Wat ik in mijn vorige blog ‘Het geniale inzicht van Richard Dawkins‘ heb willen zeggen is niet dat Richard Dawkins het anthropisch principe heeft ontdekt. Nee. Wat hij doet is de diversiteit van de cosmos en biodiversiteit naast elkaar zetten. Dat veroorzaakte bij mij een schok.
Wat ik ook niet bedoelde is dat de processen die de diversiteit in het heelal gecreëerd hebben dezelfde zijn als de processen die biodiversiteit hebben gecreëerd. Biodiversiteit ontstaat door Darwinistische evolutie: random variatie, erfelijkheid, en natuurlijke selectie. Sterrenstelsels, planetenstelsels, zonnestelsels worden niet door Darwinistische processen geproduceerd. Wel zie je ontzettend veel diversiteit in de eindproducten. Daar gaat het om. Gisteren kwam Chris Buskes op het congres God en Darwin in Nijmegen met een mooi voorbeeld: de planeten in ons zonnestelsel zijn divers. Ze hebben verschillende grootte, samenstelling, omlooptijden, aantal manen en afstand tot de zon. Diversiteit dus. Dus waarschijnlijk door stochastische processen geproduceerd. Die diversiteit is de signatuur van stochastische processen, niet van design.
Wat ik ook niet heb willen zeggen is dat het ontstaan van het leven onvermijdelijk is gezien de fysische omstandigheden. Dat laat ik even voor wat het is. Mijn vertrekpunt is het eerste leven.
Dawkins schrijft dat wij er niet zouden zijn als er geen planten waren. Dat is de triviale betekenis van de biodiversiteit. We hebben eten nodig. Maar we zouden kunnen leven van 4 soorten: kwartels, zalm, sla en tomaten. Punt. Dat zou voldoende zijn. Maar er zijn miljoenen soorten! Overdreven? Overdreven volgens het design denken. Het punt is: de onderliggende biologische processen genereren een overvloed aan soorten. Ze zijn doelloos, ongericht. De aarde zelf is groot én divers genoeg om die diversiteit te herbergen en te helpen ontstaan. Denk aan een planeet met alleen zee (GJ 1214b) en dus geen landdieren. Denk aan een planeet met alleen land (geen zeedieren).
Zolang je je nog afvraagt wat is het nut van de middelste bonte specht, heb je de betekenis van biodiversiteit nog niet begrepen. De biologische, Darwinistische processen die ons voortgebracht hebben, hebben ook de middelste bonte specht geproduceerd. En de malariamug. En nog een paar miljoen andere soorten. Vermenigvuldig dit met een factor X (X=100 of 1000) voor de uitgestorven soorten. Minder kan niet.
Tijd en Ruimte
(zaterdag 19 december)
Het heelal had er zo’n 8 miljard jaar voor nodig om het ruwe materiaal te produceren voor planeten zoals de aarde (1). Het is dus geen wonder dat wij ons bevinden in een heelal van 8 miljard jaar oud. Evolutie had er 4 miljard jaar voor nodig om de mens te laten verschijnen. Het is dus geen wonder dat het leven véél en véél ouder is dan wij. Beide processen kosten tijd. Het opbouwen van (bio)diversiteit kost dus tijd. In 6.000 jaar had het niet gekund. (Bio)diversiteit kost ook ruimte. Zonder (oneindig?) groot heelal zou er geen grote diversiteit kunnen bestaan in het heelal. Ook het leven heeft een voldoende grote aarde nodig om biodiversiteit op te bouwen. Geen wonder dat het heelal zo groot is. De mens heeft er plm. 100.000 jaar voor nodig gehad om tot 6 miljard individuen te komen.
Specifieker
(dinsdag 22 december)
Dawkins’ Inzicht kan nog specifieker en kwantitatiever onder woorden gebracht worden:
* het is geen toeval dat wij als mensen omringd zijn door duizenden zoogdieren, het is noodzakelijk zo
* het is geen toeval dat we omringd zijn door honderden apesoorten, een handvol mensapen, en tientallen uitgestorven homonoïden, het is noodzakelijk zo
* Het eerste zoogdier zag zich omringd door duizenden gewervelden, het is noodzakelijk zo
* De eerste gewervelde zag zich omringd door duizenden andere soorten dieren, het is noodzakelijk zo
* het eerste dier zag zich omringd door duizenden meercelligen, het is noodzakelijk zo
* de eerste cel zag zich omringd door duizenden, miljoenen proto-cellen, het is noodzakelijk zo.
Iets dergelijks zou ook moeten gelden voor de cosmologie, alleen mis ik de kennis.
Minimum aantal individuen per soort
(woensdag 23 december)
Niet alleen moet er een minimum aantal soorten zijn om de mens te laten ontstaan, maar ook moet iedere soort een minimum populatiegrootte van 5000 individuen hebben om een evolutionaire levensduur te hebben van 1 - 10 miljoen jaar (3). Dat wil zeggen dat de soort bestand is tegen tijdelijke voedselschaarste en voldoende nieuwe voordelige mutatie’s produceert om zich evolutionair aan te passen. Ook hier is het scheppingsdenken (dat je met 1 paartje een plant of dier soort creëert) naief.
Conclusie
(zondag 20 dec, update 23 dec)
De diversiteit en het aantal van fysische objecten in het heelal en de bio-diversiteit op aarde geven een sterk signaal: beide zijn het resultaat van processen die noodzakelijkerwijze veel tijd en ruimte in beslag hebben genomen. Noodzakelijkerwijze: omdat het doelloze processen zijn. De fysische diversiteit was een noodzakelijke voorwaarde om zo iets onwaarschijnlijks als planeet aarde te produceren. De enorme biodiversiteit op aarde was noodzakelijk om zoiets onwaarschijnlijks voort te brengen als een soort die vragen stelde over zijn eigen bestaan.
Het idee dat een schepper dit alles 6.000 jaar in één klap heeft geschapen is fundamenteel fout omdat het de noodzaak van deze processen miskent. Maar ook de gedachte dat we de middelste bonte specht wel kunnen missen omdat we al de grote bonte specht hebben (2), maakt dezelfde fundamentele fout: het miskent de aard van de processen die diversiteit genereren. Die gedachte toont net zo veel onbegrip als de vraag: Wat is het nut van de poolster?
Tenslotte is er nog een derde fout, en dat is het idee dat de mens als volwassene geschapen zou kunnen zijn zonder voorafgaande ontwikkeling (Adam en Eva). De fout is hier dat vergeten wordt dat een volwassen persoon noodzakelijkerwijs het resultaat is van een proces dat tijd kost, ook al is de tijdschaal decennia in plaats van miljoenen jaren.
Noten
- Sander Bais (2009) ‘Keerpunten. Momenten van waarheid in de natuurwetenschap‘, p. 135.
- Wat is het nut van de Middelste bonte specht?
- A Magic Number? American Scientist, Jan-Feb 2010.