Monday, May 11, 2009

Darwin en biodiversiteit


Aha! Darwin kende het begrip biodiversiteit niet eens! Het hele begrip bestond toen niet eens! Dus is biodiversiteit helemaal niet essentieel voor evolutie en de evolutietheorie?

In Darwin’s The Origin of Species komen drie hoofdstukken voor met ‘variation’ in de titel:

hoofdstuk 1 Variation under domestication
hoofdstuk 2 Variation under nature
hoofdstuk 5 Laws of variation

NB: het eerste hoofdstuk gaat dus over variatie in door de mens gedomesticeerde planten en dieren en het tweede hoofdstuk over variatie in de natuur. Hoofdstuk 5 over wetten van variatie. Bovendien schreef Darwin in 1868 het boek “The Variation of Animals and Plants under Domestication“. OK, variatie was uiterst belangrijk voor Darwin, maar zijn ‘biodiversiteit’ en ‘variatie’ dan hetzelfde?
Volgens de definitie van biodiversiteit van E.O. Wilson (1) behoort ook variatie binnen een soort tot bio-diversiteit. Dus: verschillen tussen individuen van een soort valt ook onder bio-diversiteit. Geen wonder dat Darwin drie hoofdstukken en daarna nog een heel boek schreef over variatie. Immers, zonder variatie kan selectie niet bestaan. Natuurlijke Selectie grijpt aan op de bestaande variatie. Als die variatie er niet is, kan selectie niets selecteren. Variatie, erfelijkheid en natuurlijke selectie zijn de drie hoofdbestanddelen van de Darwinistische evolutietheorie. Geen wonder dat Darwin zoveel moeite doet variatie of diversiteit aan te tonen.

Bas Haring weet dat variatie essentieel is voor Darwin’s theorie. In zijn hoorcollege Evolutietheorie (zie hiernaast, 2) noemt hij variatie, overerving, en pressie de kern van de evolutietheorie. Hij gebruikt het voorbeeld van variatie in de kleur van de vacht van de bruine beer om uit te leggen hoe de ijsbeer ontstond. Door natuurlijke selectie van steeds lichtere kleurvarianten evolueerde een bruine beer tot een witte ijsbeer. Die kleine variaties waren dus essentieel voor de evolutie van de ijsbeer. Daarom vind ik het zeer vreemd dat hij zich dat in zijn boekje Het aquarium van Walter Huijsmans (3) niet realiseert. Nog erger: hij is daar de grote biodiversiteits-scepticus (naar analogie van het woord klimaat-scepticus). Hij vindt het niet erg dat 80% van de biodiversiteit verdwijnt. Hij realiseert zich kennelijk niet dat biodiversiteit ook op diversiteit van individuen van één soort van toepassing is. Hier klopt iets niet! Twijfelen aan het nut van biodiversiteit is twijfelen aan één van de drie hoofdbestanddelen van de evolutietheorie. Bas kun je dit uitleggen?

Noten

  1. E.O. Wilson (2001) The Diversity of Life, Glossary, p.377, “biodiversity:  The variety of organisms considered on all levels, from genetic variants belonging to the same species through arrays of species to arrays of genera, families, … ecosystems…”. Zie ook blog van 6 mei.
  2. Het hoorcollege Evolutietheorie is uitgegeven door Home Academy (dezelfde uitgever die ook de hoorcolleges van Philipse uitgeeft). Ik kan dit hoorcolllege aanbevelen, Bas Haring doet hier uitstekend werk om de basisprincipes van de evolutietheorie uit te leggen (in de trant van Kaas en de evolutietheorie).
  3. Het aquarium van Walter Huijsmans. Of waarom we ons zorgen moeten maken over de toekomst van de aarde?‘ is uitgegeven als essay van de Maand van de filosofie. Zie ook vorige blogs.

tags: boeken, filosofie

Posted by Gert in 09:53:16 | Permalink | Comments (1) »

