Tuesday, April 29, 2008

Klimaat-ontkenners en evolutie-ontkenners

Climate ChangeOnlangs vond ik in de boekhandel een paperback van 217 pagina's waarin één fantastisch hoofdstuk dat alleen al de prijs van het hele boek waard is. Het boek is: 'Climate Change. What it means for Us, Our children, and Our Grandchildren' (DiMento, 2007). Het hoofdstuk is: 'The scientific consensus on climate change: how do we know we're not wrong?' en is geschreven door Naomi Oreskes (1). Het is een bijzonder interessant hoofdstuk. Het gaat uit van de positie van een leek. Ik ben zelf geen klimaatdeskundige. Als leek zie ik op Youtube filmpjes van mensen (wetenschappers?) die beweren dat klimaatopwarming niet waar is, ja zelfs een grote zwendel is. Wie of wat moet je dan geloven? Ten tweede is dit een geweldig hoofdstuk omdat het klimaatleken suggesties aan de hand doet om uit te vinden wat de wetenschappelijke consensus over klimaatopwarming is. Oreskes vraagt zich openlijk af of de wetenschappelijke consensus fout zou kunnen zijn. Verder vind ik het een ontzettend boeiend hoofdstuk omdat ik opvallende paralellen zie tussen evolutie- en klimaat-critici en klimaat-ontkenners. Bepaalde soorten van kritiek op evolutie heb ik al heel lang boeiend en leerzaam gevonden. Ik geef de belangrijkste punten uit het hoofdstuk weer voor de geinteresseerde lezer van dit blog en vul die aan met eigen info en vergelijkingen met de evolutietheorie. Tenslotte: klimaat en evolutie hebben ook een rechtstreeks verband. Klimaatwijzigingen hebben grote invloed gehad op de evolutie van het leven op aarde. Hoe boeiend ook, dat laat ik in deze blogpost buiten beschouwing.

Uit een enquête door Time magazine bleek dat 56% van de Amerikanen geloofde dat klimaatopwarming mede door de mens wordt veroorzaakt, terwijl vrijwel iedere klimaatwetenschapper meent dat de mens verantwoordelijk is voor de recente klimaatopwarming. (hier zie je direct al de paralel met evolutie: de discrepantie tussen leken en deskundigen). Nog erger, leken denken dat wetenschappers zelf verdeeld zijn over de kwestie. Dat is niet waar. Al in 2001 heeft het IPCC vastgesteld wat de wetenschappelijke consensus was: 1) het grootste gedeelte van de waargenomen globale temperatuursstijging van de laatste 50 jaar wordt zeer waarschijnlijk door broeikasgassen veroorzaakt. 2) de toename van broeikasgassen wordt door menselijke acitiviteiten veroorzaakt.

Kan het IPCC het fout hebben?
Er zijn andere wetenschappelijke organisatie's die het eens zijn met het IPCC standpunt: (2). Kunnen de rapporten van deze organisatie's afwijkende meningen van hun leden genegeerd hebben? Daarvoor moeten we naar de wetenschappelijke literatuur zelf. Oreskes heeft een analyse gedaan van 928 artikelen over 'global climate change' in de Web of Science en vond geen enkele publicatie die de consensus weerlegt of probeerde te weerleggen. Geen enkel van de onderzochte publicaties argumenteerde voor de positie dat de recente klimaatopwarming een natuurlijke oorzaak had.

Critici, ontkenners, 'deniers', 'doubters', twijfelzaaiers en dwarsliggers

1) critici claimen dat het klimaat van nature variabel is.
Maar klimaatwetenschappers ontkennen dat ook helemaal niet. Wat ze wel claimen is dat natuurlijke variatie niet voldoende is om de toename van de laatste 50 jaar te verklaren. Critici hebben vaak irrelevante claims: claims die klimaatwetenschappers er helemaal niet op na houden en die dus ook niet weerlegd hoeven te worden. (verwarrende en irrelevante claims hebben creationisten ook vaak).

2) critici wijzen op de onenigheid over de snelheid van klimaatopwarming in de nabije toekomst.
Maar dat is heel wat anders dan het feit dat klimaatopwarming heeft plaatsgevonden in de laatste 50 jaar. Daar is geen onenigheid over. Een door dissidenten (door Oreskes aangeduid met het prachtige en voor mij nieuwe begrip 'contrarians': tegendraadse figuren?) vaak geciteerde artikel (3) gaat over hoe goed klimaatmodellen de toekomst kunnen voorspellen en weerlegt niet de consensus positie. Critici verwarren onzekerheid over toekomstvoorspellingen van klimaatmodellen met onzekerheid van kennis van het huidige klimaat.

3) critici wijzen erop dat er wel degelijke wetenschappelijke onenigheid is over de essentie van klimaat opwarming. Maar volgens Oreskes zijn er géén dissidenten gevonden in haar steekproef van 928 artikelen (4). Bij een grotere steekproef -er zijn meer dan 10.000 artikelen op dat gebied verschenen- zouden er ongetwijfeld enige dwarsliggers opduiken. Maar niemand heeft dat uitgezocht en daarom mag je nog steeds stellen dat het aantal klimaatdissidenten in de wetenschappelijke literatuur zéér klein is. Oreskes noemt die ciritici met een mooie term: 'intellectual outliers', een term uit de statistiek en betekent een meetpunt dat ver buiten de meerderheid der meetpunten valt. Daarentegen is er wel onenigheid over de details. Niet alle aspecten van het klimaat worden goed begrepen. En er is zeker onenigheid over hoe serieus het klimaatprobleem is, zeker in vergelijking met andere politieke problemen. En er is onenigheid over de te nemen maatregelen. Maar dit alles vernietigt niet de consensus. Vergelijk dit met ID-ers zoals Michael Behe: hij verwerpt niet de hele evolutietheorie, maar een deel. Toch vindt je op het internet verwarrende claims dat Behe Darwinisme weerlegd zou hebben. Er ontstaat ruis rondom zijn claims.

