Wim Brands in gesprek met Klaas Hendrikse
Schepping en evolutie lossen beide -op eigen wijze- hetzelfde probleem op: waar komen we vandaan? waar komt het leven vandaan? hoe is de wereld ontstaan?
Klaas Hendrikse was vanochtend -zondag 2 december- te gast in het altijd aardige TV-programma 'Boeken' van Wim Brands. Grappig vond ik de stelling dat het Joodse volk wel een God had, maar die zagen ze eerst niet als schepper van de wereld. Pas later toen ze in aanraking kwamen met andere volken, beseften ze dat gemis en wilden ze ook een schepper-god. Als de wereld geschapen is, dan heeft onze god het gedaan! Dit zou tevens uit concurrentie overwegingen gedaan zijn! Anders had hun eigen god geen voordeel. Anders was hij niet beter. Om hem nog beter te maken hebben ze er nog eigenschappen aan toegevoegd zoals Alziend, Alwetend, Almachtig.
Zoals bekend stelt Hendrikse dat God niet hoeft te bestaan om in hem te geloven. Er is één nadeel van deze oplossing: als god niet bestaat, dan kan hij de wereld niet geschapen hebben. Hij kan dan geen schepper zijn. Ik weet niet of dat tegenwoordig nog als concurrentienadeel wordt gezien, maar dan hebben religieuzen als Hendrikse toch een probleem: ze hebben geen schepper en dus geen oplossing voor het probleem: waar komen we vandaan? Hoe is de cosmos en het leven ontstaan? Of interesseert hen dat niet?
Klaas Hendrikse was vanochtend -zondag 2 december- te gast in het altijd aardige TV-programma 'Boeken' van Wim Brands. Grappig vond ik de stelling dat het Joodse volk wel een God had, maar die zagen ze eerst niet als schepper van de wereld. Pas later toen ze in aanraking kwamen met andere volken, beseften ze dat gemis en wilden ze ook een schepper-god. Als de wereld geschapen is, dan heeft onze god het gedaan! Dit zou tevens uit concurrentie overwegingen gedaan zijn! Anders had hun eigen god geen voordeel. Anders was hij niet beter. Om hem nog beter te maken hebben ze er nog eigenschappen aan toegevoegd zoals Alziend, Alwetend, Almachtig.
Zoals bekend stelt Hendrikse dat God niet hoeft te bestaan om in hem te geloven. Er is één nadeel van deze oplossing: als god niet bestaat, dan kan hij de wereld niet geschapen hebben. Hij kan dan geen schepper zijn. Ik weet niet of dat tegenwoordig nog als concurrentienadeel wordt gezien, maar dan hebben religieuzen als Hendrikse toch een probleem: ze hebben geen schepper en dus geen oplossing voor het probleem: waar komen we vandaan? Hoe is de cosmos en het leven ontstaan? Of interesseert hen dat niet?


Wat ik vooral erg hekelde is zijn Morele Wet, waar hij steeds op terugvalt. Hier valt heel veel kritiek op te leveren, zowel vanuit wetenschappelijk als filosofisch oogpunt, zoals Gert in zijn review ook al uitgebreid heeft laten zien. De centrale fout is dat zijn morele-wet-argument een god-of-the-gaps-argument is, hetgeen hij juist zo aanvalt bij Intelligent Design (en terecht). Ik snap werkelijk niet dat hij dit niet zelf gezien heeft! Ook gaat hij (m.i. te) uitgebreid in op zijn persoonlijke verhaal. De argumenten waarmee hij zijn theïstische wereldbeeld verdedigt (en atheïsme dus verwerpt) vind ik buitengewoon zwak. Godsdienstfilosofisch voert hij absoluut geen sterk betoog.
Tot slot nog zijn bekering naar aanleiding van en bevroren waterval die Sam Harris zo hekelde in zijn review
(http://www.truthdig.com/report/item/20060815_sam_harris_language_ignorance/).
