Sunday, November 25, 2007
Thursday, November 22, 2007
Rationaliteit en Evolutie (3)

5. Universele Waarheid
Toch beschikken we nu over goede redenen om wantrouwend tegenover onze eigen rationaliteit te staan:
(1) als de analyse die ik hierboven gaf waar is, dan is onze rationaliteit niets anders dan een procedé dat 'werkt': het is een product van de evolutie. Onze rationaliteit is beslist niet ontworpen om allerlei subtiele en interessante semantische en metafysische eigenschappen van de werkelijkheid te ontdekken en begrijpen;
(2) de evolutie heeft gebruik gemaakt van eigenschappen die in fysische zin totaal onbelangrijk zijn: dat een object kan worden onderscheiden van een ander object is voor de natuurkundige nauwelijks significant. En dat een steen niet op twee plaatsen tegelijk kan zijn is fysisch onbelangrijk. De evolutie heeft toevallige eigenschappen van middelgrote objecten gebruikt om het brein te ordenen;
(3) logische eigenschappen hebben geen invloed op de fysische werkelijkheid: er bestaan geen logische krachten en er bestaan geen logische deeltjes. Hieruit volgt dat de logische regels de fysische werkelijkheid niet hebben kunnen vormen. Hoe zouden deze regels dat hebben moeten doen als het geen fysische natuurkrachten zijn? als ze geen invloed kunnen uitoefenen op de stoffelijke wereld? En dit betekent dat de fysische werkelijkheid geen logische bouw heeft en afwijkt van onze logische weergave er van;
(4) we kunnen de logische eigenschappen laten verdwijnen (!): als we de kwantificeerbare eigenschappen van objecten laten verdwijnen, als we een kunstmatige wereld construeren die 'fuzzy' is, dan blijft er niet veel over van onze rationaliteit. Als we ons in een wereld begeven waarin alle objecten voortdurend van vorm veranderen en samenvloeien, dan hebben we niets aan onze logische regels (bv. de steen die ik opraap verandert plotseling en zonder reden in een woeste tijger). En hieruit volgt dat de logische regels beslist niet altijd en overal bruikbaar zijn. In een fuzzy wereld kunnen wij onze logische gestructureerde rationaliteit niet gebruiken. Het lijkt dus niet waarschijnlijk dat de werkelijkheid altijd en overal een logische bouw heeft.

Conclusie
Uit deze vier argumenten mogen we de conclusie trekken dat onze rationaliteit niet ontworpen is om de werkelijkheid volledig te beschrijven. Dit hadden we overigens al rechtstreeks, zonder omhaal, uit de evolutietheorie mogen afleiden. Alle organismen (dus ook de mens) hebben een verstand dat slechts bruikbaar is in een bepaalde niche. Ons verstand is slechts geldig in een bepaalde cognitieve niche: alleen dat deel van de werkelijkheid waarin ons coherente en logische verstand bruikbaar is, is bewoonbaar en begrijpelijk voor ons- alleen binnen onze cognitieve niche kunnen wij handelen (Cherniak, 1986; McGinn, 2004). In andere niches zal ons verstand niet 'werken'. Je zou de werkelijkheid, in Kantiaanse zin, kunnen verdelen in een 'menselijke cognitieve niche' en een 'noumenale werkelijkheid'. Aangezien de evolutietheorie een betrouwbare theorie is en aangezien wij de hypothetische universaliteit van onze rationaliteit (dagelijkse logica) met geen enkel deugdelijk argument kunnen onderbouwen, mogen we vaststellen dat wij de werkelijkheid nooit volledig en systematisch zullen kunnen beschrijven.
De religieuze complicaties van deze veronderstelling zijn evident.
Literatuurlijst.
Dit is het derde deel in een serie van 3 artikelen. Deel 1 en 2 verschenen op 20 en 21 nov. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.
