Woensdag, November 21, 2007

Rationaliteit en Evolutie (2)

Gastbijdrage Jan Riemersma

viskar, 2002

3. Dagelijkse en Formele Rationaliteit

In de literatuur wordt er onderscheid gemaakt tussen twee vormen van rationaliteit (1): dagelijkse en formele rationaliteit. De dagelijkse rationaliteit is de rationaliteit waar ik hierboven over geschreven heb, en die wij gebruiken om onze biologische doelen te vervullen; formele rationaliteit is de logica die men bestudeert in de faculteit der wiskunde. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat er een verband is tussen de dagelijkse en de formele rationaliteit. De formele rationaliteit is waarschijnlijk afgeleid van de dagelijkse rationaliteit. Formele rationaliteit heeft betrekking op ideale objecten. Ideale objecten zijn mentale objecten die per definitie kwantificeerbaar zijn: de vorm, waarde of hoeveelheid van dergelijke objecten zijn onveranderlijk en essentieel. Een getal is een duidelijk voorbeeld van een ideaal kwantificeerbaar object: hoe vaak men een getal ook deelt, er is altijd sprake van een exacte en essentiële waarde. Een driehoek is altijd exact te onderscheiden van andere objecten door de vorm. Hetzelfde geldt voor alle mathematische objecten. Hoogstwaarschijnlijk heeft het brein de capaciteit om abstracte objecten te construeren slechts en slechts alleen op basis van hun kwantificeerbare eigenschappen (omtrek, vorm) (Feigensen, 2007). De objecten in het dagelijkse leven daarentegen zijn niet altijd even duidelijk te onderscheiden van elkaar en de omgeving: het visuele systeem is voortdurend bezig om de gewone zintuiglijke indrukken te interpreteren en te duiden (Ramachandran 2003, 2007; Churchland, 2007).


perpetuum mobile, 2001

4. Verklaringen

Als het brein inderdaad een logische structuur of bouw heeft, dan kan men in ieder geval drie vraagstukken verklaren. Allereerst kan men verklaren waarom wij niet in staat zijn om helder na te denken over de 'wet van non-contradictie' (Putnam, 1983):
'(the laws of logic) are presupposed by so much of the activity of argument itself that it is no wonder that we cannot envisage their being overthrown (...) by rational argument'.
Dit is Putnam's 'centrality' argument. Wie nadenkt over de 'wet van non-contradictie' lijkt in cirkelredeneringen te blijven steken. Maar dit spreekt voor zich als men zich realiseert dat de logica deel uitmaakt van de architectuur van het brein. Men heeft het logisch geconstrueerde brein immers nodig om na te denken over het logisch geconstrueerde brein (!). De 'dagelijkse' logische regels maken in letterlijke zin deel uit van het mechanisme waarmee wij denken. Ten tweede verklaart dit waarom wij zo'n moeite hebben met het verwerken van 'onduidelijke (fuzzy)' data. De logische bouw van de hersenen is ontstaan door objecten duidelijk van elkaar te onderscheiden- door de kwantificeerbare eigenschappen van objecten te benadrukken. In een ideale wereld, een mathematische wereld waarin alle objecten wel onderscheiden en duidelijk telbaar zijn, kan men geen contradictie construeren. Wie de voorbeelden bestudeert die Priest aandraagt om te bewijzen dat het wél mogelijk is om echte contradicties te construeren, die ziet dat al deze voorbeelden berusten op onduidelijkheden, spitsvondigheden en het laten vervloeien van de werkelijkheid (Priest, 2006). Objecten die samenvloeien en onduidelijk zijn, verliezen hun 'telbaarheid'. En objecten die niet telbaar zijn, verliezen per definitie de logische eigenschappen die zo kenmerkend zijn voor telbare objecten. Ten derde zou dit kunnen verklaren waarom wij denken dat de logische regels altijd waar zijn. Omdat onze hersenen een logische bouw hebben, ligt het voor de hand dat wij menen deze logische bouw in de wereld terug te zien. Wij speuren in de wereld naar duidelijke, middelgrote objecten die telbaar zijn (Churchland, 2007). Het is voor ons belangrijk dat wij zo snel mogelijk weten wat we zien en hoe we ons moeten gedragen. Dat de werkelijkheid wellicht helemaal niet zo telbaar en eenvoudig is, is voor ons gedrag van geen belang. Wij hebben geleerd om slechts rekening te houden met middelgrote kwantificeerbare objecten (hele tijgers zijn gevaarlijk, een tijger van 34% is niet gevaarlijk).


Noten:
(1) Tversky & Kahneman 1993; Cherniak 1988; Chater et al. 2003; Chater & Oaksford 2000; Gabbay 2001; Evans and Over 1996; Harman, 1976, 1995). Deze verschillende vormen van rationaliteit luisteren naar verschillende namen: 'human reasoning' vs. 'classical reasoning' (Chater et al., 2003), 'minimal rationality' vs. 'formal logic' (Cherniak, 1988), 'personal' vs. 'normative rationality' (Evans, 2002), 'everyday vs. formal rationality' (Chater & Oaksford, 2003), 'theoretical vs. practical rationality' (Harman, 1976, 1995) .

Literatuurlijst.

Dit is het tweede in een serie van 3 artikelen. Deel 1 verscheen 20 nov, deel 3 verschijnt 22 nov. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.

Beelden: Annemarie Petri, beeldend kunstenaar. Ik heb deze beelden gekozen omdat ze zo treffend de onlogische, incoherente wereld uitbeelden en bovendien geïnspireerd zijn door de biologische wereld (GK).