Friday, May 8, 2009

Wetenschapsorganisaties over evolutie en religie

 gastbijdrage Bart Klink

In de Engelstalige blogwereld is een interessante discussie gaande over wat wetenschapsorganisaties zeggen over de verhouding tussen wetenschap en religie, en in het bijzonder evolutie en christendom. Amerikaanse organisaties als de National Academy of Sciences (NAS) en de National Center for Science Education (NCSE) beweren dat evolutie en christendom (en wetenschap en religie in het algemeen) prima samengaan. Bioloog Jerry Coyne schreef hierover een stuk op zijn blog waarin hij dit bekritiseerde en beargumenteerde dat dergelijke organisaties zich moeten onthouden van dit soort uitspraken. Atheïsten als bioloog PZ Myers, filosoof Russell Blackford en biochemicus Larry Morgan sloten zich bij Coyne aan. Daarop volgde een reactie van Richard Hoppe, ook een atheïst, die in het verweer kwam tegen deze kritiek. PZ Myers en een aantal anderen repliceerden Hoppe, die daar weer op dupliceerde, waarbij hij deels inbond. PZ Myers reageerde daar weer op, wat de discussie tot een soort van einde bracht, al wordt er hier en daar nog steeds over geblogd.

Dit is een interessante discussie omdat het om een belangrijke vraag gaat, zeker in de VS: moeten wetenschappelijke organisaties uitspraken doen over de relatie tussen wetenschap, evolutie in het bijzonder, en religie?

Over de verzoenbaarheid van wetenschap en religie zijn grosso modo drie standpunten:

1)   Wetenschap en religie gaan niet samen en wetenschap trekt aan het kortste eind. Veel orthodoxere gelovigen, die veelal creationist zijn, kiezen voor dit standpunt. Soms beweren ze dat hun opvattingen wetenschappelijk onderbouwd zijn, maar de wetenschapswereld weet wel beter.

2)   Wetenschap en religie gaan niet samen en religie trekt aan het kortste eind. Veel atheïstische wetenschappers en filosofen huldigen deze opvatting. Bekend zijn Richard Dawkins en in ons eigen land Herman Philipse. Ik reken mijzelf ook hiertoe.

3)   Wetenschap en religie gaan prima samen, ze hebben beide hun eigen domein waarover ze uitspraken doen of hebben beide hun eigen kijk op de werkelijkheid. Veel theïstische wetenschappers en theologen staan hier. Bekend zijn wetenschappers als Kenneth Miller en Cees Dekker en theologen John Haught en in ons land Taede Smedes.

Standpunt 1) is antiwetenschappelijk, maar 2) en 3) beide niet. Een wetenschapsorganisatie kan dus nooit achter 1) staan, maar hoe zit het met 2) en 3)? Amerikaanse wetenschapsorganisaties kiezen veelal voor 3), zoals hieronder zal blijken, maar moeten wetenschapsorganisaties hierover überhaupt uitspraken doen?

Laten we eens kijken naar wat Amerikaanse wetenschapsorganisaties hierover schrijven. De NAS schrijft hierover:

Acceptance of the evidence for evolution can be compatible with religious faith. Today, many religious denominations accept that biological evolution has produced the diversity of living things over billions of years of Earth’s history. Many have issued statements observing that evolution and the tenets of their faiths are compatible. Scientists and theologians have written eloquently about their awe and wonder at the history of the universe and of life on this planet, explaining that they see no conflict between their faith in God and the evidence for evolution. Religious denominations that do not accept the occurrence of evolution tend to be those that believe in strictly literal interpretations of religious texts.

En in dit document:

Can a person believe in God and still accept evolution? Many do. Most religions of the world do not have any direct conflict with the idea of evolution. Within the Judeo-Christian religions, many people believe that God works through the process of evolution. That is, God has created both a world that is ever-changing and a mechanism through which creatures can adapt to environmental change over time. At the root of the apparent conflict between some religions and evolution is a misunderstanding of the critical difference between religious and scientific ways of knowing. Religions and science answer different questions about the world. Whether there is a purpose to the universe or a purpose for human existence are not questions for science. Religious and scientific ways of knowing have played, and will continue to play, significant roles in human history. No one way of knowing can provide all of the answers to the questions that humans ask. Consequently, many people, including many scientists, hold strong religious beliefs and simultaneously accept the occurrence of evolution.