Wednesday, November 21, 2007
Rationaliteit en Evolutie (2)

3. Dagelijkse en Formele Rationaliteit
In de literatuur wordt er onderscheid gemaakt tussen twee vormen van rationaliteit (1): dagelijkse en formele rationaliteit. De dagelijkse rationaliteit is de rationaliteit waar ik hierboven over geschreven heb, en die wij gebruiken om onze biologische doelen te vervullen; formele rationaliteit is de logica die men bestudeert in de faculteit der wiskunde. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat er een verband is tussen de dagelijkse en de formele rationaliteit. De formele rationaliteit is waarschijnlijk afgeleid van de dagelijkse rationaliteit. Formele rationaliteit heeft betrekking op ideale objecten. Ideale objecten zijn mentale objecten die per definitie kwantificeerbaar zijn: de vorm, waarde of hoeveelheid van dergelijke objecten zijn onveranderlijk en essentieel. Een getal is een duidelijk voorbeeld van een ideaal kwantificeerbaar object: hoe vaak men een getal ook deelt, er is altijd sprake van een exacte en essentiële waarde. Een driehoek is altijd exact te onderscheiden van andere objecten door de vorm. Hetzelfde geldt voor alle mathematische objecten. Hoogstwaarschijnlijk heeft het brein de capaciteit om abstracte objecten te construeren slechts en slechts alleen op basis van hun kwantificeerbare eigenschappen (omtrek, vorm) (Feigensen, 2007). De objecten in het dagelijkse leven daarentegen zijn niet altijd even duidelijk te onderscheiden van elkaar en de omgeving: het visuele systeem is voortdurend bezig om de gewone zintuiglijke indrukken te interpreteren en te duiden (Ramachandran 2003, 2007; Churchland, 2007).
4. Verklaringen
Als het brein inderdaad een logische structuur of bouw heeft, dan kan men in ieder geval drie vraagstukken verklaren. Allereerst kan men verklaren waarom wij niet in staat zijn om helder na te denken over de 'wet van non-contradictie' (Putnam, 1983):
'(the laws of logic) are presupposed by so much of the activity of argument itself that it is no wonder that we cannot envisage their being overthrown (...) by rational argument'.Dit is Putnam's 'centrality' argument. Wie nadenkt over de 'wet van non-contradictie' lijkt in cirkelredeneringen te blijven steken. Maar dit spreekt voor zich als men zich realiseert dat de logica deel uitmaakt van de architectuur van het brein. Men heeft het logisch geconstrueerde brein immers nodig om na te denken over het logisch geconstrueerde brein (!). De 'dagelijkse' logische regels maken in letterlijke zin deel uit van het mechanisme waarmee wij denken. Ten tweede verklaart dit waarom wij zo'n moeite hebben met het verwerken van 'onduidelijke (fuzzy)' data. De logische bouw van de hersenen is ontstaan door objecten duidelijk van elkaar te onderscheiden- door de kwantificeerbare eigenschappen van objecten te benadrukken. In een ideale wereld, een mathematische wereld waarin alle objecten wel onderscheiden en duidelijk telbaar zijn, kan men geen contradictie construeren. Wie de voorbeelden bestudeert die Priest aandraagt om te bewijzen dat het wél mogelijk is om echte contradicties te construeren, die ziet dat al deze voorbeelden berusten op onduidelijkheden, spitsvondigheden en het laten vervloeien van de werkelijkheid (Priest, 2006). Objecten die samenvloeien en onduidelijk zijn, verliezen hun 'telbaarheid'. En objecten die niet telbaar zijn, verliezen per definitie de logische eigenschappen die zo kenmerkend zijn voor telbare objecten. Ten derde zou dit kunnen verklaren waarom wij denken dat de logische regels altijd waar zijn. Omdat onze hersenen een logische bouw hebben, ligt het voor de hand dat wij menen deze logische bouw in de wereld terug te zien. Wij speuren in de wereld naar duidelijke, middelgrote objecten die telbaar zijn (Churchland, 2007). Het is voor ons belangrijk dat wij zo snel mogelijk weten wat we zien en hoe we ons moeten gedragen. Dat de werkelijkheid wellicht helemaal niet zo telbaar en eenvoudig is, is voor ons gedrag van geen belang. Wij hebben geleerd om slechts rekening te houden met middelgrote kwantificeerbare objecten (hele tijgers zijn gevaarlijk, een tijger van 34% is niet gevaarlijk).
(1) Tversky & Kahneman 1993; Cherniak 1988; Chater et al. 2003; Chater & Oaksford 2000; Gabbay 2001; Evans and Over 1996; Harman, 1976, 1995). Deze verschillende vormen van rationaliteit luisteren naar verschillende namen: 'human reasoning' vs. 'classical reasoning' (Chater et al., 2003), 'minimal rationality' vs. 'formal logic' (Cherniak, 1988), 'personal' vs. 'normative rationality' (Evans, 2002), 'everyday vs. formal rationality' (Chater & Oaksford, 2003), 'theoretical vs. practical rationality' (Harman, 1976, 1995) .
Literatuurlijst.
