Pim van Lommel over hersenen en bewustzijn
In hoofdstuk 12, 'Hersenen en bewustzijn', van het boek 'Eindeloos bewustzijn' gaat Van Lommel ervan uit, dat een puur materialistische verklaring van het bewustzijn principieel niet mogelijk is. Hij verwijst ter ondersteuning van deze positie onder andere naar “Conciousness and its place in Nature” van de filosoof Chalmers. Daarin staan argumenten tegen de materialistische positie. Die argumenten zijn allemaal van het type: we kunnen ons niet voorstellen dat een materialistische verklaring van het bewustzijn mogelijk zal zijn, derhalve is de materialistische positie fout. Dat klinkt een beetje als het inference filter van Dembski: als we ons geen naturalistische verklaring kunnen voorstellen, dan is bewezen dat een naturalistische verklaring niet mogelijk is. Dat soort “argumenten” is wetenschappelijk gezien van generlei waarde, maar wie graag denkt dat het bewustzijn niet-materialistisch, of niet-naturalistisch is, kan dat natuurlijk doen.
Ook in dit hoofdstuk komen “kwantummechanische” noties, althans zoals van Lommel die begrepen meent te hebben, ook weer voor. Op pagina 246 heet het
“Ik noem deze golffuncties in de non-lokale ruimte met zowel persoonsgebonden als universele informatie het non-lokale bewustzijn. In deze benadering heeft het bewustzijn dus geen materiële basis … De terminologie die ik thans gebruik is wel gewijzigd. De term faseruimte is vervangen door de (meer algemeen geaccepteerde term) non-lokale ruimte, en de term informatieve velden van bewustzijn is vervangen door non-lokaal bewustzijn omdat non-lokale verschijnselen eigenlijk niet als een veld beschreven mogen worden … De non-lokale ruimte is in dit model meer dan een rekenkundige beschrijving; het is een metafysische ruimte waarbinnen het bewustzijn invloed kan uitoefenen, omdat de non-lokale ruimte ook subjectieve eigenschappen (bewustzijn) bezit. Bewustzijn is in deze opvatting dus non-lokaal en functioneert hierbij als oorsprong of basis van alles. Dus ook van de materiële wereld”
In hoofdstuk 11 suggereert van Lommel dat de faseruimte uit de statistische mechanica - zie http://en.wikipedia.org/wiki/Phase_space - een “non-lokale ruimte” zou zijn, wat onbegrijpelijke frasologie is. De non-lokaliteit zoals die uit de fysica bekend is wordt door van Lommel gegeneraliseerd naar een soort van algemene non-lokaliteit. Dat doet nogal denken aan theologische beelden als dat God en hemel zich “buiten tijd en ruimte” zouden bevinden. Dus van Lommel gebruikt terminologie die aan de kwantummechanica doet denken, althans in de oren van kwantumleken, om een soort theologische notie van bewustzijn een wetenschappelijk aura te verlenen. Omdat het mij een raadsel is wat een “non-lokale ruimte”, kan ik met dit soort argumenten niets beginnen.
Vanaf pagina 249 gaat het over parapsychologische denkbeelden waarin een mengsel van wetenschappelijke terminologie, zoals spins en fMRI (functionele Magnetic Resonance Imaging) met van Lommel’s versie van kwantumterminologie gepresenteerd wordt om een, naar mijn mening, nogal esoterisch beeld van bewustzijn te ontwerpen. Op pagina 252 komt de volgende zin voor:”Speculatief gezien bestaat de mogelijkheid dat het bewustzijn in de non-lokale ruimte gekoppeld is aan .. het elektromagnetische veld dat verbonden is met het zenuwstelsel en de hersenen”.Volgens mij probeert van Lommel hier te formuleren hoe, tenminste als speculatief bestaande mogelijkheid, het bewustzijn aan de hersenen verbonden zou moeten zijn. Daartoe dient er dan dus een “koppeling” tussen het reëel existerende EM veld in de hersenen met de “non-lokale ruimte” verondersteld worden. Ik kan mij daar niets bij voorstellen.
