Monday, January 29, 2007

Waarom Evolutie Religie niet uitsluit

gastbijdrage Jan Riemersma

Inleiding

Voor de goede orde: dit is een filosofisch opstel over evolutie en religie. Ik zal dan ook niet doen alsof mijn beweringen de kracht hebben van een empirisch bewijs.

1. Een definitie en wat losse opmerkingen- Ik ben een darwinist in die zin, dat ik nooit op het idee gekomen bent dat je geen darwinist kunt zijn. In mijn vaders boekenkast stond een boek over de evolutie, en onze favoriete foto was die van Darwins' werkkamer: deze werkkamer kan dienen als bewijs voor de waarheid van de theorie. Zó behoort de werkkamer van een geleerde er uit te zien. Later heb ik geleerd dat religie en evolutie elkaar niet verdragen. En Darwin, nooit uit op overhaaste conclusies, neigde er toe, na langdurig wikken en wegen, het atheïsme aan te hangen.

Hoe belangrijk het darwinisme is besef je als je Dennetts' boek Darwins Dangerous Idea leest: de evolutie is een allesdoordringend zuur. Alle vakgebieden zijn schatplichtig aan de evolutietheorie. Mocht een uitspraak strijdig zijn met de evolutietheorie, dan kan hij niet worden aanvaard. De evolutietheorie is de best geconfirmeerde theorie waarover wij beschikken. Het bewijs is overweldigend.- Ik zal deze gedachte iets formeler opschrijven:

Darwinregel =def. als binnen twee of meer vakgebieden (theorieën), waaronder ook de evolutieleer, strijdige uitspraken worden gedaan, is de uitspraak uit de evolutieleer bij voorkeur waar.

Deze regel drukt eigenlijk uit dat alle menselijke eigenschappen en producten (dus ook onze wetenschappelijke theorieën) moeten kunnen worden genaturaliseerd. Van sommen uitrekenen tot het naar binnen werken van een boterham: alle menselijke handelingen en vermogens hebben een natuurlijke geschiedenis. Niets komt zomaar uit de lucht vallen.

Het volgende uitgangspunt is dat de mens de maat is van alle dingen: signalen waarvan het bestaan niet kan worden vastgesteld, omdat het oog en het oor zelfs met behulp van de meest ingewikkelde instrumenten en machines dit signaal niet kunnen opvangen en verwerken, kunnen niet worden aangevoerd als een bewijs voor of tegen een bepaalde overtuiging. En uitspraken waarvan de betekenis ons ontgaat kunnen niet dienen als bouwstenen voor een theorie of overtuiging. Dit heet methodologisch naturalisme: als wij niet kunnen beschikken over een betrouwbare methode om kennis te verwerven, dan betekent dit dat wij -letterlijk- op de grenzen van ons kunnen gestuit zijn.

2. Aanpassing

Alle wezens op aarde zijn aangepast aan hun omgeving. Deze aanpassing is zo ver doorgevoerd, dat het evenwicht tussen omgeving en organisme in sommige gevallen zelfs delicaat te noemen is. De vis: in het water een wonder, op de wal een hulpeloos bundeltje schubben. De aanpassing is zo goed 'doordacht', dat organismen een éénheid vormen van verstand (cognitie), lichaam (soma, emotie) en handeling (motoriek). Hoe doorwrocht deze samenhang is, blijkt o.a. uit de moeilijkheden die men in de Artificiele Intelligentie ondervindt bij het bouwen van robots: de mens is niet na te bootsen. Een mens is niet slechts een verstand dat met een paar draden vastzit aan een lichaam, nee, een mens is een 'epistemische machine' die alles wat het ziet en hoort onmiddellijk kan vertalen in adequaat gedrag: een bepaalde lichtval op de retina wordt onmiddellijk -zonder nadenken- vertaald in een korte draaiende beweging van de heup en het overhalen van de trekker. In zekere zin zijn mensen ontworpen voor de jacht en de sport, activiteiten waar onze soort dan ook veel genoegen aan kan beleven.

De gedachte dat de mens een wezen is dat aangepast is aan een bepaalde omgeving, is niet gewaagd. De Darwinregel zegt zelfs dat we hier niet aan mogen twijfelen.

Hoe ver gaat zo'n aanpassing? En wat is precies een omgeving? -Een aanpassing gaat heel ver: het geniale van het mechanisme achter de evolutie is nu juist dat het, in simpele, begrijpelijke, niet al te grote stappen, ieder aspect van een organisme aanpast aan de omgeving. Alle aspecten van de mens, cognitie, soma en motoriek worden voortdurend 'bijgewerkt'.

Een omgeving bestaat niet alleen uit het aantal vierkante meters dat men bewoont (voor de mens bijna de gehele aarde), maar ook uit de cognitieve ruimte die men inneemt: de cognitieve ruimte is de hoeveelheid kennis die men nodig heeft om adequaat te kunnen handelen in een omgeving. Als de natuurlijke omgeving erg afwijkt van de oorspronkelijke omgeving, maar de cognitieve ruimte wordt niet groter, dan kan een organisme zich vanzelfsprekend niet 'adequaat' gedragen. -Neem de egel: nu zijn omgeving verandert -doorsneden met wegen- is voor hem de snelste oplossing een vergroting van de cognitieve ruimte; zodat het beestje 'snapt' dat het, bij het naderen van een auto, juist niet moet stilzitten en de stekels opzetten (dat is een zekere dood), maar dat hij even aan de kant moet stappen. In zijn geval is het voldoende als alleen de cognitieve ruimte groeit: hij hoeft zich fysiek niet aan te passen, de poten om mee weg te lopen heeft hij al.

Bij geen enkel creatuur zien wij dat de cognitieve ruimte zó groot is, dat het zich kan handhaven in alle mogelijke omgevingen. Alhoewel: zouden wij zelf niet de uitzondering op de regel zijn? De cognitieve ruimte van de mens is wel erg groot (!): wij kunnen ons handhaven onder water, in de lucht, op de maan en wellicht op mars. Soms ontstaat bij ons de gedachte dat onze cognitieve ruimte zó groot is, dat wij ons in iedere omgeving zullen kunnen handhaven. Wij lijken te geloven dat onze cognitieve ruimte een universele omvang heeft.

We hebben hier geen bewijs voor. Sterker nog, dit vermoeden is natuurlijk strijdig met de Darwinregel. Het is zelfs de vraag of het zinvol is om te spreken over: een wezen dat zich heeft aangepast aan de universele omgeving(!) Nou is dat geen fundamenteel bezwaar, want onze hersenen zouden een exaptation kunnen zijn.- Toeval, maar wel mooi meegenomen.

Toch lijkt dit niet waarschijnlijk. Ook is het gemakkelijk om een tegenvoorbeeld te verzinnen. In een virtuele wereld die op onze wereld lijkt, zal de mens zich vast en zeker wel handhaven. Maar als we vervolgens de omstandigheden zo aanpassen, dat de virtuele karakteristieken krijgt die behoorlijk afwijken van onze oorspronkelijke omstandigheden, dan blijkt onze cognitieve ruimte in niet universeel te zijn. In een wereld waarin een tak plotseling verandert in een tijger, de weg opeens uit een stroperige kleverige bovenlaag blijkt te bestaan, veranderen wij in hulpeloze wezens. Onze cognitieve ruimte past alleen bij een omgeving die niet al te veel afwijkt van de onze. Een erg vreemde omgeving toont onomstotelijk de grenzen aan van onze cognitieve ruimte.

