Saturday, April 10, 2010

Een nieuwe mensensoort? Wanneer kun je spreken van een mens?

Op de overgang van Australopithecus naar HomoAustralopithecus sediba

Gastbijdrage Bart Klink

Er is al een tijd lang discussie over het ontstaan van het geslacht Homo, waartoe ook onze soort (Homo sapiens) behoort. Homo habilis wordt over het algemeen als eerste soort van het geslacht Homo beschouwd, al zijn er ook onderzoekers die menen dat deze fossielen toegeschreven moeten worden aan het geslacht Australopithecus (tegenwoordig afgekort tot Au.). Dit geslacht bestaat uit de homininen (mensachtigen) die behoorlijk rechtop konden lopen (maar niet zo goed als wij), maar ook aanpassingen hadden voor het leven in bomen. Deze soorten hebben verder een kleine schedelinhoud en een schedelvorm die de meeste mensen meer aan een chimpansee dan aan een mens zal doen denken.

moeder en zoon in gat gevallen

In deze overgang van Australopithecus naar Homo moeten we de nieuwe fossielen plaatsen die beschreven worden in de editie van Science van gisteren vrijdag 9 april (Berger et al., 2010). Het gaat om twee relatief volledige skeletten die ondergebracht zijn in de nieuwe soort Australopithecus sediba. ‘Sediba’ (met de klemtoon op de middelste lettergreep) betekent ‘bron’ of ‘fontein’ in het Sotho, de taal van de Zuid-Afrikaanse regio waarin de fossielen gevonden zijn (Malapa). Het meest complete skelet (MH1) is waarschijnlijk van een jongen van 12 à 13 jaar geweest, te zien aan het doorbreekpatroon van de tanden. Het andere skelet (MH2) is waarschijnlijk van een vrouw geweest die volwassen was toe ze stierf. De twee – mogelijk moeder en zoon – zijn vermoedelijk in een gat gevallen en zo in de ondergrondse grot terechtgekomen waar ze in 2008 opgegraven zijn door het team van Berger. Een leuk detail hierbij is dat het eerste bot werd gevonden door Bergers negenjarige zoon, die dus ongeveer de leeftijd heeft van MH1. De beschrijving in Science is gelukkig uitzonderlijk uitgebreid voor dit wetenschapsblad (10 pagina’s), waarin fossielen meestal worden beschreven in slechts 2-3 pagina’s.

hoe oud?

De fossielen zijn met drie verschillende methoden gedateerd (Dirks
et al., 2010). De radioactieve datering met de uranium-lood-methode kwam uit op een maximumleeftijd van 2 miljoen jaar. De aanwezigheid van de sabeltandkat Megantereon wijst op een minimumleeftijd van 1,5 miljoen jaar. Datering aan de hand van paleomagnetisme preciseerde de ouderdom tot 1,95-1,78 miljoen jaar geleden. Een ouderdom van net onder de 2 miljoen jaar is daarmee het meest waarschijnlijk, wat vrij jong is voor een Australopithecusfossiel. Dit plaatst Au. sediba midden in de overgang van Australopithecus naar Homo.

Science 9 april

De australopithecines zijn onder te verdelen in een robuuste groep (zeer stevige schedel, fors kaakapparaat en grote kiezen, ook wel als apart geslacht Paranthropus gegroepeerd) en een slanke groep, die deze robuuste kenmerken niet heeft. Au. sediba is duidelijk te onderscheiden van de robuuste groep, maar lijkt erg op Au. africanus uit de slanke groep. Toch zijn er ook verschillen met deze soort: de schedel is relatief breder, het gezicht minder prognaat (de snuitpartij steekt minder naar voren), de jukbeenderen steken minder zijwaarts uit en de boog boven de oogkassen (torus supraorbitalis) is verschillend. Ook zijn de tanden vrij klein vergeleken met Au. africanus. Al deze kenmerken doen Au. sediba lijken op Homo. Toch zijn er volgens de auteurs genoeg Australopithecuskenmerken om de beschreven soort binnen dit geslacht te plaatsen. De voornaamste reden is de kleine schedelinhoud van 420 cc [net iets groter dan een chimpansee, red.]. De fossielen die doorgaans aan H. habilis worden toegeschreven, hebben een schedelinhoud die ongeveer tussen de 500 en 600 cc ligt, wat dus iets groter is.

vingers? tenen?

