De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (3)
Gastbijdrage Marinus de Baar

The Great Chain of Being
Uit deze studie blijkt dat Order, Change and Chance in de visie op de natuur druk besproken thema's waren in de zeventiende en achttiende eeuw. Niets minder stond op het spel dan God, wereldbeschouwing en mens: de natuur toeschrijven aan het toeval kwam neer op het ontkennen van God; als alles toevallig zou zijn dan zou het moeilijk zijn om aan de werkelijkheid een zin te onderkennen; en zonder orde zou een menselijke samenleving die zichzelf als moreel definieerde niet kunnen bestaan, dacht men. Dat verklaart waarom zovelen deelnamen aan het debat hierover. Bekende denkers komen in deze studie naar voren, zoals Leibniz, Voltaire, Linnaeus, Buffon, Diderot, d'Holbach, Hume en Kant, maar ook onderzoekers en filosofen die slechts aan ingewijden bekend zijn (zoals Lessius of Reimarus) of zelfs dat niet (zoals de eerdergenoemde Le Guay de Prémontval).
De vraag waar het in deze studie in belangrijke mate (maar niet uitsluitend) om gaat, en die we hier gemakshalve maar even inkorten als "orde of toeval", is historisch maar tot op zekere hoogte ook nog steeds actueel gelet op alle discussie rondom "intelligent design". Bij de bespreking van de fysico-theologie in het eerste deel van deze studie, wordt uitvoerig duidelijk gemaakt dat Hume en Kant de toenmalige design-theorieën welgefundeerd hebben bijgezet op het kerkhof van overleden ideeën. Hun argumenten waren formeel (betrokken op de manier van redeneren) en betroffen het ongerechtvaardigd terugredeneren vanuit materiële vormen van orde naar een daarboven uitstijgende Oorzaak van een geheel andere, want transcendente, orde. Wat men zich bij het hedendaagse "intelligent design" inhoudelijk voorstelt kan variëren, maar enige transcendente invulling daarvan blijft vallen onder de beredeneerde blaam van Hume dat men zich dan laat dragen door "the wings of imagination", en onder het evenzeer gefundeerde verwijt van Kant dat dit een speculatieve gevolgtrekking en als bewijs "null und nichtig" is. Zoveel is echter wel duidelijk dat de stofwolken van het historisch debat waar deze studie in belangrijke mate over gaat, nog niet helemaal zijn opgetrokken. En of de natuur nu werkelijk orde of toeval is, is een oordeel dat in de Epiloog van deze studie beredeneerd wordt overgelaten aan de verbeelding van de lezer.
Dit is deel 3 van de Nederlandstalige samenvatting van het proefschrift Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 1 en 2 verschenen op 4 en 5 december.De illustratie is afkomstig uit Michael Ruse (2006) Darwinism and its Discontents.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
Verder lezen.
Aangezien het proefschrift (nog) niet beschikbaar is in een handelseditie kan de geinteresseerde lezer alvast terecht bij een aantal boeken zoals het zeer goed ontvangen en leesbare historische overzicht van Peter Bowler Evolution. The History of an Idea (third edition) en de filosoof en evolutie-expert Michael Ruse (2003) Darwin and Design, met daarin het hoofdstuk met de voorzichzelf sprekende titel Two Thousand Years of Design (wat goed lijkt aan te sluiten bij het proefschrift) (GK)


Inhoudelijk zijn er nog wel wat noten te kraken. Ik denk dat de motivatie voor deze discussie over toeval en orde heel duidelijk boven komt drijven: niets minder dan een discussie over het bestaan van God. Als je de discussie inhoudelijk volgt blijkt er semantische ruis te ontstaan rondom de gebruikte terminologie. Neem bijvoorbeeld de in de samenvatting twee keer genoemde Le Guay (of Guy) de Prémontval. 'Hij meende dat als men alle letters van de Aeneïs in een willekeurige volgorde uit een fles laat glijden, deze zeer vaak een onleesbaar geheel zullen vormen, maar de juiste combinatie (de Aeneïs) is er één van en zal er dus ooit ook uitkomen: orde uit chaos.'
Dit heeft niets met orde en chaos te maken maar met kansrekening. De schijnbare orde die we herkennen in de juiste combinatie van de letters is subjectief, zoals Martin ook stelt. Neem bijvoorbeeld een klaslokaal met 30 leerlingen die normaal gesproken op een vaste plek zitten. Als deze leerlingen nu op een dag achter een willekeurig tafeltje gaan zitten, dan is dit voor de docent een wanordelijke toestand, maar voor een objectieve waarnemer is de maat van orde gelijk aan die van de dag ervoor: 30 leerlingen, keurig achter een tafeltje.
Maar stel nu eens dat er een SYSTEEM is: het kind dat als eerste binnenkomt gaat linksvoor zitten en de tweede daar rechts van en zo door tot rechtsachterin. Het tijdstip van arriveren is afhankelijk van vertrektijd en reistijd van de leerlingen. Die zal niet elke dag gelijk zijn. Er is dus een toevalsverdeling voor de binnenkomst en dus ook de zitplaats van de leerlingen. Echter: over een jaar bezien zul je ontdekken dat er een bepaalde correlatie is tussen een leerling en een plek in het locaal.