Dit is het tweede in een serie van 3 artikelen. Deel 1 verscheen 20 nov, deel 3 verschijnt 22 nov. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.
Beelden: Annemarie Petri, beeldend kunstenaar. Ik heb deze beelden gekozen omdat ze zo treffend de onlogische, incoherente wereld uitbeelden en bovendien geïnspireerd zijn door de biologische wereld (GK).
Tuesday, November 20, 2007
Rationaliteit en Evolutie (1)
1. Rationaliteit
Wij zijn een product van de evolutie: daarom ligt het voor de hand dat ook onze rationaliteit een product is van de evolutie (Sterelny, 2003; Cosmides & Tooby, 1987; Buller, 2006; Dennet, 1995). De logische wetten vormen het hart van onze rationaliteit. De logische wetten die de basis vormen van het rationele denken moeten daarom niet beschouwd worden als formele, abstracte wetten, maar als praktische regels die onmisbaar zijn bij het vervullen van biologische doelen. Dat logisch denken verband houdt met het feit dat wij een lichaam hebben en dat wij ons adequaat moeten kunnen gedragen in de wereld, is beslist geen nieuwe gedachte: ze is reeds uitgewerkt door de Amerikaanse pragmatisten John Dewey en William James (Johnson, 2007).
Als onze bedoelingen, wensen en gedachten géén logische structuur hebben, dan is het moeilijk te begrijpen hoe wij een ingewikkelde handeling zoals het werpen van een steen naar een prooidier, in de juiste volgorde kunnen uitvoeren. Een worp moet tot in de details gepland worden (Calvin, 2004). Bovendien is het van levensbelang dat het brein alleen maar coherente instructies kan afleiden uit de beschikbare kennisbank(en). Immers, als er gevaar dreigt, kan verkeerde instructie of onduidelijke informatie, de aanleiding zijn van verkeerd (fataal) handelen. Het is belangrijk dat het brein er van doordrongen is dat het lichaam, zeker als er gevaar dreigt, nooit meer dan één handeling tegelijkertijd kan uitvoeren. Wij kunnen niet naar links én rechts vluchten, ook al constateert het brein dat beide vluchtwegen in aanmerking komen. Ook kunnen wij slechts één doel tegelijk vervullen. Een aap die niet beseft dat het de zware mango moet laten vallen teneinde snel te kunnen vluchten, brengt zichzelf in gevaar: het dier probeert twee doelen te vervullen, het wil (1) het voedsel behouden en het wil (2) vluchten. Hoe desastreus een incoherente set instructies kan zijn, demonstreerden de Duitse bewakers in de tweede wereldoorlog: men griste de pet van het hoofd van een gevangene en wierp deze op het gras. Nu was de gevangene ten dode opgeschreven, want het was verboden blootshoofds te gaan én het was verboden om op het gras te lopen. Een uitzichtloze situatie.
Beslissingen over ons gedrag zijn afhankelijk van de kennis waarover we beschikken: "Evidence from behavioral studies suggests that planning is influenced by a large array of visual and cognitive information, whereas control is influenced solely by the spatial characteristics of the target, including such things as its size, shape, orientation, and so forth." (Glover, 2004). Om verkeerde beslissingen te vermijden hebben onze kennisbanken en ons wereldbeeld daarom een logische en coherente structuur (Thagard, 2000). Hoe minder samenhangend daarentegen onze kennis en ons wereldbeeld zou zijn, hoe groter de kans op verkeerde beslissingen en handelingen.
Onze hersenen zijn zeer ingewikkeld: ze vervullen honderden functies. Al deze functies moeten op elkaar worden afgestemd. Het nemen van een beslissing is dan ook een ingewikkelde gebeurtenis, waarbij de hersenen voortdurend in de weer zijn met het tegen elkaar afwegen van verschillende zaken. Ook hierbij is een logische structuur wenselijk en zelfs noodzakelijk. De hersenen moeten alle verschillende processen in de juiste volgorde afhandelen.
Evolutie is een systematisch proces dat wezens aanpast -zo lang het duurt- aan hun omgeving. De ijsbeer heeft een witte, dikke vacht en mooie, brede 'sneeuwschoenen'. Ook het brein van de mens is een systematische aanpassing aan zijn omgeving: een coherent brein is beter in staat om (biologisch) adequaat gedrag te produceren.
2. Evolutionaire Oplossingen
De evolutie zoekt altijd naar oplossingen die 'werken' (en dit is de manier waarop de evolutie haar oplossingen ontdekt). Hoe heeft de evolutie de regels van de logica gevonden?