Op pagina 255 komt ook de Fouriertransformatie op de proppen, evenals virtuele fotonen. Daar staat dat
“De wederzijdse informatieoverdracht tussen non-lokaal bewustzijn uit de non-lokale ruimte en de hersenen … zou ook kunnen berusten op kwantumspincoherentie die tot stand komt onder invloed van (virtuele) fotonen. Maar deze informatieoverdracht kan alleen worden verklaard door het feit dat de hersenen in staat zijn een Fourier-transformatie uit te voeren. Dat de hersenen daartoe in staat zijn is bewezen doordat deze transformatie ook aan de basis ligt van het effect van kernspinresonantie bij de totstandkoming van een afbeelding van de hersenen tijdens een MRI-onderzoek”. Wat daar staat, mag Joost weten. MRI is een bekende techniek. In NMR (Nuclear Magnetic Resonance) ligt de patient (of iets anders) in een statisch magnetisch veld, waardoor de protonen (die hebben een spin ½, dus een magnetisch moment) in de patient een beetje in de richting van het magneetveld gericht worden: de spins gaan precederen rond de magneetveldrichting, een beetje als een priktol. Als er dan op de goed RF frequentie op de spins wordt ingestraald, dan worden de spins van die richting weggeklapt. Door het aanleggen van andere magneetvelden die van de plaats afhangen, krijgen de spins dan fases die plaatsafhankelijk zijn. Door lokale invloeden (de spin kan bijvoorbeeld in normaal weefsel of in tumorweefsel zitten), nemen de spins dan positieafhankelijke informatie op uit hun omgeving. De spins worden dan via RF en magnetische velden gemanipuleerd zodat een spinecho resulteert. Met behulp van Fourier-transformaties kunnen dan doorsneden van bijvoorbeeld protondichtheid, of proton relaxatietijden, gemaakt worden. Dat soort beeldvorming heet MRI, en Fourier transformaties worden daar inderdaad bij gebruikt. In fMRI wordt geprobeerd, fysiologische processen in MRI beelden te vormen, b.v. lokale hersenactiviteit. Zie bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/MRI-scanner . Wat dat te maken zou hebben met een informatieoverdracht tussen een “non-lokale ruimte” en de hersenen is mij volslagen duister. Ook wat virtuele fotonen daarmee te doen hebben, begrijp ik niet. De notie van virtuele fotonen is bekend in de quantumelectrodynamica, zie bijvoorbeeld http://en.wikipedia.org/wiki/Virtual_particle ; die treden wiskundig op in reeksexpansies die vaak mbv Feynmandiagrammen worden weergegeven. Dus ook hier jongleert van Lommel weet met bekende terminologie in combinatie met duistere begrippen om zijn verhaal te vertellen. Ik kan daar helemaal niets mee. Met wetenschap heeft het in ieder geval niets te maken. Ik heb een beetje het vermoeden, dat dit taktiek is van van Lommel: zijn naieve lezers overdonderen met wetenschappelijk aandoende terminologie.
Op pagina 256 staat
“Recent is in Science en Nature onderzoek gepubliceerd waarbij onder laboratoriumomstandigheden succesvolle informatieoverdracht is aangetoond door middel van het principe van elektronenspinresonantie en kernspinresonantie op basis van non-lokale kwantumverstrengeling tussen materie en licht. Deze vorm van informatieoverdracht is te vergelijken met het idee van wederzijdse informatieoverdracht tussen non-lokaal bewustzijn en de hersenen via het model van kernspincoherentie of kernspinresonantie”Waarom dat vergelijkbaar zou moeten zijn, begrijp ik niet. Van Lommel verwijst onderaan pagina 256 naar recent onderzoek (referentie 35). Dit artikel is online: Dezelfde auteurs hebben ook een artikel op arxiv.org geplaats (dat wordt niet gerefereed), namelijk “Spin-Mediated Conciousness: Theory, Experimental Studies, Further Development & Related Topics”, nu in versie 5 van November 2007. Via Google is geen commentaar op dit artikel te vinden, en zo te zien is het inderdaad typische freak-science van auteurs die bij een duister privé instituut werken. Een uitgebreidere versie is http://www.quantumbrain.org/SpinMind.pdf , ook daarin spelen kwantumspins een grote rol in het voorgestelde bewustzijnsmodel. Nu ja, maar afwachten wat hiervan terecht gaat komen. Vrijheid blijheid!
