Wednesday, June 27, 2007

Behe's God (2) Eén stapje vooruit, duizend stappen achteruit

In mijn blog van 8 juni gaf ik een eerste indruk van Michael Behe's boek The Edge of Evolution. Ik ging toen vooral in op de God van Behe, nu zal ik ingaan op hoe Behe over evolutie denkt. Binnenkort zal ik dit gedetailleerder uitwerken in een review voor mijn site 'Was Darwin Wrong?'

Waarom één stap vooruit? In zijn vorige boek Darwin's Black Box (ned. vert. 'De zwarte doos van Darwin') kon er maar één zinnetje vanaf als het ging om gemeenschappelijke afstamming van al het leven (common descent). Dat was: de feiten geven sterke ondersteuning voor gemeenschappelijke afstamming ('I believe the evidence strongly supports common descent'). Een boek tegen evolutie en dan één onbenullig zinnetje besteden aan de kern van de evolutietheorie! Nu geeft hij er iets meer aandacht aan, en geeft feiten voor common descent. Vooral moderne genetica heeft fantastische en onverwachte bevestiging van common descent opgeleverd ('Let's acknowledge that genetics has yielded yet more terrific (and totally unanticipated) 'evidence of common descent."). Ook geeft hij toe dat natuurlijke selectie en toevallige mutaties kleine aanpassingen kunnen produceren ("randomness does occur and can explain some aspects of all areas of life"). Als voorbeeld van wat toevallige mutaties en natuurlijke selectie kunnen produceren geeft hij antibiotica resistentie. Dit zijn bescheiden erkenningen van onderdelen van de evolutietheorie, maar toch een stap vooruit omdat tien jaar geleden Intelligent Design voorvechters hun mond hielden over gemeenschappelijke afstamming of zich beperkten tot vage kritiek en het aankaarten onopgeloste problemen. En de conservatieve, Bijbelse stroming binnen het creationisme (vooral creationisten die in een 6000 jaar oude aarde geloven) moet helemaal niets van gemeenschappelijke afstamming hebben (afstamming van de apen en zo). Dus in dat opzicht is Behe een winstpunt. Ook werd toen veel ophef gemaakt van de bewering dat survival of the fittest een tautologie (een altijd ware bewering) zou zijn en daardoor een waardeloze bewering (Phillip Johnson). Behe hoor je daar niet meer over. Dus ten opzichte van het conservatieve creationisme is Behe in dit opzicht een vooruitgang.

Maar vergis je niet, er volgt steeds 'een maar' op iedere positieve uitspraak. En dat is tegelijk één van de merkwaardigste manoeuvres van zijn hele boek: hij claimt dat 'common descent' niet door toevallige mutaties verklaard kan worden! Oftewel: uit het feit van 'common descent' kunnen we niet automatisch afleiden dat ze veroorzaakt is door toevallige mutaties. Behe ontkoppelt dus 'common descent' en het mechanisme van evolutie. Dat is voor hem een slimme en noodzakelijke zet. Want een groot deel van zijn boek gaat over zijn claim dat toevallige mutaties bij lange na niet voldoende zijn om complexe aanpassingen te produceren (1). De rechtvaardiging voor deze ontkoppeling vindt hij bij een beroemde evolutiebioloog Ernst Mayr (in 2005 overleden). Volgens Mayr had Darwin vijf theorieën in plaats van één (dé evolutietheorie). Bij mijn weten heeft geen enkele bioloog Mayr's claim dat 'gemeenschappelijke afstamming' (het feit van evolutie) en 'natuurlijke selectie ' (het mechanisme van evolutie) twee aparte theorieën zijn betwist. Uit de geschiedenis blijkt dat wetenschappers het één konden accepteren en het ander konden verwerpen. Wetenschappers in Darwin's tijd waren vrij snel overtuigd van gemeenschappelijke afstamming, maar niet direct van het grote belang van selectie. Maar Mayr en alle moderne evolutiebiologen accepteren alle vijf onderdelen van Darwin's vijf theorieën. Behalve dat Behe die twee ontkoppelt, beweert hij ook nog dat evolutiebiologen ten onrechte uit het feit van evolutie afleiden dat toevallige mutaties de oorzaak zijn. Maar als hij toevallige mutaties als hoofdoorzaak verwerpt, wat is zijn oplossing dan? Merkwaardig genoeg kiest hij niet voor 'doelgerichte mutaties' (wat dat ook moge zijn), maar gewoon voor het aloude design. Dat deed Behe 10 jaar geleden ook al, maar toen bleef design beperkt tot zweepstartjes en bloedstolling.