4) critici zijn geen klimaatdeskundigen. Ze zijn bijvoorbeeld de natuurkundige Frederick Seitz (5) of romanschrijver Michael Crichton (p.75). Dit zie je ook vaak bij ID: Phillip Johnson was jurist maar vond zichzelf deskundig op het gebied van evolutie. William Dembski is wiskundige.

5) critici richten zich op het grote publiek en de media (kranten, internet) en publiceren hun kritiek niet in peer-reviewed tijdschriften (al weer een overeenkomst met ID!). Bijvoorbeeld Frederick Seitz publiceerde zijn kritiek in Wall Street Journal. Aan de andere kant publiceerden kranten zoals National Post uit eigen initiatief een 10-delige serie The Deniers met uitgebreide aandacht voor de klimaatontkenners. Ook dit tref je aan in de evolutie-creationisme controverse. Als reactie krijg je websites die de claims van klimaatontkenners kritisch analyseren: Skeptical Science. Dit is geheel vergelijkbaar met sites als National Center for Science Education (NCSE) en An Index to Creationist Claims die claims van evolutie-critici onderzoeken en weerleggen.

6) critici verzamelen handtekeningen: de site Global Warming Petition claimt 19.000 (!) handtekeningen te hebben verzameld van wetenschappers die menselijke klimaatopwarming ontkennen ("There is no convincing scientific evidence that human release of carbon dioxide..."). Zijn er nog mainstream klimaatonderzoekers over vraag je je af. Dit soort uitspraken vertoont sprekende gelijkenis met de handtekeningenactie van het Discovery Institute: "We are skeptical of claims for the ability of random mutation...". Zij claimen maar 300 handtekeningen... Het is jammer dat Oreskes deze handtekeningenactie niet bespreekt. Zij spreekt van 'a tiny number of scientists..." (p.78). Er ontstaan websites (zoals deze) die zo nodig "other side of the story" willen vertellen. Alweer een parallel met creationisten die ook zo graag "other side of the story" willen vertellen op scholen en in leerboeken.

Internet effect (niet door Oreskes genoemd)
Is er eenmaal een minimum hoeveelheid makkelijk toegankelijke kritische literatuur, argumenten pro- en contra, dan haken velen daarop in, gaan er over rapporteren o.a. in de blogosfeer en de omvang van de 'literatuur' vermenigvuldigt zich onstuitbaar. Het resultaat: de klimaatontkenning krijgt onevenredig veel ruimte ten opzichte van de consensus. Dit is een zichzelf versterkend proces o.a. door het google ranking effect en youtube effect.

Belangengroeperingen
Bij de klimaatcontroverse spelen politieke en economische belangen een veel grotere rol dan bij de evolutie-creationisme controverse. Bij de klimaatcontroverse heb je de belangen van de steenkolen en olie industrie. Zij verkopen CO2 producerende fossiele brandstoffen die de oorzaak van de klimaat opwarming van de laatste decennia zijn. Voorbeeld: Exxon Mobil verspreid actief misinformatie (p.78). Belangengroeperingen bij evo-creo zijn uiteraard kerken en religieuze organisatie's.

In een volgende blog ga ik in op wetenschapsfilosofische aspecten van de klimaatcontroverse.

Noten
  1. Naomi Oreskes is een wetenschapshistoricus en heeft in Science gepubliceerd: 'BEYOND THE IVORY TOWER: The Scientific Consensus on Climate Change', Science 3 December 2004. Het hoofdstuk is een uitgewerkte vorm van het Science artikel.
  2. National Academy of Sciences (2001) Climate change science: an analysis of some key questions.'; de American Meteorological Society; de American Geophysical Union; en de American Association for the Advancement of Science.
  3. Willie Soon et al (2001) 'Modeling climatic effects of anthropogenic carbon dioxide emissions: unknowns and uncertainties', Climate Research 18:259-275.
  4. Web of Science (is commericiele dienstverlening)
  5. Seitz heeft hoge posities bekleed binnen de wetenschappelijke wereld. Hij schreef in 1996 een opinie artikel 'A Major Deception on Global Warming' in Wall Street Journal (June 12, 1996) waarin hij het IPCC beschuldigde dat het een rapport had gewijzigd nadat het was goedgekeurd. Met name zijn onzekerheden over de anthropogene factor in het klimaat gedeleted. Hij ontkent de menselijke factor in het klimaat. Volgens deze bron werkte Seitz bij een door de kolen- en olie-industrie betaalde conservatieve denktank, dus hij zou ook niet onafhankelijk zijn. Ideaal studie onderwerp als je je wilt verdiepen in wetenschappelijke en politieke controverses.

Posted by Gert Korthof at 12:02:11 | Permanent Link | Comments (18) |

Monday, April 21, 2008

De oorzaak van de klimaatopwarming.