Als de evolutietheorie waar is, dan mogen we ook het volgende verwachten: kennis die veel betrekking heeft op onze natuurlijke omgeving is gemakkelijker te begrijpen dan kennis die geen betrekking heeft op onze natuurlijke omgeving. Deze veronderstelling lijkt hout te snijden: wie de geschiedenis van de fysica bekijkt, ziet dat de nieuwere theorieën, in onze ogen, steeds 'ongewoner' zijn (tegen-intuitief). Toch worden deze nieuwe theorieën keurig op de oude theorieën gestapeld. Het oude blijft behouden: onze kennis wordt uitgebreid, niet ingrijpend veranderd. Echter, hoe meer we te weten komen, hoe moeilijker het lijkt om te begrijpen wat er wordt bedoeld. -Dat onze kennis steeds minder 'intuïtief' lijkt is geheel in overeenstemming met Darwins idee dat de cognitie van een mens is aangepast aan een bepaalde omgeving. We kunnen aan de hand van Darwins theorie voorspellen dat iedere nieuwe theorie, naarmate deze meer feiten verklaard, steeds minder vanzelfsprekend zal zijn.

3. Cognitieve 'zinsbegoocheling'

De grote truc van de natuur is dat de aanpassing zo vlekkeloos is, dat men eigenlijk niet eens weet hoe perfect, hoe naadloos, de aanpassing is. De mate waarin de natuur ons heeft aangepast is zo meesterlijk, de eenheid tussen verstand, emotie en motoriek zo buitengewoon doorwrocht, dat wij sluipenderwijs voorbijgaan aan onze tekortkomingen. We zijn immers niet gemaakt om dingen niet op te merken! Desondanks hoef je bij de meeste wetenschappers, ook al verdedigen ze de evolutie te vuur en te zwaard, niet aan te komen met de mededeling dat uit de Darwinregel rechtstreeks volgt dat onze kennis niet universeel is. Alsof men gelooft dat wij de kroon op de schepping zijn.

Natuurlijk: i. als de werkelijkheid eindig is, en ii. als de werkelijkheid uniform is, dan zou men misschien mogen veronderstellen dat onze cognitieve ruimte universeel is. Maar zelfs dan zou op een goede dag het universum kunnen veranderen. En wie kan een evolutionaire verklaring geven voor ons universele cognitie? Ik geloof eerder dat deze gedachte strijdig is met de evolutie. Het vraagt in ieder geval om een bewijs: zijn er inderdaad uitspraken die aantoonbaar universeel geldig zijn? En: is het niet buitengewoon toevallig dat wij de grootst mogelijke -de universele!- cognitieve ruimte bewonen? En: hebben wij het recht om te veronderstellen dat de werkelijkheid eindig is (let wel: je aanpassen aan een oneindig grote werkelijkheid is onmogelijk). En: als kennis een uitvinding van de evolutie is, een aanpassing aan de omgeving, heeft het dan überhaupt zin om kennis te abstraheren van de omgeving? Bestaat er zoiets als 'abstracte universele' kennis? (Is dat niet zoiets als een stuk gereedschap ontwerpen waarmee je alle bestaande apparaten kunt repareren?)

Maar, zoals gezegd, onze aanpassing is zo perfect, dat wij ons niet kunnen indenken dat er buiten onze cognitieve ruimte nog iets anders kan bestaan- en als er iets bestaat, vooruit dan, maar dan is het vast van geen enkel belang (dit wordt ons ingegeven door het methodologisch naturalisme). De natuur heeft haar werk zo goed gedaan, dat wij volkomen samenvallen met hoe wij te handelen hebben, en met onze noden en behoeften. Zo goed is onze aanpassing, dat wij ons niet kunnen indenken dat ons verstand niet het meest volledige en bestwerkende instrument in het universum is. De natuur heeft ons zo goed aangepast, dat er sprake is van een cognitieve zinsbegoocheling. Voor mensen is er geen beter en perfecter instrument denkbaar dan onze cognitie.
En toch: de beste theorie die wij hebben, schrijft voor dat cognitie is aangepast aan het gebruik dat je er van moet maken in een bepaalde omgeving. Een verstand, de hersenen, zijn bedoeld om adequaat te handelen in je omgeving: en alle cognitieve taken die we daarbij nog kunnen verrichten zijn mooi meegenomen, evenals muziek maken en zingen, maar er kan eenvoudigweg niet uit volgen dat wij, als door een wonder, aan de kracht van de evolutie zijn ontkomen en opeens nagenoeg alwetend zijn.
Juist het absurde idee, dat wij zouden zijn ontkomen aan de handen van de natuur, dat de Darwinregel niet geldt voor ons, is het bewijs voor de sluwe, stille kracht waarmee de natuur te werk gaat: dat ik zelfs aan zijn verstand een universele, allesomvattende denkkracht toeken. Net zoals dat ik me geen mooiere muziek kan voorstellen dan die gemaakt is door mensen. De aanpassing van de natuur gaat diep en reikt ver: mensen vinden mensen mooi (zelden slaagt een penguin als fotomodel), hun stem prachtig, hun muziek hemels en perfect, en hun verstandelijke verrichtingen indrukwekkend. Toch is dit een vorm van cognitieve dissociatie. De natuur houdt mij voor de gek; de natuur laat mij in de waan dat ik de natuur ben overstegen.

4. De universele regels van de logica

Alle wetenschappers hebben hun eigen heilige huisjes. De snelheid van het licht is absoluut, al het leven is gevormd (behalve klaarblijkelijk ons verstand) door aanpassing,- en de filosofen hebben 'de universele regels van de logica'. De tegenspraak is een logische regel. Hij drukt uit dat een figuur niet 'cirkel en driehoek tegelijkertijd' kan zijn. De tafel kan niet wit én zwart zijn. En de wijzer van de klok kan niet links- én rechtsom draaien.
De filosoof meent dat deze regel altijd geldt. En daarmee is deze regel een voorbeeld van een universeel geldige uitspraak.


Deze logische regel geldt daarmee als het bewijs voor de stelling dat onze cognitieve ruimte wel 'universeel' van omvang is! De Amerikaans-Friese filosoof Plantinga heeft deze universele 'kracht' van de logica gebruikt om te laten zien dat de Darwinregel onwaar is. De logica lijkt daarmee zelfs te gelden als hét bewijs voor de stelling dat mensen de uitzondering op de regel zijn: de cognitieve ruimte van alle wezens is aangepast aan een bijzondere leefgebied, behalve dat van de mens. De cognitieve vermogens van de mens zijn aangepast aan het universum- en meer dan het universum is er niet. De mens is daarmee, in zekere zin, alwetend. Erg uitzonderlijk, als je er over nadenkt, maar de logische regels heten heilig te zijn en ze worden beschouwd als het summum van waarheid. De logische regels zijn zo waar, dat de Darwinregel moet vervallen.
De vraag is nu: is het echt waar dat de logische regels altijd waar zijn? Hebben de logische regels inderdaad een soort 'universele' kracht?

