Rationaliteit en Evolutie (3)
Gastbijdrage Jan Riemersma

5. Universele Waarheid
Toch beschikken we nu over goede redenen om wantrouwend tegenover onze eigen rationaliteit te staan:
(1) als de analyse die ik hierboven gaf waar is, dan is onze rationaliteit niets anders dan een procedé dat 'werkt': het is een product van de evolutie. Onze rationaliteit is beslist niet ontworpen om allerlei subtiele en interessante semantische en metafysische eigenschappen van de werkelijkheid te ontdekken en begrijpen;
(2) de evolutie heeft gebruik gemaakt van eigenschappen die in fysische zin totaal onbelangrijk zijn: dat een object kan worden onderscheiden van een ander object is voor de natuurkundige nauwelijks significant. En dat een steen niet op twee plaatsen tegelijk kan zijn is fysisch onbelangrijk. De evolutie heeft toevallige eigenschappen van middelgrote objecten gebruikt om het brein te ordenen;
(3) logische eigenschappen hebben geen invloed op de fysische werkelijkheid: er bestaan geen logische krachten en er bestaan geen logische deeltjes. Hieruit volgt dat de logische regels de fysische werkelijkheid niet hebben kunnen vormen. Hoe zouden deze regels dat hebben moeten doen als het geen fysische natuurkrachten zijn? als ze geen invloed kunnen uitoefenen op de stoffelijke wereld? En dit betekent dat de fysische werkelijkheid geen logische bouw heeft en afwijkt van onze logische weergave er van;
(4) we kunnen de logische eigenschappen laten verdwijnen (!): als we de kwantificeerbare eigenschappen van objecten laten verdwijnen, als we een kunstmatige wereld construeren die 'fuzzy' is, dan blijft er niet veel over van onze rationaliteit. Als we ons in een wereld begeven waarin alle objecten voortdurend van vorm veranderen en samenvloeien, dan hebben we niets aan onze logische regels (bv. de steen die ik opraap verandert plotseling en zonder reden in een woeste tijger). En hieruit volgt dat de logische regels beslist niet altijd en overal bruikbaar zijn. In een fuzzy wereld kunnen wij onze logische gestructureerde rationaliteit niet gebruiken. Het lijkt dus niet waarschijnlijk dat de werkelijkheid altijd en overal een logische bouw heeft.

Conclusie
Uit deze vier argumenten mogen we de conclusie trekken dat onze rationaliteit niet ontworpen is om de werkelijkheid volledig te beschrijven. Dit hadden we overigens al rechtstreeks, zonder omhaal, uit de evolutietheorie mogen afleiden. Alle organismen (dus ook de mens) hebben een verstand dat slechts bruikbaar is in een bepaalde niche. Ons verstand is slechts geldig in een bepaalde cognitieve niche: alleen dat deel van de werkelijkheid waarin ons coherente en logische verstand bruikbaar is, is bewoonbaar en begrijpelijk voor ons- alleen binnen onze cognitieve niche kunnen wij handelen (Cherniak, 1986; McGinn, 2004). In andere niches zal ons verstand niet 'werken'. Je zou de werkelijkheid, in Kantiaanse zin, kunnen verdelen in een 'menselijke cognitieve niche' en een 'noumenale werkelijkheid'. Aangezien de evolutietheorie een betrouwbare theorie is en aangezien wij de hypothetische universaliteit van onze rationaliteit (dagelijkse logica) met geen enkel deugdelijk argument kunnen onderbouwen, mogen we vaststellen dat wij de werkelijkheid nooit volledig en systematisch zullen kunnen beschrijven.
De religieuze complicaties van deze veronderstelling zijn evident.
Literatuurlijst.
Dit is het derde deel in een serie van 3 artikelen. Deel 1 en 2 verschenen op 20 en 21 nov. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.


