Tuesday, June 30, 2009

Variatie in de gewone tuinslak belangrijk voor evolutiebiologie


Ik moet bekennen dat ik nooit zo goed gekeken heb naar de slakken in mijn tuin. Slakken zijn slakken! Zit er verschil in? Maar toen ik het project Evolution Megalab tegenkwam, begreep ik dat kleine variaties in tuinslakken juist heel belangrijk waren voor evolutiebiologen. Juist die kleine variaties in de kleur en tekening van de huisjes worden geinventariseerd door deelnemers van Evolution Megalab. Er doen 14 landen aan het project mee. U kunt daar ook aan mee doen (t/m 30 september 2009). Dit is de Nederlandse versie. Het publiek wordt ingeschakeld om te helpen met de inventarisatie van natuurlijke variatie van kleur en bandenpatroon van twee nauw verwante slakken Cepaea nemoralis, en Cepaea hortensis. Bovenstaande fotos zijn 2 Cepaea nemoralis slakken die ik in mijn voortuin gevonden heb: een met rode achtergrondkleur en 1 band, en de andere met meerdere banden en gele achtergrondkleur. Per soort zijn er 9 varianten. Evolutiebiologen hebben het vermoeden dat er verschuivingen optreden in de relatieve aantallen van die 9 varianten die te maken met predatie door zanglijsters en door klimaatverandering. Om dat idee te testen is de hulp ingeroepen van het grote publiek (niet toevallig in het Darwinjaar!). Er is al langer wetenschappelijk onderzoek verricht aan de tuinslak. De kleurvariatie wordt al sinds de jaren 40 van de vorige eeuw intensief bestudeerd door ecologen, genetici en evolutiebiologen.

Evolution Megalab is het geesteskind van de Britse ecoloog en popularisator Jonathan Silvertown (Demons in Eden). In Engeland is er samenwerking met de Open University en in Nederland met Naturalis Leiden. Naturalis heeft een pagina met alle info over Evolution Megalab geschreven door Menno Schilthuizen (auteur van Het Mysterie der Mysteriën en The Loom of Life). Volgens Schilthuizen is er in het Noorden van Europa een positieve selectie op bruine slakken, want donkergekleurde slakken warmen in het vroege voorjaar sneller op en kunnen daardoor eerder actief worden. In het Zuiden van Europa zijn juist de gele slakken in het voordeel omdat licht gekleurde huisjes de zonnewarmte beter kunnen weerkaatsen en de bewoner daardoor minder snel oververhit raakt. Ik heb ze dus beide in mijn tuin.

Dit slakken verhaal onderstreept nog eens het feit dat er variatie (diversiteit) in de natuur moet bestaan. De natuur kan namelijk niets selecteren als er geen variatie is. Logisch. Evolutie stopt als er geen genetische variatie is. Dat is één van de grote waarheden in de evolutiebiologie die Bas Haring in zijn Het aquarium van Walter Huijsmans eventjes is vergeten. Ik vertrouw er op dat als hij dit gelezen heeft, hij zijn mening zal herzien.

Als ik in de zomer wat minder blog, dan weet U wat ik aan het doen ben (achter de slakken aan).
Aub: geen slakkengif gebruiken, anders saboteert U het onderzoek. PS: na het fotograferen heb ik de slakken weer netjes teruggezet in mijn voortuin.

Zoek mee naar slakken en bekijk het instructiefilmpje

tags: biodiversiteit

Posted by Gert Korthof in 09:53:30 | Permalink | Comments (7)

Wednesday, June 24, 2009

Interview met Bas Haring in Milieudefensie Magazine

In het meinummer van het Milieudefensie Magazine (1) staat een onthullend interview met Bas Haring. Het maakt duidelijk wat hij wil aantonen met zijn filosofische argumenten. Voor mij is in ieder geval duidelijker dan in zijn boekje Het aquarium van Walter Huijsmans. Heeft hij het beste voor met de milieubeweging? Wil hij alleen maar voorkomen dat de milieubeweging onjuiste argumenten gebruikt en daardoor haar eigen graf graaft? Of vindt hij het behoud van het regenwoud en biodiversiteit totale onzin? Ik ga in deze blog niet in op zijn filosofische argumentatie, maar laat uitsluitend zijn standpunten zien. De reden dat ik dat doe is dat verschillende blogbezoekers claimen dat ik de standpunten en bedoelingen van Bas Haring verkeerd weergeef. Daarom. Hier komen de standpunten zoals die in het interview staan:

Tégen natuurbescherming:

  1. “Vanuit milieuoogpunt is het dus niet noodzakelijk dat het regenwoud bestaat.”
  2. “Maar milieuorganisaties maken zich ook heel sterk voor het behoud van de biodiversiteit, de Waddenzee en het regenwoud. Maar die zijn helemaal niet noodzakelijk voor een leefbaar milieu.”
  3. “Voor de leefbaarheid van deze planeet en ons milieu maakt het weinig uit dat er af en toe een diersoort uitsterft.” 
  4. “Maar het is onzin om je druk te maken over het uitsterven van diersoorten.”