Ze vermelden dat evolutie en geloof compatibel kunnen zijn en dat dit voor velen ook zo is –wat natuurlijk waar is-, maar niet ook dat ze dat volgen velen niet zijn. Ook blijkt de acceptatie van evolutie door wereldreligies vaak in de praktijk nogal tegen te vallen, getuige de enquêtes over acceptatie van evolutie onder gelovigen. De relatie tussen wetenschap en religie wordt als een “ogenschijnlijk conflict” (“apparent conflict”) voorgesteld, terwijl het volgens velen gaat om een reëel conflict. Ook wordt er gesteld dat religie een manier van kennisverwerving is (religious way of knowing), wat een theologisch/filosofische uitspraak is die op z’n minst discutabel is.

Ook de NCSE is een dergelijk opvatting toegedaan. Deze organisatie heeft als doel onderwijs in evolutie te ondersteunen en te verbeteren. Ze spelen tevens een belangrijke rol in de strijd tegen het creationisme, tot in de rechtszaal aan toe. Dat doen ze uitstekend en daarvoor verdienen ze alle lof. Maar ook zij kiezen expliciet voor standpunt 3), zoals hieruit blijkt:

In public discussions of evolution and creationism, we are sometimes told that we must choose between belief in creation and acceptance of the theory of evolution, between religion and science. But is this a fair demand? Must I choose only one or the other, or can I both believe in God and accept evolution? Can I both accept what science teaches and engage in religious belief and practice? This is a complex issue, but theologians, clergy, and members of many religious traditions have concluded that the answer is, unequivocally, yes. 

En velen concluderen ook unequivocally no, maar dat wordt niet vermeld. Ook de boeken die de NCSE over deze kwestie aanraadt bevat wel boeken die evolutie en geloof proberen te verzoenen (van auteurs als Collins, Haught en Polkinghorne), maar geen boeken van auteurs die menen dat ze strijdig zijn (zoals Dawkins, Dennett en Grayling).

Voor zover ik weet heeft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) geen officieel standpunt over wetenschap en religie, al hebben ze er debatten over georganiseerd (wat mij overigens prima lijkt). Wel heeft voormalig president van de KNAW Pieter Drenth een opiniestuk geschreven waarin hij standpunt 3) kiest, maar dit deed hij op persoonlijke titel.

Wat mijn inziens cruciaal is in deze kwestie, is om te beseffen dat zowel standpunt 2) als 3) filosofische posities zijn, en geen wetenschappelijke. Het standpunt dat wetenschap en religie prima samengaan, wordt vaak voorgesteld als een wetenschappelijk neutrale positie, maar dat is het niet. Het is überhaupt geen wetenschappelijke positie. Het is dan ook onjuist dat wetenschapsorganisaties expliciet een filosofisch positie innemen door voor standpunt 3) te kiezen. Daarnaast geven ze een vertekend beeld door wel wetenschappers aan te halen die het compatibiliteitsstandpunt verdedigen, maar niet die het conflictstandpunt verdedigen. Daar komt nog bij dat er onder topwetenschappers veel meer atheïsten dan gelovigen zijn. Vooral onder topevolutiebiologen zijn bijzonder weinig gelovigen en bijna niemand van hen denkt dat evolutie en religie een harmonieuze relatie hebben. Dit wijst op een negatieve correlatie tussen acceptatie van wetenschap (en evolutie in het bijzonder) en acceptatie van geloof, in tegenstelling tot wat de aangehaalde wetenschapsorganisaties willen doen geloven.