Over de klimaatopwarming is veel gezegd en gediscussieerd. Onlangs werd op Canvas de documentaire The Truth About Climate Change (1) van de BBC uitgezonden. De presentator is David Attenborough, bekend van tientallen natuurdocumentaires. Ik kies als belangrijkste fragment de ludieke presentatie van de globale temperatuurgrafieken waarbij Attenborough samen met statiscus en klimaatdeskundige professor Peter Cox door de grafiek heenwandelt. De reden voor de keuze van dit fragment is omdat hier het cruciale argument getoond wordt voor de menselijke oorzaak van klimaatopwarming. Door deze grafieken is David Attenborough overstag gegaan. Daarvoor was Attenborough een klimaatskepticus! En ieder weldenkend mens zou nu dezelfde conclusie moeten trekken!



De rode grafiek laat de stijging van de gemeten temperatuur van de aardse atmosfeer zien.
Onmiddellijk valt op dat er sterke fluctuaties zijn. Ten tweede dat er een overall stijging op de lange termijn is. Met name vanaf 1910 is er een opwaartse trend.



De groene curve is de temperatuur berekend door een computermodel uitsluitend gebaseerd op natuurlijke factoren zoals vulkaanuitbarstingen en zonneactiviteit. De conclusie uit deze grafiek is dat tot midden vorige eeuw het klimaat verklaard kan worden door natuurlijke factoren. Na 1970 is er een toenemend verschil tussen wat natuurlijke bronnen (groen) voorspellen en de gemeten temperatuur (rood). Hoe moet dat verschil verklaard worden?



De gele curve is de berekende temperatuur wanneer zowel met natuurlijke als menselijke factoren (fossiele brandstof, CO2, broeikaseffect) rekening gehouden wordt. De gele curve geeft duidelijk een betere verklaring voor de gemeten temperatuur en vooral van de laatste 30 jaar. Dit betekent dat de temperatuurstijging van de laatste 30 jaar door menselijke invloed tot stand gekomen moet zijn. Zonder menselijke invloed zou de toename lang niet zo sterk geweest zijn. Aanname hierbij is dat het computermodel voldoende realistisch is. Volgens Cox laten de grafieken zien dat het computermodel voldoende realistisch is (2).

U kunt die grafieken zelf zien in een handig Youtube filmpje van 2min 43sec. Het filmpje is een fragment uit deel 1 van de BBC documentaire 'The Truth About Global Warming' waarin David Attenborough met statisticus en klimaatmodelleur Peter Cox (CEH, UK) de 3 bovenstaande grafieken laten zien. Dit fimpje heeft het voordeel dat het ook de verticale (temp) en horizontale as (tijd) laat zien, zaken die Canvas er merkwaardig genoeg uit gegooid heeft. Het filmpje vind ik het belangrijkste onderdeel van de hele 2-delige documentaire.

Mijn stelling voor vandaag is: als we het niet eens zijn over de rol van de mens in de klimaatopwarming, dan heeft het weinig zin om te gaan discussieren over: (1) de gevolgen van de klimaatopwarming voor de mens en (2) hoe we de gevolgen van de klimaatopwarming moeten tegengaan. Eerst moet je het over de meest fundamentele feiten eens zijn! Als je kijkt naar de commentaren die sommige op het Youtube filmpje hebben gegeven, dan blijkt men gewoon niet in staat zo'n grafiek te lezen en dientegevolge onzin uit te kramen. Dus: laten we het eerst eens worden over de feitelijkheid van de klimaatopwarming en de rol van de mens daarin.

Noten:
(1) Ik kan geen dvd van deze documentaire vinden in de BBC shop. Hopelijk komt die nog.
(2) Een fanatieke klimaatcriticus en anti-IPCC is Professor Bob Carter met een serie van 4 youtube filmpjes. En hier is nog een anti-klimaatopwarming video: The Great Global Warming Swindle.

PS Op 6 februari had ik het boek van Erwin Kroll, Een warme wereld. Een positieve kijk op ons klimaat, besproken, op 3 februari over Paradiso-lezing over klimaat door Pier Vellinga, en op 30 januari over Amnesty veroordeelt Nobelprijs Al Gore.

Posted by Gert Korthof at 12:25:18 | Permanent Link | Comments (35) |

Friday, April 18, 2008

Johan Braeckman onaangekondigd in De Oude Viltfabriek

Gisteravond gaf Johan Braeckman, onaangekondigd, een presentatie over evolutie en creationisme in De Oude Viltfabriek in Amersfoort. Toevallig was ik die avond sowieso aanwezig omdat het onderwerp me wel interesseerde. Dat Braeckman optrad, was een bonus, wat mij betreft. Hij is zeer goed ingevoerd in het onderwerp, zeer enthousiast en een vlot en boeiend spreker met duidelijke standpunten. Toevallig had ik een paar dagen eerder ontdekt dat Braeckman behalve als filosoof verbonden aan de Universiteit Gent, ook nog vanwege de humanistische Stichting Socrates bijzonder hoogleraar is bij de Universiteit van Amsterdam. Zijn leeropdracht is 'Filosofie en ethiek in de levenswetenschappen, vanuit humanistisch perspectief'. Hij kwam onlangs in het nieuws toen hij 200.000 euro kreeg om 'de evolutieleer te redden' (zie interview met hem en diverse entries in het blog van Taede Smedes). Na afloop van zijn presentatie, die enigszinds uitliep omdat hij lang niet alle 85 powerpoint slides kon laten zien, heb ik hem nog gevraagd wat het doel van die 200.000 euro was. Het bleek dat hij daarmee niet het creationisme hoefde uit te roeien, zelfs niet alleen in België, maar het onderwijs in evolutie op Belgische scholen wilde verbeteren. In België is evolutie pas sinds kort een examenvak en de docent heeft niet veel ervaring in het overbrengen van evolutiebiologie aan 16 en 17-jarigen. Bovendien hebben biologieleraren niet geleerd in hun opleiding hoe te reageren op leerlingen die evolutie verwerpen op basis van de Bijbel of roepen dat de evolutietheorie 'een theorie in crisis' is, een leugen is, atheïstisch is, incompleet is, of leidt tot racisme. Daarbij kunnen de leraren wel enige ondersteuning en training gebruiken. Dit soort zaken wil Braeckman aanpakken. Daartoe heeft hij inmiddels al iemand aangesteld voor 4 jaar.