Vóór natuurbescherming:

  1. “Er is een zekere diversiteit aan leven nodig om de totaliteit van al het leven voort te laten bestaan. Je kunt niet af met dertien soorten.”
  2. “Het milieu, ons leefmilieu, is belangrijk voor onze gezondheid en welbevinden”

Vóór dierenbescherming:

  1. “Je moet ook beesten geen kwaad doen zoals in de bio-industrie”.
  2. “Je moet ook geen zeehondjes doodknuppelen”.

Bas Haring in één zin:

  • “Het lijden van een individueel organisme vind ik erg, maar het verdwijnen van een diersoort vind ik niet erg.”

De lezer kan zijn eigen conclusie trekken over hoe Bas Haring over natuurbehoud denkt. Wat mij opvalt is dat Milieudefensie niet door heeft dat Bas Haring de bestaansgrond van hun organisatie probeert te ondermijnen. Verder hoop ik dat de lezer ziet dat het niet nodig is om dierenbescherming en milieubescherming tegen elkaar uit te spelen. Je hoeft niet te kiezen. Ze zijn niet strijdig. Je kunt voor beide kiezen. Op zijn argumentatie kom ik nog terug. Het onderwerp is té belangrijk.

Noten

  1. Het hele nummer is hier als pdf gratis te downloaden bij Milieudefensie.

tags: tijdschriften, milieu

Posted by Gert Korthof in 09:00:19 | Permalink | Comments (68)

Friday, June 19, 2009

De Medea Hypothese: een nieuwe kijk op evolutie en het leven

Mijn visie op het leven op aarde is ingrijpend gewijzigd door Peter Ward The Medea Hypothesis. Is Life on Earth Ultimately Self-Destructive? (1). Mijn idee was altijd dat het leven op aarde zou eindigen door een meteoriet of uiteindelijk doordat de zon over een paar miljard jaar aan het einde van haar levenscyclus zou komen. Maar door The Medea Hypothesis besef ik dat het niet persé externe factoren hoeven te zijn, maar dat het ook wel eens aan het leven op aarde zelf zou kunnen liggen. Dus door een interne factor op de aarde zelf. Anders gezegd: een inherente eigenschap van het leven zelf. Het leven zélf is volgens Ward de oorzaak van een verkorting van de tijd dat er leven op aarde is en uiteindelijk van de ondergang van het leven op aarde.  Dit vind ik al verbazingwekkend genoeg, maar Ward gaat nog verder, en daar heb ik wel enige moeite mee, de oorzaak ligt in het Darwinistische karakter van het leven zelf.

Contrast
Het contrast met mijn eigen beeldvorming is eigenlijk nog groter omdat ik meende dat de Gaia theorie van Lovelock (2) in principe correct was. De Gaia theorie zegt dat het leven op aarde een positieve invloed heeft op de leefbaarheid van de planeet aarde en dat er een hele reeks feedbackmechanismes zijn die de leefbaarheid van de aarde in standhouden of zelfs vergroten. Het mooiste voorbeeld vind ik altijd de productie van zuurstof door ééncellige plantjes gedurende miljoenen jaren lang vóórdat er dieren bestonden. We hebben het aan planten te danken dat we nu 21% zuurstof in onze atmosfeer hebben. Dit is het principe: planten produceren zuurstof; die zuurstof wordt door dieren gebruikt; dieren produceren op hun beurt CO2 dat essentieel is voor planten. Zo heb je een stabiel evenwicht van onderlinge afhankelijkheden dat in principe eindeloos door kan gaan. Natuurlijk heb je wel zaken als de (metaforische) wapenwedloop tussen soorten (prooi en predator) maar die resulteert er nooit in dat de ene soort de ander uitroeit. Zijn er catastrofes, massale uitstervingen, ijstijden dan herstelt het leven zich door de vorming van nieuwe soorten. Met dit wereldbeeld in het achterhoofd is er geen groter contrast mogelijk met The Medea Hypothesis. Dat het leven ook negatieve effecten kan hebben op ander leven lag buiten mijn gezichtsveld. Het zuurstof verhaal was mijn paradigma dat model stond voor al het leven.

Is de Medea hypothese waar?
Heeft Ward mij overtuigd? Nee, niet geheel. Ward overdrijft hier en daar, hij negeert soms feiten die tegen zijn hypothese pleiten, en hij interpreteert sommige feiten té gemakkelijk als steun voor zijn Medea hypothese of als weerlegging van Gaia. Het belangrijkste feit vind ik dat het leven -ondanks alle rampen- na 3,5 miljard jaar nog steeds bestaat. Toch moeilijk over het hoofd te zien! Ten tweede: zonder de zuurstof die planten in het verre verleden hebben geproduceerd had er helemaal geen dierlijk leven op deze planeet kunnen zijn. Ward claimt dat in het begin zuurstof een massaal uitsterven van organismen tot gevolg had (dat is nog maar de vraag). Ondanks dat hebben planten een zeer gunstig effect gehad op de biodiversiteit van de aarde. Het is dan ook een understatement van de hoogste orde als Ward dit beschrijft als: slechts die organismen die met zuurstof hebben leren leven hebben succes gehad (p.75). Precies! En wat voor een succes! Ward erkent dat zuurstof-metabolisme de meest efficiente manier van energieopwekken is en dat daarom te verwachten is dat het overal voorkomt in het universum waar leven is (p.103). Deze feiten blijven overeind. Die pleiten tegen de Medea hypothese. Een verbazingwekkend voorbeeld van hoe ver Ward gaat is de claim dat zelfs de oorzaak van de ijstijden wordt toegeschreven aan de activiteit van het leven (3).