Michael Behe: then a miracle occurs
Het nieuwe van The Edge of Evolution is dat design niet meer beperkt is tot een handvol onherleidbaar complexe systemen, maar zich nu uitstrekt tot alle levende wezens. Behe concludeert met zekerheid dat alle grote diergroepen zoals amphibieën, vissen, vogels en zoogdieren ontworpen en waarschijnlijk ook kleinere groepen binnen die grote groepen. Hij geeft geen namen van die groepen die lager in de hiërarchie staan, maar je moet dan denken aan groepen binnen de zoogdieren als honden, katten, apen, en groepen binnen vogels zoals fazanten, eenden, roofvogels, enz. Het is haast niet te geloven. Het is op het niveau van de familie (zoals Nelson, Junker en Scherer, zie: 2 ). Behe heeft zich hier in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd.

Want hoe is deze grootschalige vorm van design te verenigen met gemeenschappelijke afstamming? Die twee staan toch haaks op elkaar? Om de lezer uit te leggen hoe (bovennatuurlijke) schepping van die groepen te verenigen is met gemeenschappelijke afstamming van al het leven, heeft Behe maar één zinnetje nodig en dat is vrij vertaald: die groepen vertegenwoordigen afzonderlijke harmonieuze ontwerpen ('different phyla represent separate, integrated designs') ondanks het feit dat die groepen heel veel gemeenschappelijke eigenschappen hebben. Hij weet dat bijvoorbeeld alle gewervelde dieren (idem: zoogdieren, idem: carnivoren) veel kenmerken gemeenschappelijk hebben, ook op biochemisch en genetisch niveau, maar ondanks dat zegt hij gewoon dat het aparte ontwerpen zijn. Hier staat mijn verstand bij stil. Dit komt er op neer dat de Ontwerper die gemeenschappelijke kenmerken ook opnieuw geschapen moet hebben, iedere keer opnieuw en opnieuw en opnieuw. Daar hoor je Behe niet over. Maar nu komt het: dit betekent dat de Ontwerper alle soorten zó heeft ontworpen dat het lijkt alsof ze door gemeenschappelijke afstamming ontstaan zijn! Want, zoals we gezien hebben, Behe accepteert gemeenschappelijke afstamming. Maar, het is dus een fake gemeenschappelijke afstamming. Bedrog! (3) Behalve dat de Ontwerper voor al die groepen 'nieuwe' complexe systemen heeft toegevoegd, moet de ontwerper dus alle gemeenschappelijke genen en chromosomen en eiwitten van soorten zó geschapen hebben dat het lijkt alsof ze geëvolueerd zijn. Geen wonder dat Behe maar één zinnetje besteedt aan deze krankzinnige consequentie. Hij praat er liever niet over. Misschien denkt hij dat de Ontwerper complexe systemen op gezette tijden alleen maar heeft toegevoegd. Maar dat zegt hij niet. Al de bezwaren tegen 'een beetje' common descent heb ik al uiteengezet in (2). Het is triest te bedenken dat dit alles geen enkele invloed op Behe heeft gehad. Maar al die bezwaren gelden onverminderd voor Behe's 'oplossing'. (Sowieso negeert Behe in zijn boek alle kritiek van de afgelopen tien jaar! Wat een wetenschapper!) Daarom heeft Behe tegelijk met dat ene stapje vooruit, tegelijk duizend stappen achteruit gezet. Iedere aparte geschapen diersoort is een stap achteruit. Zijn positie in The Edge of Evolution is die van 'special creation', afzonderlijke schepping. Bijna het bijbelse scheppingsverhaal maar dan uitgesmeerd over een paar miljard jaar. Conservatiever kan het niet. Je kunt zeggen dat alle vormen van creationisme wetenschappelijk bizar zijn, maar als ik gedwongen wordt om onderscheid te maken dan is Genesis een charmante scheppingsmythe, schepping op het niveau van families is bizar, maar complete 'common descent' combineren met design op alle Linneaanse nivo's behalve de laagste, zoals Behe doet, is een EXTREEM bizar mengsel van progressieve en de meest conservatieve theorieën.

