
De tweede
Paradiso-lezing van dit jaar werd vanochtend, zondag 3 feb 2008, gehouden door klimaat hoogleraar
Pier Vellinga. Professor Vellinga is één van de mede-oprichters van het
IPCC in 1989. Onmiddellijk werd duidelijk dat de discussie óf het klimaat opwarmt, en óf menselijke activiteiten daarbij een rol spelen, een gepasseerd station is. Het antwoord is:
JA! Stond dit in de jaren 90 nog ter discussie, verder onderzoek door honderden wetenschappelijke onderzoekers over de hele wereld bevestigde dit antwoord. Nu gaat de discussie over: wat kunnen we doen? Wat zijn de meest efficiënte en economisch haalbare maatregelen? Als ik met deze kennis terug kijk naar de kritiek die Al Gore heeft gekregen op
zijn film, dan denk ik: ja, die kritiek is belangrijk en moet beantwoord worden, maar kan dus kennelijk niet de conclusie dát het klimaat op aarde aan het opwarmen is en dát de mens daar een belangrijke rol in speelt omver werpen. Anders had Vellinga daar wel iets over gezegd. Als ik tevens terugkijk naar de blunder die Amnesty maakte (zie blogs 30 jan en 1 feb) door de Nobelprijs voor Al Gore en het IPCC te veroordelen, dan vond ik verdere steun in de opmerking van prof Vellinga dat in de komende 10-30 jaar de samenwerking van het Westen met China en India van cruciaal belang is voor het oplossen van het klimaatprobleem. Een voorwaarde voor die samenwerking is: VREDE! Zonder vrede lukt het niet. Bedenk dat Al Gore en IPCC de Nobelprijs
voor de Vrede ontvingen. Terecht dus. Volgens Pier Vellinga heeft het Nobelcomité ingezien dat het klimaatprobleem ook een politiek probleem is. Zonder de medewerking van China en India zijn al onze Westerse inspanningen voor niets. Zonder internationale samenwerking lukt het niet. Amerika is het laatste Westers land dat nu ook mee doet. Op het nippertje. Zij het op hun eigen manier.