De mens
De destructieve eigenschappen van de menselijke soort (milieuverontreiniging, uitroeien van soorten, vernietiging van maagdelijke natuur) komen door Medea in een geheel ander daglicht te staan. Het lijkt wel alsof mensen de kroon zijn op Medea. De mens is door zijn technologie als geen andere diersoort in staat ‘het karwei af te maken’: het vernietigen van het leven op aarde. We kunnen nu de menselijke invloed (positief of negatief) op de planeet beter in zijn context zetten. Ward beargumenteert dat de mens ‘een Medea-wezen’ is, maar is voorstander van een anti-Medea strategie: “we simply cannot let the ice caps melt”! Lees het laatste en zeer nuttige hoofdstuk: What must be done. Hij is zeker geen voorstander van ‘laat maar waaien’.

Darwinisme en Medea
Een tweede keer weet Ward mij wakker te schudden: Medea is het logische gevolg van Darwinisme! Wat? Heb ik iets over het hoofd gezien? Darwin, geinspireerd door Malthus, poneerde dat organismen zich ongelimiteerd vermenigvuldigen totdat er ruimte- en voedseltekort ontstaat. Daardoor ontstaat er competitie (’struggle for existence’). Niet iedereen blijft leven. Natuurlijke selectie treedt in werking (’survival of the fittest’). Ward zegt dat populaties van organismen altijd zullen uitgroeien boven het niveau waar natuurlijke bronnen in kunnen voorzien (’carrying capacity’). Hij lijkt een punt te hebben. Maar hij ziet iets over het hoofd. Een predator zal nooit zijn prooi tot het laatste individu kunnen uitroeien, een herbivoor zal nooit het laatste grassprietje opeten. Lang vóór die tijd begint de groei van populaties geleidelijk af te nemen. Als dat niet zo zou zijn, dan zou iedere individu op de wereld permanent honger hebben. Een permanente hongersnood zou karakteristiek zijn voor het leven op aarde. En dat is niet het geval. Of nog extremer gesteld: er zou al lang geen leven meer op aarde voorkomen. Ward leest Darwin té simplistisch. Ward kan niet uit Darwinisme afleiden dat het leven zelfvernietigend is.

Einde van het leven op aarde
Tenslotte de subtitel van het boek: is het leven uiteindelijk zelfvernietigend? Verbazingwekkend genoeg, maar er zijn wetenschappers (klimatologen) die uitgerekend hebben wanneer het afgelopen is met het leven op aarde. Over 500 - 800 miljoen jaar is fotosynthese niet meer mogelijk (U mag raden wat dat voor gevolgen heeft. Zie: hier) en over een miljard jaar koken de oceanen. Dat is even slikken. Over toekomstperspectief gesproken. De fotosynthese zal onmogelijk worden door dalende CO2 gehalte in de atmosfeer (verwarrend genoeg is de huidige stijging tijdelijk!). Planten hebben een minimum gehalte CO2 nodig. De ondergrens ligt bij 150 ppm (nu: 380 ppm) voor de meeste planten en voor sommigen 10 ppm. Beneden die grens werken planten gewoon niet meer. Die CO2 daling is een lange-termijn trend van de laatste 200 miljoen jaar en schijnt onvermijdelijk te zijn. En nu komt het: het is de schuld van koralen die atmosferische CO2 vastleggen in calciumcarbonaat (4). Dus het is de schuld van het leven zelf dat het leven op aarde uiteindelijk uitsterft.

Alternatief
Ik vind The Medea Hypothesis belangrijk omdat het mij mogelijk maakt om op een alternatieve manier te kijken naar de evolutie van het leven op aarde. Het is een hypothese om serieus te nemen.

Noten

  1. zie Peter Ward in wiki. Er is ook een gratis online artikel van Peter Ward in de New Scientist 17 juni 2009 (Gaia’s evil twin: Is life its own worst enemy?).
  2. zie mijn review over Lovelock’s boek
  3. De oorzaken van de ijstijden zijn controversieel. Er worden meerdere oorzaken genoemd: samenstelling van de atmosfeer, Milankovitch cycles, tectonische platen, variaties in de output van de zon, aarde-maan systeem, meteorieten, vulkanisme (wiki).
  4. Het verwarrende is dat juist nu koralen oplossen door stijgende CO2 concentraties. Maar Ward denkt in miljoenen jaren. Wat meer uitleg van deze paradoxale situaties had op zijn plaats geweest!

tags: boeken, milieu, klimaat

Posted by Gert Korthof in 11:52:33 | Permalink | Comments (7)