Ook in het postcranium (alles onder de schedel) is een interessante melange te vinden. Au. sediba had een klein postuur (slechts 1,3 meter) en relatief lange armen. Het pelvis (bekken) daarentegen doet weer meer aan Homo denken, net als de relatief lange benen. Deze aanpassingen ‘anticiperen’ op de veranderingen in het pelvis die bij Homo ergaster/erectus (een latere Homosoort) aangetroffen worden, wat waarschijnlijk verband houdt met een energetisch efficiëntere manier van bipedalisme (rechtop lopen). Het voetskelet is echter weer primitief (meer Australopithecusachtig).
Opmerkelijk genoeg wordt er niets over de vingers en tenen geschreven. Deze zijn bij Homo min of mee recht, maar bij de Australopithecussoorten gekromd, een aanpassing aan het leven in bomen.

Au. sediba bevestigt dat kenmerkende eigenschappen van de moderne mens (vooral bipedalisme en grote hersenen) niet tegelijk ontstaan zijn. Deze soort liep al behoorlijk goed rechtop, maar met een schedelinhoud die net iets groter is dan die van een chimpansee. Zo’n mix van kenmerken in evolutionaire overgangen komt vaak voor en wordt mozaïeke evolutie genoemd.

afstamming?

Berger meent dat de overgang naar Homo is gemaakt via de Au. africanus. Deze soort leefde ook in Zuid-Afrika tussen ongeveer 3 en 2,4 miljoen jaar gelden en is daarmee de meest waarschijnlijke voorouder. Au. sediba laat dus een mengeling zien van primitieve (Australopithecus-) en afgeleide (Homo-) kenmerken. De vraag is alleen welke Homosoort waarschijnlijk de afstammeling is van Au. sediba. De auteurs houden twee mogelijkheden open: H. habilis en H. erectus. Qua leeftijd zijn beide opties mogelijk, al is er van H. habilis materiaal bekend dat ouder is dan Au. sediba. Dit zegt echter weinig, want deze fossielen hoeven niet de eerste representanten te zijn van deze soort. Misschien zullen in de toekomst fossielen van Au. sediba gevonden worden die ouder zijn dan de oudste van H. habilis. Het bepalen van afstammingsrelaties blijft lastig. Misschien is Au. sadiba wel een doodlopende tak geweest.

conclusie

Deze vondsten wijzen op twee belangrijke punten. Ten eerste dat er meerdere soorten homininen hebben bestaan rond de 2 miljoen jaar
geleden. Niet alleen robuuste Australopithecussoorten, maar ook de slanke Au. africanus. Daarnaast hebben H. habilis en H. ergaster/erectus in die tijd naast elkaar bestaan en is er nog een andere soort die vaak tot Homo wordt gerekend (H. rudolfensis). Au. sediba is daar nu bij gekomen. Hoe meer fossielen gevonden worden, hoe duidelijker wordt dat de evolutie van de mens niet in één lijn heeft geleid naar de moderne mens. Uit dit verouderde beeld stamt ook de term ‘missing link’ (ontbrekende schakel), wat in de huidige opvattingen een onzinnig begrip is geworden. De evolutie van de mens is een boom met vele uitgestorven takken en meerdere soorten die naast elkaar hebben bestaan.

wat is een mens?

