Thursday, December 31, 2009

Creation 7 januari in première

De film Creation is gebaseerd op het boek Annie’s Box: Charles Darwin, His Daughter and Human Evolution van Randal Keynes, de achterkleinzoon van Charles Darwin. In Nederland op 7 januari en in Belgie op 20 januari in première.

Hoewel ik het boek niet gelezen heb, lijkt me de film wel de moeite waard. Het land dat de première had van de eerste mens op de maan, was de laatste om de film in de bioscoop te brengen… Alsof ze in dat land het geheim proberen te houden dat 150 jaar geleden The Origin of Species verscheen. Het boek en de film zijn volgens mij louter historisch en beschrijvend van karakter, géén evolutie ‘propagandafilm’ of een film die bewijzen voor evolutie in beeld brengt.

Hier is een trailer. Dit is de website van de film. Dit is de info van wikipedia. Hier is een bespreking van het boek. De vprogids heeft een bespreking van de film, dat heb ik niet online kunnen vinden.

“Ben benieuwd wat het hele verhaal van Darwin nou eigenlijk is, want het uitsterven van niet succesvolle schepsels vind ik eigenlijk wel een heel mager concept.” (bron)

Deze persoon denkt kennelijk dat een zekere Darwin een simpel ideetje had, maar er verder niet meer over nagedacht had, maar hijzelf wel. En hij deed de geniale ontdekking dat het wel een heel mager concept was. Ja, ik vind het idee van Einstein dat alles relatief is, ook wel een heel mager concept om het heelal mee te verklaren…

Posted by Gert Korthof in 13:08:28 | Permalink | No Comments »

Friday, December 25, 2009

Darwins Neue Welt documentaire

Darwins Neue Welt. Der Weg Darwins bis zur Entwicklung seiner Theorie von der Entstehung der Arten.
25 december 2009 ARTE tv overzicht

14:00 - 14:45 1. Der Entdecker
14:45 - 15:25 2. Der Zweifler
15:25 - 16:10 3. Die Tragödie des Lebens
16:10 - 16:55 4. Der Wendepunkt
16:55 - 17:40 5. Der Triumph

herhaling:  28, 29, 30, 31 dec, 1 jan 9:10 ARTE

Postscript: deze uitzendingen heb ik niet kunnen zien omdat ondanks de programmering van de uitzending via het Guide-plus systeem, de videorecorder een ander kanaal had opgenomen. Toen bleek dat ARTE helemaal niet meer te vinden is in het aanbod van mijn tv-provider. Heeft iemand de uitzendingen wel gezien?

Posted by Gert Korthof in 12:42:32 | Permalink | Comments (1) »

Monday, December 21, 2009

Darwin’s meesterwerk voor 17,50

Het Ontstaan der Soorten 4e druk

Het Ontstaan der Soorten 4e druk

Ga jij maar naar de HEMA, dan neus ik wel wat rond tussen de boeken, en dan zien we elkaar weer hier”.

Boeken -inclusief tweedehands boeken- oefenen een sterke aantrekkingskracht op mij uit. Een tweedehandsboekverkoper had een stuk of honderd sinaasappelkistjes op en naast en elkaar gestapeld op een pleintje in het winkelcentrum en volgestouwd moet boeken. Snel vond ik de weinige non-fictie kistjes met het label ‘Planten en Dieren’ temidden van een overvloedige en deprimerende hoeveelheid fictie. Binnen 3 minuten zag ik, net iets onder ooghoogte, twee vuil-groene deeltjes “Darwin’s Werken. Het Ontstaan der Soorten”.  Redelijk goede staat. Geen aantekeningen of beschadigingen. Op het titelblad geen jaartal, maar het voorwoord is gedateerd 1913. De vertaling lijkt gebaseerd op de 4e Engelse editie. Zoiets heb ik nog niet, ik ben geïnteresseerd in de Origin of Species, het is Darwinjaar, dus hoefde ik niet zo heel erg lang na te denken. Prijs: 17,50 euro voor beide delen. Ik had geen flauw idee wat antieke Nederlandse uitgaves van de Origin of Species moeten opbrengen, maar die prijs had ik er wel voor over. Zou de verkoper niet weten wie Charles Darwin was? Hoe dan ook, om ze in handen te hebben, en ze thuis te kunnen doorbladeren, dat is het leuke van het geheel. Ik heb niet verder gezocht.