Wij leven in een wereld van kwantificeerbare objecten: stenen, bomen, bergen, meren, enz. Ook ons eigen lichaam is een middelgroot en kwantificeerbaar object. Kwantificeerbare objecten verhouden zich op een bepaalde manier tot elkaar: stenen, bergen, bomen, huizen, enz., kunnen niet op meerdere plaatsen tegelijk zijn, en evenmin kunnen meerdere stenen één en dezelfde plaats innemen. Dit zijn logische eigenschappen (!). Deze eigenschappen worden beschreven door de (formele) logische regels: een steen kan niet tegelijkertijd geen steen zijn, en een steen kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn, enz.
Mijn veronderstelling is dat deze eenvoudige regels, die fysisch nauwelijks van belang zijn (de natuurwetten zijn daarentegen wel van belang), in de loop van de evolutie door ons brein gebruikt zijn om onze denkbeelden en dergelijke systematisch te ordenen. Door eenvoudigweg denkbeelden en doelen en handelingen te beschouwen als kwantificeerbare objecten, kan het brein de regels die voor alle kwantificeerbare objecten gelden gebruiken om zichzelf te ordenen. Op deze wijze kan het brein het lichaam behoeden voor fatale fouten zoals het tegelijkertijd vervullen van meerdere doelen, het niet in de juiste volgorde uitvoeren van ingewikkelde handelingen en het aanleggen van incoherente kennisbanken of het creëren van een incoherent wereldbeeld. Deze regels hebben direct hun weerslag op het gedrag: niet logisch geordend gedrag is nadeliger dan gedrag dat wel logisch geordend is. En dit verklaart hoe de evolutie heeft kunnen 'zien' dat logische regels 'werken'.
Het brein moet dus (1) concepten en handelingen en doelen duidelijk van elkaar onderscheiden (intentionele objecten moeten kwantificeerbaar zijn) en (2) alle mentale objecten behandelen als gewone kwantificeerbare objecten. Dat ons brein mentale objecten is gaan zien en behandelen als kwantificeerbare objecten, vindt zijn oorsprong in de werking van onze visuele waarneming. Ons visuele systeem is ontvankelijk voor o.a. de kwantificeerbare eigenschappen van voorwerpen, zoals omtrek en vorm (Glover, 2004). Dit zijn de eigenschappen die een object onderscheiden van andere objecten. Omtrek en vorm maken objecten kwantificeerbaar. Als men denkbeelden eenmaal beschouwt als objecten die duidelijk van elkaar onderscheiden zijn, kan het brein deze telbare objecten vervolgens manipuleren volgens de logische regels. Er bestaat bovendien een duidelijk verband tussen de visuele waarneming en rationaliteit: het blijkt in de praktijk moeilijk om aan te geven waar 'waarnemen' overgaat in 'denken': "(...) the border between perceptual and cognitive processes may be hard (...) to establish" (Tversky, 2004). Ook het feit dat nadenken over de wereld bestaat uit het bewerken van mentale modellen, sluit hier bij aan (Johnson-Laird, 2004). En wellicht beschikken mensen over een aangeboren mechanisme voor het bepalen en/of creëren van eenheden (tellen): zo lijken kinderen op universele wijze tijd, ruimte en hoeveelheid te kwantificeren (Feigensen, 2007). Hieruit mogen we concluderen dat logisch denken samenhangt met of zelfs voortkomt uit het waarnemen en het onderscheiden van kwantificeerbare middelgrote objecten. Tellen en onderscheid maken zit ons in het bloed.
Zodra twee objecten duidelijk van elkaar kunnen worden onderscheiden, weten we ook hoe we ze coherent met elkaar kunnen combineren. Objecten die de dezelfde 'plaats' innemen (lees: op hetzelfde tijdstip werkzaam zijn of die eenzelfde functie vervullen, enz.) moeten verschillend gewaardeerd worden (Thagard, 2000; Damasio, 1994). Door waardeschalen aan te leggen, of een bepaalde volgorde te veranderen, kunnen 'botsingen' (inconsistentie) tussen dergelijke mentale objecten of functies worden vermeden. Op deze manier kan het brein haar functies en doelen en toekomstige handelingen logisch ordenen. En zo verkrijgt het brein een logische en coherente structuur.
Noot: dit is het eerste in een serie van 3 artikelen. Deel 2 verschijnt woensdag, deel 3 donderdag. Jan Riemersma is filosoof en docent maatschappijleer.