Gert vroeg zich in een blogpost (23 aug) naar aanleiding van Harris’ brief in Nature af waar dat in het boek stond. In de vertaling staat het op p. 189, in de paragraaf “Het bewijsmateriaal vraagt om een uitspraak”, vlak onder het citaat van Lewis. Harris geeft Collins hier goed weer, al had hij inderdaad de pagina moeten vermelden. Ik kan me goed vinden in Harris’ kritiek op het boek, afgezien dat hij ook het positieve (de verdediging van evolutie en kritiek op creationisme) had moeten benoemen om een wat evenwichtiger beeld te schetsen.
Collins verdedigt theïstische evolutie (dat hij zelf Biologos noemt) als manier om christendom en evolutie te verenigen. Hierbij gaat hij echter nauwelijks in op de vele (filosofische en theologische) problemen die dit standpunt met zich meebrengt (zie de twee artikelen van mijn hand hierover op mijn site). Hierdoor is zijn positie gemakkelijk door te prikken voor zowel atheïsten als orthodoxe christenen.
Samenvattend: zijn verdediging van evolutie en kritiek op creationisme is aardig (maar lang niet zo goed als Kenneth Miller dat doet), maar de rest is weinig overtuigend. (Comment this)
Is hij soms een religieus humanist geworden die geen afscheid kan nemen van het woordje 'God'? Iemand anders? Taede?
Volgende week bij Wim Brand: cardioloog Pim van Lommel over zijn bijna dood ervaringen. (Comment this)
Overigens moet ik bekennen dat ik nooit een 'frozen waterfall of hundreds of feet high' (meer dan 50 meter?) gezien: het lijkt me tamelijk spectaculair om te zien. Ik zou er een aantal foto's van gemaakt hebben en op mijn blog gezet hebben. Het hele hoofdstuk heb ik buiten beschouwing gelaten omdat het geen wetenschappelijke waarde heeft.
Ik zal misschien nog eens bloggen waarom ik Collins beter vind dan Miller.
PS: ik vond op de blz daarvoor nog een citaat uit C S Lewis dat aantoont hoe volstrekt irrationeel die mensen over validering van moraal denken:
"A man who was merely a man [and not the son of God] and said the sort of things Jesus said would not be a great moral teacher." (p.224)
De waarde van morele normen en waarden worden door een aantal zaken bepaald, maar absoluut niet door WIE het zegt. Iets is goed omdat Jesus = God het zegt. Dit is volstrekt irrationeel en betekent in feite het einde van de moraal. Ik neem aan dat je dat met me eens bent! Dat Collins zich door dit soort uitspraken laat meeslepen is verbijsterend.
(Comment this)
Wat Lewis betreft, waar Collins een groot fan van is, ben ik het volledig met je eens. De delen van het boek over moraal, en zeker wat Lewis daarover zegt, heb ik tenenkrommend gelezen. Ook wat de historische betrouwbaarheid van de evangeliën betreft slaat Collins de plank goed mis. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat de evangeliën bedoeld zijn als ooggetuigenverslagen, terwijl dit in strijd is met de consensus onder de nieuwtestamentici. Ook stelt hij dat de bezorgdheid over ingeslopen fouten in het NT uit de weg geruimd zijn door vroege manuscripten. Ironisch genoeg laten de vele manuscripten die nu bekend zijn (meer dan 5500!) juist zien dat er heel veel fouten ingeslopen zijn. Tussen de manuscripten zitten zelfs meer verschillen dan er woorden in het NT staan, en daar zitten ook belangrijke verschillen bij.
Collins probeert met zijn boek heel duidelijk ook theïsme, en in het bijzonder het christendom, te verdedigen. Daarin is hij echter absoluut niet overtuigend. Kenneth Miller doet dat nauwelijks en richt zich veel meer op de verdediging van evolutie en kritiek op creationisme. Dat is de voornaamste reden waarom ik het boek van Miller sterker vind. (Comment this)