Wat ik leuk vond aan zijn benadering is dat hij de evolutietheorie contrasteerde enerzijds met de 100%-toeval-theorie (dat idee was al door Griekse filosofen ontwikkeld, maar werd niet serieus genomen omdat het totaal niet geloofwaardig was) en anderzijds intelligent design theorieën. Evolutie is géén van beiden: géén toeval en géén ontwerp. Het grappige of tragische nu is dat creationisten steevast Darwinisme beschuldigen van 100% toeval. En daardoor een grondige hekel, -terecht- hebben aan wat zij aanzien voor evolutie. Een hardnekkig misverstand. Maar evolutie is de niet-random selectie van toevallige mutanten.

Verder was het ontroerend om Paley's uitspraak op een slide te zien:
"We leven in een gelukkige wereld!"
De wereld van de natuurlijke theologie. De wereld is goed, omdat de wereld door God is geschapen. Speciaal voor de mens. Een paradijselijke wereld. Het gras is groen, omdat de schapen ervan kunnen eten, en de schapen zijn er voor de mens: de wol, het vlees, de melk. Alles is er voor de mens. Velen hebben nog steeds heimwee naar die wereld. Helaas bestonden in die tijd ook al besmettelijke ziekten. Paley was dat 'vergeten' en wilde het liever vergeten. Hij en de natuurlijke theologen zouden anders moeten verklaren waarom God besmettelijke ziektes had geschapen. Dat was lastig. Aan Darwin viel de ondankbare taak toe, om de natuurlijke theologen uit hun droomwereld te verlossen. Later heeft hij daarvoor stevig op zijn kop gekregen. Ten onrechte. Want die harmonieuze paradijselijke wereld met fluitende vogels en grazende koeien heeft nooit bestaan. Het was een creatie van de natuurlijke theologen. Dus mogen we Darwin niet de schuld geven dat die wereld niet meer bestaat. Die wereld heeft nooit bestaan. Het weliswaar positieve, maar selectieve wereldbeeld van de gelovigen was de schuld. Die moest -vroeg of laat- wel gecorrigeerd worden.

Tenslotte wil ik nog één ding noemen. Ik vond Braeckman's idee om YEC (Young Earth Creationism) en OEC (Old Earth Creationism) tegen elkaar uit te spelen, intrigerend. Ze baseren zich beide op de Bijbel, maar ze kunnen niet tegelijk waar zijn. De hamvraag is: welk feit of experiment kan tot consensus leiden tussen YEC en OEC? Hiermee breng je beide partijen pas echt in verlegenheid. Omdat ze daar geen antwoord op hebben.

Johan Braeckman (2001) Darwins moordbekentenis, Uitgeverij Nieuwezijds, uitsluitend nog online verkrijgbaar.

PS [19-04-2008]: op Youtube staat een interview met prof. Braeckman over zijn project. [vond ik op Taede Smedes blog aanvulling 6/2/08]
Posted by Gert Korthof at 11:13:11 | Permanent Link | Comments (25) |

Monday, April 14, 2008

Levensbeschouwing en data scheiden (2)

Iedere munt heeft twee kanten. In mijn vorige blog betoogde ik dat een wetenschappelijke theorie levensbeschouwelijk neutraal moet zijn. Dat is gezien vanuit de kant van de wetenschap. Maar gezien vanuit de kant van levensbeschouwing en religie kun je de eis stellen dat die zelf 'feitelijke neutraal' moeten zijn. Om conflicten te vermijden, moet religie géén feitelijke uitspraken doen, géén uitspraken over de meetbare werkelijkheid. Want dàt is het terrein van de wetenschap. Ook hier vind ik weer belangrijke aanwijzingen in het boek van Floris Cohen De herschepping van de wereld (1):
In elke beschaving met een Heilig Boek zouden ze op vergelijkbare tegenstand zijn gestuit. Alleen kende de Islam niet de wegen tot niet-letterlijke lezing ervan die Augustinus bij alle voorbehoud wel degelijk had geopend. (p.188)
Waarom heeft er in de Islambeschaving geen Wetenschappelijke Revolutie plaatsgevonden?
De Islambeschaving beschikte niet over de geschikte [theologische] hulpbronnen om de fatale wereldbeschouwelijke gevolgen [van de Wetenschappelijke Revolutie] kon helpen opvangen. (p.188).
Een tweede inzicht dat we van de geschiedenis van de wetenschap kunnen leren is:
de religieuze sanctionering van puur-wereldlijke kennis, dat nooit eerder was vertoond. Met name was niets dergelijks vertoond in de Islambeschaving. (p.186)
Iedere geloofsopvatting die heilige boeken letterlijk leest komt in conflict. Zie: Young Earth Creationisme! Zie: EO! Het tragische is dat deze mensen niets geleerd lijken te hebben van de geschiedenis en van geloofsopvattingen die een figuurlijke lezing van heilige boeken mogelijk maken.

