De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (2)
gastbijdrage Marinus de Baar
In het licht van bovenstaande is het moeilijk voorstelbaar dat Europa in de achttiende eeuw toch overging naar een dynamische natuuropvatting, waarin voor sommigen ook nog een rol was weggelegd voor het toeval. In het tweede deel van deze studie wordt die overgang uiteengezet en verduidelijkt wat daarvan de achterliggende oorzaken waren. Het meest fundamenteel was daarbij de overgang van de benadering van de natuur vanuit principes naar die vanuit de feiten. In het eerste geval beziet men de natuur van boven naar beneden, vanuit ordenende beginselen naar welgeschapen planten en dieren, vanuit een transcendente oorzaak naar gerealiseerde organismen. Principes staan naar hun aard niet gauw bloot aan verandering. Maar als men, zoals in het tweede geval, de natuur van beneden naar boven beredeneert, vanuit feitelijke organismen naar de manier waarop deze ingedeeld kunnen worden, en vanuit de immanente (in de natuur zelf aanwezige) ordening naar de manier waarop zij het natuurlijk geheel vormen, dan ontstaat er ruimte voor beweging. Die tweede manier is niet deductief maar inductief; een orde die gebaseerd is op inductie richt zich op een zo groot mogelijk aantal waarnemingen en laat de feiten tellen. En de feiten toonden aan, toen men er door deze geestesverandering oog voor kreeg, dat er soorten waren uitgestorven; dat soorten bestaan in samenhang met hun omgeving omdat ze daarmee een wisselwerking hebben en niet omdat ze met het oog op de omgeving waarin zij moesten leven doelgericht waren geschapen; en dat soorten onder invloed van het klimaat, bodemgesteldheid en andere omstandigheden langzaam veranderen. De natuur die zo lang, en in de zeventiende en begin achttiende eeuw zo nadrukkelijk was opgevat als de eenmalige en onveranderlijke uitdrukking van Gods wijsheid en orde, werd mettertijd een wereld in wording.
Ammonieten zoals afgebeeld en beschreven
door Robert Hooke in Posthumous Works, 1705.
Hij trok de toen controversiele conclusie dat
het om een uitgestorven soort ging.
In deze ontwikkeling zijn fossielen buitengewoon belangrijk geweest: toen men deze ging aanzien voor wat zij werkelijk zijn, nl. versteende restanten van ooit levende organismen, ging men begrijpen dat er uitgestorven soorten waren die de volledigheid en volmaaktheid van Gods schepping ondermijnden. Dat de aarde niet ouder was dan de zesduizend jaar die er op basis van bijbelse chronologie aan werd toegekend, werd reeds in twijfel getrokken door alternatieve chronologieën (zoals die van Egypte en China), maar werd nu des te meer ontkracht doordat men oog kreeg voor de langdurigheid van allerlei natuurlijke ontwikkelingen. Men onderzocht vormen van verstening en constateerde dat dit een langzaam proces was dat in bepaalde gevallen tienduizenden jaren in beslag nam. Men constateerde op basis van bepaalde observaties dat het zeewaterniveau langzaam daalde (of steeg), of dat de temperatuur van de massa van de aarde van zeer heet was gedaald tot het tegenwoordige niveau: ook alweer een proces dat zeer veel tijd in beslag nam. Dergelijke fysische veranderingen werden verondersteld, beredeneerd, of waargenomen in domeinen die we nu kennen als die van kosmologie, geologie en biologie. In de kosmologie waren zwaartekracht, aantrekking of afstoting oorzaak van verandering: het ontstaan van hemellichamen en het uiteendrijven van sterrenstelsels. In de geologie waren water en hitte oorzaak van veranderingen in de aardkorst (zoals het ontstaan van bergen). En in de biologie waren het vooral veranderingen in klimaat en bodemgesteldheid die dynamiek brachten in de natuur.door Robert Hooke in Posthumous Works, 1705.
Hij trok de toen controversiele conclusie dat
het om een uitgestorven soort ging.
Sommige denkers binnen de "Radicale Verlichting" hebben deze nieuwe inzichten gekapitaliseerd om de dynamiek van de natuur ook binnen een filosofisch kader te plaatsen, waarin geen plaats meer was voor een transcendente teleologie. Dat was vooral na 1750 het geval, met denkers als Diderot en d'Holbach. Vóór het midden van de achttiende eeuw werd nog vaak aansluiting gezocht bij het antieke atomisme van vooral Lucretius om te betogen dat de natuur "materie en beweging" is. Niet elke materialistische filosoof die binnen het kader van de "Radicale Verlichting" probeerde om de natuur te begrijpen, wilde aan het toeval een belangrijke rol toekennen. Maar men voelde zich wel gedwongen zijn positie tegenover het toeval te bepalen. Bij een aantal van hen werd de natuur tot een dobbelspel. Naar de natuur zoals Diderot die opvatte is wel verwezen als naar een gigantisch dobbelspel waarvan tijdens het spel zelfs de dobbelstenen nog telkens weer veranderen. En de onbekende wiskundige en filosoof Le Guy de Prémontval (die zichzelf "de partizaan van het toeval" noemde) meende dat als men alle letters van de Aeneïs in een willekeurige volgorde (dus door het toeval bepaald) één voor één uit een fles laat glijden, deze zeer vaak een onleesbaar geheel zullen vormen; het aantal mogelijke combinaties is dan ook een zeer groot aantal, maar de juiste combinatie (de Aeneïs) is er één van en zal er dus ooit ook uitkomen: orde uit chaos.
Dit is deel 2 van de Nederlandstalige samenvatting van het proefschrift Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 3 verschijnt op 6 december.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.


Atheisme is te beschouwen als een soort eindstadium in een lange reeks stappen, die begon met de ontdekking van uitgestorven soorten die de volledigheid en volmaaktheid van Gods schepping ondermijnden. Dus dat de natuurwetenschap 'iets atheistisch zou kunnen hebben' werd geleidelijk aan duidelijk lang voor Darwin (1859).
Atheisme? Welke atheisme? als je om je heen kijkt: of evolutie strijdig is met theisme hangt volstrekt af van welk godsconcept de theist aanhangt. Bij een zeer dogmatisch bijbels godsconcept is evolutie strijdig met god. Maar als je ondertussen om je heen hebt gekeken, dan heb je wel gemerkt dat er ook mensen zijn met een zeer vaag, zwerig godsconcept, die geen strijdigheid zien van god en evolutie. (Comment this)