Wat wil zo iemand als Behe nu bereiken? Evolutie uitbannen lijkt wel erg onrealistisch als je gemeenschappelijke afstamming (common descent) accepteert. Darwinisme uitbannen? Wat Behe beweert is dat toevallige mutaties (random mutation) en natuurlijke selectie niet alles kunnen verklaren. Dus wil hij dat plus dat de meerderheid van het leven ontworpen is als wetenschappelijke theorie geaccepteerd krijgen? Door de schizofrene combinatie van gemeenschappelijke afstamming en ontwerp zal geen enkele wetenschapper er ooit aan willen. En omdat hij zijn theorieën maar blijft publiceren in populaire boeken is er zelfs niet eens een wetenschappelijke discussie op een plaats waar die normaal plaatsvindt: in de wetenschappelijke tijdschriften. De God van Behe is er niet mensvriendelijker op geworden. Willen gelovigen dat? In mijn review van Darwin's Black Box had ik er al op gewezen dat de onherleidbaar complexe, dus ontworpen, zweepstaartjes voorkomen bij de veroorzaker van slaapziekte (leidt in maanden tot jaren op een afschuwelijke manier tot de dood). Dat heeft Behe genegeerd. Nu geeft hij toe dat malaria ontworpen is (4). Wat wil Behe met zijn bizarre en onethische designer? Die enorme problemen met toevallige mutaties heeft een christen als Francis Collins totaal niet. Zijn standpunt is dat wat er voor mensen als toeval uitziet door God gepland kan zijn. Dat wordt niet eens overwogen door Intelligent Design aanhangers. Wat willen die ID-mensen toch?

Noten

  1. Dit komt goed overeen met de beginselverklaring van de ID-beweging opgesteld in 2001: "We are skeptical of claims for the ability of random mutation and natural selection to account for the complexity of life. Careful examination of the evidence for Darwinian theory should be encouraged." te vinden op: http://www.dissentfromdarwin.org/
  2. Common Descent: It's All or Nothing
  3. Francis Collins heeft in een prachtig voorbeeld in zijn boek duidelijk gemaakt dat identieke kapotte genen in verschillende soorten maar op één manier te interpeteren zijn: gemeenschappelijke afstamming. Als je hier design als verklaring geeft, erken je dat de Ontwerper je bedriegt. Zie: mijn review
  4. zie mijn blog van 8 juni 2007

Zie ook: Interview met Michael Behe over zijn nieuwe boek The Edge of Evolution (Dinsdag 29 May 2007)

Posted by Gert Korthof at 11:18:05 | Permanent Link | Comments (32) |

Saturday, June 23, 2007

Natuur Foto Galerie (1)

klik op foto voor origineel
Wat zien we hier? Het is niet wat je denkt...

 

Posted by Gert Korthof at 16:21:24 | Permanent Link | Comments (11) |

Sunday, June 17, 2007

Victor Stenger's nieuwe boek

God. The Failed HypothesisHet kommentaar van de theoloog Taede Smedes op dit blog, dwingt me om het boek van Michael Behe even te laten liggen, en voorrang te geven aan het boek van de fysicus Victor Stenger (2007) God. The Failed Hypothesis. How science shows that God does not exist ('God. De weerlegde hypothese'). Ik was het al langer van plan, omdat het een soortgelijk boek is als dat van Richard Dawkins laatste boek, maar dan beter, zakelijker, wetenschappelijker. Overigens heeft Dawkins toegegeven in een aanbeveling op de achterflap van het boek dat hij 'enorm veel geleerd heeft van dit prachtige boek'. Dat zegt toch wel iets.