Daar is wel wat tegen in te brengen. Allereerst: A. krachtens de evolutietheorie is alles door aanpassing ontstaan; maar dan hebben wij het recht om de logische regels te beschouwen als aanpassingen; en hieruit volgt dat er wellicht omstandigheden zijn, waarin deze regels niet van kracht zijn; de Darwinregel kan niet zomaar worden afgeschaft(!) B. als waarheid uiteindelijk bepaald wordt door uitspraken te vergelijken met de logische wetten, zijn er dan misschien ook logische wetten waarmee je de waarheid van deze logische wetten kunt meten (vergelijk: hoe meet je de zuiverheid van de zuivere meter?); het antwoord is 'nee'(!) C. het is mogelijk om tegenvoorbeelden te geven: wie een hoop zand verdeelt over een wit en een zwart vlak, gebruikt niet de logische regels, maar het oog en het oor, om de waarheid van de volgende bewering vast te stellen: 'de hoop zand ligt en op het witte en op het zwarte vlak'- dit is feitelijk een tegenspraak; D. in de moderne natuurkunde blijkt de klassieke logica niet altijd bruikbaar te zijn- sindsdien zijn logici bezig om de regels van de logica aan te passen: zo universeel zijn ze dan ook weer niet; E. wij menen dat de logische regels altijd waar zijn, omdat wij ons niet kunnen indenken -voorstellen- dat ze onwaar zijn; maar dat is precies wat je mag verwachten bij een wezen dat aangepast is aan de omstandigheden: net zo min als je je kunt voorstellen hoe het is om je in een donkere ruimte te bewegen met behulp van echolocatie, kun je je voorstellen dat de regels van de logica onwaar zijn; F. als je gewoon foutloos redeneert, krijg je soms toch een tegenstelling: hoe is dat eigenlijk mogelijk als de wereld een universele, logische structuur heeft? Er lijken ware tegenstellingen te kunnen bestaan.

Logici veronderstellen het volgende: als je, in een logische som, een tegenstelling kunt afleiden, dan mag je vervolgens alles, zelfs het meest absurde, veronderstellen. Het volgende is dus een geldige redenering: De tafel is wit, de tafel is zwart DUS varkens kunnen vliegen. -Een absurde conclusie. Maar een tegenstelling is dan ook een heel erg absurd 'object'(!)

Natuurlijk denken logici nu niet echt dat varkens kunnen vliegen. Nee, ze willen hier mee eigenlijk zeggen dat als de logica niet meer klopt, dat wij, mensen, dan wel kunnen inpakken. Daarmee vervalt onze laatste zekerheid. Als er iets is waar ik op moet kunnen bouwen, dan toch wel de gedachte dat een driehoek niet tegelijkertijd een cirkel kan zijn! Als we deze zekerheid overboord zetten, dan is alles -zelfs het ondenkbare- mogelijk.

Nu hebben we een logisch(!) probleem: uit de evolutie volgt dat we geen enkele reden hebben om te veronderstellen dat de logische regels universeel waar zijn; maar de logische regels, kunnen niet onwaar zijn: want als de geldigheid van de logische regels vervalt, dan zijn we radeloos (en reddeloos verloren). -Het antwoord is echter eenvoudig: we verdelen nu de werkelijkheid gewoon in een gebied waarin de logische regels wel gelden en in een gebied waarin deze regels niet gelden. En vervolgens concluderen we: onze cognitieve ruimte wordt precies gemarkeerd door de logische regels. De ruimte waarbinnen deze regels gelden, is het gebied waar wij voor zijn aangepast; de ruimte waar deze regels niet langer gelden, is een gebied waar wij niet voor zijn aangepast. En een dergelijke begrenzing is ook precies wat je mag verwachten als de evolutietheorie waar is (en als je niet gelooft dat wij het bedoelde hoogtepunt van de schepping zijn).

5. Toch een bovennatuurlijke wereld?

Wij zijn dus geen alwetende bewoners van deze werkelijkheid, maar goed aangepaste wezens met een beperkt verstand. We mogen, als het bovenstaande klopt, veronderstellen dat de werkelijkheid zo rijk is dat er 'ondenkbare' objecten bestaan. Een soort 'bovennatuurlijke' werkelijkheid. -Deze term is slecht gekozen: feitelijk bedoel ik er een 'buitennatuurlijke werkelijkheid' mee.

Is dit een absurde conclusie? Nee, feitelijk heeft deze kijk op de werkelijkheid een aantal grote voordelen. En welbeschouwd is een 'bovennatuurlijke wereld' erg vanzelfsprekend: je kunt nu een beschrijving van de werkelijkheid geven waarbij je een aantal van je oude problemen oplost. A. Zoals de vroegere mens dacht dat de platte aarde in het niets hangt, zo hebben wij -schijnbaar- gedacht dat de werkelijkheid zich, zijnde van één en dezelfde orde, uitstrekt tot in het oneindige; of, dat deze, zomaar is ontstaan in tijd en ruimte. Eigenlijk een voorstelling van zaken die nogal merkwaardig is. Dat men slechts een onderdeel is van een veel grotere werkelijkheid, een werkelijkheid die voor een deel buiten ons cognitieve gezichtsveld ligt, is volgens mij een veel plausibeler wereldbeeld. B. Het maakt dat wij veel beter passen bij de bestaande natuurlijke orde: een voorstelling van zaken waarbij wij alwetend zijn en absolute en universele uitspraken kunnen doen, is feitelijk absurd en in ieder geval strijdig met de Darwinregel. C. Het verklaart waarom religie zo'n krachtig fenomeen is: feitelijk hebben aanhangers van religies gelijk, de werkelijkheid is groter dan wij op het eerste gezicht kunnen merken; en als zich 'iets' bevindt in de bovennatuurlijke ruimte, dan is dat waarschijnlijk een bijzonder intellect, want bij het begrijpen en hanteren van (niet logische) regels heeft men ten minste een bepaald -bizar soort- intellect nodig. Dit wereldbeeld maakt het mogelijk om realist te zijn met betrekking tot het bestaan van God. (Hier liggen wel wat theologische problemen op de loer, maar het voordeel is dat het binnen dit wereldbeeld tenminste weer zeer zinvol is om theologie te bedrijven) Mensen hebben wellicht een bepaald zintuig (?) waarmee men intuïtieve gedachten kan hebben over abstracte objecten (die vast en zeker kunnen bestaan, althans, als de evolutietheorie betrouwbaar is). God is een dergelijk abstract object: en mensen hebben wellicht intuïtief altijd geweten dat hij moet bestaan.

6. Besluit

Darwin is de grootste wetenschapper die ooit geleefd heeft. Misschien duurt het nog wel honderden jaren voordat wij ten volle beseffen hoe rijk deze theorie is en hoe verstrekkend haar gevolgen zijn. Een wonder van eenvoud, maar een onbevattelijke kracht!

Posted by Gert Korthof at 10:59:35 | Permanent Link | Comments (38) |

Sunday, January 28, 2007

Promovendus van Dekker weerlegt Intelligent Design

In de Nature van donderdag 25 januari staat een belangrijk artikel van fysicus Sander Tans over stapsgewijze evolutie van eiwitten en naar aanleiding daarvan interviewde de NRC van zaterdag 27 januari Tans. Het aardige is dat Sander Tans 10 jaar geleden bij Cees Dekker promoveerde, maar nu in een belangrijk overzichtsartikel in het gezaghebbende Nature Intelligent Design weerlegt!