Ook maakt deze vondst opnieuw duidelijk dat hoe meer fossielen er gevonden worden, hoe vager de grenzen worden. Er zijn zowel argumenten om Au. sediba in Australopithecus als in Homo te plaatsen. Paleoantropoloog Donald Johanson, de ontdekker van het beroemde fossiel Lucy (dat tot Au. afarensis behoort), opteert voor het laatste. In combinatie met de andere fossielen rond deze overgang is de grens min of meer arbitrair geworden. Dit is ook wat je mag verwachten op grond van evolutie. Evolutie zorgt voor een continuüm tussen voorouders en afstammelingen, wat ook te zien is in de fossielen, als er daar genoeg van gevonden zijn tenminste. Dit grensprobleem is inherent aan evolutie. Ik blijf me er dan ook over verbazen dat er om dit punt zo fel gestreden wordt onder paleoantropologen (Lewin & Foley, 2004). De grens tussen Australopithecus en Homo is misschien wel extra controversieel omdat het over de grens tussen mens en niet-mens gaat: wanneer kun je spreken van een mens? Blijkbaar ligt dit niet alleen gevoelig bij creationisten, maar ook bij paleontologen die zich bezighouden met de evolutie van de mens.

Referenties:

  • Berger et al. (2010), Australopithecus sediba: A New Species of Homo-Like Australopith from South Africa, Science, 328, 195-204.
  • Dirks et al. (2010), Geological Setting and Age of Australopithecus sediba from Southern Africa, Science, 328, 205-208
  • Lewin & Foley (2004), Principles of human evolution, Blackwell Publishing

tags: gastbijdrage, paleontologie

Share:
  • RSS
Posted by Gert Korthof in 10:41:12
Comments

30 Responses to “Een nieuwe mensensoort? Wanneer kun je spreken van een mens?”

  1. Gert Korthof says:

    Bart,
    hoe houd je de botjes (moeder en kind) uit elkaar als ze op
    dezelfde plek gevonden zijn? dan ligt toch alles door elkaar?
    Zijn moeder en kind inderdaad even groot zoals het plaatje
    suggereert?
    Kunnen ze niet gewoond of geslapen hebben in die grot?
    in plaats van gevallen? Tenslotte kan er heel wat veranderd zijn op die lokatie in 2 miljoen jaar? Misschien was er toen wel een makkelijke ingang naar de grot. Aan de andere kant: als ze er in gevallen zijn en er niet meer uit konden, heb je meteen een doodsoorzaak: verhongerd. Of een aardverschuiving die de ingang blokkeerde.
    Het hele sediba verhaal laat m.i. zien dat rechtop lopen en hersenvolume niets met elkaar te maken hebben; het zijn onafhankelijke kenmerken.

  2. Bart Klink says:

    Gert

    De auteurs van het tweede stuk (Dirks et al.) schrijven maar heel weinig over de taphonomie (hoe ze een fossiel geworden zijn); ze opperen slechts een hypothese. Het grotcomplex is afgesloten en alleen toegankelijk door de gaten van bovenaf. Aan de grote hoeveelheid fossielen van andere dieren te zien, vielen er regelmatige dieren in die er blijkbaar niet meer uit konden komen. Het lijkt erop dat de twee homininen hetzelfde lot beschoren is geweest. Er is geen melding van botbreuken.

    De skeletten waren deels gearticuleerd, want wil zeggen dat de botten nog op hun ‘natuurlijk’ plek zaten. Dan kun je gemakkelijk bepalen wat bij welke individu hoort. Het lijk er inderdaad op dat beide skeletten ongeveer even groot waren toen ze stierven. Ik denk dat dit komt door het grote seksuele dimorfisme in Australopithecus.

  3. Gert Korthof says:

    Bart,
    nog even terugkomend op de kenmerken: bipedalisme en hersenvolume:
    voorzover ik weet is de volgorde binnen de lijn die naar mensen gaat altijd:
    1. bipedalisme, 2) hersenvolumetoename.
    Ik weet tenminste niet van een fossiele mensaap/mens, die niet
    rechtop liep, maar wel > 400 cc herseninhoud had.

  4. h pinxteren says:

    gert,
    zie ‘Ardi’, plm 4.4 mya
    liep rechtop, en hersens waren zo groot als van de huidige chimp.

    gr h

  5. Gert Korthof says:

    Ja, maar dat bevestigt dus mijn hypothese.
    Er zijn dus -tot nu toe- géén mensapen/mens-achtigen gevonden, die op NIET op 2 benen liepen,
    maar WEL significant > 400 cc hersenen hadden.
    Dus: grote hersenen wordt door bipedalisme voorafgegaan en niet andersom.

