De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw (1)
Gastbijdrage Marinus de Baar
Toont de natuur zoals wij die zien een goddelijke, wijze en daardoor onveranderlijke orde ("manifest design"), of is de natuur het resultaat van kosmologische, geologische en biologische verandering, en tot op zekere hoogte ook de uitkomst van het toeval?
Het proefschrift 'Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800)' heeft deze belangrijke vraag als onderwerp. Deze vraag hield de meeste grote en ook minder bekende filosofen, naturalisten en theologen van de zeventiende en achttiende eeuw bezig.

Het eerste deel van deze studie gaat in op ideeën over de Voorzienigheid, fysico-theologie, natuurlijke historie, en het idee van "the great Chain of Being", en zet uiteen op welke wijze deze bijdroegen aan het idee van orde in de natuur. Het idee van de Voorzienigheid was natuurlijk een belangrijk postulaat van orde. Maar het idee van de Voorzienigheid werd zelf ook weer geordend en onderverdeeld, bijvoorbeeld in "besturende" en "bewarende" Voorzienigheid, zodat er "taxonomieën" van de Voorzienigheid ontstonden, enigszins vergelijkbaar met taxonomieën van soorten in de natuur. In fysico-theologische teksten werd de nadruk gelegd op "manifest design" (evident ontwerp), dat de orde van de natuur aantoonde in vormen van harmonie (tussen organismen onderling en met hun omgeving), symmetrie (van lichaamsdelen), uniformiteit (het aanwezig zijn van dezelfde structuur of functie van dezelfde lichaamsdelen - zoals spijsverteringsorganen - bij verschillende soorten), proportionaliteit (zoals tussen kwantiteit en kwaliteit: er zijn meer "lagere" soorten insecten dan "hogere" soorten van zoogdieren), en evenwichtigheid (tussen het aantal dat geboren wordt en dat overlijdt). Naturalisten, zoals Linnaeus, waren metaforisch gesproken "de boekhouders der natuur": hun tabellen, tableaus en taxonomieën maakten de balans op en toonden in één oogopslag dat de natuur een zekere orde belichaamde. Terwijl de fysico-theologie vooral functionalistisch was en de nadruk legde op de welgeordende wijze waarop organismen ontworpen waren zodat zij optimaal konden functioneren, was de natuurlijke historie meer gericht op de vorm van planten en dieren en in het bijzonder op verschillen daartussen die classificatie mogelijk maakte. De "Great Chain of Being" (naast de Voorzienigheid, de fysico-theologie en de natuurlijke historie een vierde belangrijk ordeningsconcept) legde meer de nadruk op de rang en plaats van een soort in het natuurlijk geheel, en was dan ook meer hiërarchisch en holistisch.
Wat bij alle vier opvalt is de welhaast obsessieve zucht naar orde. De Voorzienigheid heeft alles wat bestaat en gebeurt voorbestemd. De fysico-theologie onderzocht insecten om te bewijzen dat ook in zulke ogenschijnlijk onachtzame soorten een design of ontwerp kon worden aangetoond. De natuurlijke historie betrok zich niet alleen op soorten in de natuur maar streefde ernaar om ook misdaden en ziekten taxonomisch te ordenen. De "great Chain of Being" betrof niet alleen de levende natuur, maar liep van stenen en mineralen via planten en dieren naar de mens en God. Er was binnen het denken over de Voorzienigheid niet één soort die niet doelgericht was geschapen en geen gebeurtenis die zonder reden was; binnen de fysico-theologie was er niet één plant of dier dat geen ontwerp of welgeordendheid belichaamde; en binnen de natuurlijke historie en "the great Chain of Being" had alles zijn vaste plaats in de goddelijke orde der natuur. John Ray, een bekende fysico-theoloog en naturalist, begon zijn vermaarde The Wisdom of God (1691) dan ook met een citaat uit psalm 104: "Hoe groot zijn Uw werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt".
Deze zucht naar orde stond niet op zichzelf maar werd in belangrijke mate ingegeven door de angst voor het toeval. Het oude idee van Lucretius, dat de tegenwoordige natuur het resultaat zou zijn van toevallig samenklonterende atomen (dat in de Renaissance samen met andere klassieke teksten weer aandacht kreeg) werd telkens met nadruk afgewezen. John Ray en anderen benadrukten niet alleen dat de natuur ordelijk was; zij betoogden tevens en telkens weer dat "design" en andere vormen van orde niet uit het toeval konden voortkomen. Vaak werd een metafoor in de strijd geworpen, die teruggaat op Cicero maar in verschillende varianten voorkomt in de zeventiende en achttiende eeuw: door het toeval van bij elkaar geworpen letters van het alfabet zullen deze uit zichzelf (door het toeval) nimmer de volgorde aannemen van een lang en welgeordendheid gedicht (zoals de Aeneïs van Vergilius).
Dat de natuur een goddelijke orde belichaamde had twee belangrijke consequenties, nl. dat de natuur onveranderlijk was en dat zij niet uit het toeval kon voortkomen. Als de natuur Gods wijsheid spiegelde dan was zij onveranderlijk. Omdat God niet alleen wijs maar ook benevolent werd verondersteld, was er een samenhang tussen wijsheid, goedheid, orde en onveranderlijkheid: elke verandering zou immers afbreuk doen aan de uniformiteit, harmonie, proportionaliteit, symmetrie en evenwichtigheid van de natuur. De onveranderlijkheid van de natuur was juist blijk van goddelijke wijsheid en weldoendheid in het bewaren van de welgeordendheid ervan.