Direct al in het voorwoord maakt Stenger duidelijk hoe hij het aanpakt. Hij verwerpt het bekende standpunt van de paleontoloog Stephen Jay Gould dat wetenschap en religie twee niet overlappende kennisgebieden zijn (non-overlapping magisteria), simpel omdat religie uitspraken doet over de natuur. En dat is het terrein van de wetenschap en dus staat het de wetenschap vrij om daar een oordeel over uit te spreken. Stenger's analyse is gebaseerd op de overweging dat God met wetenschappelijke middelen detecteerbaar moet zijn eenvoudigweg omdat hij geacht wordt zo'n centrale rol in het universum en het leven van mensen te spelen. Het bestaan van God wordt opgevat als wetenschappelijke hypothese en de implicaties van die hypothese worden getest door middel van objectieve waarnemingen. Het bestaan van God moet verschil uit maken voor mogelijke waarnemingen. Wanneer de testen falen, pleiten ze tegen de hypothese en moet de hypothese verworpen worden. Daarentegen, als waarnemingen gedaan worden die je zou verwachten bij afwezigheid van die godheid, dan telt dat als aanvullend argument tegen de god hypothese. Als de god hypothese voortdurend faalt, dan zouden verdedigers nog kunnen claimen dat een verborgen god bestaat. Hoewel hier puur logisch niets tegenin te brengen is, stelt Stenger dat de afwezigheid van bewijsmateriaal op den duur altijd overgaat in bewijs van afwezigheid.

Stenger verwerpt nog een andere gangbare opvatting over het bovennatuurlijke. En dat is dat wetenschap uitsluitend iets zou kunnen zeggen over de natuurlijke werkelijkheid en natuurlijke oorzaken daarvan. Verrassend genoeg verwerpt hij dat wetenschap niets over het bovennatuurlijke zou kunnen zeggen. Dat zou mensen als intelligent design grondlegger Phillip Johnson gelijk geven die beweren dat wetenschap dogmatisch naturalistisch is. Maar wetenschap is niet dogmatisch. Wetenschap is veeleisend. Wetenschap accepteert gewoon niet snel nieuwe claims zonder grondig onderzoek. Wanneer wetenschappers intelligent design niet accepteren, zijn ze niet dogmatisch maar passen ze dezelfde regels toe die ze altijd gebruiken: bijzondere claims vereisen bijzonder bewijsmateriaal. Het boek is gebaseerd op de stelling dat de hypothese van een bovennatuurlijke god testbaar, verifieerbaar, falsifieerbaar is met behulp van de gangbare methoden van wetenschappelijk onderzoek.

Wat ik goed vind aan Stenger is dat hij een duidelijke omschrijving geeft van de te testen hypothese, vóórdat hij aan de slag gaat. Op pagina 41 en 41 vat hij zijn definitie samen in acht punten. Wat daarbij opvalt is dat hij de drie O's (omniscience, omnipotence, omnibenevolence) weglaat. De reden? "Such a God is already ruled out by the arguments of logical inconsisentcy summarized above". Bovendien hebben we de drie O's niet nodig als we bijvoorbeeld de hypothese van god als de schepper van het heelal willen testen. Zo'n god kan kwaadaardig of onvolmaakt zijn. Dat verhindert niet te zoeken naar waarneembare gevolgen van de god-als-schepper-hypothese met behulp van de normale methodes van de wetenschap. Het merkwaardige is dat de niet-algoede god in overeenstemming lijkt te zijn met Michael Behe's 'malaria-God' in zijn boek The Edge of Evolution. Een kwaadaardige god zou kunnen bestaan. Natuurlijk heeft een kwaadaardige god vérgaande consequenties voor het denken en doen van mensen die erin geloven. Invloed op onderwijs en 'zending' (vooral in malaria-landen als Afrika). Maar daar gaat het boek van Stenger niet over. Nog een paar afsluitende opmerkingen over het boek van Stenger. Waardevolle en leesbare hoofdstukken vond ik 'Do our values come from God?' en 'The argument from evil'. Twee zaken die hij eerder buiten beschouwing liet. Opvallend in het eerste was de opmerking 'while specific differences can be found, universal norms do seem to exist', waardoor ik weer net even iets anders tegen de problematiek van de Moral Law van Francis Collins aan ben gaan kijken.