Thuis gekomen: de vertaling is gebaseerd op de vertaling van T. C. Winkler van de eerste editie. Die naam kende ik. Maar wie is Eva de Vries? De vrouw van Hugo de Vries? Ligt voor de hand, maar kan een instinker zijn. De beroemde Nederlandse geneticus Hugo de Vries had volgens het titelblad medewerking verleend aan deze editie. Er zijn maar liefst drie voorwoorden: een kort voorwoord van Eva de Vries (ook daar wordt niet duidelijk wie dat is), een langer voorwoord van Hugo de Vries (beide 1913) en het voorwoord van Dr. H. Hartogh Heys van Zouteveen (1889).

Waarom twee delen? Het totaal aantal pagina’s is 427+324=751 pagina’s, waarvan niet minder dan 103 pagina’s Supplementen, verdeeld over 6 hoofdstukken. Dat verklaart een hoop. Die supplementen zijn interessant. De auteur staat er niet bij, maar het zijn publicaties van Darwin in Nature! Het wetenschappelijke weekblad dat voor het eerst verscheen in 1869 en dat is uitgegroeid (samen met Amerikaanse Science) tot het meest gezaghebbende natuurwetenschappelijke tijdschrift van vandaag. Bij mijn weten zijn die publicatie’s nooit in de Engelse editie’s bijgevoegd. Wel zijn ze terug te vinden op de Complete Works of Charles Darwin. Die supplementen zijn heerlijk om door te bladeren en de tijdgeest in te ademen.

Hoewel er ‘vierde uitgave’ op het titelblad staat, moet dit de tweede Nederlandse uitgave zijn. Gebaseerd op de 4e Engelse editie. Het verschil met de eerste druk van de Origin is dat Darwin een extra hoofdstuk heeft toegevoegd (’Verschillende tegenwerpingen tegen de theorie der natuurlijke teeltkeus’) ná het zesde hoofdstuk, dat óók al over ‘Bezwaren tegen de leer’ ging. Zodoende heeft de eerste druk 14 en de vierde druk 15 hoofdstukken. Dat mis je dus, als je alleen de eerste druk leest!

Al met al een leuke vondst, deze twee deeltjes, die voor mij een stimulans vormen om me te verdiepen in de geschiedenis van de Origin of Species, de Nederlandse vertalingen en de ontvangst van het werk in de decennia na het verschijnen. Ik kon het niet nalaten hier over te bloggen. Ik wens U nog een prettige voortzetting met veel mooi winterweer.

tags: boeken, geschiedenis

Posted by Gert Korthof in 12:35:07 | Permalink | Comments (8)

Thursday, December 17, 2009

Miljoenen sterren en miljoenen planten en diersoorten

Wat ik in mijn vorige blog  ‘Het geniale inzicht van Richard Dawkins‘ heb willen zeggen is niet dat Richard Dawkins het anthropisch principe heeft ontdekt. Nee. Wat hij doet is de diversiteit van de cosmos en biodiversiteit naast elkaar zetten. Dat veroorzaakte bij mij een schok.

Wat ik ook niet bedoelde is dat de processen die de diversiteit in het heelal gecreëerd hebben dezelfde zijn als de processen die biodiversiteit hebben gecreëerd. Biodiversiteit ontstaat door Darwinistische evolutie: random variatie, erfelijkheid, en natuurlijke selectie. Sterrenstelsels, planetenstelsels, zonnestelsels worden niet door Darwinistische processen geproduceerd. Wel zie je ontzettend veel diversiteit in de eindproducten. Daar gaat het om. Gisteren kwam Chris Buskes op het congres God en Darwin in Nijmegen met een mooi voorbeeld: de planeten in ons zonnestelsel zijn divers. Ze hebben verschillende grootte, samenstelling, omlooptijden, aantal manen en afstand tot de zon. Diversiteit dus. Dus waarschijnlijk door stochastische processen geproduceerd. Die diversiteit is de signatuur van stochastische processen, niet van design.