  6. Bart Klink says:

    Het bipedalisme is inderdaad voorafgegaan aan een grote schedelinhoud. Al het fossiele materiaal dat tot nu toe ontdekt is wijst hierop. Misschien interessant om hierbij te vertellen: de beroemde frauduleuze schedel van ‘Pildown man’ werd aangevoerd als bewijs dat de mens al heel snel een grote herseninhoud had gekregen. In werkelijkheid blijkt dit dus pas relatief laat gebeurd te zijn.

  7. h pinxteren says:

    gert
    zou een adaptationist pur sang nu zeggen: de evolutionaire voordelen van rechtoplopen moeten dus eerder duidelijk zijn geweest dan die van grote hersens!? ;-)

  8. Gert Korthof says:

    HP: mensapen die normaal zich als viervoeter gedragen op de grond, kunnen
    makkelijk tijdelijk zich bipedaal voortbewegen wanneer ze bv door laag water
    lopen zoals die beroemde filmopnames van David Attenborough laten zien (gorialla’s).
    Hetzelfde is niet makkelijk te doen met even je hersenen tijdelijk vergroten. Zodoende.

  9. h pinxteren says:

    ja, gert,
    maar evolutie gaat toch niet over tijdelijke voordeeltjes!?
    grapje: voor bipedaliteit tel ik in de literatuur plm 15 verklaringen, voor grote
    hersens minstens 25. Het is in ieder geval achteraf duidelijk
    dat die de meeste voordelen blijken te hebben!
    Overigens, volgens biomechanisch onderzoek levert
    een sterke achillespees past het echte voordeel op,
    tenminste als je hard wil lopen.
    Rechtoplopen levert ook de meeste verkoeling
    en lijkt daarmee een voorwaarde om het grote hoofd koel te houden.
    Er zijn inmiddels hele bibliotheken volgeschreven over bipedaliteit.
    Te veel voor een blogdiscussie.

    gr
    h

  10. h pinxteren says:

    ps
    de equivalent van tijdelijke bipedaliteit kan
    inderdaad niet de tijdelijke vergroting van hersens zijn
    maar wel wat je een ‘brainwave’ zou kunnen noemen: een tijdelijk, beter
    gebruik van je hersens. Helemaal in overeenstemming ook
    met ‘gradualisme’. De evolutie van de mens bestaat uit een
    reeks (kleine) heldere momenten!
    zoiets?
    gr
    h

  11. Gert Korthof says:

    HP: “voor bipedaliteit tel ik in de literatuur plm 15 verklaringen, voor grote
    hersens minstens 25. ”
    Als je dat nog één keer zegt, dan eis ik dat je ze alle 40 opsomt met voor en tegens.
    Als dat meer dan 1000 woorden in beslag neemt mag je een gastbijdrage schrijven!
    Afgesproken?

  12. h pinxteren says:

    Geen punt gert, want ik ben er mee bezig.
    Het is nog erger: toen ik een verhaal tegenkwam
    met een overzicht van al de 14 verklaringen
    die er op dat moment zouden zijn,
    had ik er op dat moment al meer dan 15!
    Er is een Frans stel dat in 2008 of 2009 plm 30 jaar onderzoek
    heeft afgerond in een dikke monografie: geen idee.
    Zoals ik je al eerder duidelijk heb proberen te maken:
    bipedaliteit is een soort worst case, zeg maar.
    We hebben het over een van de meest herkenbare, anatomische, fysiologische, biomechanische feiten die je maar kunt bedenken (naast spraak bijv). Maar moeilijker te verklaren in termen van natuurlijke selectie dan menig darwinist zich realiseert.
    Het feit dat er zoveel -adaptationistische- theorieen bestaan, is echt opvallend. Misschien is het wel geen geintje om te zeggen: rechtoplopen heeft kennelijk veel voordelen.
    Om misverstanden te voorkomen: bipedaliteit is vooral een worst case-voorbeeld voor de EP, de evolutiepsychologie. Ik ga niet op de stoel van biologen zitten zoals onze vrienden JF en MPP.
    gr
    hp

  13. Gert Korthof says:

    filosoof Daniel Dennett in vpro Beagle:
    “The human brain is the best in predicting the future compared to any other brain.” en:
    We kunnen soms wel eeuwen in de toekomst kijken.