Het probleem dat Sander Tans nu voor een groot deel heeft opgelost is hoe evolutie het voor elkaar krijgt de vele mutatiestappen die nodig zijn om een verbeterde of nieuwe enzymfunctie te bereiken uit te voeren zonder in vele valkuilen te lopen. Het probleem is dat een verbetering altijd verder weg ligt dan één enkele mutatiestap, een sprong van 2 of meer mutatiestappen verboden is en evolutie niet weet in welke richting ze het moet zoeken. Extra lastig is het als er ontzettend veel mogelijkheden zijn, zodat de kans klein is de goede richting te vinden. Ook is het 'verboden' stappen te zetten die nadelig zijn (fitness verlagend zijn). De opgave is een serie opeenvolgende mutatiestappen te vinden die individueel een kleine verbetering opleveren tot de grote klapper bereikt is. Onderzoek heeft het landschap van alle mogelijke mutatiestappen van concrete eiwitten in kaart gebracht en daaruit bleek dat de vorm van het landschap evolutie vaak de juiste richting op stuurt. Ook is gebleken dat een mutatie die in één opzicht nadelig is, in een ander opzicht weer voordelig kan zijn. Daar kan evolutie gebruik van maken om de 'verboden' stappen te zetten.

Het is intrigerend om te bedenken dat Darwin van deze moleculaire problemen en oplossingen totaal geen idee had. Hij kon alleen maar hopen dat toekomstige generatie's biologen dit zouden oplossen. Toch had Darwin in zijn tijd voldoende redenen om aan te nemen dat natuurlijke selectie het op de één of andere manier voor elkaar kreeg. Die redenen bestonden uit een combinatie van waarnemingen en logische gevolgtrekkingen daaruit. Achteraf bleek dat Darwin gelijk had. Maar het had fout kunnen aflopen. En nog steeds zijn niet alle problemen opgelost en zullen er in de toekomst nieuwe problemen opduiken en zullen we oplossingen vinden waarvan we nu nog geen flauw idee hebben.

Een deel van deze problematiek wordt geschetst in mijn Behe review.

Posted by Gert Korthof at 11:57:50 | Permanent Link | Comments (132) |

Piet Borst bespreekt Francis Collins

In de NRC van zaterdag 27 januari bespreekt Piet Borst het boek 'The Language of God' ('De Taal van God') van Francis Collins.  Ik citeer: "dit is een handig boek voor christenen die nog worstelen met de discrepantie tussen Bijbel en Darwin. Vanuit zijn geloof weerlegt Collins de tegenwerpingen tegen evolutie veel effectiever dan een atheïst dat ooit zou kunnen doen." Borst bedoelt hier Collins als wetenschapper, die toevallig christelijk is. Dat was ook de opvatting die ik in mijn Collins review verkondigde. In Amerikaanse anti-creationisme kringen werd er minachtend over Collins gesproken, maar ze vergaten wat Borst en ik duidelijk zagen: als een christelijk wetenschapper uitlegt wat de bewijzen voor evolutie zijn, dan zal dat overtuigender overkomen op gelovigen, ook al gebruiken ze dezelfde gegevens. Het zou niet zo moeten zijn, want de gegevens zijn hetzelfde. Ik denk zelfs dat het een christelijk wetenschapper als Cees Dekker een duw in de goede richting heeft gegeven, hoewel hij het in het openbaar nog maar aarzelend laat blijken en hij als wetenschapper toch aan de data genoeg zou moeten hebben. Over de verdediging van het geloof door Collins is Borst erg negatief, en over de morele wet zegt Borst ook, net als ik in mijn review, dat Collins Frans de Waal had moeten lezen. Die tip had ik al een jaar geleden van Borst gekregen en ik ben blij dat ik hem opgevolgd heb, want De aap in ons laat overduidelijk zien waar de leemte in de kennis bij Collins zit.
Posted by Gert Korthof at 10:22:16 | Permanent Link | Comments (4) |

Saturday, January 27, 2007

Evolutie is een soort schepping

Na een nachtje slapen, besefte ik dat er iets aan de hand is met het woordje 'soort' in het verhaal van Cees Dekker in mijn blog van gisteren. Hij zei: 'duidt op een soort levensboom en een soort evolutie van dat leven'. Geen enkele bioloog zal zeggen: ja, de gegevens duiden op 'een soort evolutie'. Biologen zeggen: de gegevens duiden op evolutie en de Tree of Life. Klaar. Dat Dekker 'een soort evolutie' zegt is intrigerend. In het Nederlands komt het voor in uitdrukkingen als: neuriën is een soort zingen met de mond dicht, sneeuw is een soort regen met bevroren regeldruppels, een onderzeeër is een soort schip dat onderwater kan varen, een zweefvliegtuig is een soort vliegtuig maar zonder motor, een boekenbon is een soort geld waar je alleen boeken mee kunt kopen, een podcast is eigenlijk een soort radio-uitzending, God is eigenlijk een soort superman, de hersenen zijn een soort computer, een blog is een soort digitaal dagboek. Het wijst er allemaal op dat hetgene dat je wilt beschrijven niet echt hetzelfde is als waarmee je het vergelijkt, maar net even anders is. Dus als Dekker de gegevens ziet, die voor biologen ondubbelzinnig evolutie betekenen, dan zegt hij het is een soort evolutieIs het dan geen echte evolutie? Kan het soms betekenen dat hij bedoelt: het is evolutie maar het wordt bijgestuurd door God? En daarom is het geen echte evolutie? Dat zou heel goed kunnen. Hij heeft het boek van de theistische evolutionist Francis Collins gelezen, waarvan hij heeft gezegd dat het een boek is dat hijzelf geschreven had willen hebben. Dus: Evolutie is een soort Schepping, want evolutie schept soorten. Maar ook: Schepping is een soort Evolutie met afstandsbesturing. Simon zei gisteren: 'Een uitspraak van Dekker wordt door zowel wetenschappers als door gelovigen tot op de komma geanalyseerd'. En nu weer een taalkundige-psychologische analyse! Ik denk dat het een soort fascinatie is voor wat het geloof doet met een intelligent wetenschapper zoals Cees Dekker...
Posted by Gert Korthof at 10:54:27 | Permanent Link | Comments (6) |

Friday, January 26, 2007

The God Question?

Een nieuw review van de bekende schrijver Michael Shermer van Dawkins' God Delusion in de Science van vandaag. Shermer is redacteur van het Skeptic magazine. Een leuk citaat:

When I received the bound galleys for The God Delusion, I cringed at the title, wishing it were more neutral (why not, say, The God Question?). As I read the book, I found myself wincing at Dawkins's references to religious people as "faith-heads," as being less intelligent, poor at reasoning, or even deluded, and to religious moderates as enablers of terrorism. I shudder because I have religious friends and colleagues who do not fit these descriptors, and I empathize at the pain such pejorative appellations cause them. In addition, I am not convinced by Dawkins's argument that without religion there would be "no suicide bombers, no 9/11, no 7/7, no Crusades, no witch-hunts, no Gunpowder Plot, no Indian partition, no Israeli/Palestinian wars, no Serb/Croat/Muslim massacres, no persecution of Jews as 'Christ-killers,' no Northern Ireland 'troubles'…." In my opinion, many of these events--and others often attributed solely to religion by atheists--were less religiously motivated than politically driven, or at the very least involved religion in the service of political hegemony.