Wat ik ook niet heb willen zeggen is dat het ontstaan van het leven onvermijdelijk is gezien de fysische omstandigheden. Dat laat ik even voor wat het is. Mijn vertrekpunt is het eerste leven.

Dawkins schrijft dat wij er niet zouden zijn als er geen planten waren. Dat is de triviale betekenis van de biodiversiteit. We hebben eten nodig. Maar we zouden kunnen leven van 4 soorten: kwartels, zalm, sla en tomaten. Punt. Dat zou voldoende zijn. Maar er zijn miljoenen soorten! Overdreven? Overdreven volgens het design denken. Het punt is: de onderliggende biologische processen genereren een overvloed aan soorten. Ze zijn doelloos, ongericht. De aarde zelf is groot én divers genoeg om die diversiteit te herbergen en te helpen ontstaan. Denk aan een planeet met alleen zee (GJ 1214b) en dus geen landdieren. Denk aan een planeet met alleen land (geen zeedieren).

Zolang je je nog afvraagt wat is het nut van de middelste bonte specht, heb je de betekenis van biodiversiteit nog niet begrepen. De biologische, Darwinistische processen die ons voortgebracht hebben, hebben ook de middelste bonte specht geproduceerd. En de malariamug. En nog een paar miljoen andere soorten. Vermenigvuldig dit met een factor X (X=100 of 1000) voor de uitgestorven soorten. Minder kan niet.

Tijd en Ruimte

(zaterdag 19 december)

Het heelal had er zo’n 8 miljard jaar voor nodig om het ruwe materiaal te produceren voor planeten zoals de aarde (1). Het is dus geen wonder dat wij ons bevinden in een heelal van 8 miljard jaar oud. Evolutie had er 4 miljard jaar voor nodig om de mens te laten verschijnen. Het is dus geen wonder dat het leven véél en véél ouder is dan wij. Beide processen kosten tijd. Het opbouwen van (bio)diversiteit kost dus tijd. In 6.000 jaar had het niet gekund. (Bio)diversiteit kost ook ruimte. Zonder (oneindig?) groot heelal zou er geen grote diversiteit kunnen bestaan in het heelal. Ook het leven heeft een voldoende grote aarde nodig om biodiversiteit op te bouwen. Geen wonder dat het heelal zo groot is. De mens heeft er plm. 100.000 jaar voor nodig gehad om tot 6 miljard individuen te komen.

Specifieker

(dinsdag 22 december)

Dawkins’ Inzicht kan nog specifieker en kwantitatiever onder woorden gebracht worden:

* het is geen toeval dat wij als mensen omringd zijn door duizenden zoogdieren, het is noodzakelijk zo
* het is geen toeval dat we omringd zijn door honderden apesoorten, een handvol mensapen, en tientallen uitgestorven homonoïden, het is noodzakelijk zo
* Het eerste zoogdier zag zich omringd door duizenden gewervelden, het is noodzakelijk zo
* De eerste gewervelde zag zich omringd door duizenden andere soorten dieren, het is noodzakelijk zo
* het eerste dier zag zich omringd door duizenden meercelligen, het is noodzakelijk zo
* de eerste cel zag zich omringd door duizenden, miljoenen proto-cellen, het is noodzakelijk zo.

Iets dergelijks zou ook moeten gelden voor de cosmologie, alleen mis ik de kennis.

Minimum aantal individuen per soort

(woensdag 23 december)

Niet alleen moet er een minimum aantal soorten zijn om de mens te laten ontstaan, maar ook moet iedere soort een minimum populatiegrootte van 5000 individuen hebben om een evolutionaire levensduur te hebben van 1 - 10 miljoen jaar (3). Dat wil zeggen dat de soort bestand is tegen tijdelijke voedselschaarste en voldoende nieuwe voordelige mutatie’s produceert om zich evolutionair aan te passen. Ook hier is het scheppingsdenken (dat je met 1 paartje een plant of dier soort creëert) naief.