Wat zouden ze dan wel moeten doen? Moeten ze dan standpunt 2) kiezen? Nee, ze moeten geen standpunt in dezen kiezen, en dat is ook wat Coyne en de zijnen voorstellen. Wetenschapsorganisaties moeten uitspraken doen over wetenschap, niet over theologie en filosofie. Mensen die worstelen met deze kwestie kunnen ze verwijzen naar geestelijken of filosofen. Als ze toch een antwoord willen geven op de vraag naar de compatibiliteit tussen religie en wetenschap, dan moeten ze ook zo eerlijk zijn om te wijzen op het feit dat vele wetenschappers menen dat ze niet verenigbaar zijn.

In het onderwijs doet een dergelijke situatie zich voor. Wat moet je als docent met deze kwestie in de wetenschapslessen? Wat moet je met een student die zegt dat wat jij onderwijst strijdig is met zijn religieuze overtuigingen? Ik heb dit zelf meegemaakt en denk dat het juiste antwoord hetzelfde is als hierboven: in wetenschapslessen doe je uitspraken over wetenschap, niet over filosofie en theologie. Als je het tijdens de lessen wilt benoemen, geef dan aan dat verschillende mensen daar verschillend over denken, zonder zelf een bepaald standpunt daarover in te nemen of de discussie aan te gaan. Natuurlijk kun je buiten de lessen daarover prima discussiëren en je eigen mening daarover vertellen, zo lang maar duidelijk blijft dat dit filosofische/theologische uitspraken zijn, en geen wetenschappelijke. Tijdens filosofie-, levensbeschouwing- of godsdienstlessen ligt dat natuurlijk anders, dat zijn de ideale gelegenheden om dit soort kwesties te bespreken en te bediscussiëren.

Postscript za 9 mei:
De zin in de voorlaatste alinea “Moeten ze dan standpunt 3) kiezen?” is vervangen door: “Moeten ze dan standpunt 2) kiezen?” (BK)

tags: gastbijdrage

Posted by Gert in 10:12:24 | Permalink | Comments (35)

Wednesday, May 6, 2009

Wat heeft biodiversiteit met evolutie te maken?


Wat heeft biodiversiteit met evolutie te maken? Alles! In een vorig blog (14 april) keek ik naar de relatie biodiversiteit en menselijke gezondheid. Maar aangezien dit een blog over evolutie is mag de relatie biodiversiteit – evolutie natuurlijk niet ontbreken.

Simpel gezegd: evolutie produceert biodiversiteit. Biodiversiteit is het resultaat van evolutionaire processen. Biodiversiteit betekent simpel gezegd soortenrijkdom. Het enige tot nu toe bekende natuurlijke proces dat soorten produceert is: evolutie. Darwin’s hoofdwerk heet The Origin of Species: het ontstaan van soorten. Na iedere periode van massaal uitsterven van soorten herstelde evolutie weer de biodiversiteit. Dat kostte wel steeds tientallen miljoenen jaren.

Om de evolutionaire achtergrond van biodiversiteit te begrijpen zijn een aantal belangrijke begrippen uit de moderne evolutiebiologie behulpzaam: het biologische soort begrip (soorten zijn populaties van individuen die onderling kruisen maar niet met andere dergelijke groepen), reproductieve isolatie (kruisingsbarrière tussen soorten), geografische soortvorming (een soort splitst zich op in tweeën door geografische isolatie, afstand), adaptieve radiatie (verwante soorten ontwikkelen aanpassingen voor verschillende milieu’s en gaan zodoende verschillen in uiterlijk en levenswijze) en natuurlijk het begrip biodiversiteit zelf. Deze begrippen worden goed uitgelegd door de bekende Amerikaanse bioloog Edward O. Wilson in The Diversity of Life (1). Er is slechts een kleine overlap met Sustaining Life dat ik op 14 april besprak en dat is hoofdstuk 13 (‘Unmined Riches’, Ongekende rijkdommen) waarin Wilson in overzichtelijke tabellen een goed overzicht geeft van het nut van biodiversiteit voor de mens. Het hoeft niet te verbazen dat Wilson een vurig pleidooi levert voor het behoud van biodiversiteit. Dat is een tweede reden dat het boek belangrijk is. Maar gezien de opvattingen van Bas Haring (zie vorige blogs) is het boek van E. O. Wilson vooral belangrijk omdat het de evolutionaire achtergrond van biodiversiteit uiteenzet.