Voor de rest een positief review.
Posted by Gert Korthof at 13:31:40 | Permanent Link | Comments (1) |

Wat Dekker werkelijk gezegd heeft

Wat Cees Dekker feitelijk gezegd heeft op 5 september 2006 in de KNAW lezing te Amsterdam is nu te controleren op de DVD die de KNAW heeft uitgegeven en die van zeer goede kwaliteit is:

Laten we duidelijk zijn. Ik denk dat evolutie heeft plaatsgevonden in de geschiedenis van het leven over miljoenen jaren. Daar is voor mij geen vraag over. Als ik kijk naar de biologie zoals professor Menken heeft laten zien: een eenheid in de natuur, de biochemische moleculaire natuur duidt op een soort levensboom en een soort evolutie van dat leven. Maar dat wil niet zeggen dat er geen vragen zijn. (4:46)

Het lijkt erop dat Dekker hier Common Descent of de gemeenschappelijke afstamming van al het leven accepteert, maar hij zegt het zó vaag en kort dat een argeloze toehoorder het makkelijk kan missen en er zeker niet uit op kan maken of Dekker nu bedoelt dat hij micro- én macro-evolutie accepteert (een hot issue onder creationisten en ID-ers), of dat hij accepteert dat de mens en chimpansee 7 miljoen jaar geleden gemeenschappelijke voorouders hebben gehad (een hot issue voor gelovigen), en of er uitzonderingen op dit schema mogelijk zijn zoals de katholieke kerk dat doet (alleen lichaam is ge-evolueerd, ziel is geschapen) of zoals Francis Collins dat doet (kennis van goed en kwaad heeft bovennatuurlijke oorsprong) of zoals Michael Behe het doet (accepteert ook Common Descent maar introduceert bovennatuurlijke injectie van 'irreducible complexity'). Dekker houdt zich dus op de vlakte. Bovennatuurlijk ingrijpen is een schending van de natuurwetenschappelijke methode en is dus een belangrijk punt om helderheid over te verschaffen. Later zegt Dekker dat er over het begrip 'evolutie' verwarring bestaat en dat een deel van die verwarring is te herleiden tot het feit dat 'evolutie' meervoudige betekenis heeft. Ja! Als hijzelf nu eens duidelijkheid verschafte! Later zegt Dekker in de context van een christelijk mensbeeld:

Continuïteit van primaten sluit geen doel uit met één soort daarvan. (18:39)

Dit komt het dichtst in de buurt van gemeenschappelijke afstamming van de mens. Maar je moet als een detective te werk gaan om het eruit te halen. Wat ook opvalt aan het vorige citaat is de directe koppeling met de vele interessante wetenschappelijke vragen die er nog zijn over technische detail kwesties. Waarom? Brengt hem dat weer aan het twijfelen over de zojuist aarzelend geaccepteerde Common Descent?

Posted by Gert Korthof at 09:33:27 | Permanent Link | Comments (3) |

Thursday, January 25, 2007

Christendom en het ontstaan van de natuurwetenschap

gastbijdrage Gerdien de Jong

Juleon Schins schrijft : “Van alle mogelijke culturen die onze aardbol heeft gekend is de enige cultuur die de natuurwetenschap (in de zin van de kwantitatieve beschrijving van fenomenen) heeft uitgevonden een 100% christelijke cultuur.” “ (..) In geen enkele andere cultuur is ooit het idee gerijpt om een wiskundige beschrijving te geven van fysische verschijnselen” (blog 15 januari ).

De bovenstaande bewering van Schins suggereert een oorzakelijk en direct verband. Als twee zaken min of meer in dezelfde tijd of op dezelfde plaats voorkomen is geen voldoende reden om tot oorzaak en gevolg te besluiten

De natuurwetenschap is minimaal 500 jaar voor Christus uitgevonden: door Grieken, met enige hulp van Babyloniers en Egyptenaren. Eratosthenes (276 BC - 194 BC) berekende de omtrek van de aarde. Aristarchus (310 BC - c. 230 BC) veronderstelde dat de planeten om de zon draaiden. Ptolemaeus (c. 90 – c. 168 AD) plaatste weliswaar de aarde in het middelpunt, maar het gaat wel degelijk om kwantitatieve beschrijvingen van fenomenen. Ali Ben Isa en Chalid Ben Abdulmelik berekenden in 827 de omtrek van de aarde. Wanneer berekende de eerste Christen in West-Europa de omtrek van de aarde?
Misschien liep de Hellenistische wetenschappelijke cultuur al terug onder het Romeinse rijk, maar het Christendom heeft de Hellenistische wetenschap niet gekoesterd. De Arabieren hebben de Griekse erfenis bewaard. Pas vanaf de Renaissance komt de natuurwetenschap op, en dan meer in protestantse gebieden dan in gebieden overheerst door de contra-reformatie. Niet zozeer omdat protestantisme een leer heeft die natuurwetenschap bevordert, maar omdat in de protestante gebieden de staat in de praktijk toestond dat mensen voor zichzelf dachten. Zoals ook uit de Arabische wetenschapsgeschiedenis blijkt: natuurwetenschap is alleen mogelijk samen met vrijheid van denken, en niet samen met religieuze overheersing.
Dat de natuurwetenschap kon opkomen met de Renaissance hield ook verband met de grote voortgang van de techniek op het eind van de Middeleeuwen. Een wiskundige beschrijving van fysische verschijnselen is alleen mogelijk als er apparatuur voor metingen bestaat. De vraag is dus om te beginnen of de Grieken meetinstrumenten kenden die nauwkeurig genoeg waren om een kwantitatieve fysika op te baseren.

Deze post was eerder gepubliceerd als kommentaar (24 Jan). Reacties daarop: 4, 5, 6.

Posted by Gert Korthof at 08:27:27 | Permanent Link | Comments (5) |

Wednesday, January 24, 2007

Dogma en Wetenschap: op herhaling

gastbijdrage Gerdien de Jong

Eén van de allermoeilijkste dingen is vat te krijgen op gegevens of discussie in een andere wetenschap zonder dat je de daarvoor benodigde achtergrondkennis hebt. Dit speelt kennelijk ook Juleon Schins parten: hij begrijpt niet wat de argumentatie tegen monogenese is, omdat hij de biologie niet begrijpt. Dus ik zal het nog eens toelichten.

Afstammingslijnen van genen.

Eerst de biologie:

Het uitgangspunt is dat elk mens 46 chromosomen in elke celkern heeft. Bij mannen gaat het om 22 paar zogenoemde autosomen, een X-chromosoom en een Y-chromosoom. Elke man krijgt 22 autosomen en het Y-chromosoom van zijn vader, en 22 autosomen en een X chromosoom van zijn moeder. Vrouwen krijgen 22 autosomen en een X-chromosoom van hun vader, en 22 autosomen en een X-chromosoom van hun moeder. Op de chromosomen bevinden zich een 25 000 genen en nog wat verder identificeerbaar DNA. Daarnaast krijgt iedereen mitochondriën van zijn moeder. Alleen vrouwen geven mitochondriën door. De chromosomen erven onafhankelijk van elkaar over, en de mitochondriën erven onafhankelijk van de chromosomen over. Dus, u heeft uw mitochondriën van uw moeders moeder, en uw Y chromosoom van uw vaders vader, maar uw vier grootouders hebben precies dezelfde claim op uw autosomale kerngenen. De 22 autosomen die een man van zijn vader krijgt komen niet bij voorkeur in een zoon terecht. De zoon krijgt de chromosomen van zijn vaders moeder en zijn vaders vader met gelijke kans, en de chromosomen van zijn moeders moeder en van zijn moeders vader met gelijke kans. De chromosomen wisselen ook nog paternale en maternale genen uit.

Terug in de tijd:
Iedereen heeft 2 ouders, 4 grootouders, ..210=1024 voorouders 10 generaties terug en 220=1048576 voorouders 20 generaties terug. Precies 1 van deze 1048576 personen is de vrouw van wie u uw mitochondriën heeft - nl de afstammingslijn vrouw - (vrouw)18 -vrouw.