Conclusie

(zondag 20 dec, update 23 dec)

De diversiteit en het aantal van fysische objecten in het heelal en de bio-diversiteit op aarde geven een sterk signaal: beide zijn het resultaat van processen die noodzakelijkerwijze veel tijd en ruimte in beslag hebben genomen. Noodzakelijkerwijze: omdat het doelloze processen zijn. De fysische diversiteit was een noodzakelijke voorwaarde om zo iets onwaarschijnlijks als planeet aarde te produceren. De enorme biodiversiteit op aarde was noodzakelijk om zoiets onwaarschijnlijks voort te brengen als een soort die vragen stelde over zijn eigen bestaan.

Het idee dat een schepper dit alles 6.000 jaar in één klap heeft geschapen is fundamenteel fout omdat het de noodzaak van deze processen miskent. Maar ook de gedachte dat we de middelste bonte specht wel kunnen missen omdat we al de grote bonte specht hebben (2), maakt dezelfde fundamentele fout: het miskent de aard van de processen die diversiteit genereren. Die gedachte toont net zo veel onbegrip als de vraag: Wat is het nut van de poolster?

Tenslotte is er nog een derde fout, en dat is het idee dat de mens als volwassene geschapen zou kunnen zijn zonder voorafgaande ontwikkeling (Adam en Eva). De fout is hier dat vergeten wordt dat een volwassen persoon noodzakelijkerwijs het resultaat is van een proces dat tijd kost, ook al is de tijdschaal decennia in plaats van miljoenen jaren.

Noten

  1. Sander Bais (2009) ‘Keerpunten. Momenten van waarheid in de natuurwetenschap‘, p. 135.
  2. Wat is het nut van de Middelste bonte specht?
  3. A Magic Number? American Scientist, Jan-Feb 2010.
Posted by Gert Korthof in 11:43:20 | Permalink | Comments (2)

Tuesday, December 15, 2009

Het geniale inzicht van Richard Dawkins

Er is felle kritiek geuit op het boek The Greatest Show on Earth (Het grootste spektakel ter wereld) van Richard Dawkins. Maar, wacht U aub nog even met de prullenmand of marktplaats! Er is tenminste één uiterst belangrijk en diep inzicht in het boek, dat ik zondermeer geniaal durf te noemen. Dat staat op de laatste pagina van het boek (ja, U moet het boek dus helemaal uitlezen om die passage tegen te komen!) Ik geef hier een vertaling:

Hoe komt het dat wij ons bevinden temidden van eindeloos veelvormige levensvormen? Het had niet anders gekund gegeven het feit dat we überhaupt in staat zijn dit soort vragen te stellen. Het is geen toeval, leggen kosmologen ons uit, dat we sterren aan de hemel zien. Er kunnen universums bestaan zonder sterren, waarin waterstof gelijkelijk verdeeld is over de ruimte. Maar niemand neemt die universums waar, omdat wezens die sterren kunnen waarnemen, niet ontstaan kunnen zijn in universums zonder sterren.

Hetzelfde geldt voor de biologie. Het is geen toeval dat we overal waar we kijken groen zien. Het is geen toeval dat wij mensen onszelf aantreffen op een heel klein twijgje van een zeer uitbundig vertakkende boom van het leven (’tree of life’); het is geen toeval dat we omringd zijn door miljoenen andere soorten, etend, groeiend, rottend, zwemmend, lopend, vliegend, gravend, jagend, vluchtend, overmeesterend en overwinnend. Zonder de eeuwig escalerende wapenwedloop tussen prooi en predator, parasieten en gastheren, zonder honger en dood, zou er geen zenuwstelsel zijn om überhaupt iets te zien, laat staan om iets te begrijpen. Wij zijn omringd door eindeloos veel levensvormen, de één nog mooier en wonderlijker dan de ander. En dat is geen toeval, maar het directe resultaat van evolutie door niet willekeurige natuurlijke selectie. The only game in town, the greatest show on Earth.” (p.426).