    De tragiek van dit soort uitspraken is dat wanneer sommigen op feiten gebaseerde voorspellingen doen (zoals klimaatopwarming) velen dit negeren of aanvallen! De ‘menselijke hersenen’ kunnen dus wel potentieel superieur zijn t.o.v. alle andere dieren, in de praktijk kan de mensheid foute beslissingen maken omdat de boodschap niet overkomt bij de rest van de mensheid. Met name bij politici en despotische alleenheersers. Daarom kunnen die uitspraken over de superioriteit van de mens in theorie waar zijn, maar hebben ze slechts betrekking op een klein aantal mensen en is de mensheid als geheel niet in staat daarvan te profiteren en staat de mensheid als geheel praktisch op hetzelfde niveau als chimpanzees.
    Laatst hoorde ik een advocaat zeggen: politie, justitie, ziekenhuizen hebben uiterste moeite om fouten toe te geven. Net als ieder mens, maar bij die instanties heeft het groot onrecht tot gevolg.

    Geniaal vond ik Dennett’s uitspraak dat humor een middel is om op een goede manier met fouten om te gaan! Dat sloeg bij mij in als een bliksemschicht! Het probleem is hoe kun je leren van fouten? Van je eigen fouten is erg moeilijk. Die wil je het liefst verdringen.
    Maar om andermans fouten is het uitstekend lachen (leedvermaak). Ondertussen leer je daar van. Je leert van de pech en fouten van anderen. Een geniaal inzicht. Nooit eerder had ik het verband tussen humor en leren van fouten gezien. Bedankt meneer Dennett! Bedankt vpro!

  14. Gert Korthof says:

    HP (12): uitstekend! Houd me op de hoogte!

  15. Gerdien says:

    voor bipedaliteit tel ik in de literatuur plm 15 verklaringen
    Op twee benen lopen is niet één kenmerk, maar minstens twee. Er is rechtop lopen met korte benen en lange armen, zoals bv Ardipithecus. Dit lijkt op bomen klimmen en over takken lopen. Er is op dit blog een post geweest over orang-oetans in dit verband. En er is rechtop lopen met korte armen en lange benen, het lange-afstandslopen fenotype. Er zit daar toch gauw 4 miljoen jaar tussen.
    Ik vermoed dat veel speculaties over bipedaliteit het ontstaan van rechtop lopen en het lang- afstandslopen ongeveer gelijk stellen.

  16. h pinxteren says:

    gerdien, het is lastig zo kort te zijn als in een blog eigenlijk moet, maar bipedaliteit is niet minstens twee, maar een hele boel verschillende kenmerken. Tenminste, wil je de maximale energiewinst behalen die het volgens biomechanisch onderzoek oplevert. En het scheelt ook een hoop: gemiddeld zetten we ons hele leven toch al gauw zo’n 100 miljoen stappen, heb ik me laten vertellen. Knokkellopen bijvoorbeeld, kost wel 40% meer energie. Maar wil je echt rendement dan heb je ook een sterke achillespees nodig (tegen de zwabber- of klapvoeten): die werkt als een veer en geeft 60% van de energie terug. (cfr onze unieke Ausdauer). En zo zijn er nog een aantal dingen: bijvoorbeeld lardosis (i.v.m zwaartepunt, speciaal ook bij zwangeren, daarom lopen chimps (en kleine kinderen) met doorgzakte knieen anders vallen ze voor-of achterover) Ze waggelen overigens ook. Volgens sommigen begon bipedaliteit in de bomen: orangs zijn (‘arboreaal’) bipedaal.
    Voor mij als psycholoog is bipedaliteit interessant om te kijken hoe biologen dit probleem oplossen. Een beetje rechtoplopen werkt kennelijk niet echt, al kunnen bonobo’s en chimps het wel, maar voor het grote voordeel heb je echt een heel complex van kenmerken nodig. Of bood elk kenmerk op zich dan misschien voordeel?- even afgezien van de nadelen! Ik heb nog geen sluitende verklaring gezien. Maar misschien heb ik wat gemist. Overigens, over complexe kenmerken gesproken, spraak vergt de ingewikkeldste motoriek die we kennen. Ik geloof dat er ooit 100 spiertjes en spieren zijn geteld. Moeten allemaal gecoordineerd worden- en dan hebben we het alleen nog maar over de motoriek. Cui bono? Dat is de enige vraag die we moeten stellen, beweert Dennett. Wat was het probleem ook al weer? Adaptationisme is dat zo eigenlijk niet ‘een oplossing op zoek naar een probleem?’ Een voorbeeld is bipedaliteit verklaren als ‘sexual display’. Ook over het gras heen kunnen kijken vind ik wel een aardige. Enfin, ik compileer een keer de hele lijst uit alle aantekeningen die ik heb. Wikipedia meldt in ieder geval al dat er minstens twaalf verklaringen zijn http://www.answers.com/topic/bipedalism-3 (maar dat is exclusief de verklaring uit 2002 dat er maar een verklaring is!). Over een ding zijn de geleerden het wel eens, Gert: eerst was er bipedalisme en later pas grote hersens. In The Descent of Man schrijft Darwin “The gradually increasing weight of the brain and skull in man must have influenced the development of the supporting spinal column, more especially whilst he was becoming erect. (sic). Dat lijkt me wel genoeg voorlopig.
    Gr
    harry

  17. h pinxteren says:

    Ok, nog een dan: In A new model for the Origin of Bipedality schrijft Evelyn J. Bowers Human Evolution (2006) 21:241–250 ‘we are no nearer to agreeing on what benefits were gained by walking on two legs, but we have gathered a lot of new data about genetics. “Perhaps we need to stop wondering about selective pressures and consider what kind of mutation might be involved”

    gr
    h

  18. h pinxteren says:

    vervelend, er is een stuk weggevallen, nu hangt 17
    in de lucht!
    kijken wat ik nog terug kan halen
    gr
    h

  19. h pinxteren says:

    Tweede poging:
    Bipedaliteit is een complex van kenmerken, van aanpassingen zo je wil. Tenminste wil je er het volledige rendement uit halen dat het volgens biomechanisch onderzoek oplevert- en dat telt aan, want we zetten in ons leven wel 100 miljoen stappen, heb ik me laten vertellen. Bijvoorbeeld knokkellopen kost 40% meer energie. Met zwabbervoeten loopt ook niet lekker. Een achillespees geeft ook plm 60% van de energie terug. We hebben als soort ook een unieke Ausdauer. Om ons evenwicht te bewaren- vooral zwangere vrouwen- hebben we een kromming in de rug nodig: chimps lopen met gekromde benen, net als peutertjes, anders vallen ze voor- of achterover. We hebben ook sterke bilspieren nodig. Een grote teen (Al deed Ardi het zonder). Een smaller, rechter, bekken. Etc. etc. Ik weet niet hoeveel kenmerken precies, maar het gaat om een heel complex. Tenzij de afzonderlijke kenmerken ieder op zich een voordeel boden (even los van de mogelijke nadelen). En wanneer geef je die grijpvoet helemaal op? En wat is een beetje rechtoplopen, al doen chimps en Boonbo’s het wel?
    Volgens sommigen is bipedaliteit al in de boom begonnen. Orangs zijn ‘arboreaal’ bipedaal.
    Wat ik als buitenstaander interessant vind is hoe biologen dit probleem oplossen. Intussen meldt wikipedia twaalf verklaringen http://www.answers.com/topic/bipedalism-3 Dat is exclusief die van Darwin, “The gradually increasing weight of the brain and skull in man must have influenced the development of the supporting spinal column, more especially whilst he was becoming erect.” (in The Descent of Man).

    Intussen zijn de geleerden het wel over een ding eens, Gert: bipedaliteit kwam ver voor onze grote hersens (cfr Ardi).

