Fouten in het boek van Pim van Lommel (2)
Naar aanleiding van mijn vorige blog hebben sommigen opgemerkt dat Van Lommel tenminste de intentie had zijn theorie op wetenschappelijke feiten te baseren. Dat klopt. Inderdaad, als hij niet in de Lancet gepubliceerd had, en als hij niet zoveel wetenschappelijke literatuur bestudeerd had, dan had ik niet eens de moeite genomen zijn boek te lezen. Als hij zijn betoog mede of hoofdzakelijk op religieuze argumenten gebaseerd had, dan had ik het boek nooit gelezen. Helaas wordt er -om een analogie te gebruiken- bij een tentamen niet naar de intentie van de student gevraagd, maar gaat het alleen om de resultaten. Bovendien kun je uit de antwoorden afleiden of de student zich überhaupt serieus heeft voorbereid op het tentamen.
Wat is precies DNA?
Laten we als testcase nemen de uiteenzetting die Van Lommel geeft onder het kopje Wat is precies DNA? (pag. 262). Het is een neutraal onderwerp dat ver af staat van Bijna-Dood ervaringen en is daarom een goede testcase of Van Lommel zich serieus heeft verdiept in zaken buiten zijn vakgebied. Ik had het in mijn vorige blog nog niet aangeroerd. Hij schrijft daar:
Wat wel voor Van Lommel pleit is dat hij het aantal menselijke genen dat zijn bron (1) noemt, 60.000 - 80.000 genen, niet over neemt. Het boek was nl. geschreven net vóór de afronding van het Human Genome Project. Toen is het aantal drastisch naar beneden bijgesteld.
Conclusie: als Van Lommel niet in staat is algemeen geaccepteerde kennis in de genetica correct weer te geven, hoe betrouwbaar zal dan zijn weergave van controversiële zaken zijn?
Controversiële zaken als 'biofotonen'
Tot nu toe hadden we het over normale wetenschap, normale tijdschriften en bekende zaken (afgezien van de afwijkende meningen over bekende zaken). Nu betreden we het gebied van de buitengewone, controversiële of perifere wetenschap. Ik had nog nooit van 'biofotonen' gehoord, maar:
Van Lommel noemt een overzichtsartikel (3) van de Nederlandse bioloog Roel van Wijk die zich bezig houdt met alternatieve, of complementaire, of integrale geneeskunde, hoofdredacteur is van het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde en ook aan hetzelfde IIB verbonden is. De stichting Skepsis heeft over van Wijk gepubliceerd.
Mijn kritiek op Van Lommel is dat hij totaal geen onderscheid maakt tussen reguliere en niet-reguliere, perifere wetenschap. Hij vertelt met dezelfde vanzelfsprekendheid over DNA als over biophotonen en biocommunicatie. DNA onderzoek is onderzoek dat met verschillende Nobelprijzen is gewaardeerd, biophotonen niet. Mijn tweede bezwaar is dat hij wetenschappers die voor zichzelf begonnen zijn en buiten hun vakgebied bezig zijn (Bischof), even serieus neemt als wetenschappers die binnen hun eigen vakgebied werkzaam zijn. Hij begeeft zich hiermee in het alternatieve circuit. Van Lommel meent dat dit allemaal zijn hoofdthese ondersteunt. Hij had sterker gestaan (of minder zwak!) als hij 'deze steun' uit het alternatieve circuit had weggelaten.
Noten
Wat is precies DNA?
Laten we als testcase nemen de uiteenzetting die Van Lommel geeft onder het kopje Wat is precies DNA? (pag. 262). Het is een neutraal onderwerp dat ver af staat van Bijna-Dood ervaringen en is daarom een goede testcase of Van Lommel zich serieus heeft verdiept in zaken buiten zijn vakgebied. Ik had het in mijn vorige blog nog niet aangeroerd. Hij schrijft daar:
"Het menselijke DNA bestaat uit 23 paar chromosomen en bevat ongeveer 30 000 genen die zijn opgebouwd uit ruim drie miljard basenparen.1 Elk gen heeft dus ongeveer 100 000 basenparen, die weer bestaan uit combinaties van adenine, guanine, thymine, cytosine (A,G,T en C)." (p. 262-263), zijn noot is hier: 1.Deze berekening is fout. Een gen heeft dus géén 100 000 basenparen. Zelfs niet als gemiddelde. De fout is dezelfde als in het volgende voorbeeld. Stel voor het rekengemak de oppervlakte van Nederland op 40.000 km2 en het aantal plaatsen op 4.000. Hieruit volgt dus dat een plaats (gemiddeld) een oppervlakte heeft van 10 km2. De fout zit natuurlijk in het negeren van natuurgebieden, landbouwgronden, water, asfalt, etc. (2). Net zoals steden en dorpen eilanden in de groene ruimte zijn, zijn genen eilanden in een zee van DNA. Hij weet wel dat maar 5% van het DNA codeert voor eiwit, maar denkt kennelijk dat ieder gen 95% junk-DNA bevat. Dit blijkt uit zijn gelijkstelling van junk-DNA met introns. Het zou in theorie kunnen, maar de feiten zijn helaas anders. Hij baseert zich voor de laatste uitspraak op een artikel van fysici in een fysich tijdschrift (Phys Rev Lett). Het is niet handig om je op buitenstaanders te baseren. De werkelijke grootte van een genen zit in de range van duizenden baseparen en is dus een factor 100 kleiner dan Van Lommel aangeeft. Een extreme uitschieter vormt het Dystrophin met 2.400.000 baseparen. Voor een handig grafisch overzichtje zie hier. Nota bene: in bron (1) die Van Lommel geraadpleegd heeft, wordt een gen van 120 baseparen genoemd (5S-RNA) (p.16). Dus dat zou een hint moeten zijn!