Waarom ik geen theologie, maar biologie ben gaan studeren? Het zijn uitspraken van theologen als "God is niet te definiëren" (zie eerdergenoemde kommentaar). Theo-logen hebben zich eeuwenlang beziggehouden met iets wat ze niet kunnen of niet willen definieren. Een andere reden is: "omdat God geen object in onze werkelijkheid is". Dit lijkt wel een atheistisch manifest. Nee, dit is atheisme. "Je legt hier aan geloof maatstaven op, die uit de wetenschap afkomstig zijn." Als je die mening hebt, moet je zeker niet het boek van Stenger lezen, want Stenger vat God als een hypothese op en test die vervolgens met maatstaven die uit de wetenschap afkomstig zijn. Ook hecht Stenger waarde aan falsificatie. Smedes schrijft: "Je falsifieert een theorie of een hypothese, maar niet geloof in God." Wat ik zie als het belang van falsificatie voor de mensheid in het algemeen, is dat het helpt foute begrippen zoals 'heks' te elimineren. Het serieus nemen van dat soort begrippen heeft enorm veel schade aangericht in de geschiedenis van de mensheid. Zelfs een topwetenschapper als Francis Collins slaagt er nog steeds niet in (zwaar onder invloed van theologie) om dat begrip definitief af te schaffen.

Eén van de voorbeelden van wetenschappelijk onderzoek naar bovennatuurlijke verschijnselen is het onderzoek naar het effect van bidden. Omdat Stenger kosmoloog is, gaan een aantal hoofdstukken over fine-tuning en het ontstaan van het heelal en het oncomfortabele universum (uncongenial universe). Dat laatste laat zien hoe onbewoonbaar de rest van het universum is. Nuttig als tegengif tegen fine-tuning, waar hij natuurlijk ook het nodige over te zeggen heeft. Handig is een kort overzicht van de filosofische bewijzen dat god niet kan bestaan en hoe theologen en filosofen daar aan proberen te ontstappen (Stenger is ook hoogleraar in de filosofie).

Ik zou met Stenger willen pleiten voor: definieer helder waarin je gelooft, maak het testbaar, test het, en verwerp het als het niet in overeenstemming is met de werkelijkheid! Doe je dat niet: even goede vrienden, maar verbaas je er dan niet over dat God niet in de wetenschappelijke handboeken terug te vinden is!

Homepage van Victor Stenger

Posted by Gert Korthof at 09:49:57 | Permanent Link | Comments (109) |

Friday, June 08, 2007

Behe's God (1)


"Malaria was intentionally designed. The molecular machinery with which the parasite invades red blood cells is an exquisitely purposeful arrangement of parts. What sort of designer is that? What sort of "fine-tuning" leads to untold human misery? To countless mothers mourning countless children? Did a hateful, malign being make intelligent life in order to torture it? One who relishes cries of pain?
Maybe. Maybe not."
Michael Behe (2007) The Edge of Evolution, p.237.

Michael Behe laat er geen misverstand over bestaan. De malaria parasiet is 'irreducible complex' en dus moet de malaria parasiet volgens zijn eigen logica, zoals hij 10 jaar geleden in Darwin's Black Box heeft betoogd, ontworpen zijn. Een kwestie van logica. Hij gaat de onvermijdelijke vragen niet uit de weg: wat is dit voor een Ontwerper? Maar hij gaat het onvermijdelijk antwoord wel uit de weg: misschien is die Ontwerper wel kwaadaardig, een sadist, maar misschien ook niet.
Het meest schokkende is niet dat Behe zeker weet dat malaria volgens vooropgezet plan ontworpen is, maar dat hij niet precies weet of die Ontwerper wel kwaadaardig genoemd mag worden.