    Gr harry

  20. h pinxteren says:

    vreemd: ik miste 17 ineens, ook na een aantal controles.
    daarom hing 18 in de lucht
    en vandaar 20. Verwarrend. sorry.
    gr
    h

  21. h pinxteren says:

    ps lardosis is fout in 17
    het gaat niet om lordosis, maar om de gewone
    kromming van de ruggengraat.
    gr
    h

  22. Gert Korthof says:

    Opmerking: de originele link naar bipedalism is:

    http://en.wikipedia.org/wiki/Bipedalism

    en niet de parasitaire site: answers.com
    Het wikipedia artikel ziet er goed uit, bevat veel meer dan ik wist.

  23. Bart Klink says:

    Er zijn genoeg mogelijke verklaringen voor het bipedalisme, waarbij het me moeilijk lijkt te bepalen welke het meest waarschijnlijk is. Je belandt al snel bij just so stories. We kunnen aardig bepalen hoe een hominine rechtop kon lopen als we genoeg fossiel materiaal hebben, maar over wat de evolutionaire druk daarachter is geweest blijf ik sceptisch.

  24. h pinxteren says:

    bart,

    intussen zijn we al heel veel te weten gekomen over de biomechanika
    van lopen op twee benen -als een gecontroleerde vorm van voorovervallen
    (en goed gebruik maken van de zwaartekracht!)
    Zelfs voor een niet-bioloog is dat interessant.
    Er is ook psychologische relevantie: zo is de perceptie
    van loop, ‘gait’, onvoorstelbaar subtiel. Zien we sexeverschillen meteen etc.
    De vraag voor mij is, hebben we daar al die just so stories voor nodig die toch niet te toetsen zijn- of nauwelijks.
    gr
    h

  25. Gerdien says:

    Er is ook psychologische relevantie: zo is de perceptie
    van loop, ‘gait’, onvoorstelbaar subtiel. Zien we sexeverschillen meteen etc.

    We kunnen ook iemand in de verte herkennen, ook als die andere kleren aan heeft.

  26. h pinxteren says:

    ja gerdien, maar dat vermogen varieert nogal sterk, net als het vermogen
    om gezichten te herkennen, waar overigens ook een duidelijke neurologische
    basis voor is (fusiforme face area bijv).
    En die variatie geldt niet of minder voor het zien van loopbewegingen
    en andere aspecten van ‘gait’.
    gr h

  27. Bart Klink says:

    @ HP

    Ik ben als bewegingswetenschapper aardig bekend met de biomechanica van het (menselijk) bipedalisme. Het is evident dat bipedalisme energetische voordelen heeft, maar heeft dit ook voor de selectiedruk gezorgd die ons uiteindelijk volledig bipedaal heeft gemaakt? Het is zeker niet de enige verklaring, en dan verval je al snel in juist so stories. De waarschijnlijkheid van deze verschillende hypothesen als verklaring voor ons bipedalisme toetsen is volgens mij lastig.

  28. h pinxteren says:

    @Bart,
    Wat moeten we met verhaaltjes
    over bijvoorbeeld sexual display- de zoveelste variant
    op de pauwenstaart. Kinderen draag je het best door ze
    aan je lange haren te laten vastgrijpen, niet op je heupen.
    We hebben alles bij elkaar maar een serieuze kandidaat-
    verklaring. Maar dan: er moeten heel
    veel adaptaties tegelijk, in combinatie, gerealiseerd zijn
    wil het voordeel ook inderdaad maximaal zijn: wanneer geef
    je die klapvoet, annex grijpvoet op voor die achillespees. Etc. Hadden al die
    adaptaties op zich voordeel en zo ja welk?
    Het evolutionaire voordeel van rechtop lopen blijft lastig te toetsen,
    Maar de voordelen laten zich wel makkelijk verzinnen.
    In The Descent of Man schrijft Darwin:
    The gradually increasing weight of the brain and skull in man must have influenced the development of the supporting spinal column, more especially whilst he was becoming erect.
    Dat is een verklaring van rechtop lopen uit het rechtoplopen en en passant verklaar je dan ook nog onze grote hersens. Ik vind dat een typisch voorbeeld van redeneren voor heel dat boek.
    Gr
    h