Ten tweede zou de EO en dergelijke niet zo eigenwijs moeten zijn het beter te weten dan wetenschappers die zich met puur-wereldlijke kennis bezighouden. Schoenmaker houd je bij je leest. EO wilt U knippen? Knip in de bijbel, niet in de wetenschap (2).

In een seculiere (3) samenleving moeten christenen zich niet alleen aan de seculiere wetgeving houden, maar ook aan de seculiere wetten van de wetenschap. Ik weet het, het zijn geen gemakkelijke tijden...

Noten:
(1) De website van Floris Cohen: http://www.hfcohen.com/
(2) de fout van de EO was dat ze evolutie uit de BBC documentaires van David Attenborough knipten, omdat evolutie voor hen levensbeschouwelijke consequenties had. Dat evolutie dié consequenties heeft ligt niet zo zeer aan de evolutietheorie zelf, maar grotendeels aan de letterlijke bijbel opvatting van de EO zelf.
(3) seculier: overtuiging dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij. Scheiding kerk en Staat.

Posted by Gert Korthof at 12:00:55 | Permanent Link | Comments (59) |

Wednesday, April 09, 2008

Levensbeschouwing en data scheiden

Het ontstaan van een wereldbeschouwelijk-neutrale wetenschap

De herschepping van de wereld. Floris CohenEr was een tijd dat godsdienst en natuurkennis sterk met elkaar verweven waren. Niets was wereldbeschouwelijk neutraal, de godsdienst was dat uiteraard niet, maar de natuurkennis ook niet. Na de Westfaalse Vrede in 1648 werd dat anders. De lucht klaarde op. Er ontstond een atmosfeer van verzoening in Europa. Rond 1660 kwam men op het geniale idee om de wereldbeschouwelijke aspecten van de nieuwe wetenschap te isoleren van de aspecten die in dat opzicht neutraal waren. Daardoor zou het aanstootgevend karakter van de nieuwe natuurkennis verdwijnen. Dat was de redding van de nieuwe wetenschap volgens Floris Cohen. De Jezuïeten deden het zo: zij elimineerden eerst alle aanstootgevende onderdelen uit het werk van de wetenschappelijke pioniers en voegden vervolgens wat overbleef samen met van wat nog van Aristoteles was overgebleven en tenslotte voegden ze daar de resultaten van experimenten aan toe. "De Jezuïeten waren niet de enigen die scherp zagen dat het experiment naar zijn aard wereldbeschouwelijk neutraal is." (pag 179). Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat naar analogie met 'moreel esperanto', de experimentele wetenschap 'wetenschappelijk esperanto' spreekt. En aangezien experimenten over de werkelijkheid gaan, is dit de taal bij uitstek om over de werkelijkheid te spreken. De stichtingsdocumenten van de wetenschappelijke genootschappen in Parijs en London eisten dat men zich verre diende te houden van politiek en filosofie en zich uitsluitend te concentreren op natuuronderzoek (p.180). Dit was de geboorte van natuuronderzoek als zelfstandige autonome activiteit, dw.z. losgekoppeld van wereldbeschouwelijke kwesties. Volgens Floris Cohen mogen we de redding van de nieuwe natuurkennis toeschrijven aan de neutralisatie van wereldbeschouwelijke gevaren en aan hun verhoopte materiële nut.

Wat ik op dit moment als de belangrijkste les zie in het boek De herschepping van de wereld (3) van Floris Cohen is de toepassing van bovenstaande op de evolutietheorie. We moeten er naar streven de evolutietheorie net zo wereldbeschouwelijk neutraal te maken (als ze dat nog niet is) als men in de 17e eeuw deed met de opkomende natuurkennis. Wetenschappers als Richard Dawkins, die juist een sterke link leggen tussen atheïsme en evolutietheorie, vergroten onnodig de weerstand tegen de evolutietheorie in conservatieve kringen. Die wetenschappers maken fouten die men 300 jaar geleden al had opgelost! Behalve atheisten, maken ook conservatieve christenen, in Nederland de EO (1), dezelfde fout. Zij zijn niet in staat in te zien dat experimentele gegevens wereldbeschouwelijk neutraal zijn. Zij lopen dus 300 jaar achter! Net als Richard Dawkins!

Ik kijk nu met nieuwe ogen naar de evolutietheorie. Het is belangrijk data te scheiden van (levensbeschouwelijke) interpretaties. Wat zijn de onbetwistbare feiten? Het lijkt mij dat DNA gegevens het meest in aanmerking komen. DNA liegt niet. DNA wordt in de forensische wetenschap gebruikt om de moordenaar vast te pinnen. DNA wordt gebruikt om vaderschap vast te stellen. DNA is neutraal. Andere data zijn de ouderdom van de aarde en fossielen (2), de chronologische volgorde van verschijnen van levensvormen in de geologische aardlagen, anatomie, biochemie. Maar dit alles is een project op zich. Het zou al een enorm winstpunt zijn data en theorie te scheiden. Desnoods tot het belachelijke toe. Ik moet evolutiehandboeken opnieuw bekijken met deze gedachte in mijn achterhoofd. De scheiding van data en levensbeschouwing, van evolutie en atheisme, zou wel eens onze enige hoop zijn dat creationisten tenminste de data die ten grondslag liggen aan de evolutietheorie zullen accepteren. En dat zou al een enorm winstpunt zijn.