Merk op dat:
- de maat van orde in dit voorbeeld elke dag gelijk is
- het toevallig is wie op welke dag waar zit
- dat er sprake is van een organisatie volgens een systeem
De vraag die wij ons moeten blijven stellen is: waarom is er een systeem van materie, energie en interactie? Dat is een lastige vraag en het leidt tot interessante speculaties. De wat makkelijkere vragen zoals 'hoe werkt het systeem' moeten we aan de wetenschappers overlaten, die komen daar wel uit. (Comment this)
Order, like beauty, is in the eye of the beholder.
In "Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp" beweert Cees Dekker, dat het objectief (!!) vaststelbaar is, of een serie symbolen (b.v. gvacv9wr) iets betekent of niet, wat uiteraard niet het geval is - als ik met iemand afspreek dat "gvacv9wr" een label is voor "fiets", dan betekent "gvacv9wr" wel degelijk iets. Orde en informatie is geen intrinsieke eigenschap van symbolen of materie (moleculen etc.), maar een semantische constructie door de toeschouwer, of meer algemeen, receiver (ook biochemisch). We komen nu wel erg dicht in de buurt van informatietheorie ... (Comment this)
Ontdekken dat je model of systeem niet deugt zet je voor het blok, je beschikt immers niet over een alternatief systeem.
Als ons model van de wereld nu samenhangt met onze ontwikkeling (je moet voorzichtig zijn in hoe je dit zegt deze dagen), wat toch zeer voor de hand ligt, dan is het misschien niet eens mogelijk om in theorie een alternatief model te ontwikkelen.
Neem het volgende voorbeeld. Eccles en Popper hebben (dit is niet helemaal de letterlijke lezing, hoor) voorgesteld dat het bewustzijn geen plaats heeft, maar dat het toch bestaat en dat het verbonden is met het lichaam. Hier kunnen we geen chocolade van maken. Iets wat bestaat maar geen plaats inneemt. Is dat niet het toppunt van onzin. Inderdaad, volgens ons model van de wereld wel. Of een deeltje dat zich gedraagt als een deeltje en als een substantie. Een deeltje dat misschien geen plaats inneemt (non localiteit). Allemaal hoogst merkwaardige zaken, waar we wel kennis van kunnen nemen, maar dat zich niet laat combineren met ons model van de wereld.
Dan nog een stap verder, een God die overal en nergens is en de wereld wel beinvloedt. Is dat een onmogelijke gedachte als wij er systematisch naast zitten.
Hoe dan ook, wat ik wil zeggen is dat orde alleen maar bestaat als je een model of een systeem hebt. En als dat systeem niet overeenkomt met de werkelijkheid, beschik je niet langer over een instrument om te bepalen wat mogelijk en onmogelijk is. Voor theisten toch een fraaie omstandigheid. (Dit betekent overigens niet dat alles mogelijk is, hoor, of dat alles ook even zinvol is. Maar gegeven het feit dat religieuze ervaringen bestaan, dat er zoiets merkwaardigs als een bewustzijn bestaat, dat de natuur niet overeenkomt met ons model, dat we systematisch kunnen zeggen hoe wij aan ons model van de wereld komen en wat daar de functie van ons, zijn religieuze concepten niet per definitie onzinnig. De idee dat je op grond van ons model of systeem van de wereld kunt zeggen dat God niet bestaat, begint langzamerhand toch een beetje aan glans te verliezen.) (Comment this)
Waar ik van af wil is het contingent wetenschappers dat beweert dat je op grond van de huidige wetenschap met zekerheid kunt zeggen dat God niet bestaat. Of dat je op grond van theorie X kunt zeggen dat mystieke ervaringen niets anders zijn dan zinsbegoocheling, enz.
Het maakt uiteraard een heel verschil of je redenen hebt om te vermoeden dat je model van de wereld systematisch onjuist is of dat je model van de wereld systematisch juist is. -Als je weet dat je model onjuist is, dan kun je ook niet (in alle gevallen) bepalen welke uitspraken zinloos zijn of niet. (En op grond hiervan ben ik het dus niet eens met je stelling dat uitspraken over toeval altijd zinledig zijn: mijn idee is dat je zelfs dat niet kunt weten).
Dit betekent overigens niet dat alles mogelijk is: als iemand jou belooft dat hij jou op paranormale wijze kan genezen van je schuddingen, dan kun je het resultaat heel goed beoordelen. Hetzelfde geldt voor astrologie, ingestraald water, en regendansen. Maar (op voorhand) niet voor religieuze ervaringen.
Als je weet dat wij er systematisch naast zitten, en je hebt *ervaren* dat er een soort werkelijkheid bestaat die boven onze werkelijkheid uitstijgt, dan heb je goede redenen om dit op grond van deze ervaring voor waar aan te nemen. -Het verschil met roze olifantjes is dat ik daar persoonlijk niet zo veel mee heb. (Comment this)