De vergelijking van het complexe en immense heelal en de enorme biodiversiteit is een inzicht dat ik nog nooit ergens anders tegengekomen ben. In Darwin’s tijd was het zeker onmogelijk. Pas de laatste tientallen jaren is het mogelijk geworden om dat te zien. Maar Dawkins is de eerste die de link legt tussen de twee. Hij laat zien dat het hier om hetzelfde principe gaat. Het is absoluut méér dan een didactische hulpmiddel. Het is een fundamenteel inzicht in de relatie tussen processen die het heelal en het leven hebben gevormd en de resulterende complexiteit van de kosmos en het leven.

Als je dit alles contrasteert met het christelijke scheppingsverhaal, dan wordt dit inzicht alleen maar dieper en sterker. Het doel van de schepping is de mens. Die moet een plek hebben om te leven en te eten. De rest, de enorme afmetingen van het heelal en de onvoorstelbare biodiversiteit,  is versiering. Is in feite overbodig. We kunnen leven zonder dat alles. Zo wordt het onbegrijpelijk waarom er nog miljoenen andere biologsiche soorten op aarde moeten rondlopen en hebben rondgelopen, en waarom het heelal zo onmetelijk groot en oud moet zijn. Met Dawkins’ inzicht wordt zowel het onmetelijke heelal met ontelbare sterrenstelsels en de onvoorstelbaar grote biodiversiteit op aarde, begrijpelijk, verklaarbaar en zelfs noodzakelijk.

Natuurwetten die een heelal met precies 1 zon, 1 aarde, en 1 maan produceren zijn ondenkbaar. Natuurlijke processen die uitsluitend de menselijke soort en een handvol eetbare soorten produceren, zijn ook ondenkbaar.

Een open deur? Een overbodig verhaal? Ik ken een filosofie hoogleraar die voortreffelijk en inzichtelijk over evolutie heeft geschreven, maar die tegelijkertijd van totaal onbegrip blijk geeft als het gaat om de waarde en betekenis van biodiversiteit. Maar ook bij biologen heb ik het hier besproken inzicht van Richard Dawkins nooit gezien. Dus, bepaald niet overbodig om er aandacht aan te besteden. Ik zal er vast nog wel eens op terugkomen -en zo nodig verder uitwerken- omdat het zo belangrijk is.

Noten

- In 1998 werd ik voor het eerst geconfronteerd met de inzichten van Barrow en Tipler en ben er diepgaand door beïnvloed: “We should not be surprised to observe that the universe is so large. No astronomer could exist in one that was significantly smaller. The universe needs to be as big as it is in order to evolve just a single carbon-based life-form. The universe also needs to be as old (15 billion years) as it is to evolve carbon-based life.”

- Die hoogleraar is de Leidse filosoof Bas Haring. Van biodiversiteit heeft hij geen kaas gegeten. In zijn boek Het aquarium van Walter Huijsmans toont hij een diepgaand onbegrip voor de betekenis van biodiversiteit. Net als alle religieuze denkers. Behalve de theoloog Taede Smedes (zie hier) die begrip toont voor de complexiteit van het heelal.

Postscript 24 december
Robbert DijkgraafDe theoretisch fysicus Robbert Dijkgraaf vertelde op woensdag 23 dec in het Teleac programma ‘De Bovenkamer‘:
“Als wij het enige leven zijn, vind ik even krankzinnig, dat die hele show, die 100 miljard keer 100 miljard sterren, dat enorme decor, alleen maar voor ons. Dat wij hier op aarde de enige zouden zijn die daar naar kijken. Die enorme lichtshow. Dat vind ik even wonderlijk”.


Maar, het is juist niet verwonderlijk! Zonder die miljarden sterren zouden wij er niet zijn! Het zou pas echt raadselachtig zijn als we helemaal geen sterren aan de hemel zagen. Of als uitsluitend de aarde, maan en zon zouden bestaan. Dan zouden we vanzelfsprekend geloven dat de aarde als woonplaats voor ons was geschapen. We zouden dan niet eens op het idee gekomen zijn dat er natuurlijke stervormende processen bestaan. Het wonderlijke is dat Dijkgraaf een theoretisch fysicus is en géén creationist…

tags: boeken, biodiversiteit, filosofie, religie

Posted by Gert Korthof in 13:40:49 | Permalink | Comments (9)

Wednesday, December 9, 2009

Weg met Dawkins!