De filosofiedocent Jan Riemersma schreef (9 feb 2008) op het blog van Taede Smedes:
"ze hebben een geloof te verdedigen. En een geloof is heel erg veel waard. (P.Thagard schreef een interessant opstel waarin hij duidelijk uitlegt wat er voor de gelovige allemaal op het spel staat: een leven na de dood bijvoorbeeld. ... Wat is dat beetje wetenschappelijke waarheid van de evolutietheorie nu waard in vergelijking met de eeuwigheid en de ultieme waarheid?". (4)
De oplossing is natuurlijk dezelfde als die men in 1660 al bedacht had: data en theorie (levensbeschouwing) scheiden. Niet dat dat in alle opzichten makkelijk is. Als je alleen al kijkt naar de verleiding om bijvoorbeeld het recht van de sterkste af te leiden uit het bestaan van natuurlijke selectie (de 'Weikart discussie'), dan hebben we nog een lange weg te gaan.

Noten
  1. Zie de gastbijdrage van Gerdien de Jong 27 juli 2007 op dit blog over de EO. De EO ging zelfs zover dat ze ouderdomsbepalingen (miljoenen jaren) domweg uit BBC documentaires knipte.
  2. De Turkse fundamentalist die verantwoordelijk is voor de Atlas of Creation (zie: mijn blog op 22 Jan 2007) is in ieder geval in staat om de ouderdom van de aarde en fossielen te accepteren zoals ze zijn!
  3. Floris Cohen was te gast in het boekenprogramma van Wim Brandts op 23 december 2007 (zie mijn blog).
  4. Een soortgelijke opmerking: "You are asking me to give up my religion, which involves my spouse, my children, my extended family, friends, coworkers, bowling league teammates and so forth, for this Darwin guy's theory? Forget it, it's not worth it." hier. [12 apr 2008]
Postscript 13 april: degenen die geinteresseerd zijn in het boek van Floris Cohen en met name waarom de wetenschappelijke revolutie in het christelijke Europa plaatsvond en niet in moslimlanden, kan ik dit interview met Taner Edis aanraden: 'The religious state of Islamic science'.

Motigo

Posted by Gert Korthof at 13:01:05 | Permanent Link | Comments (37) |

Sunday, April 06, 2008

Biologische basis voor de week?

Even een paar opmerkingen over de intrigerende vraag of onze biologische klok een weekritme heeft. Deze vraag wordt opgeworpen in de nieuwe column van hersenwetenschapper Dick Swaab in de nrc van 5 april. Ik laat even in het midden dat onze biologische klok een ritme van dagen, maanden en jaren zou hebben. Het ritme van een week is bijzonder omdat het weekritme de enige in het rijtje is die niet met een astronomische cyclus overeenkomt. Dag, maand en jaar komen overeen met de dagelijkse rotatie van de aarde, de cyclus van de maan en de jaarlijkse cyclus van de beweging rond de zon. Er is geen astronomisch verschijnsel met de periode van een week. Dat zet de week apart van de rest van onze kalender. Het is dan ook opmerkelijk, misschien zelfs verdacht, dat Swaab pleit voor de natuurlijke basis van een week. De gegevens die hij aanvoert vind ik voor alsnog niet overtuigend. Een onderzoeker had gedurende drie jaar een ritme van hormoonspiegels van ongeveer (!) een week. Van het sterkste voorbeeld dat hij noemt, de Turkana jongen, zou ik meer willen weten.

Het boek The discovery of time (ed. stuart mccready) meldt dat de week volkomen arbitrair is ('the number of days in a week is entirely a matter of choice') en dat oude Egyptische inscripties melding maken van een week van 10 dagen (p.13). Het had een praktische reden om te weten op welke dag er markt was. De invoering van de 7-daagse week door keizer Augustus was een betrekkelijk late wijziging in de Romeinse kalender. Daarvoor bestond er een 8-daagse week van 7 dagen werken en 1 dag om naar de markt te gaan. De Egyptische kalender van 3000 vC had precies 365 dagen, 12 maanden van 30 dagen, een maand van 3 weken, en een week van 10 dagen. Het totaal aantal dagen per jaar kwam zo op 360 dagen. Aan het einde van het jaar werden 5 dagen toegevoegd die niet tot een week behoorden. Zo kwam het totaal op 365 dagen per jaar (p.82). Er betaan dus vele oplossingen om een kalender te construeren, waarbij de grootste vrijheid bestond in de definitie van de week (2). Daarom vind ik het enigzins verdacht om te gaan zoeken naar de biologische basis van een week.