Er is precies 1 van deze 1048576 personen van wie u uw Y-chromosoon heeft, nl de afstammingslijn man - (man)18-man.
Al uw andere genen stammen af van een gen ergens in deze 1048576 personen, via een of ander pad, bv vrouw-vrouw-vrouw-man-man-vrouw-man (etc). Als u weet dat de generatie 20 overgrootmoeder van wie uw mitochondriën komen Pietje was, weet u verder niets over uw voorouders voor uw andere genen.

Nu andersom:
Stel dat er ooit (26)3=17576 vrouwen in een populatie waren, geheten AAA, AAB tot en met ZZY, ZZZ.
De mitochondriale afstammingslijn van elke vrouw met alleen zonen eindigt - dat is een kwart elke generatie bij twee kinderen per vrouw. Op den duur blijft er één afstammingslijn voor mitochondriën over: per ongeluk die van de vrouw EVA. EVA had een kans daarop van 1 op 17576 gezien vanuit haar generatie.
Als er 17576 vrouwen in een populatie zijn, zijn er (ongeveer) evenveel mannen. Elk autosomaal gen komt in tweevoud in elke vrouw voor, en elk autosomaal gen komt in tweevoud in elke man voor. Het aantal exemplaren mitochondriale lijnen waarmee we begonnen is 17576; het aantal exemplaren van elk autosomaal gen is 4*17576=70304. Sommige vrouwen hebben geen kinderen, sommige mannen hebben geen kinderen, en ooit blijft van elk gen één afstammingslijn over. Het duurt natuurlijk langer voor genen dan voor mitochondrien voordat er maar één afstammingslijn over is, want er zijn vier keer zoveel afstammingslijnen om te beginnen. Iedere afstammingslijn heeft dezelfde kans om ooit als enige te eindigen, en de ooit enig overblijvende afstammingslijn voor het gen acid phosphatase bv komt uit het maternale chromosoom van man XYZ. De 25000 of zo genen doen dit (min of meer) onafhankelijk van elkaar. Een groot aantal van de 17576 vrouwen en 17576 mannen ziet tenslotte ergens één van hun genen vertegenwoordigd in een verre nakomeling. De hele populatie draagt op dezelfde manier bij aan de kerngenen van de huidige generatie.

De genen in de chromosomen van EVA hebben geen enkele bevoorrechte positie. Elk van haar autosomale genen is een van de 1 op 70304 exemplaren en heeft een kans 1 op 70304 tenslotte over te blijven. De kennis dat de mitochondriale afstammingslijn afkomstig is van EVA geeft geen voorspelling over afkomst van de afstammingslijnen van de genen in de celkern.

Nu weer monogenese.
Monogenese wordt in hoofdstuk 15 van het boek Worm gedefinieerd als "de geboorte uit één ouderpaar" (blz 304/305). Schins noemt in zijn reactie de definitie in Wikipedia: " In the 19th century, the term monogenesis was used to refer to the theory, supported by traditional interpretations of the Bible, that human beings all descended from a single recent pair of ancestors". Verder schrijft hij in zijn reactie: "Het katholieke dogma stelt slechts (i) dat het gehele huidige mensengeslacht door pure inteelt (excusez-moi le mot) uit Adam en Eva voortkomt en (ii) dat Adam en Eva jonger zijn dan de laatste gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee."
Schins schrijft in Worm, blz 305:
"De natuurwetenschappelijke consequentie van het dogma van de erfzonde is dus de monogenese: een falsifieerbare hypothese zoals de wetenschapsfilosoof Karl Popper die voor ogen had. Deze monogenese zou gefalsifieerd worden als aangetoond wordt dat sommige mensenrassen afstammen van Homo erectus en andere van Homo sapiens, om maar een voorbeeld te noemen".

Monogenese houdt twee zaken in: een flessenhals in populatiegrootte van grootte twee, en het samenvallen van de oorsprong van alle huidige genen van alle huidige mensen in deze twee mensen. Beide voorspellingen moeten terug te zien zijn in de genetische variatie in de huidige mensen populatie. Ik noemde de flessenhals als mijn punt 3 en de afstamming van de genen onder mijn punt 2.

Ad mijn punt 3
De genetische variatie in de huidige menselijke populatie laat zien dat er van een flessenhals van twee personen geen sprake kan zijn.
Om Marnix Medema (comment 9) te citeren:
"Ik had Juleon Schins eerder ook al een aantal artikelen gemaild over variatie in het Major Histocompatibility Complex van mensen (daar ook wel HLA genoemd) en chimpanzees, dat er statistisch zeer sterk op wijst dat van monogenese geen sprake geweest kan zijn.
Het argument komt erop neer dat van bijvoorbeeld het DRB1-gen vele tientallen verschillende allelen bestaan bij zowel mensen als chimpanzees. En wat blijkt? Een zeer groot deel van die genvarianten komen zowel in menselijke als in chimpanzee-populaties voor. En dat terwijl in het geval van monogenese er slechts 4 oerallelen in de mens geweest zouden kunnen zijn. Alleen een gemeenschappelijke afstamming met een redelijk ruime bottleneck in de menselijke lijn kan dus de gelijkenis tussen de allelen verklaren
."
Alleen al het gen DRB1 is genoeg om monogenese te falsifieren. Page & Holmes (1998, blz 133) noemen dat alle 58 menselijke DRB1 genen aanwezig zijn geweest de laatste 500 000 jaar. Dit sluit zelfs een matige flessenhals in aantallen als een populatie van 3000 uit. Een gangbaar getal voor de grootte van de menselijke populatie gedurende de evolutie van de moderne mens is 10000 (Voight et al, 2005)

Het ontbreken van enige aanwijzing voor een populatie-flessenhals van zeer gering aantal is op zichzelf voldoende om monogenese te falsifieren.

Ad mijn punt 2

Schins zegt in zijn reactie:
"Het verbaast me enigszins dat je uit je betoog concludeert dat de monogenese door wetenschappelijk onderzoek verworpen is. In dat betoog geef je daarvoor immers geen enkele aanwijzing. Sterker nog, meerdere keren verwoord je zelf expliciet het tegendeel. Bijvoorbeeld: 'De nu bestaande mitochondriën zijn afkomstig van één voorouder-mitochondrium, een van de vele in de vele personen in zijn tijd.'".
Maar ik zei ook: 'Elk nu bestaand gen is afkomstig van één vooroudergen, een van de vele in de vele personen in hun tijd.' 'Bovendien erven veel genen onafhankelijk van elkaar over: die hebben elk in principe een ander persoon als laatste gemeenschappelijke voorouder.'
Al die andere personen als laatste gemeenschappelijke voorouder van al die andere genen heeft Schins gemist, vandaar de lange uitleg boven. De populatie waarvan mitochondrial Eve deel uitmaakte heeft als geheel bijgedragen aan de huidige mensen. Deze populatie wordt als geheel in Afrika gelocaliseerd.

Eén voorouder-mitochondrium is iets anders dan één voorouder-persoon. Daar zit de grote misvatting van Schins. De persoon "Mitochondrial Eve" mag het mitochondrium hebben gehad dat de voormoeder is van alle huidige mitochondriën. De persoon "Mitochondrial Eve" had ook nog 46 chomosomen in elk van haar celkernen. Van deze 46 chomosomen met hun genen weten we niet of er nog afstammeling chromosomen en afstammeling genen in de huidige populatie voorkomen. Alle kerngenen die in "Mitochondrial Eve" aanwezig waren krijgen een andere geschiedenis met andere afstammingslijnen via andere personen dan het mitochondrium. Uit de aanwezige hoeveelheid genetische variatie in allerlei genen blijkt dat er geen sprake kan zijn van een gezamenlijk startpunt (in een populatie van grootte 2) van de afstammingslijnen van genen.