J. Coyne, 2009
Why evolution is true.
Oxford University Press
ISBN 978-0-19-923084-6

R. Dawkins, 2009.
The greatest show on earth: the evidence for evolution. Free Press
ISBN 978-1-4165-9478-9

Grootste spektakel ter wereld: bewijs voor evolutie. Uitgeverij Nieuw Amsterdam
ISBN10 9046806510
ISBN13 9789046806517


C. Zimmer, 2009.
The tangled bank: an introduction to evolution.
Roberts and company publishers
ISBN 978-0981519470

gastbijdrage Gerdien de Jong

Er zijn in dit Darwinjaar drie boeken over evolutie voor een algemeen publiek verschenen: van de evolutiebioloog Jerry Coyne, van de bestsellerauteur Richard Dawkins, en van de wetenschapsjournalist Carl Zimmer. Alle drie boeken willen aangeven waarom evolutie een onontkoombare conclusie is uit alle biologische gegevens.
Voor zo’n betoog is nodig dat de auteur zelf een goed inzicht heeft welke argumenten uitsluitsel voor evolutie geven en waarom. Evolutie volgt niet uit een specifieke waarneming, maar uit de structuur van het geheel van de biologische waarnemingen: uit de patronen die bestaan in de wereld van de levende wezens. Biologie begint met onderkennen van soorten en vergelijken van soorten, en het is uit het vergelijken van soorten dat evolutie als verklaring voor de afstamming van soorten volgt. Anatomie, embryologie, moleculaire genetica, moleculaire stambomen: alles voor zich wijst op gezamenlijke afstamming. Bovendien komen de stambomen die gemaakt zijn op grond van de verschillende eigenschappen met elkaar overeen. Moleculaire stambomen op grond van DNA sequenties geven veel meer detail dan morfologisch mogelijk was, en geven een steeds meer gedetailleerd beeld van de verwantschappen in de afstammingslijnen.

Patronen

Nogal vaak blijkt bij een algemeen publiek het idee te bestaan dat evolutie bewezen wordt door fossielen. Op zich is dat niet zo: ook zonder fossielen leidde de biologie tot de conclusie dat alle levende wezens aaneengeschakeld zijn door gezamenlijke afstamming, op grond van alle overeenstemmende vergelijkingen van zeer onderscheiden eigenschappen. Ook moet bedacht worden dat alle fossielen geinterpreteerd worden aan de hand van vergelijkende anatomie. Fossielen spelen wel een grote rol: zonder fossielen is niet uit te maken hoe de gezamenlijke voorouders er omstreeks uit zagen, en welke dieren er allemaal nog meer bestaan hebben. De biologie van de fossielen laat een grote rijkdom aan niet meer bestaande dieren zien. Ook is de volgorde in het archief aan fossielen in overeenstemming met de uit de huidige beesten af te leiden stamboom. Fossielen spelen hun rol in de bevestiging van het biologische patroon.

Processen

Evolutie wordt aangetoond aan de hand van patronen tussen de soorten, in anatomie, moleculen, fossielen en biogeografie. De processen die tot evolutie leiden, de mechanismen van evolutie, zijn allerlei toevalszaken op genetisch niveau, natuurlijke en sexuele selectie, en soortsvorming. Deze processen laten goed zien hoe evolutie gebeurt, maar uit de processen alleen zou de conclusie ‘evolutie’ niet noodzakelijkerwijs volgen. Ook natuurlijke selectie is niet voldoende om tot het bestaan van evolutie te concluderen. Het is gebleken dat natuurlijke selectie één van de evolutiemechanismen is, maar evolutie als conclusie uit de patronen van de levende wezens komt eerst. Een duidelijke demonstratie hiervan is dat voor de eerste 75 jaar na het verschijnen van ‘On the Origin of Species’ evolutie wel algemeen geaccepteerd werd, maar natuurlijke selectie als belangrijk mechanisme voor evolutie niet.

