Filosoof Elliott Sober over ID

Elliott Sober is een filosoof die zich bezig houdt met 'Philosophy of Biology' en die met name over het 'design argument' schreef. Ook schreef hij met anderen een review van William A. Dembski’s (1998) 'The Design Inference' onder de titel 'How Not to Detect Design'. In het maart 2007 nummer van The Quarterly Review of Biology schrijft hij een lezenswaardig artikel 'What is wrong with Intelligent Design?'.
Volgens Sober onderscheidt Intelligent Design zich van het jonge aarde creationisme (YEC) doordat ze niet claimt dat de aarde 6000 jaar oud is, en dat alle biologische soorten door god geschapen zijn. Sober noemt dit: mini-ID. Mini-ID claimt dat sommige complexe biologische aanpassingen door een Intelligente Designer zijn gemaakt. Een bescheiden claim dus. Hieruit volgt dat de bezwaren tegen YEC niet gelden voor mini-ID. Maar waarom zouden mensen zo'n minimale these eigelijk willen verdedigen? Dit komt omdat ID een Amerikaanse beweging is en mini-ID dan niet in strijd is met de scheiding kerk en staat. Mini-ID zou dan niet religieus zijn en zou geen problemen moeten opleveren op de openbare scholen in de VS.
Een bekend bezwaar tegen dit design argument, al door Darwin verwoord, is dat de designer geen imperfecte oplossingen zou maken. Het bekende voorbeeld van S J Gould: panda's thumb. Dit bezwaar veronderstelt overigens dat het design argument testbaar is. Het antwoord van ID op het Darwinistische bezwaar: je weet niet wat de designer wil. Dit is een in principe juist antwoord, maar het roept nieuwe kritiek op ID op.
Sober verwerpt de bewering dat ID niet falsifieerbaar zou zijn. De uitspraak 'organismen zijn door Intelligente Designer geschapen' is falsifieerbaar, omdat organismen niet zouden kunnen bestaan. [een vreemd en zeer abstract standpunt: het uitgangspunt is al dat organismen bestaan!]. Een beter criterium voor de testbaarheid is hoe een hypothese het doet ten opzichte van een alternatieve verklaring. Vóór Darwin's Origin of Species was dat alternatief 'toevallig ontstaan', en ná 1859 was dat natuurlijke selectie.
Wat zijn verschillende waarnemingen die beide theorien voorspellen? We weten dat complexe organen als ogen bestaan! Dus daar zit het verschil niet. Dus er moet iets toegevoegd worden aan ID ('auxiliary propositions'), iets over specifieke eigenschappen van een oog. Die moeten op onafhankelijke feiten berusten om interessant te zijn, anders is de hypothese bijvoorbaat geconfirmeerd en zijn we geen stap verder gekomen. Onafhankelijkheid betekent dat 1) de aanvullende hypotheses niet op de waarheid van de ID theorie mogen berusten, en 2) niet mag berusten op bekende gegevens over het oog. Deze eis levert problemen op voor ID. We weten gewoon niet wat de doeleinden en capaciteiten van de veronderstelde ontwerper zijn. Merkwaardig genoeg geeft de bekende ID-er Philip Johnson dit toe: 'the designer's motives are "mysterious" (Darwin on Trial, p 67) and "inscrutable".
Is de testbaarheid van ID nog te redden? De nieuwe claim is dat ergens in de causale keten leidend tot 'complexe informatie', zeg op tijdstip t1, een intelligente designer aan het werk is geweest. Wanneer Darwinisten een onherleidbaar complex systeem onderzoeken en vinden dat er een voorstadium voor het systeem op tijdstip t2 bestaat dat gewoon aan de causale wetten voldoet, dan kunnen de aanhangers van ID zeggen dat de ontwerper eerder in de tijd geplaatst moet worden, op t3. Wanneer Darwinisten aangetoond hebben dat op t3 ook natuurlijke oorzaken in het spel zijn, kan de ID-er zeggen dat er op tijdstip t4 een intelligente designer aan het werk is geweest. Conclusie: er is altijd ontsnapping mogelijk.
Een testbare hypothese moet dus niet alleen strijdig zijn met een mogelijke abstracte stand van zaken, maar met een mogelijke waarneming. Bekijk dit voorbeeld: "alle bliksemflitsen komen van Zeus" wordt gefalsifieerd door het bestaan van slechts 1 bliksemflits die niet van Zeus komt. Klopt. Het probleem is echter dat er geen mogelijke directe waarneming is die de eerste of de tweede claim kan weerleggen.
De uitweg voor ID-ers als Michael Behe is dat ze ID construeren als het enige alternatief voor Darwinisme, zodat wanneer Darwinisme faalt in het verklaren van een complexe aanpassing, ID automatisch de juiste verklaring wordt. Maar om ID testbaar te maken, zegt Sober, moet ID zelf specifieke voorspellingen doen. En daar ontbreekt het aan. Tot nu toe is het ID niet gelukt om dermate specifieke voorspellingen te doen over bijvoorbeeld het oog, dat ID zich onderscheid van voorspellingen van het Darwinisme. Dus faalt ID als wetenschappelijk alternatief voor Darwinisme.
De volledige tekst van Sober's artikel is te vinden op de site Talk Reason. Het artikel 'How Not to detect Design' is hier te vinden. De Nederlander Ard Tamminga geeft eveneens een wetenschapsfilosofische beoordeling van de Intelligent Designbeweging op de site met de merkwaardige titel BLIND! (ik was zijn naam of de site niet eerder tegengekomen. Indien men de voorkeur geeft aan het Nederlands is dit een goed alternatief voor Sober).


In de papieren editie van de National Geographic van Februari staat een 5 pagina interview met Francis Collins, de auteur van The Language of God. In de Nederlandse editie kon ik het niet terugvinden. Hij wordt geinterviewd door John Horgan (The End of Science). De eerste vraag is gelijk raak: hoe kun je als wetenschapper in wonderen zoals de opstanding geloven? Collins weet niets beters te antwoorden dan dat hij geen probleem heeft met dat er zo nu en dan wonderen gebeuren. Een non-antwoord. Hij vertelt er wel bij dat hij in zijn praktijk als arts nooit een wonderbaarlijke genezing heeft gezien en ook niet verwacht er een te zien. Op een andere vraag herhaalt hij wat hij al in zijn boek heeft gezegd: 'we ... have been given by God this knowledge of right and wrong, this Moral Law, which I see as a particularly compelling signpost to his existence.' Nog steeds die vaagheid en dubbelzinnigheid. Hoe is dat gegaan? In heilige geschriften of bij wijze van geweten? En hoe is dat in ons geweten terecht gekomen? Op hetzelfde moment als een foetus een ziel krijgt? Of is het geweten erfelijk? Of cultureel overgedragen? En als mensapen dit niet hebben ontvangen, hoeveel miljoen jaar geleden is God begonnen met dit geweten uit te delen? Zeven miljoen jaar geleden? Allemaal vragen waarop we van Collins geen antwoord krijgen. En die zullen er ook niet komen, want zolang Collins het 'bestaan van de Moral Law' als bewijs voor God blijft zien, zal hij wel geen behoefte hebben aan empirisch onderzoek. Schandelijk voor een wetenschapper.


Recent Comments