Schins concludeert op blz 314 van Worm: "De geschiedenis toont dat katholieke dogma's de geboorte en de groei der natuurwetenschappen niet alleen probleemloos hebben doorgemaakt, maar in de twee meest prominente gevallen van 'overlappende magisteria', te weten monogenese en schepping, zelfs de juiste richting hebben aangegegeven."
Dit is de bewering van Schins. Wat laat de moleculaire populatiegenetica over van de bewering van Schins? Niets. Monogenese, één menselijk voorouderpaar, heeft geen wetenschappelijke onderbouwing. Daarmee is de falsifieerbare hypothese monogenese, de natuurwetenschappelijke consequentie van het dogma van de erfzonde, verworpen. Dit betekent dat het dogma van de erfzonde geen wetenschappelijke achtergrond gegeven kan worden.


Cann, Stoneking & Wilson 1987

Schins houdt vol dat Cann, Stoneking & Wilson's (1987) onderzoek vanwege de dogmatische implicaties tot negatieve en emotionele reacties heeft geleid. Maar in tegenstelling tot wat hij nu schrijft, geeft hij voor negatieve en emotionele reacties vanwege dogmatische implicaties geen concrete feiten. Hij haalt ander onderzoek uit het twintig jaar oude debat over de plaats van het ontstaan van Homo sapiens - Out-of-Africa Hypothesis versus Multi-regional Hypothesis - aan dat er op zou kunnen duiden dat genen uit Homo erectus toch nog in de huidige populatie mensen aanwezig zouden kunnen zijn. Dit debat is zuiver wetenschappelijk. De emotionele reacties en algemene verontwaardiging van wetenschappers die tegen hun zin met een katholiek dogma geconfronteerd zouden worden ontbreken. Het is me ook onduidelijk waarom wetenschappers geacht worden zich over zoiets druk zouden maken. Misschien dat Schins voetstoots aanneemt dat evolutiebiologen per definitie atheist zijn: maar ten eerste is dat niet zo, en als het al wel zo was zouden ze nog steeds het katholieke dogma voor hun werk irrelevant vinden.
Schins begrijpt niet dat het zorgvuldig geformuleerde artikel van Cann et al (1987) tot enige commotie heeft geleid, en hij wil niet geloven dat ik weet waar ik het over heb als ik zeg dat er enige twijfel over Cann's statistiek bestond. Wikipedia had Schins kunnen inlichten, zie hier http://en.wikipedia.org/wiki/Mitochondrial_Eve voor het adres en kijk onder 'Academic Investigation". Hieronder komt nog een lijstje met statistische kritiek op Cann et al (1987) en het latere artikel van Vigilant er al (1991) uit dezelfde groep. Beide conclusies van Cann et al (1987), dat de wortel van de fylogenetische boom in Afrika ligt en bij een tijd van 140,000 -280,000 jaar, zijn op statistische gronden bekritiseerd. Zulke kritiek klinkt als: "I found 100 trees that are two steps more parsimonious than the tree presented by Vigilant et al" (Templeton, die hetzelfde materiaal heranalyseert), en dergelijke zinsneden uit een universum zonder katholieke dogma's.

zondeval

De erfzonde.

Bij theologie is het gemakkelijker beunhazen: iedereen mag denken dat hij er mee te maken heeft. Er zijn twee vragen bij de erfzonde. De eerste is of de Christelijke leer de erfzonde vereist. De tweede is of de erfzonde letterlijk een echtpaar Adam en Eva als voorouders van alle huidige mensen nodig heeft.
De erfzonde mag een Katholiek dogma zijn, en beleden in Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus, artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, en de Dordtse Leerregels hoofdstuk 3&4 artikel 2, het is geen onomstreden onderdeel van de Christelijke leer. Het is de vraag of de erfzonde binnen het Christendom een noodzakelijk element is. De erfzonde en de uitverkiezing gaan terug op Augustinus van Hippo (354-430). Aurelius Augustinus is een van de belangrijkste theologen van de Latijn sprekende westerse kerk, maar zijn invloed in de Grieks sprekende oosterse kerken is gering gebleven. Augustinus was Manichaeer geweest voordat hij Christen werd. De vraag blijft hoeveel Manichaeisme hij meegenomen heeft.
Weliswaar spreken de evangeliën van zonde en bekering: maar dit is persoonlijke zonde, geen overgeeërfde toestand. De Geloofsbelijdenis van Nicaea (325, 381) heeft in de Latijnse versie: "qui propter nos homines et propter nostram salutem descendit de caelis", "die om ons mensen en om onze zaligheid, is nedergekomen uit den hemel". Noch de Twaalf Artikelen noch de Geloofsbelijdenis van Nicaea vraagt aanvaarding van een dogma 'erfzonde' van een christen. De Rooms-Katholieke Kerk mag de erfzonde als een dogma beschouwen: het leergezag van de kerk gaat per slot van rekening alleen op voor wie dat vrijwillig aanvaardt.
Bovendien zou men van de mogelijkheid tot zondigen of de waarneming van zondigheid uit kunnen gaan. Van den Brink geeft in hoofstuk 3 van Worm aan hoe zonder de erfzonde en zonder een historische Adam en Eva een theologische oplossing mogelijk is (blz 66-70 Worm, vooral blz 69). De opvatting die Van den Brink schetst is gemeengoed in sommige vleugels van de kerk waartoe ook Van den Brink behoort, nl de Protestanse Kerk in Nederland.

 

Literatuur:

Het beste, en misschien enige, boek in het Nederlands dat een goed idee van evolutiebiologie geeft is:

  • C. Zimmer, 2003
    Evolutie: de triomf van een idee.
    Uitgeverij Spectrum
    isbn: 90-274-7583-0

Mitochondrial Eve (vroege publicaties)

  • Cann, R.L., Stoneking, M., & Wilson, A.C., 1987. Mitochondrial DNA and human evolution. Nature 325:31-36
  • Vigilant, L., Stoneking, M., Harpending, H., Hawkes, K., & Wilson, A.C., 1991. African Populations and the Evolution of the Human Mitochondrial DNA. Science 253:1503-1507

Technische kritiek op deze vroege publicities: hoogst competente kritiek.

  • Templeton, A.R., 1992. Human origins and analysis of mitochondrial DNA sequences. Science 255: 737 (Science section: Technical Comments, 7 February 1992)
  • Hedges, S.B., Kumar, S., Tamura, K., & Stoneking, M., 1992. Science 255: 737-739 (Science section: Technical Comments, 7 February 1992)
  • Nei, M., 1992. Age of the common ancestor of human mitochondrial DNA. Molecular Biology and Evolution 9:1176-1178
  • Maddison, D.R., Ruvolo, M., & D.L. Swofford, 1992. Geographic origins of human mitochondrial DNA: phylogenetic evidence from control region sequences. Systematic Biology 41:111-124.

De juistheid van althans een deel van deze technische kritiek is toegegeven in:

  • Stonekin, M., Sherry, S.T., & Vigilant L., 1992. Geographic origin of human mitochondrial DNA revisited. Systematic Biology 41:384-391.