Het enige natuurlijke verschijnsel dat het dichtst in de buurt komt van de week is de afwisseling van springtij en doodtij. In de Enkhuizer Almanak 2008 zie ik dat het aantal dagen tussen doodtij van 13, 14, 15 tot 16 dagen varieert en springtij varieert met een periode van 14, 15 en 16 dagen. Gemiddeld is dit een periode van 7,8 dagen, maar het varieert te veel. Vooral het feit dat door die onregelmatigheid springtij en hoogtij niet op dezelfde dag van de week vallen, maar over alle dagen van de week zwerven, maakt het geen goede kandidaat voor een biologische klok (1). Volgens Swaab zou de afwisseling springtij en hoogtij invloed hebben op 'hen die aan de kust foerageren'. Het is echter nog een hele stap naar een biologische klok van een week. Daarvoor moet je ook aantonen dat het fitness verhogend is voor de mens. En dat is een evolutionair probleem, géén neurologische probleem. Bovendien zou je dan moeten aannemen dat de hele mensheid van een groep kustbewoners afstamt en de biologische klok van hun ge-erfd heeft. Dat is niet onmogelijk. Sterker nog, het wordt verdedigd door aanhangers van de aquatic ape theory. Maar dat is een heel verhaal apart, interessant genoeg voor een hele serie blogs...

Postscript 7 april:

In het boek Mapping Time. The calendar and its history (E.G. Richards, 1999) vond ik de conclusie dat hoewel de 7-dagen-week een zeer oude traditie is en dat er weinig reden is om te geloven dat die op enige manier verankert ligt in onze biologische ritmes, is ze zo diep verweven in het dagelijkse leven van iedereen dat iedere poging die te veranderen tot mislukken gedoemd is (p.279). Ter illustratie noemt de auteur dat samenlevingen in het verleden weken hadden van 5, 7, 8, 9 of 10 dagen (p.266). Dat de 7-daagse week het heeft gewonnen kan deels toeval zijn, deels te verklaren uit praktische overwegingen, deels politieke oorzaken (machthebbers). Dit alles weerlegt niet dat er geen biologisch weekritme kan bestaan. Mensen kunnen tenslotte tegen de natuur in gaan. Maar het is beslist noodzakelijk om de geschiedenis en antropologie van de kalender te onderzoeken, voordat men enthousiast met biologisch onderzoek van een weekritme begint.


Noot 1. Door geografische omstandigheden, zoals vormen van de kustlijn, diepte van de zee, is de lokale variatie van de tijdstippen van hoogtij en springtij nog onregelmatiger (Enkhuizer Almanak 2008, p. 26-49).

Noot 2. (8 apr) Foster and Kreltzman (2004) Rhythms of Life melden: "Human time is a social construction. The week, hour, minute and second do not map to any natural occurrence. But the day and the year are natural rhytmns, as is the lunar cycle" (p.37). Dus de claim van Dick Swaab is verrassend!
Posted by Gert Korthof at 11:59:31 | Permanent Link | Comments (1) |

Thursday, April 03, 2008

vliegende penguins!

vliegende penguins zoals in de BBC 1 april grap
(April Fools Day): té klein vleugeloppervlak t.o.v. lichaam


Kleine alk ter vergelijking.
Heeft relatief grote vleugels, maar vliegt desondanks met
zeer snelle vleugelslagen.


De papegaaiduiker heeft ook relatief kleine vleugels.
Net als de kleine alk heeft de papegaaiduiker een
zeer snelle vleugelslag. De kleinste penguin is 40 cm
en weegt 1 kg, de papegaaiduiker is 26-29 cm.
Het is niet dat penguins te zwaar zijn, want de reuzentrap
is waarschijnlijk de grootste vliegende vogel met een gewicht van 16 kilogram.
Belangrijk is het vleugeloppervlakte t.o.v. lichaamsgewicht.
De vleugels van penguins zijn aangepast voor 'vliegen' onder water.
Daarom zijn ze waarschijnlijk klein. Grotere vleugels zouden onder
water alleen maar hinderlijk zijn.

De zeekoet (38-45 cm) is een van de weinige vogelsoorten die hun vleugels
zowel gebruiken voor het zwemmen onder water als om te vliegen.
Volgens 'The making of' van de BBC is de zeekoet
(Common Guillemot) gebruikt als model voor de film van de vliegende
penguins. 'The making of' is mischien nog wel leuker om te zien
dan de vliegende penguins zelf.
Posted by Gert Korthof at 12:30:19 | Permanent Link | Comments (0) |

Wednesday, April 02, 2008

Philipse heeft zich grondig verdiept in altruisme

Herman Philipse heeft zich grondig verdiept in altruisme. Ik kan niet anders zeggen. Dat drong langzaam tot mij door tijdens het 7e college in de serie Ethiek en Evolutie getiteld: Het Altruïsme probleem: een wijsgerige analyse (1 april). Vooral een conceptuele analyse van het begrip altruïsme was zeer welkom. Dat is iets wat je ook zou moeten verwachten van een filosoof. Zijn slotconclusie vond ik te negatief: evolutionair altruisme is minder relevant voor de verklaring van de menselijke moraal dan evolutiebiologen ons willen doen geloven. Dat is té ongenuanceerd. Maar de verdienste van de conclusie is dat het in ieder geval tot tegenspraak prikkelt.

Zijn conceptuele analyse was gebaseerd op het onderscheid tussen alledaags (AA) en evolutionair altruisme (EA). Pas als je die twee hebt onderscheiden, kun je je afvragen wat de relatie is tussen de twee. En dat kan een hoop verwarring elimineren. Zelf vind ik het geven aan 'goede doelen' in onze rijke Westerse samenleving een goed voorbeeld van altruisme dat niets van doen heeft met evolutionair altruisme omdat het maar een fractie van ons inkomen betreft, nota bene aftrekbaar is voor de belasting en geen enkele invloed heeft op onze survival kansen.