Literatuur: staat op deze pagina.
Beelden: Annemarie Petri, beeldend kunstenaar. Ik heb deze beelden gekozen omdat ze zo treffend de onlogische, incoherente wereld uitbeelden en geinspireerd zijn door de biologische wereld.
Monday, November 19, 2007
American Scientist
De American Scientist is een tweemaandelijks populair wetenschappelijke tijdschrift dat -te zien aan het volumenummer- al 95 jaar bestaat, maar niet zo bekend is als zijn concurrent, het maandelijks verschijnende Scientific American. Het blad is ook in Nederland los verkrijgbaar -niet overal- en is goedkoper dan zijn behoorlijk prijzige concurrent. Ik vind de boekbesprekingen in AS altijd de moeite waard en beter dan die van de SA. In het November-December nummer staat een artikel over een bijzonder onorthodoxe hypothese om opvallende mismatches tussen volwassen dier en larve van vele marine organismen te verklaren. Het is geschreven door marine bioloog Donald Williamson met als titel The Origins of Larvae. De naam Williamson kende ik al van een boek met dezelfde titel dat hij over het onderwerp geschreven heeft. Het was veel te duur om aan te schaffen, maar nu beschrijft hij zijn theorie in een 9 pagina lang artikel. Hij is tot zijn buitengewone theorie gekomen doordat hij veel organismen tegenkwam waarvan de larven helemaal niet lijken te passen bij het volwassen dier. Zo heeft de zeester die in de Noordzee voorkomt een larve die nog het meest lijkt op een wormpje. Een stervormig volwassen dier met een tweezijdig-symmetrische larve: dat lijken wel verschillende soorten. Zijn revolutionaire theorie houdt in dat er sprake moet zijn geweest van een hybridisering van twee totaal verschillende soorten. De larve is a.h.w. door kruising overgebracht van de ene naar de andere soort. Deze hybridisatie heeft volgens Williamson zelfs tussen verschillende genera en zelfs phyla plaatsgevonden. Dit gaat absoluut verder dan wat er ooit aan hybridisatie of horizontal gene transfer in de natuur is aangetroffen. Dat maakt de theorie natuurlijk revolutionair. Het probleem is niet dat hij een amateur is, want hij heeft in de vakliteratuur gepubliceerd. Ook zijn waarnemingen opzich worden niet verworpen door collega wetenschappers, alhoewel de vraag blijft of zijn waarnemingen zo'n buitengewone verklaring rechtvaardigen. Daar komt bij dat je wel een specialist moet zijn om een goed overzicht te hebben van de verspreding van larve-vormen in het dierenrijk. Hèt grote probleem zit in het mechanisme dat hij voorstelt: hybridisatie van zeer verschillende soorten. Anderen hebben al gewezen op fysiologische obstakels bij een bevruchting over soortgrenzen heen. Vanuit cytogenetisch oogpunt kan ik ook nog een aantal fundamentele bezwaren opsommen die hij in het artikel helemaal niet noemt (misschien in zijn boek). Zelfs als zou de bevructhing gelukt zijn, dan beginnen er gelijk al problemen met de allereerste celdeling omdat de chromosomen geen paren kunnen vormen. Dan kom je niet verder en stopt de verdere ontwikkeling. Hij noemt allerlei niet-relevante zaken die hem helemaal niet helpen om zijn theorie plausibel te maken. Gould's theorie van punctuated equilibrium zal hem niet helpen, Horizontal Gene Transfer zal hem niet echt helpen, endosymbiosis zal hem niet helpen, etc etc. Ik denk dat de definitieve test en eventuele falsificatie op uitgebreid DNA onderzoek zal moeten wachten. Dat zal tijdrovend en kostbaar zijn, maar ik zie geen andere oplossing. Het blijft spannend om dergelijke on-orthodoxe onderzoekers tegen te komen die zich toch aan de spelregels van de wetenschap willen houden.Behalve dit artikel staan er nog een paar leesbare artikelen in het huidige nummer, zoals 'The other evolution wars' van David Kaiser (hoe creationisten na biologie nu ook fysica en kosmologie aan het herschrijven zijn), 'Breeding better buildings' (evolutionaire algoritmes inzetten om betere gebouwen te ontwerpen), thermodynamica en het ontstaan van leven. En niet te vergeten de boekbesprekingen onder andere: George Levine's 'Darwin Loves You'*); David Sloan Wilson 'Evolution for everyone'; Paul Barrett 'Glorified dinosaurs. The origin and early evolution of birds'; Nowak 'Evolutionary Dynamics'. Duidelijk veel uitgebreider dan de karige boekbesprekingen in SA!. Als ik tijd heb, kom ik er nog op terug!