Verder aangehaald:

  • Page, R.D.M., & Holmes, E.C., 1998. Molecular Evolution: a phylogenetic approach. Blackwell Science. ISBN 0-86542-889-1
  • Voight BF, Adams AM, Frisse LA, Qian Y, Hudson RR, & Di Rienzo,A.,. (2005) Interrogating multiple aspects of variation in a full resequencing dataset to infer human population size changes. PNAS 102: 18508-18513

Over de erfzonde zie 'original sin' 'Augustinus' 'Pelagius' in Engelse Wikipedia.

Posted by Gert Korthof at 12:24:54 | Permanent Link | Comments (17) |

Monday, January 22, 2007

Atlas of Creation

Atlas-of-CreationDe 'Atlas of Creation' is een extreem luxe uitgegeven koffietafel boek. Het gevaarte weegt 5 kg en telt 768 pagina's. Ter vergelijking een liter pak melk op de foto hiernaast. Dit werkje is afkomstig uit Turkije en vertegenwoordigt het Turks creationisme. Al eerder berichtte ik in de blog van 14 augustus 2006 dat uit een in Science gepubliceerd onderzoek naar de acceptatie van evolutie onder de bevolking van 32 landen was gebleken dat de laagste acceptatie van evolutie werd gevonden in de Verenigde Staten (minder dan 40%) en Turkije (minder dan 30%).

De inhoud bestaat uit 576 pagina's magnifieke foto's van fossielen ingedeeld per land (waarom?) en steeds vergezeld door een foto van een vergelijkbaar nu nog levend organisme. De bedoeling van dit alles is: bewijzen dat soorten gedurende miljoenen jaren constant gebleven zijn en er dus geen evolutie heeft plaatsgevonden. De foto's moeten het bewijs leveren, want er wordt slechts een paar regels tekst afgedrukt bij iedere foto. Je moet het gewoon zien dat fossiel en huidige soort gelijk zijn. Opvallend is dat de ouderdom van de fossielen er bij genoemd wordt: teruglopend tot plm 500 miljoen jaar. Dus er is hier géén sprake van Young Earth Creationism. Het grappige is dat de maker van het boek die leeftijden nodig heeft om te bewijzen dat planten en dieren miljoenen jaren ongewijzigd zijn gebleven! Het creationisme is een 1:1 creationisme. Iedere soort werd door God geschapen zoals we die nu aantreffen: "willows have always been willows". Simpeler dan Junker en Scherer. De bijschriften bij de foto's zijn extreem kort en zijn niets meer dan een eindeloos en tot vervelens toe herhaald 'ze zijn hetzelfde gebleven in de loop van miljoenen jaren en dus heeft er geen evolutie plaats gevonden.'
Grappig is één uitzondering op dit eindeloze refrein: bij trilobieten (Cambrian, 530 miljoen jaar geleden) hebben ze geen levende vergelijking afgebeeld. De argeloze lezer zal het niet opgevallen zijn. Trilobieten zijn uitgestorven. Maar ze verschenen plotseling 'about half a million years ago' (dit is natuurlijk fout. Correct is 'half a billion years ago') en hadden complexe ogen. "It is clear that trilobites, like all other creatures, were created by God" (p.448).
Het hoofdstuk Conclusion legt het nog één keer voor de 577e keer uit: "Fossils are proofs of God's creation". Het staat in de Quran. Alle soorten 'are created fully formed and flawless" (!) (p.581). We wanen ons terug in het negentiende eeuwse Engeland met de Bridgewater Treatises die de 'Power, Wisdom and Goodness of God' moesten aantonen. Wat we tenslotte nog moeten leren uit fossielen is dat Darwinisme op materialistische filosofie gebaseerd is (exact wat de Amerikaan Phillip Johnson beweerde!). Ook fascisme (rechts), racisme, en communisme (links) zijn gebaseerd op op Darwinisme (informatie van Duane Gish). Wat we ook nog uit die fossielen moeten leren is dat (en let op: dit gaat gepaard met een foto van de aanslag op de Twin Towers) dat de monotheïstische wereldgodsdiensten "Islam, Christianity, Judaism all oppose violence". Degenen die de aanslagen op de Twin Towers pleegden waren geen echte 'Muslims, Christians or Jews, but social Darwinists and atheists'. Ik vind die vredelievendheid en die eensgezindheid van de drie monotheïstische godsdiensten ontroerend. [Cees Dekker had in zijn tabel in het wormboek ook de drie monotheïstische godsdiensten samen gezet in één kolom om ze te contrasteren met atheisme. Zie hier]. Nogmaals dit staat allemaal in het 'Conclusion' hoofdstuk na 582 pagina's fossielen, en niet in de Appendix.

Die Appendix is eigenlijk een compleet boek opzich met 18 hoofdstukken en 183 pagina's. Daarin wordt evolutie, Darwinisme, en neo-Darwinisme compleet, maar dan ook geheel totaal 100% compleet, met de grond gelijk gemaakt (zoals de ..). De manier waarop dit gaat is een wonderbaarlijke mix van Amerikaans YEC (Young Earth Creationism, Duane Gish), OEC (Old Earth Creationism), ID (Intelligent Design met Wells, Behe, irreducible complexity, Dembski) en nog wat losse figuren zoals Fred Hoyle (met zijn Boeing-747), Michael Denton (met zijn Crisis), Overman, Spetner, Michael Ruse. Maar dan op YEC-niveau. Niet teveel nadenken. Het is tijd voor actie. Allemaal bekend. Niets nieuws. Het enige verschil met Amerikaanse stromingen is de hutspot van incompatibele anti-evolutie ingredienten en dat de Bijbel door de Quran vervangen is (compleet met citaten als bewijsmateriaal).

De volgorde van verschijnen van fossielen van zeedieren, planten, insecten, vogels, en zoogdieren in de aardlagen is normaal gesproken een aardig argument voor evolutie, maar hier is het simpel 'the order of creation'. Die soorten zijn gewoon in die volgorde geschapen gescheiden door miljoenen jaren inactiviteit. Waarom God dat precies op die manier deed horen we niet.

Nog één leuk feitje. Als bijschrift bij een foto: "Natural Selection serves as a mechanism of eliminating weak individuals within a species. It is a conservative force". Dat natuurlijke selectie niet creatief was, wisten we al van Phillip Johnson. Maar het elimineren van zwakke individuen werd een paar bladzijden terug nog fascistisch, enz. genoemd. Dus als ik het goed begrijp is natuurlijke selectie zèlf fascistisch, racistisch en communistisch.

Voor degenen die niet vertrouwd zijn met dit soort zaken kan ik aanraden om bijvoorbeeld het werkje van Mark Isaak (2007) The Counter-Creationism Handbook of de bijbehorende site te raadplegen. Daarin worden alle anti-evolutie claims kort weerlegd. Er staat niets in over moslim-creationisme, maar dat is toch identiek aan Amerikaanse anti-evolutie claims.

Met dank aan Gerdien de Jong voor het lenen van het boek. (Zij ontving het boek ongevraagd en gratis net als nog enige andere medewerkers van de Universiteit Utrecht.)

Posted by Gert Korthof at 15:24:59 | Permanent Link | Comments (27) |

Thursday, January 18, 2007

The god delusion (2)

Boekbespreking van Richard Dawkins' boek 'The god delusion'

door Steven Weinberg in The Times Literary Supplement 17 Januari 2007. (een goed review met aandacht voor de Godsbewijzen en Islam).

Posted by Gert Korthof at 15:25:10 | Permanent Link | Comments (62) |
1 2