Wat wel voor Van Lommel pleit is dat hij het aantal menselijke genen dat zijn bron (1) noemt, 60.000 - 80.000 genen, niet over neemt. Het boek was nl. geschreven net vóór de afronding van het Human Genome Project. Toen is het aantal drastisch naar beneden bijgesteld.
Conclusie: als Van Lommel niet in staat is algemeen geaccepteerde kennis in de genetica correct weer te geven, hoe betrouwbaar zal dan zijn weergave van controversiële zaken zijn?
Controversiële zaken als 'biofotonen'
Tot nu toe hadden we het over normale wetenschap, normale tijdschriften en bekende zaken (afgezien van de afwijkende meningen over bekende zaken). Nu betreden we het gebied van de buitengewone, controversiële of perifere wetenschap. Ik had nog nooit van 'biofotonen' gehoord, maar:
"Levende cellen stralen coherent licht uit, een pulserende stroom van enkele tienduizenden fotonen per sec./cm2, hetgeen ongeveer honderd miljoen maal zwakker is dan daglicht" (p.267).Mensen als Marco Bischof claimen dat DNA de bron is van een coherent veld van fotonen en het zou om deze reden als interface kunnen functioneren tussen de non-lokale ruimte en het levende organisme.11 (= 4). (p.267). Van Lommel zegt er eerlijk bij dat "deze theorie is echter nog niet definitief bewezen". Maar hier blijkt niet dat het om erg controversiële materie gaat! Wie is Marco Bischof? Volgens zijn eigen beschrijving op de site van het 'International Institute of Biophysics', IIB, heeft hij een 'Diploma in Breathing Therapy and Education' (!), studeerde 'Cultural and Medical Anthropology, History of Religions, and Psychology' aan de Universiteit van Zurich, en was medeoprichter en directeur van het IIB. Bischof heeft een zeer interessante studierichting gevolgd, maar Bischof is dus géén bioloog en géén fysicus, hij lijkt me dus niet geheel gekwalificeerd om dit soort revolutionair biofysisch onderzoek te doen.
Van Lommel noemt een overzichtsartikel (3) van de Nederlandse bioloog Roel van Wijk die zich bezig houdt met alternatieve, of complementaire, of integrale geneeskunde, hoofdredacteur is van het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde en ook aan hetzelfde IIB verbonden is. De stichting Skepsis heeft over van Wijk gepubliceerd.
Mijn kritiek op Van Lommel is dat hij totaal geen onderscheid maakt tussen reguliere en niet-reguliere, perifere wetenschap. Hij vertelt met dezelfde vanzelfsprekendheid over DNA als over biophotonen en biocommunicatie. DNA onderzoek is onderzoek dat met verschillende Nobelprijzen is gewaardeerd, biophotonen niet. Mijn tweede bezwaar is dat hij wetenschappers die voor zichzelf begonnen zijn en buiten hun vakgebied bezig zijn (Bischof), even serieus neemt als wetenschappers die binnen hun eigen vakgebied werkzaam zijn. Hij begeeft zich hiermee in het alternatieve circuit. Van Lommel meent dat dit allemaal zijn hoofdthese ondersteunt. Hij had sterker gestaan (of minder zwak!) als hij 'deze steun' uit het alternatieve circuit had weggelaten.
Noten
- Matt Ridley (2000) 'Genome: The Autobiography of a Species in 23 Chapters', Fourth Estate, paperback, 344 pages.
- Het grappige is dat deze metafoor verder doorgevoerd kan worden voor de genen zelf. Net zoals steden verschillen in de hoeveelheid groen (plantsoenen), zo verschillen genen in de hoeveelheid niet-coderend DNA (van 0% tot 99,4% zie hier). Zie ook hier voor tekst en uitleg
- R. van Wijk (2001) 'Bio-photons and Bio-communication', Journal for Scientific Exploration, 15 (2), 183-197: "This bio-photon research is hardly recognized in mainstream science so far, but in the opinion of the author it deserves careful consideration". De site vermeldt: 'research on topics outside the established disciplines of mainstream science': het kan niet duidelijker.