*) op 29 maart heb ik dit boek besproken op evolutie.blog.com .
Friday, November 16, 2007
Dekker publiceert geen ID-theorie in Nature
De brief waarop ik reageer verscheen in het Ublad 8 nov. Wat ik toen nog niet wist is de religieuze achtergrond van Bodlaender:Evolutietheorie (3)
Het Ublad van 8 november honoreerde het recht op meningsuiting van informaticus Hans Bodlaender door een brief te publiceren die totaal geen hout snijdt. Bodlaender schrijft: "Vrijheid van meningsuiting gaat echter ook op voor wetenschappelijke theorie‘n". Natuurlijk heb je de vrijheid te zeggen, te schrijven en in een boek te publiceren, dat een wetenschappelijke theorie fout is. En natuurlijk heb je de vrijheid dat met ondeugdelijke argumenten te ondersteunen. Maar gelukkig worden er geen wetenschappelijke paradigma' s omver geworpen door wetenschappers die menen dat het heersende paradigma fout is, maar door wetenschappers die aantonen waarom het fout is en die met een paradigma komen dat door solide data ondersteund wordt.Bodlaender schrijft dat "Boeken als 'Schitterend ongeluk' of 'Sporen van ontwerp' laten zien dat er wel degelijk een wetenschappelijke casus te maken is voor theorie‘n over het ontstaan van de verschillende soorten waarbij sprake is van een Schepper." Het is Bodlaender kennelijk ontgaan dat 'een wetenschappelijke casus' primair in vaktijdschriften zoals Nature en Science gemaakt wordt. Het is onthullend dat Cees Dekker, de redacteur van de twee genoemde boeken, wel degelijk de weg naar Nature weet te vinden - hij heeft 14 publicaties in Nature op zijn naam staan - maar kennelijk niet in staat is een Intelligent Design publicatie in Nature gepubliceerd te krijgen. Hoe komt dat? Waarom besteedt de drukbezette Dekker zijn kostbare tijd aan Nederlandstalige populaire boeken in plaats van aan internationale vaktijdschriften? De opmerking van Bodlaender dat "Die discussie zou toch door wetenschappers met wetenschappelijke argumenten moeten worden gevoerd" keert zich zodoende op verpletterende wijze tegen hemzelf.
Gert Korthof, bioloog
I believe that this world and the rest of the universe was created by God.
die ik zojuist vond op een pagina Religious belief of Hans Bodlaender. Dit laat weinig te raden over. Als je uit nieuwsgierigheid door de pagina's bladert zie je al heel snel dat hij net zo gelovig is als Cees Dekker. Als dát je startpositie is, wordt het wel erg moeilijk om onafhankelijk, onpartijdig, neutraal, objectief of onbevooroordeeld de evolutietheorie of Intelligent Design te beoordelen.Een ander punt van kritiek is, dat al door Gerdien de Jong is opgemerkt op dit blog, dat er in de twee boeken van Cees Dekker helemaal geen 'wetenschappelijke casus voor theorieën over het ontstaan van de verschillende soorten waarbij sprake is van een Schepper' wordt gemaakt. Die boeken gaan niet over soortvorming. Nog een laatste punt over evolutie als 'een onbespreekbare waarheid'. Als je een alternatieve theorie over biologische soortvorming hebt dan publiceer je die in de wetenschappelijke tijdschriften. En alternatieve theoriën zijn er genoeg, zoals op mijn WDW-site blijkt. Een aantal verscheen ook in de wetenschappelijke vakliteratuur (zo onbespreekbaar is soortvorming!). Dat is de manier waarop we in dit land met ideeën van anderen moeten omgaan, Hans!