Wednesday, June 17, 2009

God én Darwin heeft een verrassend slothoofdstuk

God én Darwin
Het nieuwste boek ‘God én Darwin. Geloof kan niet om evolutie heen‘ (1) van de theoloog-godsdienstfilosoof Taede Smedes heeft een verrassend slothoofdstuk. Maar laat ik bij het begin beginnen. Het is een klein boekje (160 blz) uitgegeven door Nieuw Amsterdam. Een zeer actieve Nederlandse uitgever die al een aardig aantal boeken over evolutie heeft uitgegeven: vertalingen van de Darwin biografieën (Adrian Desmond, James Moore 5), drie boeken van Richard Dawkins, en Neil Shubin De vis in ons, en Carl Zimmer (2006) Waar komen we vandaan?.
Smedes begint met inleidende hoofdstukken over de evolutieheorie (geen fouten ontdekt, hoewel ik het soms anders geformuleerd zou hebben), creationisme, intelligent design en theïstische evolutie. Dan komt er een originele vondst: een interview met zichzelf! Een nieuwe literaire stijl? Humor is hem niet vreemd.

De titel van het boek laat niets te raden over: geloof en evolutie zijn niet strijdig. Dat ze wel strijdig zijn in het creationisme en Intelligent Design komt doordat die stromingen volgens Smedes God als quasiwetenschappelijke hypothese opvoeren. Als ik de auteur goed begrijp maken aanhangers van theïstische evolutie dezelfde fout. Smedes is dan ook niet echt enthousiast over die stroming. Wat hangt hij dan wel aan? Hij noemt dit theologie van evolutie. Maar maakt hij dan niet dezelfde fout als degenen die hij kritiseert? Hij gebruikt immers ‘theologie’ en ‘evolutie’ in één zin. En dat zou niet kunnen. Wat hij bedoelt met die uitdrukking komt in het vijfde hoofdstuk (de hoofdstukken zijn niet genummerd: een nieuwe trend in de uitgeverswereld?) naar voren: “Darwin heeft laten zien dat de mens onderdeel van de natuur is, en theologen nemen dit serieus en spreken niet langer over de mens als kroon op de schepping.” (p.114). Merkwaardigerwijze zegt hij even later “dat alles wat bestaat op mysterieuze en onzichtbare wijze met elkaar samenhangt” (2). Maar ik zou zeggen als Darwin heeft laten zien dat al het leven met elkaar samenhangt, dan is in ieder geval dàt niet meer mysterieus en onzichtbaar! Darwin heeft het juist zichtbaar gemaakt. Daarom kun je deze intuïtie ook bij niet gelovige auteurs aantreffen (3) zoals Smedes overigens zelf opmerkt.

In het verrassende slothoofdstuk (’Sterrenkinderen’: een verwijzing naar het boek van René Fransen?) stelt Smedes dat de mens bijzonder is, niet omdat hij de ‘kroon der schepping’ is, maar omdat hij de enige is die kennis over zichzelf, al het andere leven en de kosmos kan verwerven en er over kan nadenken. “Bij mij persoonlijk roept het besef van deze cruciale rol van de mens in het heelal diepe verwondering op over het bestaan”. Voor mij betekent het kosmisch perspectief de diepgaande verbondenheid en afhankelijkheid van de evolutie van het leven op aarde van de fysische evolutie van het heelal, en dat begon pas goed tot me door te dringen toen ik Barrow & Tipler The Anthropic Cosmological Principle las. (Smedes heeft The Universe that Discovered Itself van Barrow in de bibliografie staan). Voor de theoloog Smedes is het een religieuze verwondering. Maar terecht zegt hij dat je niet gelovig hoeft te zijn om dit kosmische perspectief te omhelzen. Daarom is het een perspectief dat geschikt is voor gelovigen, atheïsten, agnosten, humanisten of welke levensbeschouwing dan ook. Dit is een des te belangrijker constatering omdat er ook ethische consequencies aan te verbinden zijn. “Want als de mens zichzelf zou uitroeien, zou
ook het zelfbewustzijn van het heelal verdwijnen”. En dat zou jammer zijn, want daarmee zou iets bijzonders in het heelal verdwijnen.

Er is een belangrijke correctie nodig op het al positieve zelfbeeld dat Smedes van de mens construeert (ook al verwerpt hij ‘de kroon der schepping’). De mens is niet alleen uniek in zijn goede eigenschappen, maar ook uniek in zijn destructieve eigenschappen. Geen dier kan doden op afstand (vuurwapens, langeafstandsraketten, atoombom). Een leeuw moet hard rennen om een zebra te doden. Doden kan hij alleen door fysiek contact. Net als de malariamug, de gifslang, de spin, de vampiervleermuis, de slechtvalk, etc. De mens heeft vele talenten en die heeft hij nodig om problemen op te lossen, maar hij heeft realiteitszin nodig om die problemen te erkennen. Vooral als je de verantwoordelijkheid van de mens concreet vorm wilt geven, moet je de mens niet uitsluitend als ‘iets moois’ zien. Want dan los je de grote wereldproblemen oorlog, honger, steeds groeiende wereldbevolking, energie, klimaat en degradatie van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde, niet op.
Als je dit indrukwekkende en waardevolle laatste hoofdstuk leest, doet het er eigenlijk niet meer toe hoe Smedes het woordje ‘god’ definieert (dat is eigenlijk een privézaak), en of hij nu een a-theist of post-theist genoemd moet worden. Ik vermoed, nee, ik weet zeker dat voor hem ‘bewijzen dat god bestaat’ een èrg lage prioriteit heeft. En staan grotere belangen op het spel.