de mens
Laten we dit vooral niet vergeten: de mens zélf is het resultaat van evolutionaire processen die voortdurend nieuwe soorten geproduceerd heeft. Als er plm 2 miljoen jaar geleden een waarnemer (bijvoorbeeld Bas Haring) aanwezig was om de biodiversiteit van de aapachtigen te beoordelen, dan had hij adaptieve radiatie van rechtoplopende ‘aapmensen’ kunnen waarnemen: Australopithecus bosei, A. robustus, Paranthropus, Homo habilis. Ze hadden allemaal ongeveer even grote hersenen. Was die diversiteit nodig? Onmogelijk te beantwoorden!  Onzinnige vraag! Achteraf weten we dat het genus Homo overbleef, en dat de anderen uitstierven. Als er toen een filosofisch ingesteld dier rondliep die zoveel biodiversiteit niet nodig vond, dan was Homo sapiens er zeer waarschijnlijk niet geweest! En zo kun je terug in de tijd gaan en je steeds afvragen of er zoveel biodiversiteit van apen nodig is, zoogdieren, dieren, meercelligen, eencelligen, moleculen, atomen. Leuke vraag: zijn alle elementen van het Periodiek Systeem wel nodig? Is het erg als er een paar verdwijnen?


Waarom maak ik mij toch zo druk om wat filosoof Bas Haring schrijft over biodiversiteit? Omdat hij in Nederland als evolutie-deskundige wordt gezien.  Dit is o.a. ontstaan door zijn eerste boek Kaas en de Evolutietheorie (waar ik overigens positief over geschreven heb). Als er een congres wordt georganiseerd voor een breed publiek (2) of een talkshow op TV, dan wordt Bas Haring uitgenodigd om evolutie uit te leggen. Ook gaf hij een hoorcollege over de mechanismen van de evolutie (Home Academy). Daarom zal het publiek ook verwachten dat zijn boekje Het aquarium van Walter Huijsmans of waarom zouden we ons zorgen maken over de toekomst van de aarde? betrouwbaar en deskundig is. Dat is het niet. Daarom is kritiek hard nodig. In een volgende blog zal ik aantonen aan de hand van zijn voorbeeld over spechten dat hij geen biodiversiteitsdeskundige is.

  1. Edward O. Wilson (2001) The Diversity of Life, Penguin, new edition, 406 blz. Eerste editie is van 1992. De nieuwste penguin editie is van 2001 en heeft een nieuw en zeer uitgebreid voorwoord van de auteur. Wilson is bekend als de ‘uitvinder’ van Sociobiology (1975) en heeft veel wetenschappelijke en populair-wetenschappelijke werken op zijn naam staan.
  2. Bijvoorbeeld op het DarwinDay congres op 8 feb 2009 in Amsterdam hield Bas Haring een presentatie over evolutie die voortreffelijk was; niets op aan te merken.

tags: boeken, milieu

Posted by Gert in 15:50:33 | Permalink | Comments (6)

Tuesday, May 5, 2009

Darwin congres

Posted by Gert in 16:06:11 | Permalink | Comments (13)

Monday, May 4, 2009

Foto galerie

zonsopkomst (3)

Posted by Gert in 11:51:29 | Permalink | Comments Off

Sunday, May 3, 2009

Foto galerie

zonsopkomst (2)

Posted by Gert in 09:06:33 | Permalink | Comments (1) »

Saturday, May 2, 2009

Foto galerie


Nationaal Park De Weerribben. Zonsopkomst. 30 april 2009.

tags: galerie

Posted by Gert in 13:37:22 | Permalink | Comments (1) »