Monday, November 12, 2007
Twee atheïstische theologen

In het boekje Ongekend Nieuwsgierig (onder redactie van Bart Voorsluis, Uitgeverij Meinema, 2005) komt een hoofdstuk voor van de theoloog Taede Smedes. Het is een kort (15 pagina's) en helder hoofdstuk. Het behandelt de relatie wetenschap en godsdienst. Maar eigenlijk gaat het over het bestaan van God. Dat is op dit moment weer actueel door het boek 'Geloven in een God die niet bestaat' van de atheistische dominee Klaas Hendrikse. Ik denk dat Klaas Hendrikse en Taede Smedes niet veel verschillen. Ze gebruiken andere woorden om hetzelfde te zeggen. Smedes stelt herhaaldelijk -in steeds iets andere bewoordingen- dat God niet bestaat zoals dingen in onze wereld bestaan. Hendrikse stelt dat God niet bestaat zoals een appeltaart bestaat. Smedes drukt het wat wetenschappelijker uit: het is een categoriefout om te zeggen dat God een causale factor binnen onze empirisische werkelijkheid is. God is géén onderdeel van de wereld. God is géén object dat invloed uitoefent. Smedes geeft een prachtig voorbeeld van een categoriefout: vragen wat de kleur van de evenaar is. Aangezien de evenaar niet letterlijk een band rond de aarde is, maar een menselijke theoretische constructie, is het stellen van die vraag een categoriefout. In normaal Nederlands: die vraag is onzinnig. In feite zegt Hendrikse ook dat het een categoriefout is om op dezelfde manier te spreken over het bestaan van een appeltaart als over het bestaan van God. Dus concludeert Hendrikse terecht: 'God bestaat niet'. De theoloog Smedes zou op grond van zijn eigen evenaar-categoriefout niet mogen zeggen dat God bestaat. De evenaar is immers geen fysiek object zoals oceanen en continenten. Dus zou Smedes moeten concluderen 'God bestaat niet'. Twee atheïstische theologen.
Thursday, November 08, 2007
Amerikaanse theologen citeren Nederlands bioloog
Naschrift: Google zit raar in elkaar. Als ik zoek op 'swinburne korthof' dan vindt google 5 pagina's met resultaten, bijna allemaal relevant, maar het betreffende review zit er niet bij!
- Met dank aan de filosooof Jan Riemersma voor het checken van het review op blunders.
Tuesday, November 06, 2007
Natuur Foto Galerie (6)


Omstandigheden: lange sluitertijden, opnames uit de hand, bewegingsonscherpte, flits uitgezet,
bewolkt weer. Géén Photoshop nabewerking!
(Olympus-FE-240. 04-11-07)

Herfst impressie
Friday, November 02, 2007
Een nieuwe kijk op de mens, altruisme en oorlog

Altruisme, het helpen van leden van de groep ten koste van jezelf, is vanouds een probleem voor het Darwinisme. Immers alles wat het aantal nakomelingen verlaagt is evolutionair nadelig. Altruisten zullen steeds minder nakomelingen hebben, degenen die geholpen worden steeds meer. Totdat er geen altruisten meer over zijn. Altruisten zouden op den duur dus moeten uitsterven. Toch zou altruisme algemeen voorkomen bij de mens.
Een deel van het altruisme probleem is opgelost door 'kin selection' (verwanten helpen). Hoewel een sucesvolle doorbraak heeft het zijn beperkingen. De beperking blijkt als je je afvraagt, hoe het helpen van niet-familie in de eigen groep wordt verklaard. Om dat te verklaren is de theorie van 'reciprocal altruism' (wederzijdse hulp) voorgesteld. Het helpen van niet-familie in de groep op basis van 'als ik jou nu help, verwacht ik dat jij mij in de toekomst helpt'. De 'reciprocal altruism' verklaring is weer een aanvulling op Darwinisme + 'kin selection'.
Maar ook deze combinatie laat nog een belangrijk en opvallend gedrag buiten beschouwing. Een belangrijk en interessant onderzoek in Science van 26 Oktober heeft daarop op gewezen. En dat is jezelf opofferen door vreemdelingen te bestrijden: 'parochial altruism'. Een voorbeeld is het leger (militairen). Als je vreemdelingen bestrijdt, dan profiteert de hele groep ervan. Dat is méér dan alleen familieleden, en méér dan personen waar je ooit een wederdienst van kan verwachten. Ze kennen jou niet en jij kent ze niet. Dus, een bij mensen veel voorkomend gedrag kon niet worden verklaard door Darwinisme + kin selection + reciprocal altruism.
Jung-Kyoo Choi en Samuel Bowles hebben nu dus een derde uitbreiding van het Darwinisme voorgesteld. De computersimulaties van deze twee onderzoekers tonen aan dat dat de combinatie van altruisme-binnen-de-groep en agressie tegen mensen buiten de groep evolutionair kan ontstaan en voordelig kan zijn. Dus twee gedragingen die opzichzelf nadelig zijn, kunnen in combinatie voordelig zijn. Met name bij voedselschaartste en conflicten over de schaarse hulpbronnen, kunnen er groepen ontstaan met zelfopofferende individuen. De groep met de meeste 'altruistische soldaten' zal het winnen. Het voordelig effect zit dus op het niveau van de groep, en niet op het individuele niveau.