Volgens Philipse is de menselijke moraal (te?) complex en bevat veel meer dan altruisme. Klopt. Hij had dat beter moeten uitwerken (geen tijd?). Maar dat wil zeker niet zeggen dat een evolutionaire verklaring van menselijke moraal irrelevant zou zijn. We kunnen niet zonder. Als we er niet in slagen een evolutionaire (in ieder geval een wetenschappelijke) verklaring voor altruisme te geven, dan zijn we aan de goden overgeleverd! Neurobiologische, sociaal-psychologische en antropologische verklaringen van de moraal zijn nuttig en nodig, maar houden zich bezig met proximate oorzaken. We hebben onvermijdelijk evolutionaire verklaringen nodig om ultimate oorzaken van moreel gedrag te verklaren. We kunnen toch moeilijk om de resultaten van Frans de Waal heen, dat evolutie de bouwstenen voor de menselijke moraal heeft geleverd. Ook had ik een conceptuele analyse van het begrip 'moraal' van Philipse verwacht. En dan wel vóórdat hij met zijn slotconclusie kwam. Bijvoorbeeld: wordt met 'moraal' uitsluitend gedrag bedoelt? Of ook een op schrift gesteld systeem van regels en voorschriften? Of mondelinge uitingen van instemming of afkeuring?

Door zijn pessimistische slotconclusie worden de verdiensten van de evolutionaire verklaring van altruisme, met name bij dieren, totaal genegeerd. Altruisme blijft een opmerkelijke vorm van samenwerking, een opmerkelijke vorm van sociaal gedrag. Dat kun je niet wegredeneren. Zie zijn eigen favoriete voorbeeld van de vampiervleermuis. Het blijft opmerkelijk dat die vleermuizen elkaar bloed geven wanneer ze het nodig hebben. Dat blijft opmerkelijk sociaal gedrag. De evolutionaire verklaring van altruisme in de dierenwereld is een groot succesverhaal, omdat altruisme zo indruist tegen de kern van het Darwinisme, nl. alle eigenschappen van een organisme zijn er for the benefit of the individual. Darwinisme is gebaseerd op egoïstische reproductie. Ieder gedrag dat niet eigenbelang dient, pleit tegen de theorie. Als de evolutietheorie altruisme kan verklaren, dan is dat een prestatie van de hoogste orde. Voor iedere wetenschappelijke theorie zou het een grote prestatie zijn als zij erin slaagt een hardnekkig feit dat de kern van de theorie aantast, kan verklaren, kan neutraliseren en in zich op kan nemen. Precies dàt heeft de evolutietheorie gedaan. Dat kun je geen mislukking noemen. Zeker als je bedenkt dat Philipse C.G. Williams (2) citeert die claimde dat alle bestaande kenmerken ooit verklaard door groepsselectie door individuele selectie verklaard kunnen worden. Als dat waar is, is dat een grote verdienste van Williams en de (vernieuwde) evolutietheorie. Bedenk ook hoe tegen-intuitief het is om met het selfish-gene concept altruisme te verklaren (Dawkins). Dan mag je niet tot een pessimistische conclusie komen over de waarde en relevantie van de evolutietheorie voor menselijk gedrag. Ook al is de mens een lastige soort, omdat hij op zo'n irritante manier aan natuurlijke selectie lijkt te onttrekken.

Echt altruisme?

Philipse noemde Elliot Sober één van de beste filosofen van de biologie. Leuk. Jammer voor Ruse. Toch verwerpt Philipse de claim van Sober (1) dat er echt evolutionair altruisme bestaat. Echt altruisme definieert Philipse als 'gedrag dat het relatieve reproductieve succes van de ontvanger t.o.v. de gever vergroot'. De redenering gaat zo: als altruisme als stabiele evolutionaire strategie in de natuur wordt aangetroffen, dan kan dat alleen maar betekenen dat het -hoe dan ook- uiteindelijk fitness verhogend werkt en dus geen echt altruisme kan zijn. Dat noemt Philipse de paradox van het Evolutionair Altruisme. Het komt mij vreemd voor dat Sober dat niet gezien heeft toen hij zijn claim formuleerde. Maar ik kan op dit moment niets tegen Philipse's redenering in brengen. De redenering lijkt mij door en door Darwinistisch. Terugkerend naar de definitie van Evolutionair Altruisme: gedrag dat het relatieve reproductieve succes van de ontvanger t.o.v. de gever vergroot, dan kan per definitie altruisme niet op het niveau van het individu verklaard worden, maar moet op groepsniveau gezocht worden. Dat gaat vierkant tegen Williams' (1996) claim in. Als Sober en Wilson geen algemeen geldend scenario hebben geproduceerd, dan kunnen er andere scenario's bestaan die wel echt altruisme opleveren. Misschien is het scenario van Choi en Bowles (3,4) zo'n scenario. Als ik deze auteurs goed begrijp werken zij ook met groepsselectie.

  1. Elliott Sober, David Sloan Wilson (1999) Unto Others. The evolution and psychology of unselfish behavior.
  2. G.C. Williams (1996) Adaptation and Natural Selection.
  3. Holly Arrow (2007) 'The Sharp End of Altruism', Science 26 Oct 2007.
  4. Jung-Kyoo Choi and Samuel Bowles (2007) 'The Coevolution of Parochial Altruism and War' (Science, 26 Oct 2007)
Posted by Gert Korthof at 09:11:16 | Permanent Link | Comments (4) |