En nu de boeken

Wat doen de drie genoemde boeken hiermee? Zimmer geeft een goed inleidend overzicht van moderne evolutiebiologie. Hij gaat uit van het patroon, en geeft het proces als verklaring. Dit is een heel volledig boek, boordevol interessante voorbeelden. Zimmer legt helder uit, aan de hand van veel goed figuren en diagrammen. Dit is het moderne boek voor elke bioloog.
Coyne schrijft een betoog voor niet-biologen, en probeert zoveel mogelijk aan te knopen bij hopelijk algemene kennis zonder zelf een evolutiebiologieboek te schrijven. Coyne geeft het beste de volgorde van het evolutionaire betoog: eerst het patroon en dan de processen.
Dawkins heeft nooit over de structuur van evolutiebiologie of het bewijs voor evolutie nagedacht: tenminste, als hij dat gedaan zou hebben blijkt het op geen enkele manier. Dawkins begint met natuurlijke selectie. Dan komt hij vast te zitten, omdat natuurlijke selectie niet waarneembaar tot grote verschillen leidt. Dawkins bestaat het een hoofdstuk over ontwikkelingsbiologie te schrijven, bijna zonder de evolutie van embryonale ontwikkeling te noemen, en totaal zonder enige verwijzing naar modern evo-devo onderzoek. De volgorde van de hoofdstukken is op geen enkele manier doordacht om een sluitend betoog te schrijven.

Creationisme, Obsessie, Prullenmand

Coyne en Zimmer leven in de VS, met zijn creationistische beweging. Coyne schrijft zijn boek om te laten zien dat evolutie onderbouwd is, met enig tegengas tegen creationisme. In zijn laatste hoofdstuk gaat Coyne in op een belangrijke bron van weerzin tegen evolutie, de angst voor moreel verval. Daarbij neemt Coyne deze weerzin serieus. Coyne mag het daar niet mee eens zijn, hij weet hoe belangrijk dit voor velen in de VS is.
Zimmer schrijft een biologieboek, en besteedt op 350 bladzijden één bladzijde aan creationisme. Creationisme is geen wetenschap, dus waarom zou je er in een wetenschappelijk boek aandacht aan besteden?
Voor Dawkins lijkt creationisme een obsessie. Het boek wordt ontsierd door regelmatig gemopper tegen creationisme. Niet dat Dawkins veel weet van creationisten of hun beweegredenen: hij is daar oppervlakkig in. Nu geven creationisten in de VS wel geregeld aanleiding tot spot, maar het is onnut dat zo breed uit te meten. Daarmee wordt het randverschijnsel creationisme alleen maar een belang gegeven dat het niet heeft.
Al met al: Coynes boek is het boek voor de niet-bioloog, Zimmers boek mag bij geen enkele biologieleraar van de middelbare school ontbreken, en Dawkins boek is goed voor de prullenmand.

tags: gastbijdrage, boeken

Posted by Gert Korthof in 10:51:24 | Permalink | Comments (16)

Sunday, December 6, 2009

Darwin’s bewijsmateriaal voor evolutie (1)

The Origin Then and Now
Mijn beschrijving van de betekenis van The Origin of Species in de laatste twee blogposts “The Origin of Species: het grootste waagstuk allertijden” en “Darwin en Archaeopteryx” zijn onvolledig. Ze kunnen zelfs misleidend overkomen voor lezers die niet de héle Origin of Species kennen. Ik heb weliswaar in mijn vorige post aangegeven dat zodra Darwin van de Archaeopteryx hoorde, deze als missing link tussen vogels en dinosauriers opvoerde, maar ik heb de indruk gewekt dat Darwin in 1859 helemaal geen fossiel bewijsmateriaal had. Of andersoortig bewijs. Niets is minder waar! Dit moet ik dus rechtzetten! Een tweede reden om dit te doen is dat ID-ers en creationisten ‘vergeten’ dat Darwin andersoortig bewijsmateriaal had en denken dat ze met hun kritiek op het (moleculaire) mechanisme van evolutie, Darwin hebben neergehaald. Alle ID-ers maken die fout.