Historsiche data wijzen erop dat het onbetrouwbare klimaat gedurende 125.000 - 10.000 jaar geleden, voor perioden van voedselschaarste heeft gezorgd en voor veel conflicten tussen groepen. De onderzoekers hebben geprobeerd deze situatie te simuleren.
Een paar aannames en definitie's:Conclusie: de recente uitbreiding van de Darwinistisch verklaring van altruisme gaat verder dan de vorige twee en voorspelt dat in menselijke samenlevingen zelfopoffering ten behoeve van de eigen groep en gericht op het bestrijden van andere groepen die dezelfde schaarse voedselbronnen claimen, een grote kans heeft te evolueren. Het laat zien waarom menselijk gedrag zo sterk bepaald wordt door het feit of iemand wel of niet lid van de groep is. Met andere woorden: waarom de bereidheid, ja zelfs enthousiasme om oorlog te voeren zo diep verankert in onze genen lijkt te liggen. Tenslotte zeggen de auteurs nog "Whether this account is plausible is an empirical question". Klopt, want het gaat hier over een computermodel.
In de computermodellen werden vier type mensen gedefinieerd:
1. oorlogzuchtige altruisten (PA=Parochial Altruists)
2. vredelievende altruisten (TA=Tolerant Altruists)
3. vreemdelinghatende egoisten (PN=Parochial+Nonaltruists)
4. vredelievende egoisten (TN=Tolerant+Nonaltruists).
Verder werd er vanuit gegaan dat dat altruisme (of gebrek daaraan) en
vreemdelinghaat (of gebrek daaraan) twee genetisch onafhankelijke eigenschappen zijn.
Groepen met de meeste oorlogzuchtige altruisten hebben de grootste kans om te winnen.
En zo worden er nog een aantal 'spelregels' in het artikel genoemd.
De altruisme-verwantenselectie discussie van Woudenberg is gedateerd: kin selection is meer dan 40 jaar oud! Nu is het dus niet meer adequaat om je te beperken tot kin selection, omdat er aanvullende mechanismen zijn ontwikkeld!
Wat mij betreft werpt dit onderzoek ook licht op het feit waarom religieuze groepen elkaar het licht in de ogen niet gunnen: andere kerken behoren immers niet tot de eigen groep. Andere kerken zijn concurrenten, omdat ze hetzelfde doel nastreven: zoveel mogelijk leden werven en aanspraak maken op de enige ware leer. Daarom is het niet toevallig dat kerken mensen uit elkaar drijft in plaats van verenigt. Hetzelfde geldt voor voetbalclubs. Pleisotcene emoties komen boven. Scheidslijnen lopen niet volgens theisme-atheisme, maar dwars door het monotheïsme heen. Gereformeerden, hervormden, katholieken plus onderverdelingen, gedragen zich volgens de Darwinistische principes van Choi en Bowles. Dat is: 'ingroup altruisme + outgroup hostility'. De auteurs gebruiken onthullend genoeg het woord 'parochial' (parochiaal!). Als je niet bij onze groep hoort, dan ben je de vijand. Ook zefmoordaanslagen zijn verklaarbaar in deze context. Natuurlijk bestonden er geen 'gergems' in het Pleistoceen! De kerken, net als militairen en ander groeperingen, hebben echter héél goed begrepen hoe ze met indoctrinatie Pleistocene emoties kunnen exploiteren. Dat is de culturele laag bovenop de biologische laag. Recentelijk zag ik op TV een Amerikaanse soldaat die het niet treffender onder woorden kon brengen: "Mijn geloof in God, de liefde voor mijn familie en voor mijn land, houdt me op de been".
Kortom: Choi en Bowles hebben een belangrijke nieuwe ontwikkeling voor het verklaren van de vele vormen van menselijk altruisme in gang gezet.
-De illustratie is afkomstig uit de 25th anniversary edition van Edward O. Wilson (2000) Sociobiology, pag 107 en toont de verschillende niveaus van selectie. Dat laatste is van belang in het besproken onderzoek.
-Jung-Kyoo Choi and Samuel Bowles (2007) 'The Coevolution of Parochial Altruism and War', Science, 26 October 2007.
-Holly Arrow (2007) 'The Sharp End of Altruism', dit is een erg nuttig begeleidend kommentaar in Science.





Recent Comments