Nog één opmerking: Smedes citeert met instemming Bas Haring. Misschien is het hem ontgaan -ondanks al mijn blogs over het onderwerp-, maar in zijn laatste boekje Het aquarium van Walter Huijsmans ontpopt Haring zich als een filosofisch ninhilist die geen waardering op kan brengen voor de biologische diversiteit op aarde, en het ook niet erg vindt als de mensheid uitsterft (4). Een filosofie die volkomen vreemd is aan de ideeën die Smedes zelf in zijn laatste hoofdstuk ontwikkelt.

Noten

  1. Taede Smedes (2009) ‘God én Darwin. Geloof kan niet om evolutie heen‘, Uitgeverij Nieuw Amsterdam (Nw A’dam) paperback 160 blz. Dit is zijn blog.
  2.  p.115. Het is toch niet zo merkwaardig, want: “Het woordje God is de naam die ik geef aan het mysterie achter en verborgen in onze waarneembare werkelijkheid.” (p.120)
  3. Bijvoorbeeld: Ursula Goodenough The Sacred Depths of Nature Moet ik toch eens bekijken.
  4. Zie mijn blog vanaf 8 april en volgende en ook deze bespreking op mijn website.
  5. In feb 2009 verscheen ‘Darwin. De biografie‘. Nog te verschijnen: vertaling van ‘Darwin’s sacred cause‘.


Naschrift 18 juni:

In de Olympus-reeks werd ‘plotseling’ ook het boek ‘God en Darwin. Over de overeenkomst tussen religie en wetenschap‘ van Stephen Jay Gould uitgebracht, een heruitgave van een boek van uitgeverij Contact uit het jaar 2000, dat qua hoofdtitel maar één accenttekentje van het boek van Smedes verschilt. Het boek staat op de site van Olympus nog aangekondigd als ‘Verwacht  juni 2009′. Volgens Google cache heeft de aankondiging er tenminste vanaf 10 juni 2009 gestaan.

tags: boeken,religie

Posted by Gert Korthof in 07:35:08 | Permalink | Comments (13)

Friday, June 12, 2009

Evolutie op VMBO eindexamen biologie


bron: Bionieuws 13 juni.

Ik meen begrepen te hebben dat hoewel evolutie wel in de biologielessen behandeld wordt, maar zelden in eindexamens voorkomt. Beantwoord bovenstaande opgave en geef aan hoe U tot het antwoord gekomen bent.

Postscript maandag 15 juni:

Er zijn wel degelijk vragen over evolutie geweest op havo / vwo eidnexamens van de afgelopen jaren: havo 2000 - 2009 en vwo 2000 -2009. De moeite waard om te bekijken en om Uzelf te testen! De antwoorden staan er bij. VWO: fitness (2007), Archebacteriën (2006), Lactasegen en evolutie (2005), Natuurlijke selectie (2003), Populaties / Evolutietheorie (2002), evolutie (2001). HAVO:  Evolutionaire aanpassingen van het rendier (2009), Evolutie op het eiland Sri Lanka (2006), Het einde van de dynosauriërs (2004), Mutatie (2003), Eilanden en evolutie (2002), De vroege evolutie (2001), etc. Met dank aan Gert van Maanen (bionieuws).

Posted by Gert Korthof in 11:39:47 | Permalink | Comments (12)

Wednesday, June 10, 2009

Geen “darwinisme” alstublieft!

gastbijdrage Bart Klink

In het Darwinjaar wordt er veel over evolutie gesproken en geschreven, zowel door leken als experts. Helaas worden daarbij heel vaak de termen “darwinisme” en “evolutionisme” gebruikt. Beide worden dan vaak tegenover “creationisme” geplaatst. Zelfs eminente evolutiebiologen als Richard Dawkins en Jerry Coyne hebben het vaak over darwinism. Met beide termen heb ik grote moeite en ik gebruik ze daarom ook niet. Hieronder zal ik proberen uit te leggen waarom ik vind dat we van deze termen af moeten.

Mijn eerste probleem met zowel darwinisme als evolutionisme is dat het eindigt op -isme. Dit is een veelgebruikt suffix voor een ideologie of overtuiging (communisme, katholicisme enz.) of stroming (romanticisme, structuralisme enz.). Evolutie is geen van beide. In de wetenschap komt men –ismen ook nauwelijks tegen, hooguit in een historisch kader (bijvoorbeeld geocentrisme). Men spreekt niet over ‘zwaartekrachtisme’, ‘plaattektonisme’ of ‘kwantumechanisme’, maar over zwaartekracht(theorie), plaattektoniek en kwantummechanica.