Ik schreef: “In 1859 was er géén fossiel bewijsmateriaal voor overgangsvormen en toch was The Origin of Species een overtuigend werk”. De nadruk moet hier liggen op overgangsvormen en niet op fossiel bewijsmateriaal opzich. En ik moet nog uitleggen waarom de Origin toch overtuigend was. Ook schreef ik dat de uitspraak ‘ook zonder fossielen is er bewijs voor evolutie’  perfect van toepassing is op de status van de evolutietheorie in 1859. Maar ik bedoel daar zeker niet mee dat er in 1859 géén fossielen bekend waren. Want de geologie vóór 1859 was dan weliswaar niet-evolutionair en niet-Darwinistisch van aard, ze had ondertussen al honderden fossielen beschreven. Darwin zelf had op zijn Beagle tocht fossielen gevonden als Toxodont, Megatherium, Glyptodont (ook te zien in de Beagle serie van de vpro op de zondagavond).

Patronen

Darwin gebruikte het fossielen bestand op een andere manier dan we tegenwoordig doen. Darwin wees op patronen in het fossielen bestand die beter door evolutie dan door schepping verklaard konden worden. Zo’n patroon was bijvoorbeeld dat hoe verder je terug gaat in de tijd, hoe meer de fossielen verschillen van tegenwoordige diersoorten. Dat patroon was al bekend bij pré-Darwinistische geologen, maar had geen verklaring. Darwin verklaarde dat patroon door descent with modification (afstamming en verandering). Soorten divergeren in de loop der tijd. Leefden ze langer geleden dan is er meer tijd geweest om te veranderen. Recentere uitgestorven soorten lijken meer op tegenwoordige omdat ze minder tijd gehad hebben om te divergeren. Voor meer voorbeelden zie in het boek van Reznick (cover hierboven) de hoofdstukken over Geologie (H 16,17,18,19).

Maar Darwin gebruikte ook gegevens uit de geografische verspreiding van soorten. Ook daar zag hij patronen. Hij redeneerde dat als soorten ontstaan door bovennatuurlijke schepping (’independent acts of creation’) we dan geen endemische soorten (soorten die alleen op bepaalde eilanden voorkomen) zouden moeten zien. Waarom zou de schepper juist op eilanden unieke soorten neerzetten en diezelfde niet op continenten? Grapje? Ons op een dwaalspoor brengen? (Unieke soorten kunnen niet overwaaien, die zouden geschapen moeten zijn).

Nog een patroon: op eilanden komen significant vaker dieren voor die zich makkelijk verspreiden over grote afstanden (vliegende dieren: vogels en insecten) dan dieren die zich moeilijk verspreiden over oceanen zoals de grote viervoeters (olifanten, giraffen, leeuwen, paarden) en amphibieën. Waarom zou de schepper dit patroon gecreëerd hebben? Hij zou met het grootste gemak een giraf op een oceanisch eiland kunnen zetten. Meer voorbeelden staan in de Origin en het boek over de Origin van Reznick (zie cover hierboven). Ook staat er een zeer helder geschreven hoofdstuk in Jerry Coyne (2009) Why Evolution is True: ‘The Geography of Life’ (ch 4) (1). Aanbevolen! Let op: ook de biogeografische kennis is sinds 1859 enorm toegenomen (2). Over ‘t algemeen is Coyne zich daarvan bewust, maar zijn doel is de huidige stand van bewijsmateriaal weer te geven. Hetzelfde geldt voor het recente en zeer toegankelijk geschreven boek over biogeografie van Dennis McCarthy (3) dat ik op het moment aan het lezen ben. Wordt vervolgd.

Noten

  1. “The biogeographic evidence for evolution is now so powerful that I have never seen a creationist book, article, or lecture that has tried to refute it” (p.95). Voorbeelden zijn: Phillip Johnson, Michael Denton, Michael Behe. Ik heb zijn boek nog niet gezien, maar ik voorspel dat ook Peter Borger biogeografie overslaat.
  2. Modern voorbeeld: moleculaire biogeografie van de Galapagos buizerd op het blog van Gerdien de Jong.
  3. Dennis McCarthy (2009)  ‘Here Be Dragons: How the Study of Animal and Plant Distributions Revolutionized Our Views of Life and Earth‘.

tags: boeken, paleontologie, geschiedenis

Posted by Gert Korthof in 12:53:45 | Permalink | Comments (2)