Een kinderlijk idee
Onlangs ontving ik een buitengewoon interessant artikel van de filosooof Jan Riemersma: Are Children ‘Intuitive Theists’? Reasoning About Purpose and Design in Nature van Deborah Kelemen, Boston University. De hypothese van het artikel is dat kinderen geneigd zijn natuurverschijnselen doelgericht te interpreteren en objecten in de natuur als artefacten te zien, alsof ze met een bedoeling gemaakt zijn. Kinderen zijn niet goed in staat een duidelijk onderscheid te maken tussen menselijke artefacts (stoel,auto,kanaal) en objecten van natuurlijke oorsprong (zon, wolken, rivieren, dieren, planten). Maar zelfs wanneer ze dat wel kunnen (op latere leeftijd), hebben ze toch nog de neiging om natuurlijke objecten als artefacts te zien van niet-menselijke herkomst. Kinderen zouden ‘intuitive theists’ zijn. Een intrigerende hypothese.
Het zou betekenen dat het geloof in God als degene achter natuurlijke objecten een soort aangeboren neiging is, een instinct, een intuitie. Kidneren zouden ‘intuitieve theisten’ zijn volgens Kelemen. Dit zou tevens de weerstand tegen het hele idee van evolutie begrijpelijk maken, in ieder geval bij kinderen. Dus belangrijk voor dit blog. Evolutie verklaart immers planten en dieren door natuurlijke processen; planten en dieren hebben daarom geen doel. Ze kunnen wel een functie hebben in een ecosysteem, net als de longen een functie hebben in het lichaam. Evolutie zou daarom tegen de intuitie van kinderen ingaan en misschien wel tegen de algemeen menselijke intuitie! Misschien halen ze wel functie en bedoeling door elkaar.

Kinderen zien geen probleem in vragen als ‘waar zijn wolken voor?’ (voor regen), ‘waar zijn leeuwen voor?’ (voor de dierentuin!). Kinderen vinden dat er een reden is dat wolken bestaan, ze zijn ergens voor gemaakt. Zie plaatje dat letterlijk heet: ‘God made everything’. Dat blijven ze ook volhouden wanneer volwassenen claimen dat wolken natuurlijke oorzaken hebben, en ‘nergens voor zijn’. Dit is niet alleen in Amerika gevonden, waar je het makkelijk kan verklaren door religieuze opvoeding, maar ook in Engeland, het thuisland van Darwin. Ondanks dat ouders in het algmeen causale verklaringen geven als kinderen naar het doel van iets vragen.
Kan het misschien komen omdat kinderen opgroeien in huizen en steden, dus in een door mensen gemaakte wereld die gedomineerd wordt door menselijke artefacten?
Helemaal relevant voor evolutie is dat Evans heeft gevonden dat onafhankelijk van de religieuze achtergrond van de ouders, kinderen van 8 - 10 jaar de voorkeur hebben voor een theistische-teleologische verklaringen van de oorsprong van dieren. Op de leeftijd van 11-13 jaar worden dingen als oceanen aan God toegeschreven. Oceanen liggen ver buiten het bereik van dingen die mensen kunnen maken. Maar ze extrapoleren van hun vader naar een abstracte Supervader die desondanks bedoelingen heeft. Bedoelingen met objecten in de natuur en de natuur zelf. Het aardige is natuurlijk dat dit alles te onderzoeken is bij kinderen.
Verder zie ik leuke paralellen met de ontwikkeling van de menselijke cultuur en wetenschap: vroeger dachten volwassenen dat regenbogen ergens voor dienden! Nu kunnen we de regenboog dankzij Newton natuurwetenschappelijk verklaren, en hebben we geen moeite de regenboog desondanks te bewonderen. De regenboog blijft voor mij even verwonderlijk, nog steeds heb ik de neiging er een foto van te willen maken. Vroeger, in het polytheisme hadden de goden wel erg menselijke neigingen.
Het is grappig op te merken dat het 19e eeuwse argument voor design van William Paley geheel gebaseerd is op deze instinctieve kinderlijke intuitie (watchmaker argument).
Naar aanleiding van het boek van Bas Haring ‘Kaas & De Evolutietheorie’ heb ik als kern van de evolutietheorie genoemd dat organismen en hun eigenschappen niet bestaan omdat ze een bedoeling hebben, maar omdat ze zich voortgeplant hebben. Dingen die door mensen gemaakt zijn, zoals horloges, tarwevelden, geld, paperclips, stoplichten, zomertijd, belastingformulieren, prikkeldraad en ambachtelijk bier hebben een bedoeling. Dat geldt niet voor ‘dingen’ in de natuur. Gifslangen, vleermuizen, honingbijen, AIDS-virus, malaria-muggen, hallucinogene paddestoelen en regenbogen hebben net zo min een bedoeling als het bestaan van mensen. Te vragen naar de bedoeling van het bestaan van mensen, dieren en planten is alsof ze gemaakt zijn voor iets. En dat is niet zo volgens de evolutie theorie.
Natuurlijk kunnen wij, als volwassenen, al die zaken een betekenis geven, maar dan moeten we wel beseffen dat wij, als volwassenen die betekenis verlenen.
Het idee dat alles een bedoeling moet hebben is letterlijk een kinderlijk of kinderachtig idee. Een misverstand dat héél diep zit. Vandaar creationisten. Wij geven zelf zin en betekenis aan het bestaan. Sommigen doen dat door te claimen dat wij dat niet zelf doen, maar op een presenteerblaadje aangereikt krijgen.
Dat is een kinderlijk idee.
Deborah Kelemen (2004) ‘Are Children “Intuitive Theists”?. Reasoning About Purpose and Design in Nature’. Psychological Science Vol. 15 Issue 5 Page 295 May 2004. Samenvattting. PDF.
Thinking About Evolution: Cognitive Factors That Get in the Way.
Bas Haring en de kern van de evolutietheorie.
Met dank aan Jan Riemersma voor de pdf van het Kelemen artikel.