijn, hoe groter de kans op verkeerde beslissingen en handelingen.

Onze hersenen zijn zeer ingewikkeld: ze vervullen honderden functies. Al deze functies moeten op elkaar worden afgestemd. Het nemen van een beslissing is dan ook een ingewikkelde gebeurtenis, waarbij de hersenen voortdurend in de weer zijn met het tegen elkaar afwegen van verschillende zaken. Ook hierbij is een logische structuur wenselijk en zelfs noodzakelijk. De hersenen moeten alle verschillende processen in de juiste volgorde afhandelen.
Evolutie is een systematisch proces dat wezens aanpast -zo lang het duurt- aan hun omgeving. De ijsbeer heeft een witte, dikke vacht en mooie, brede 'sneeuwschoenen'. Ook het brein van de mens is een systematische aanpassing aan zijn omgeving: een coherent brein is beter in staat om (biologisch) adequaat gedrag te produceren.



2. Evolutionaire Oplossingen


De evolutie zoekt altijd naar oplossingen die 'werken' (en dit is de manier waarop de evolutie haar oplossingen ontdekt). Hoe heeft de evolutie de regels van de logica gevonden?
Wij leven in een wereld van kwantificeerbare objecten: stenen, bomen, bergen, meren, enz. Ook ons eigen lichaam is een middelgroot en kwantificeerbaar object. Kwantificeerbare objecten verhouden zich op een bepaalde manier tot elkaar: stenen, bergen, bomen, huizen, enz., kunnen niet op meerdere plaatsen tegelijk zijn, en evenmin kunnen meerdere stenen één en dezelfde plaats innemen. Dit zijn logische eigenschappen (!). Deze eigenschappen worden beschreven door de (formele) logische regels: een steen kan niet tegelijkertijd geen steen zijn, en een steen kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn, enz.

Mijn veronderstelling is dat deze eenvoudige regels, die fysisch nauwelijks van belang zijn (de natuurwetten zijn daarentegen wel van belang), in de loop van de evolutie door ons brein gebruikt zijn om onze denkbeelden en dergelijke systematisch te ordenen. Door eenvoudigweg denkbeelden en doelen en handelingen te beschouwen als kwantificeerbare objecten, kan het brein de regels die voor alle kwantificeerbare objecten gelden gebruiken om zichzelf te ordenen. Op deze wijze kan het brein het lichaam behoeden voor fatale fouten zoals het tegelijkertijd vervullen van meerdere doelen, het niet in de juiste volgorde uitvoeren van ingewikkelde handelingen en het aanleggen van incoherente kennisbanken of het creëren van een incoherent wereldbeeld. Deze regels hebben direct hun weerslag op het gedrag: niet logisch geordend gedrag is nadeliger dan gedrag dat wel logisch geordend is. En dit verklaart hoe de evolutie heeft kunnen 'zien' dat logische regels 'werken'.

Het brein moet dus (1) concepten en handelingen en doelen duidelijk van elkaar onderscheiden (intentionele objecten moeten kwantificeerbaar zijn) en (2) alle mentale objecten behandelen als gewone kwantificeerbare objecten. Dat ons brein mentale objecten is gaan zien en behandelen als kwantificeerbare objecten, vindt zijn oorsprong in de werking van onze visuele waarneming. Ons visuele systeem is ontvankelijk voor o.a. de kwantificeerbare eigenschappen van voorwerpen, zoals omtrek en vorm (Glover, 2004). Dit zijn de eigenschappen die een object onderscheiden van andere objecten. Omtrek en vorm maken objecten kwantificeerbaar. Als men denkbeelden eenmaal beschouwt als objecten die duidelijk van elkaar onderscheiden zijn, kan het brein deze telbare objecten vervolgens manipuleren volgens de logische regels. Er bestaat bovendien een duidelijk verband tussen de visuele waarneming en rationaliteit: het blijkt in de praktijk moeilijk om aan te geven waar 'waarnemen' overgaat in 'denken': "(...) the border between perceptual and cognitive processes may be hard (...) to establish" (Tversky, 2004). Ook het feit dat nadenken over de wereld bestaat uit het bewerken van mentale modellen, sluit hier bij aan (Johnson-Laird, 2004). En wellicht beschikken mensen over een aangeboren mechanisme voor het bepalen en/of creëren van eenheden (tellen): zo lijken kinderen op universele wijze tijd, ruimte en hoeveelheid te kwantificeren (Feigensen, 2007). Hieruit mogen we concluderen dat logisch denken samenhangt met of zelfs voortkomt uit het waarnemen en het onderscheiden van kwantificeerbare middelgrote objecten. Tellen en onderscheid maken zit ons in het bloed.

Zodra twee objecten duidelijk van elkaar kunnen worden onderscheiden, weten we ook hoe we ze coherent met elkaar kunnen combineren. Objecten die de dezelfde 'plaats' innemen (lees: op hetzelfde tijdstip werkzaam zijn of die eenzelfde functie vervullen, enz.) moeten verschillend gewaardeerd worden (Thagard, 2000; Damasio, 1994). Door waardeschalen aan te leggen, of een bepaalde volgorde te veranderen, kunnen 'botsingen' (inconsistentie) tussen dergelijke mentale objecten of functies worden vermeden. Op deze manier kan het brein haar functies en doelen en toekomstige handelingen logisch ordenen. En zo verkrijgt het brein een logische en coherente structuur.


Noot: dit is het eerste in een serie van 3 artikelen. Deel 2 verschijnt woensdag, deel 3 donderdag. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.
Literatuur: staat op deze pagina.
Beelden: Annemarie Petri, beeldend kunstenaar. Ik heb deze beelden gekozen omdat ze zo treffend de onlogische, incoherente wereld uitbeelden en geinspireerd zijn door de biologische wereld.

Posted by Gert Korthof at 14:25:00 | Permanent Link | Comments (2) |
1 2