Posted by Gert Korthof at 13:43:00 | Permanent Link | Comments (3) |
Replies
1 - – OK, Jan, laat ik een discussie topic noemen.

Je zegt "Wij speuren in de wereld naar duidelijke, middelgrote objecten die telbaar zijn (Churchland, 2007). Het is voor ons belangrijk dat wij zo snel mogelijk weten wat we zien en hoe we ons moeten gedragen. Dat de werkelijkheid wellicht helemaal niet zo telbaar en eenvoudig is, is voor ons gedrag van geen belang".

a) Hoezo middelgroot? Is een vliegtuig middelgroot? Of een biologische cel? Ik geloof best dat onze cognitie een belangrijke biologische functie heeft, net als onze adrenaline reaktie (fight or flight), maar deze generalisatie snap ik niet.

b) bedoel je dat niet bewezen is dat de gehele werkelijkheid telbaar is, of dat je het waarschijnlijk vindt dat de werkelijkheid niet volledig telbaar is.

c) Is het niet zo dat wij zelf de wereld in objecten onderverdelen, dus de werkelijkheid telbaar maken? Hoveel objecten zie ik als ik naar een gebouw kijk? Hangt er vanaf. Een gebouw, veel ramen, nog veel meer bakstenen. In de fysica gaat het altijd over bodies die met elkaar interacties hebben. Is dat een grote body, of een collectie van bodies? Is een kristal een object, of vele objecten die aan elkaar zitten?

Het lijkt mij dus een categoriefout om te zeggen dat de werkelijkheid wellicht niet volledig telbaar is - dat maken wij zelf wel uit. (Comment this)

Geschreven door martin at 2007/11/21 - 16:10:24
2 - – Martin, je schrijft: [Hoezo middelgroot? Is een vliegtuig middelgroot? Of een biologische cel? Ik geloof best dat onze cognitie een belangrijke biologische functie heeft, net als onze adrenaline reaktie (fight or flight), maar deze generalisatie snap ik niet.]

Je vraagt hier naar een duidelijke definitie. Zonder definitie begrijp jij het niet. Voila, dat is in een notedop het hele verhaal. Je demonstreert wat ik wil zeggen (?) Idem voor (c).

Voor hoe wij de wereld telbaar maken en opdelen in categorieen kun je beter de literatuur raadplegen, dat is nuttiger dan wanneer ik in kort bestek datzelfde verhaal opdis.

Je schrijft: [Het lijkt mij dus een categoriefout om te zeggen dat de werkelijkheid wellicht niet volledig telbaar is - dat maken wij zelf wel uit.] -Je begint je af en toe te gedragen als een echte filosoof: categoriefout. Het is mij alleen niet duidelijk welke categorien ik door elkaar haal. -Je hebt gelijk, waar de werkelijkheid niet duidelijk genoeg is, maken wij hem duidelijker dan ze is. Dat de wereld van nature helaas niet zo telbaar is, bewijzen alweer je eigen voorbeelden: wat is precies een middelgroot object?

Overigens: een middelgroot object is spraakgebruik. Als cognitiewetenschappers objecten beschrijven uit het dagelijkse leven van mensen, dan hebben ze het over middelgrote objecten. -Wordt nooit een preciese maat bij gegeven. (Comment this)

Geschreven door Jan Riemersma at 2007/11/21 - 16:57:57
3 - – Jan Riemersma, je zegt "Het is mij alleen niet duidelijk welke categorien ik door elkaar haal".

Wat ik bedoel: onze ogen krijgen ieder een 2D beeld, waar onze hersenen een 3D waarneming uit construeren. Onze hersenen identificeren ook objecten in die beelden. Patroonherkenning in computer vision is nog niet zo eenvoudig, omdat je heel snel in een waarnemingsveld (gedeeltelijke, gedraaide, etc.) beelden met bekende patronen moet vergelijken. Het opdelen van het blikveld in objecten is een actieve bezigheid. Wij maken derhalve zelf de werkelijkheid telbaar door de werkelijkheid in objecten te segmenteren. Wij maken zogezegd een model van de werkelijkheid. Het is dus een categoriefout, dwz. een conceptuele fout, om te zeggen dat de werkelijkheid intrinsiek al dan niet telbaar zou zijn. Het beeld dat wij van de werkelijkheid hebben wordt telbaar gemaakt - door ons. Ook hier komt Bayes weer om de hoek kijken. Wat je ziet in een beeld, hangt van je a priori kennis af. Een arts b.v. ziet in een x-ray beeld van alles, terwijl de patient geen idee heeft waar hij naar zit te kijken.

Ken je deze site? Gratis cursus materiaal van het MIT.
Onder Science vind je Brain and Cognitive Science, met veel leuke courses die je gratis kunt downloaden. In veel van die courses gaat het over inferencing. Dat is precies wat onze hersenen doen: uit beelden, geluiden, geuren, etc. in het licht van a priori kennis/inferences wordt de werkelijkheid geinterpreteerd, of zelfs geconstrueerd. De notie "inference" is cruciaal. Het is een creatieve actie. Uit de data/ervaringen extraheren wij een inference, die de data zelf niet onmiddelijk geven. Als iemand zegt: let the data speak, dan is het antwoord: the data do not speak. De evolutietheorie is voor een groot gedeelte een inference.

Dat was inderdaad weer aardig filosofisch. (Comment this)

Geschreven door Martin at 2007/11/21 - 20:08:43 in reply to: 2
Schrijf een reply