Wat ik hieraan kan toevoegen, is dat tegenwoordig steeds meer van het onderscheid lichaam-geest afstapt. Een goed voorbeeld is het interessante interview op http://www.zeit.de/2007/47/WAS_IST_SCHMERZ met de pijnonderzoeker Zieglgänsberger, waarin staat (bold door mij)
“Um dem chronischen Körperschmerz beizukommen, brauchen Sie eine Art Psychotherapie. Ja. Vor allem kommt es darauf an, Angst vor dem Schmerz zu überwinden. Das schaffen Sie nicht allein mit Medikamenten. Umgekehrt gilt vieles, was wir inzwischen über den körperlichen Schmerz wissen, für Seelenqualen ebenso. Das Gehirn macht nämlich gar keinen Unterschied: Wenn wir unter Liebeskummer leiden, uns eine Zurückweisung oder auch nur ein Geldverlust grämt, werden im Kopf dieselben Schaltungen wie bei Körperschmerzen aktiv. Du hast mir mit deinen Worten sehr weh getan, sagen wir dann. Manchmal ist unsere Alltagssprache beeindruckend genau. Viel genauer jedenfalls als unsere traditionelle Philosophie, die zwischen körperlichen und seelischen Phänomenen noch immer einen fundamentalen Unterschied sieht. Aber wenn ich in die Hände klatsche, macht dann meine Linke oder meine Rechte den Ton? Mit den Schmerzen des Körpers und der Seele ist es genauso. Auch an psychischen Leiden können Sie zugrunde gehen.”Gezien de werking van psychofarmaca, LSD etc, zou ik zeggen dat het er steeds meer op gaat lijken dat het bewustzijn inderdaad een functie van de biochemische hardware is. Maar goed, dat is ook maar een opinie.
Martin van Staveren is fysicus, gepromoveerd in de vaste stof fysica (o.a. NMR), werkzaam bij het Europees Octrooiburo. Deze bijdrage is op persoonlijke titel.


Je schrijft: [Hij verwijst ter ondersteuning van deze positie onder andere naar “Conciousness and its place in Nature” van de filosoof Chalmers. Daarin staan argumenten tegen de materialistische positie. Die argumenten zijn allemaal van het type: we kunnen ons niet voorstellen dat een materialistische verklaring van het bewustzijn mogelijk zal zijn, derhalve is de materialistische positie fout.] Dit is, meen ik, geen juiste weergave van Chalmers positie. Hij is ooit begonnen met een stelingname tegen het functionalisme, en dat eerste argument hanteert hij nog steeds. Daar is inderdaad een 'inconceivability-argument' bijgekomen, maar dat is niet gelijk aan het anti-functionalistische argument. Wel berusten deze argumenten op het idee dat er een gat gaapt tussen eerste-persoons en derde-persoons verklaringen. Dit 'explanatory gap' heeft echter weinig te maken met ons voorstellingsvermogen (of beter gezegd, heeft niet uitsluitend te maken met ons voorstellingsvermogen).
Je schrijft: [De non-lokaliteit zoals die uit de fysica bekend is wordt door van Lommel gegeneraliseerd naar een soort van algemene non-lokaliteit. Dat doet nogal denken aan theologische beelden als dat God en hemel zich “buiten tijd en ruimte” zouden bevinden. Dus van Lommel gebruikt terminologie die aan de kwantummechanica doet denken, althans in de oren van kwantumleken, om een soort theologische notie van bewustzijn een wetenschappelijk aura te verlenen.] Dit is inderdaad merkwaardig, en ik vraag me af waarom van Lommel dit doet. Hij had er verstandiger aan gedaan om zijn reductionisme aan te bieden als dat wat het is: een metafysisch model van de werkelijkheid. Inderdaad, misschien had de uitgever hier moeten ingrijpen.
Je laatste opmerkingen over het vervagen van het onderscheid tussen lichaam en geest zijn boeiend: een kleine opmerking. Stel dat morgen iemand een slim experiment doet waaruit klip en klaar blijkt dat bewustzijn wordt geproduceerd door het brein (nog altijd de sterkste optie, inderdaad). Dan volgt daar nog steeds niet uit dat we ooit zullen kunnen begrijpen wat bewustzijn is: het punt is namelijk dat het helemaal niet duidelijk is wat de functie is van bewustzijn en, bovenal, dat bewustzijn geen 'plaats' heeft (dit laatste is het bindingsprobleem: er is geen centrale processor in het brein, hoe kan het bewustzijn ons dan de illusie (?) geven dat er wel een centrum (ik) in het brein aanwezig is?) Kortom, reductie tot materie verklaart op zich niet veel.
Overigens, een vreemde wereld: geest wordt gereduceerd tot materie, en materie wordt gereduceerd tot informatie. Ik begrijp er steeds minder van. (Comment this)
"reductie tot materie verklaart op zich niet veel". Nou ja, zolang er geen expliciet testbaar model van is, blijft het speculeren. De theorievorming in de biologie is beperkt, wat geen wonder is gezien de complexiteit van levende materie (eh..). Het is wachten op vooruitgang in de neurologie, cognitive science, etc - dus van onderop beginnen.
Ik heb van Chalmers alleen dat gezien waar van Lommel naar refereert. Dat zombie argument, waar van Lommel naar verwijst, komt inderdaad bij Chalmers voor. Ik snap geen snars van dat argument: als we aannemen dat zombies kunnen bestaan, dan ... Ja, zo lust ik er nog meer. Aannemen kunnen we van alles. (Comment this)