Michael Behe is een wetenschapper en hij is trots op zijn logica. Dat is trouwens een logica die hij 10 jaar geleden zelf heeft uitgevonden: onherleidbare complexe structuren wijzen onherroepelijk op een Ontwerper. Maar, als die logica niet deugt, dan deugt de conclusie van Ontwerper ook niet. Behe twijfelt niet. Ook niet nu malaria ontworpen blijkt te zijn volgens zijn Ontwerpcriterium. Wat je verder ook over het kwaad in de wereld denkt, zegt Behe, één opvatting is absoluut onverdedigbaar, en dat is die van Darwin:

"In a letter to Asa Gray, he wrote: "I cannot persuade myself that a beneficent and omnipotent God would have designedly created the Ichneumonidae with the express intention of their feeding within the living body of caterpillars."
Behe is zo overtuigd van zijn eigen logica dat hij Darwin teerhartigheid verwijt. Hij gaat verder met aanval op Darwin:
"So did Darwin conclude that the designer was not beneficent? Maybe not omnipotent? No. He decided -based on squeamishness- that no designer existed."
Volgens Behe heeft Darwin geconcludeerd - op basis van overgevoeligheid - (inderdaad hij kon niet tegen bloed, daarom brak hij zijn studie medicijnen af) dat God niet bestaat.
Maar Behe kan niet lezen. Dat staat er niet. Darwin schreef (in een brief, niet in The Origin) dat hij zich niet kon voorstellen dat een Algoede en Almachtige God zo iets wreeds zou scheppen. Dat is wat er staat. We weten wel dat Darwin zijn geloof in God opgaf gedurende zijn leven, maar geef dan het correcte citaat. Trouwens, Darwin had God niet nodig om The Origin of Species te verklaren. Darwin refereert gewoon naar de gangbare en eeuwenoude definite van de monotheistische God: Algoed, Almachtig, Alwetend. Die definitie heeft Darwin niet zelf verzonnen. Die hebben theologen er bij ons ingehamerd. Darwin was daar duidelijk in: zo'n God is onverenigbaar met de wreedheid in de schepping. Een kwestie van logica. Als Behe God wil redden, moet hij een andere definitie van God geven. Hij zou bijvoorbeeld 'Algoed' kunnen schrappen. In plaats daarvan komt hij met een -sorry voor het woord- laf antwoord: "Maybe. Maybe not".
Dat Behe Darwin beschuldigt van een ondeugdelijke theologie was eigenlijk te verwachten gezien wat hij schreef als aanbeveling voor Darwin's God van Cornelius Hunter (2001), (een andere beruchte ID-er):
"Biophysicist Cornelius Hunter argues perceptively that the main supporting pole of the Darwinian tent has always been a theological assertion: God wouldn't have done it that way. Rather than demonstrating that evolution is capable of the wonders they attribute to it, Darwinists rely on a man-made version of God to argue that He never would have made life with the particular suite of features we observe."
(het is zeker ook een theologische bewering dat al het leven een gemeenschappelijke afstamming heeft? Wat Darwinisten doen is gewoon voorspellingen doen op basis van de gangbare eigenschappen van God waaronder Algoedheid. Die logica bevalt de ID-ers niet.)

Diezelfde Darwin, die nu door Behe van sentimentaliteit wordt beschuldigd, wordt door velen ook met het 'sociaal Darwinisme' in verband gebracht omdat hij de 'struggle for survival', de strijd om het bestaan op de mens heeft toegepast. Cees Dekker wist het zeker, hij moest er om lachen dat ik dat niet wist: "De link tussen Darwin en Hitler is gewoon een historisch feit".
Laten we de zaak in de juiste historische context zetten:
"Debunking the traditional conceptions of both God and man, thinkers such as Charles Darwin, Karl Marx, and Sigmund Freud portrayed humans not as moral and spiritual beings, but as animals or machines who inhabited a universe ruled by purely impersonal forces ...
The cultural consequences of this triumph of materialism were devastating. Materialists denied the existence of objective moral standards"
(citaat afkomstig uit wiki artikel).
Dit zijn statements uit THE WEDGE STRATEGY document (1998) van het CENTER FOR THE RENEWAL OF SCIENCE & CULTURE, en onderdeel van het Discovery Institute met bekende namen als Johnson, Dembski, Behe, Meyer.
De strijd tegen het materialisme en de vernietigende gevolgen voor de menselijke cultuur duurt nu bijna 10 jaar en tenslotte onthult Michael Behe dat "Malaria was intentionally designed" en "A million people a year, mainly small children, die from malaria." We kunnen er zeker van zijn dat Dembski, Hunter en de anderen van de ID-club Behe's nieuwe boek van te voren gelezen hebben. Ook Dembski onderschrijft in essentie dezelfde opvatting als Behe op de achterflap van Hunter's boek. Behe's God is de God van de ID-club.