Enige kritische kanttekeningen: Jan, je vergeet dat instrumenten ons gezichtsveld revolutionair vergroot hebben! Dus niks middelgrote objecten: we kunnen microscopisch kleine objecten zien, en zeer grote objecten zeer ver weg (sterren en planeten). Dit gaat ons evolutionair waarnemingsvermogen verre te boven. We kunnen verder dingen zien in golflengtes die zonder instrumenten niet mogelijk waren en dingen horen d.m.v. instrumenten die zonder die instrumenten niet te horen zijn, etc etc etc.
Bovendien 'zien' we steeds méér door de ontwikkeling van de wetenschap: bijv. we hebben leren zien wat de genoominhoud van organismen zijn en daarmee zien we verwantschappen en zien we de geschiedenis van die genomen. Het einde is nog niet in zicht.
Deze zaken mag je niet negeren! Je maakt het jezelf véél te gemakkelijk! en het klopt gewoon niet.
Ten tweede: "Alle organismen (dus ook de mens) hebben een verstand dat slechts bruikbaar is in een bepaalde niche." Het gaat erom die niche nauwkeruiger te omschrijven dan jij nu doet. Met alléén middelgrote objecten, etc kom je er niet. Die niche is dynamisch.
Ten derde: Hoe weet je dat "de evolutietheorie een betrouwbare theorie is "? Hij is immers niet compleet en kan in principe nog gefalsifieerd worden! (Comment this)
Een flauw tegenargument: wij kunnen vliegen. Een uitvinding van de twintigste eeuw. We zijn dus niet beperkt tot lopen alleen: hieruit volgt dat lopen geen evolutionaire functie heeft? En dat de evolutionaire verklaring voor de bipedale gang van de mens foutief is? .
Overigens: ook jij bezondigt je aan successtories: nogmaals, dat heeft voor een argument dat over de *beperkingen* van het verstand gaat, nauwelijks zin. (Iemand staat met zijn linkervoet in de poep. Hij ontkent dat hij in de poep getrapt heeft, want zijn rechterschoen is schoon. Geen zinvol antwoord. Ik zeg dat ons verstand beperkt is door de manier waarop het opereert. Jij antwoordt: maar we kunnen X en we kunnen Y. Maar dat is geen argument waaruit blijkt dat we niet beperkt worden door de manier waarop het verstand opereert.)
Niche: hoeft niet beschreven, die blijkt vanzelf; vergelijk met: hoe lang is de gang van de mol? dat zie je wel als hij klaar is met graven.
Ik weet niet dat de evolutie een ware theorie is- maar ik weet wel dat het een betrouwbare theorie is. Daar zit veel verschil tussen.
(Comment this)
Jan Riemersma, in mijn pogingen om het argument te bevatten kom ik het volgende beeld van de werkelijkheid:
- de dagelijkse werkelijkheid met 'middelgrote' objecten en eenvoudige causale verbanden
- een fuzzy overgangsgebied met tegenintuitieve waarnemingen en theorieen
- een onkenbaar gebied, waar onze logica nutteloos is en beschrijvingen falen
Wij zijn 'ontworpen' (mag je dat woord gebruiken?) op het handelen in de dagelijkse werkelijkheid en dringen dankzij de wetenschap steeds verder door in het fuzzy overgangsgebied. Dat deel van de werkelijkheid doet ons trouwens al een beetje mystiek aan (zie bijv. de film "What the bleep do we know").
De feitelijke religieuze implicatie (jij schrijft: 'complicatie') is dat het onkenbare gebied wel degelijk onderdeel uitmaakt van de totale werkelijkheid en daarom niet minder serieus genomen hoeft te worden. Ergo: religie is zinvol.
Dank je wel! (Comment this)
Het is dus, zoals ik eerder zei, een categoriefout om over de logica van de werkelijkheid te spreken. De beschrijving van de zwaartekracht is van een andere categorie is dan de zwaartekracht zelf. Een foto van een persoon is van een andere categorie dan de persoon zelf, maar toch kun je op de foto iets (niet alles) van de persoon zelf zien. Zo ook kun je in een goed model van de werkelijkheid iets (niet alles) van de werkelijkheid zien. (Comment this)
Mijn argument is wel belangrijk omdat ik met empirische gegevens erop wijs dat de grenzen niet dáár liggen waar jij ze legt op grond van ons evolutionair verleden. Alleen al het feit dat jij boeken en leest en computert, bewijst dat jij je Pleistocene grenzen hebt overschreden. Onze kennisontwikkeling is dynamisch. Alleen al de ontwikkeling van de wetenschap maakt dat overduidelijk.
Hoe weet je dat de evolutietheorie betrouwbaar is? Als je niet weet of de evolutietheorie waar is, dan weet je ook niet of jouw argumentatie klopt.
Er ontstaat ook een merkwaardige cirkelredenering. Onze kennis is beperkt op grond van de evolutietheorie. Maar wie zegt dat we een juist en zodanig volledig beeld van ons evolutionair verleden hebben dat we op grond daarvan met zekerheid kunnen vaststellen dat ons kenvermogen beperkt is? (Comment this)
Overigens zijn onze hersenen niet veel veranderd de laatste 10.000 jaar denk ik. Het belangrijkste is onze wetenschappelijke ontwikkeling: die is enorm toegenomen. Daarom doet het er zeker toe wat we tegenwoordig kunnen! (Comment this)
Ik zeg niets anders. Anders gezegd: waar staat in dit argument dat dit niet zo is? (Comment this)
Kortom, er is geen goed argument waaruit volgt dat wij alwetend (of 'veel'-wetend) zijn.
Er is wel een argument voor het tegendeel. (Comment this)