Door de termen darwinisme of evolutionisme te gebruiken, wordt impliciet het idee gewekt dat het hier gaat om een ideologie in plaats van een wetenschappelijk feit en wetenschappelijke theorie. Hiermee wordt tevens de indruk gewekt dat het op gelijke voet staat met creationisme, wat immers wel een (religieuze) ideologie is. Het is dan ook niet verwondergelijk dat het vooral creationisten zijn die steevast spreken over darwinisme en evolutionisme, als ware het twee verschillende ideologieën. Onbewust wordt door het gebruik van de termen darwinisme en evolutionisme de creationisten in de kaart gespeeld in hun ideologische strijd tegen de evolutiebiologie.

Een andere reden is dat bij de term darwinisme de naam van Darwin zo centraal staat, met het risico van persoonsverheerlijking. Ook dit is iets wat je niet in andere wetenschappen tegenkomt, maar wel bij ideologieën: men spreekt niet van newtonisme of einsteinisme, maar wel van stalinisme en platonisme. Natuurlijk heeft Darwin een cruciale rol gespeeld in de ontwikkeling van de evolutiebiologie, maar hij is daarin verre van de enige. Het idee van natuurlijke selectie is zelfs niet alleen van Darwin, maar werd medeontdekt door Alfred Russel Wallace. Ook na Darwin en Wallace hebben vele wetenschappers bijgedragen aan de ontwikkeling van de evolutiebiologie.

Dit begon met de ontwikkeling van de populatiegenetica, waaruit bleek dat de Mendeliaanse genetica consistent was met Darwins evolutietheorie: de moderne synthese was geboren. Later kwamen de ontwikkelingen in de moderne genetica (DNA-onderzoek) daarbij. De afgelopen jaren hebben ontwikkelingen in evolutionary developmental biology (evo-devo) en genomics voor de nodige nieuwe en belangrijke inzichten gezorgd. Evo-devo houdt zich bezig met hoe genetische veranderingen leiden tot veranderingen in vorm en functie, bij genomics onderzoeken wetenschappers complete genomen en worden meerdere organismen op genoomniveau vergeleken. Hierdoor weten moderne evolutiebiologen veel meer over hoe evolutie werkt dan Darwin, vooral op moleculaire schaal. Darwin wist bijvoorbeeld niets van DNA, hox-genen, endosymbiose of horizontale genoverdracht, terwijl dit belangrijke onderdelen zijn van de moderne evolutiebiologie.

Darwins werk is in grote lijnen bevestigd, maar op bepaalde punten ook gecorrigeerd en vooral aangevuld. Ook wordt de term darwinisme sterk geassocieerd met natuurlijke selectie, terwijl duidelijk is dat dit niet het enige mechanisme is dat evolutie drijft. Ook bijvoorbeeld seksuele selectie (door Darwin al erkend) en genetische drift spelen rollen in evolutie. De huidige evolutiebiologie is Darwin ver ontstegen en zou daarom niet zijn naam moeten dragen.

Wat is dan een goed alternatief voor “darwinisme” en “evolutionisme”? Dat is heel simpel: “(biologische) evolutie”. Wanneer gedoeld wordt op de wetenschappelijke theorie die het feit evolutie verklaart, kan de term “evolutietheorie” gebruikt worden. Wanneer gedoeld wordt op de complete wetenschappelijke discipline (of conglomeraat van disciplines) die evolutie onderzoekt, is de term “evolutiebiologie” geschikt. Deze term biedt nog een extra voordeel: het koppelt evolutie aan de biologie, wat de centrale rol van evolutie in de biologie mooi vervat. Wetenschappers die evolutie onderzoeken zijn “evolutiebiologen”, geen “darwinisten” of “evolutionisten”.

De term evolutionist wordt ook vaak gebruikt voor iemand die evolutie erkent (zonder een evolutiebioloog te zijn), in tegenstelling tot een creationist, die evolutie ontkent. Hiermee ontstaat het hierboven geschetste probleem van het –isme, kenmerkend voor een ideologische strijd (zoals communisme versus kapitalisme). Het accepteren van een algemeen geaccepteerd wetenschappelijk feit of theorie behoeft geen naam: niemand noemt zichzelf nog ronde-aarde-ist of heliocentrist. Vermijd liever ook het woord “geloven” bij het spreken over evolutie; dit kan geïnterpreteerd worden als het geloven in een religieuze doctrine (“Jij hebt ook een geloof.”). Zeg dus niet dat je in evolutie gelooft, maar dat je evolutie accepteert (als beste huidige wetenschappelijke verklaring voor de ontwikkeling en diversificatie van het leven). Dit lijkt haarkloverij, maar mijn ervaring is dat het een (onbewuste) rol kan spelen in de maatschappelijke discussie over evolutie.

Er is dus geen reden om de termen “darwinisme” en “evolutionisme” te gebruiken, integendeel: het speelt creationisten in hun ideologische kaart en geeft een vertekend beeld van de moderne evolutiebiologie. Er zijn gelukkig prima alternatieven.

tags: gastbijdrage

Posted by Gert Korthof in 08:38:38 | Permalink | Comments (26)

Monday, June 8, 2009

Darwin in de tuin van Eden?

gastbijdrage Gerdien de Jong

Nijkerk ziet er lopend vanaf het station op zaterdag morgen 6 juni om half tien uit als een openluchtmuseum ter promotie van het nette Nederland: welvarend en rustig. Ik was nooit in Nijkerk geweest; het heeft mooie huizen aan de hoofdstraat.  De gemeente heeft netjes op mooie huizen aangegeven wanneer ze gebouwd zijn en voor wie, zodat te zien is dat het mooie oude huis iets achteraf gelegen aan de winkelstraat een van de oudste pastorieen van Nederland is.