Darwinisten zouden een bedreiging zijn voor objectieve morele standaarden. Die morele standaarden zijn afkomstig van God volgens de Intelligent Design voorvechters. Christenen als Cees Dekker en Francis Collins beweren dat de Moral Law van God komt. Diezelfde God heeft malaria met voorbedachte rade ontworpen. Dat vernietigt de moraal: waarom zouden christenen die in die God geloven nog malaria bestrijden? Ze zouden, net zoals sommige mensen in Nederland die HIV verspreiden, malaria moeten bevorderen. Want dat is God's plan met de mensheid op aarde. In plaats van de moraal te funderen, vernietigt Behe's opvatting de goddelijke fundering van de moraal. Hetzelfde geldt voor iedereen die vindt dat God verantwoordelijk is voor het kwaad. Moraal moet buiten God en godsdienst gevonden worden. Er blijft niets anders over.

Er is één triviale reden waarom Behe vast blijft houden aan de claim dat God malaria geschapen heeft. Behe is de ontdekker van onherleidbare complexiteit. Zijn vorige boek ging daarover. Hij is daar beroemd door geworden. Hij is er trots op. Nu blijkt malaria onherleidbaar complex. Hij kan en wil zijn eigen uitvinding niet verwerpen.

Posted by Gert Korthof at 09:07:23 | Permanent Link | Comments (26) |

Saturday, June 02, 2007

Lopen uitgevonden in de bomen? Een kritische beschouwing.

Gastbijdrage Bart Klink

(bewegingstechnoloog en student bewegingswetenschappen aan de VU)

Gert Korthof is in zijn blog van 1 juni behoorlijk gecharmeerd van de hypothese van Thorpe et al. (Science, 1 Jun 2007) die stelt dat bipedalisme (het lopen op twee benen) niet ontstaan is op de grond, zoals over het algemeen gedacht wordt, maar in de bomen. Deze hypothese baseren ze op het feit dat orang-oetans veel tijd bipedaal in de bomen doorbrengen. Tevens lijkt hun manier van bipedalisme meer op dat van mensen dan het bipedalisme van chimpansees. Chimpansees kunnen namelijk door anatomische beperkingen hun benen niet volledig strekken, waardoor ze met gebogen heupen en knieën lopen, wat energetisch niet erg efficiënt is (probeer zelf maar een tijdje zo te lopen!). Hieronder zal ik mijn drie voornaamste punten van kritiek kort uiteenzetten.

Thorpe et al. wijzen er op dat orang-oetans vooral bipedaal lopen op smalle takken waarbij ze hun armen gebruiken ter ondersteuning. Hier ligt mijn eerste probleem: de ondergrond waarop wij lopen is behoorlijk anders dan dunne takken. Dit is tevens te zien aan het verschil in anatomie tussen onze voeten en die van orang-oetans (zie afbeeldingen hieronder). De tenen van orang-oetans zijn erg lang en vrij sterk gekromd, zelfs nog langer en gekromder dan die van chimpansees. Dit is handig als je de tenen gebruikt om dunne takken mee te omklemmen, maar is buitengewoon onhandig om mee op een vlakke ondergrond te lopen, zoals wij doen. Vergelijk dit met het lopen op clownschoenen, die ook nog eens gekromd zijn! Verder hebben orang-oetans (en chimpansees ook) een opponeerbare grote teen (hallux), wat wil zeggen dat ze de hallux tegenover de andere tenen kunnen plaatsen (zoals wij onze duim tegenover onze andere vingers kunnen plaatsen). Ook dit is handig als je over dunne takken loopt, maar minder handig op een vlakke ondergrond. Het lopen op takken en de anatomie die daarvoor nodig is, verschilt dus wezenlijk van het lopen op een vlakke ondergrond en de daarbij horende anatomie. Mijns inziens houden de auteurs hier niet voldoende rekening mee.orangutan en human foot