- M. Bischof (1995) Biophotonen - Das Licht, das unsere Zellen steuert. Verlag Zweitausendeins, Frankfurt/Main. 11th edition 2001.


Ik ben het volkomen met Taede eens: het eerste deel van het boek is sterk, het tweede deel van het boek is zwak. Zo meent van Lommel zelfs dat ergens in de jaren zeventig al is aangetoond dat men met het bewustzijn voorwerpen kan verplaatsen. En ook het bericht (in Science) van een wiskundige wiens hoofd slechts was gevuld met water lijkt me stug (alghoewel dit natuurlijk wel pleit voor de stelling dat je voor het beoefenen van de exacte wetenschappen nauwelijks hersenenen hoeft te hebben ;-).
Zoals altijd met dit soort onderzoek, staat of valt het resultaat met de betrouwbaarheid van de verslagen. -Ik ben het wel met van Lommel eens dat als bewustzijn wordt geproduceerd door de hersenen (epifenomeen), dan mogen we er van uitgaan dat dit slechts kan worden geproduceerd door gezonde, goed werkende hersenen, niet door hersenen waarvan de werking nagenoeg is weggevallen.
In de Volkskrant stond een interessante bijlage (voor de kerst) over de grenzen van de wetenschap. Wat opvallend is dat niemand zich ooit waagt aan uitspraken over de grenzen tussen wetenschap en religie. Ook in dit katern gaat het over allerlei mogelijke grenzen, zelfs tussen die van het kenbare en het onkenbare. Maar het woord religie valt niet.
Martijn van Calmthout schrijft: [De wetenschap is geen verzameling waarheden en vaste antwoorden. Het is een methode, om op grond van data steeds te komen tot de best houdbare verklaring, of meest waarschijnlijke voorspelling. Het is die methode, anders dan in geloof, die tot krachtige uitspraken over eigen zwaktes leidt.]
Wat opvalt in dit citaat is: de angst voor geloof, en het geloof in een wetenschappelijke methode. -Vooral die laatste uitspraak is merkwaardig. In een artikel dat gaat over de grenzen van de wetenschap, (hij noemt, uiteraard, de stelling van Godel en de onzekerheid in de quantummechanica), poneert hij dat er zoiets bestaat als de wetenschappelijke methode: en juist dat idee, dat er zoiets bestaat als een wetenschappelijke methode, is de grootste mythe.
Er bestaat geen wetenschappelijke methode. Er bestaat een soort common sense werkwijze: boekhouders beschikken hier -gelukkig- ook over. En wie het gras gaat maaien ook. Pim van Lommels werk is dus wetenschappelijk: hij heeft mensen systematisch ondervraagd en hij heeft hun antwoorden systematisch met elkaar vergeleken. Dat is een mogelijke systematische manier van werken - een methode dus (niet 'de' methode). Niks mis mee. -Voor de creatieveren onder ons is echter de taak weggelegd om zo spitsvondig te zijn en te ontdekken waar de fouten -eventueel- zitten. Geen methode dus, maar wel nuttig.
(Comment this)
Men heeft voornamelijk oog voor die gegevens, die het eigen gelijk bevestigen. Deze methodische fout leidt niet tot de meest betrouwbare resultaten.
Let wel: ik beweer niet dat wetenschappers niet zeer grondig te werk gaan, hoor. Want dat doen ze wel.
Ken je die serie over een of andere geschifte dokter, House genaamd? Ik vind de manier waarop hij werkt wel tekenend voor de wetenschappelijke methode. Hij begint een patient altijd zeer systematisch te onderzoeken, maar het lukt hem en zijn team nooit om de oorzaak vast te stellen. Er zijn altijd complicaties. Uiteindelijk, na een hoop vijven en zessen lukt het ze om de werkelijke oorzaak te achterhalen, maar dan is er inmiddels sprake van een hoop toevalstreffers en vreemde wendingen. (Comment this)
Er bestaan zelfs geen deugdelijke onderzoekprogramma's naar het bewustzijn anders dan welke berusten op introspectie (je vraagt aan de proefpersoon wat hij voelt en denkt). -Hoe dan ook, het verschil tussen eerste en derde persoon is wel zeer vreemd, het is een merkwaardige bariere! Van Lommel haalt Roetsdorf aan, de Deense antropoloog. Die schrijft hoe hij de onderzoekers voor de gek hield. Hij dacht aan heel andere dingen dan waar hij, gezien de opzet van de proef, aan zou hebben moeten denken. Dit werd in het geheel niet ontdekt op de scan.
Je bent afhankelijk van de mensen die rapporteren. Spreken zij de waarheid, en hebben ze deze ervaringen echt gehad, dan heeft van Lommel een punt. Kun je ze betrappen op (niet opzettelijke) leugens, dan is het onderzoek van van Lommel onbetrouwbaar. Hetzelfde geldt voor mystieke ervaringen. (Comment this)
(Comment this)