De tweede consequentie, dat de natuur niet uit het toeval kon voortkomen, vloeide evenzeer voort uit de welgeordendheid van de natuur: uit toeval kan immers geen orde ontstaan. In lijn daarmee werd de natuur opgevat als passief, zonder een eigen scheppende of voortbrengende kracht; een dergelijke "spontaneïteit" zou de natuur grillig en onvoorspelbaar maken, een speelbal van het lot.
Dit is deel 1 van de Nederlandstalige samenvatting van Order, Change and Chance in the European Perspective on Nature (1600-1800). Deel 2 en 3 verschijnen op 5 en 6 december.
Marinus de Baar (Ovezande, 1953) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.Hij zoekt naar een uitgever voor de handelsuitgave van zijn proefschrift. (contact).
De illustratie toont een deel van de ark van Noach van Edward Hicks (1780-1849).


Het gemeenschappelijke is steeds de vraag waar de orde in de natuur vandaan komt. Alle ID-ers en creationisten zijn geneigd daar op een 17e eeuwse manier over te denken, ook al lijkt het alsof ze moderne wetenschappelijke methodes gebruiken! (Comment this)
Dat ben ik niet met je eens. '17e eeuws' klinkt als 'achterhaald'. Maar het is juist de moderne wetenschap die vragen oproept die men in de 17e eeuw nog niet heeft kunnen bedenken. Niemand denkt meer in termen van onveranderlijkheid en Voorzieningheid in de zin van strikt determinisme.
In zijn algemeenheid zou ik er over willen zeggen dat orde niet tegenovergesteld is aan toeval, maar orde is tegenovergesteld aan chaos. Toeval, zoals bijvoorbeeld in het evolutieproces, heeft meer de betekenis van ongericht, onvoorzien - en lijkt daarmee tegenovergesteld aan de notie van Voorzienigheid.
Toeval laat zich ordenen, namelijk in stochastische berekeningen. Als je 1 keer met een dobbelsteen gooit, is elke uitkomst een toevalstreffer met een bepaalde kans (het is toevallig als je drie gooit, want dat was niet voorzien). Stel dat je 1200 keer met een dobbelsteen gooit, dan is het niet toevallig als je circa 200 keer een drie hebt gegooid, met een beetje marge natuurlijk. Door eenzelfde actie vaak te herhalen, wordt de uitkomst van een proces redelijk voorspelbaar. Ik kan me voorstellen dat je op zo'n manier ook naar natuurlijke processen kijkt. Neem de evolutietheorie: als je maar vaak genoegt muteert in een reproductieschema, dan zit er vanzelf een keer een voor het organisme nuttige mutatie tussen. Als je die op een bepaalde manier kan vasthouden (door bijv. natuurlijke selectie), dan kun je heel veel gedaan krijgen. Het bewijs zien we om ons heen.
Is nu deze rol van toeval in het evolutieproces strijdig met de notie van orde in natuur? Ik zou zeggen van niet. Het getuigt juist van een enorme blinde vlek als je in het proces van evolutie geen orde en regelmaat herkent. Je kunt er nota bene aan rekenen en er zijn verschillende computerprogramma's gemaakt die evolutie nabootsen op basis van eenvoudige algoritmen.
Wat ik maar wil zeggen: de vraag waar de orde in de natuur vandaan komt is nog steeds een enorm relevant vraagstuk (waarom is er niet alleen maar chaos, of niets) en wordt niet opgelost door de factor toeval in natuurlijke processen. (Comment this)
Behalve wanneer je schrijft: "Maar het is juist de moderne wetenschap die vragen oproept die men in de 17e eeuw nog niet heeft kunnen bedenken": maar het frappante vind ik nu juist dat de vraag waar orde vandaan komt nog steeds even actueel is als toen. (alleen gebruiken we nu woorden als adapatie, functie, etc). Alleen het antwoord van de moderne wetenschap is dat veel méér orde uit natuurwetten (inclusief Darwinisme) verklaard kan worden, dan men vroeger dacht. Creationisten (vooral YEC) en ID-ers denken nog steeds dat bovennatuurlijke krachten of een Designer nodig zijn om die orde te verklaren. Daarom zijn ze inderdaad 17e eeuws. Ja, inderdaad dat is achtgerhaald. YEC: "God created human beings pretty much in their present form at one time within the last 10,000 years or so". Dit is een overduidelijke echo van het 17e eeuwse "dat de natuur onveranderlijk was en dat zij niet uit het toeval kon voortkomen. Als de natuur Gods wijsheid spiegelde dan was zij onveranderlijk." (MdB) (Comment this)
Puntje van orde: hoort deze bijdrage niet de tag 'gastbijdrage' te krijgen? (Comment this)
Is dit de visie van christelijke wetenschappers/filosofen uit de vroegmoderne tijd (Descartes, Huygens, Pascal)? Voor zover ik weet zagen de Griekse filosofen de natuur juist als onveranderd (was het niet Xenophanes die met zijn Achilles en de schildpad 'bewees' dat verandering een illusie was?) terwijl christenen een veel 'armer' beeld van de natuur hadden, waarin God niet afhankelijk was van en zich ook niet bevond in de natuur? Naar mijn weten is de afwezigheid van het geloof dat elke verandering afbreuk zou doen aan de natuur essentieel geweest voor het ontstaan van experimentele wetenschap.
R. Hooykaas heeft hier een interessant boekje over geschreven, 'Religion and the Rise of Modern Science'. Te kort om echt overtuigend te zijn, maar zijn visie op het christendom en het ontstaan van wetenschap is zeker interessant. (Comment this)