Een ander punt van kritiek is dat het geen evolutionaire ‘zuinige’ (parsimone) hypothese is. Dit scenario van het verkrijgen van bewegingspatronen van mensapen vereist namelijk meer veranderingen in anatomie dan het gangbare scenario. Zo zouden chimpansees en gorilla’s onafhankelijk van elkaar de kneukelgang (het steunen op de middelste vingerkootjes tijdens het voortbewegen) en de bijbehorende anatomische aanpassingen verkregen hebben. Dit is niet uitgesloten, maar wel onwaarschijnlijk gezien de relatief korte tijd waarin dat gebeurd moet zijn en het behoorlijke aantal anatomische aanpassingen die hiermee gepaard gaan (zie voor een overzicht Richmond et al., 2001 en Kelly, 2001). Tevens is er ook de nodige evidentie dat onze fossiele voorouders net als chimpansees en gorilla’s een kneukelgang hadden (Richmond et al., 2001), wat in strijd is met de hypothese van Thorpe et al. Tot slot is het nog de vraag wat het zegt over onze voorouders dat hedendaagse orang-oetans zich bipedaal in bomen voortbewegen. Het is inderdaad waarschijnlijk dat de eerste aanpassingen aan bipedalisme zijn ontstaan toen onze voorouders nog in het regenwoud leefden, maar dat wil niet zeggen dat ze een vergelijkbaar bewegingspatroon hadden aan dat van hedendaagse orang-oetans. Het zou net zo goed kunnen dat orang-oetans een eigen evolutionaire weg zijn ingeslagen, waarvan hun bipedalisme een uniek verworven eigenschap is.

Samenvattend is het idee van Thorpe et al. een interessante hypothese, maar vooralsnog niet meer dan dat. Het laatste woord is hier zeker nog niet over gezegd!

Referenties:

Richmond, B.G., Begun, D.R., Strait, D.S. (2001) Origin of human bipedalism: The knuckle-walking hypothesis revisited. Am J Phys Anthropol, Suppl 33:70-105.

Kelly, R.E. (2001) Tripedal knuckle-walking: a proposal for the evolution of human locomotion and handedness. J Theor Biol., 213:333-358

Thorpe, S.K., Holder, R.L., Crompton, R.H. (2007) Origin of human bipedalism as an adaptation for locomotion on flexible branches. Science. 316:1328-1331.

http://www.boneclones.com/KO-204.htm

http://www.boneclones.com/replacement-skeletal-hands-and-feet.htm

Posted by Gert Korthof at 15:23:13 | Permanent Link | Comments (24) |

Friday, June 01, 2007

Hoe het lopen is uitgevonden

in bomen lopen

Het lopen op twee benen is niet uitgevonden op de grond, zoals je zou verwachten, maar in de bomen. De voorouders van de mens en mensapen hebben op takken gelopen terwijl ze hun handen gebruikten om zich vast te houden aan de takken boven zich. Ze werden daar 'handig' in. Dit is een originele hypothese over het ontstaan van bipedalisme. De onderzoekers werden geinspireerd door observaties van orangoetans in het wild. Stom dat ik daar zelf niet opgekomen ben. Het ligt zo voor de hand dat ik het zelf had kunnen bedenken. Dit is weer zo'n voorbeeld van pre-adaptatie: vissen die hun vinnen als poten gebruikten om op de bodem van ondiepe dichtbegroeide watertjes te 'lopen'. Onze voorouders hadden niet de bedoeling om ooit op de grond te lopen, maar er was één soort die die eigenschap 'handig' heeft weten uit te buiten: de mens. Laten we zeggen: er is weer een missing link gevonden...

Paul O'Higgins and Sarah Elton (2007) Walking on Trees, Science 1 June 2007

Posted by Gert Korthof at 17:11:11 | Permanent Link | Comments (29) |