Ik was in Nijkerk voor het congres ‘Darwin in de tuin van Eden?’, georganiseerd door de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, CV.Koers, Evangelische Alliantie, ForumC, IFES, uitgeverij Medema en het Nederlands Dagblad.

Voor wie niet ingevoerd is in deze wereld: behoorlijk zwaar protestant, maar niet zo ultra als de reformatorischen van SGP en Reformatorisch Dagblad, en veel te zwaar voor dagblad Trouw. Het is de wereld waarin evolutie omstreden is – niet zonder meer anti-christelijk, zoals volgens het Reformatorisch Dagblad. Velen zijn tegen, maar steeds meer worden de bakens verlegd. Dat maakt dit congres ook interessant om heen te gaan. Het Nederlands Dagblad is hoogst ambivalent over evolutie, maar de geheide afwijzing is over. Tenminste, …..

Het congres is in de Kruiskerk in Nijkerk, een PKN kerk van duidelijk Gerformeerde herkomst, omstreeks 1960 gebouwd zo te zien. De boekentafel bij binnenkomst valt niet mee: heel veel creationisme, met Media In Genesis, onze locale Answers-in-Genesis offshoot, heel duidelijk aanwezig. Zo te zien  maar een (1) goed boek: Sterrenstof van René Fransen, tussen de misleiding. Geen enkel evolutiebiologieboek.

Els van Dijk, directeur van de Evangelische Hogeschool, opende het congres met het lezen van Jesaja 40: 21-28. Ze las de 1951 NBG vertaling, terwijl de beamers de laatste NBV vertaling lieten zien. Zij riep op tot ,,fijngevoeligheid in de discussie, ondanks de verschillen”.

Gezongen werden:

Gezang 479. Aan U behoort, o Heer der heren, de aarde met haar wel en wee Opwekking 407: Dan zingt mijn ziel , -

De laatste is een van betere meezingers, voor vol volume.

Het congres had drie lezingensessies met elk twee sprekers:

Theologie:       hoe lezen we de bijbel over het scheppingswerk van god?

Wetenschap:   wat zegt de wetenschap over de wording van de wereld?

Verbinding:      hoe verenigen we wetenschap en bijbellezing?

De twee theologen hadden een goed verhaal. De twee wetenschappers voor Wetenschap niet. De twee wetenschappers bij Verbinding drongen aan op een exegetisch compromis, of bot gezegd, de theologie moet zich aanpassen. Daarna was er een forum, met uitbreiding van sprekers.

De eerste spreker was professor Barend Kamphuis van de Theologische Universiteit Kampen (Broederweg). Dat is de Vrijgemaakt Gereformeerde predikanten opleiding, niet die van de PKN, ook in Kampen. Kamphuis sprak over Genesis 1. Volgens Kamphuis is openbaring geen gemakkelijke manier om tot kennis te komen. Genesis 1 geeft geen exacte weergave van de geschiedenis: dat is niet de intentie van het verhaal. Directe integratie van geloofskennis en wetenschappelijke kennis is niet mogelijk. Genesis 1 geeft geen wetenschappelijke informatie over de goede wereld, maar God rechtvaardigt zichzelf in Genesis 1.

Gijsbert van den Brink (VU UHD, Leiden bijzonder hoogleraar, Gereformeerde Bond) sprak over Genesis 2/3 en de zondeval. Hij prefereert een uitleg die figuratief, beeldend is, waarbij omstreeks ergens 200.000 jaar geleden in Afrika de evoluerende aapmens volledig mens geworden zou zijn, met bewustzijn van verantwoordelijkheid en kennis van God. Daarbij wil hij wel een mensenpaar aanhouden die na hun bewustzijn van God als eerste zondigden tegen God. Voor het begrip van de oorspronkelijke lezers zou bij de inspiratie van de tekst de plaats van handeling verplaatst zijn naar het Midden-Oosten. Dit is een van de vijf mogelijkheden die hij noemde. De mogelijkheid om de zondeval als een allegorisch, ahistorisch verhaal op te vatten met Adam als Elkerlijck, de representant van de mens, dacht Van den Brink niet in overeenstemming met de tekst. De opvatting dat Adam staat voor elk mens, en niet een historische figuur kan zijn, is de meest verbreide opvatting in de lichtere (lichter dan de zware) kerkrichtingen.

Let wel: beide theologen behoren tot orthodoxe richtingen van de protestanten.

De twee wetenschappers deden niet wat ze hadden moeten doen. Wat hadden ze moeten doen? Ingaan op de standaard-creationistische bezwaren tegen evolutie. De natuurkundige Ard Louis had moeten spreken over waarom de tijdsbepaling betrouwbaar is – een natuurkundige moet de kosmologie begrijpen. De evolutiebioloog Sander van Doorn had moeten spreken over macro-evolutie of over complexiteit of over toeval, en vooral waarom evolutie als conclusie uit alle biologie onontkoombaar is. Zij hadden over wetenschap moeten praten, niet over hun eigen opvattingen. In plaats van degelijke gegevens gaven beide algemeenheden over wetenschap, en dat zij zelf evolutie aanvaarden en goede evangelicale cq refo christenen gebleven zijn. Daarvoor waren de laatste twee sprekers ingehuurd.

De laatste twee sprekers waren Evert van der Heide, voor scheppingswetenschap, en Cees Dekker, voor schepping door evolutie. Beide gaven ook de ontwikkeling van hun eigen denken weer. Voor beide gold dat de EO documentaire “Adam of Aap” hun eerste stap richting creationisme was. De chemicus Van der Heide ging daarna naar de Evangelische Hogeschool. Van der Heide is geen uitgesproken creationist, en zo te horen ook geen voorstander van de benadering van het Institute for Creation Research. Hij is ook geen voorstander van de Non-Overlapping Magisteria van Gould, maar leek daar tenslotte toch op uit te komen.  Cees Dekker gaf zijn eigen ontwikkeling aan, vanaf de EO documentaire “Adam of Aap” aan het einde van zijn middelbare schooltijd tot nu toe. Hij stelde onomwonden dat evolutie heeft plaatsgevonden, en dat de samenhang van alle biologische verschijnselen die conclusie onontkoombaar maakt. Over Schepping zei Dekker dat  God de Schepper / Onderhouder is – en kennelijk maakt het hem verder niet uit hoe dat werkt.

Bij het forum schoven naast de sprekers Frans Gunnink van de Mediagroep in Genesis en Willem Ouweneel (Evangelische Hogeschool), aan. Beiden zijn meer anti-evolutie dan enige spreker van de dag. Veel vragen waren standaard creationisme. Twee vragen kregen interessante antwoorden. De ene daarvan was de vraag aan Cees Dekker wat theistisch evolutionisme nu eigenlijk was. Nam hij de evolutietheorie zoals de evolutiebiologen dat doen, of dacht hij dat God her of der iets ingeschoven had? Het antwoord was dat hij ook niet zo wist wat theistisch evolutionisme was en standaard evolutietheorie volledig aanvaardde. Met andere woorden (Let Op Gert Korthof!) Dekker zegt nu niets anders over evolutie meer dan een evolutiebioloog zal zeggen. Hij blijft evangelisch Christen, maar heeft afgeleerd dat te importeren in de wetenschap. Het andere interessante antwoord kwam van Evert van der Heijden. De vraag ging over C14: een bekend creationistisch argument is dat er teveel C14 is in oude aardlagen, en dat dat de dateringen overhoop gooit. Van der Heijde zei dat dit door het RATE-project van het ICR gezegd was, maar dat het daar gaat om heel lage concentraties die in de meetnauwkeurigheid van de methoden verdwijnen. Met andere woorden, Van der Heijden – de spreker met de meeste affiniteit tot creationisme – had er zuiver wetenschappelijk twijfels over.

Frans Gunnink was de creationist van het zuiverste water in het forum. Bij een crea-antwoord op een crea-vraag klapte een deel van de aanwezigen: interessant genoeg minder dan de helft, zo te horen en te zien.  

Onder de koffie hoorde ik het gerucht dat de creationisten (Media in Genesis?) geprobeerd hadden een spreker in het hoofdprogramma te krijgen, en nogal teleurgesteld was dat het niet gelukt was. Dat is wel voorstelbaar. Met twee theologen die Genesis niet letterlijk op crea-manier wilden uitleggen, met drie wetenschappers die zeggen dat evolutie onomstreden is, en een die aarzelt maar niet op de Media-in-Genesis toer zit, was het duidelijk welke richting de organisatie koos. Voorzichtig wel is waar, maar toch.

Duidelijk is wel hoeveel schade de EO vooral met de documentaire “Adam of Aap” heeft aangericht. Ik heb de documentaire nooit gezien (ik had geen tv in die tijd). Het boek dat erbij hoorde was heel duidelijk: gelikte propaganda, goed gemaakt, instinker.  Het is nog niet helemaal over: bij het wervingsmateriaal dat uitgedeeld werd aan congresgangers zat ook een aflevering van het blad van de Evangelische Hogeschool. Daar is het nog bar en boos. Maar ik begrijp dat Ouweneel met pensioen gaat, dus de bakens kunnen daar ook verzet worden.

Zie ook: verslag Nederlands Dagblad (6 juni 2009) en Reformatorisch Dagblad (8 juni 2009).

tags: gastbijdrage, lezingen

Posted by Gert Korthof in 09:45:12 | Permalink | Comments (12)

Monday, June 1, 2009

Dawkins nieuwste boek

Richard Dawkins ‘Het Grootste Spektakel ter Wereld’ verschijnt september 2009 bij Nieuw Amsterdam.
Oorspronkelijke titel: The Greatest Show on Earth: The Evidence for Evolution
.

(met dank aan: Frank Tamis)

tags: boeken

Posted by Gert Korthof in 12:59:46 | Permalink | Comments (5)