Christendom en het ontstaan van de natuurwetenschap
gastbijdrage Gerdien de Jong
Juleon Schins schrijft : “Van alle mogelijke culturen die onze aardbol heeft gekend is de enige cultuur die de natuurwetenschap (in de zin van de kwantitatieve beschrijving van fenomenen) heeft uitgevonden een 100% christelijke cultuur.” “ (..) In geen enkele andere cultuur is ooit het idee gerijpt om een wiskundige beschrijving te geven van fysische verschijnselen” (blog 15 januari ).
De bovenstaande bewering van Schins suggereert een oorzakelijk en direct verband. Als twee zaken min of meer in dezelfde tijd of op dezelfde plaats voorkomen is geen voldoende reden om tot oorzaak en gevolg te besluiten
De natuurwetenschap is minimaal 500 jaar voor Christus uitgevonden: door Grieken, met enige hulp van Babyloniers en Egyptenaren. Eratosthenes (276 BC - 194 BC) berekende de omtrek van de aarde. Aristarchus (310 BC - c. 230 BC) veronderstelde dat de planeten om de zon draaiden. Ptolemaeus (c. 90 – c. 168 AD) plaatste weliswaar de aarde in het middelpunt, maar het gaat wel degelijk om kwantitatieve beschrijvingen van fenomenen. Ali Ben Isa en Chalid Ben Abdulmelik berekenden in 827 de omtrek van de aarde. Wanneer berekende de eerste Christen in West-Europa de omtrek van de aarde?
Misschien liep de Hellenistische wetenschappelijke cultuur al terug onder het Romeinse rijk, maar het Christendom heeft de Hellenistische wetenschap niet gekoesterd. De Arabieren hebben de Griekse erfenis bewaard. Pas vanaf de Renaissance komt de natuurwetenschap op, en dan meer in protestantse gebieden dan in gebieden overheerst door de contra-reformatie. Niet zozeer omdat protestantisme een leer heeft die natuurwetenschap bevordert, maar omdat in de protestante gebieden de staat in de praktijk toestond dat mensen voor zichzelf dachten. Zoals ook uit de Arabische wetenschapsgeschiedenis blijkt: natuurwetenschap is alleen mogelijk samen met vrijheid van denken, en niet samen met religieuze overheersing.
Dat de natuurwetenschap kon opkomen met de Renaissance hield ook verband met de grote voortgang van de techniek op het eind van de Middeleeuwen. Een wiskundige beschrijving van fysische verschijnselen is alleen mogelijk als er apparatuur voor metingen bestaat. De vraag is dus om te beginnen of de Grieken meetinstrumenten kenden die nauwkeurig genoeg waren om een kwantitatieve fysika op te baseren.
Deze post was eerder gepubliceerd als kommentaar (24 Jan). Reacties daarop: 4, 5, 6.


Even terzijde: ik vind het heel jammer dat ik van de ontwikkeling van de wetenschap in andere gebieden, zoals Arabië, China, Japan, feitelijk niets tot zeer weinig af weet.
Het doen van proeven in de wetenschap is opgekomen in de Renaissance. Men begon er toen als het ware aan te wennen proeven te doen, omdat de christelijke humanisten zoals Erasmus, de Griekse en Romeinse teksten uit de klassieke oudheid begonnen te onderzoeken. Zij interpreteerden en onderzochten op vertaalfouten en kopieerfouten; dit was een geheel nieuwe praktijk.
Vrijheid van onderzoek was in die tijd nog verre van zelfsprekend, ook aan de nog jonge universiteiten. Deze werd belet door de kerken. Rest mij dan de merkwaardige conclusie dat het christendom de bron zou zijn van de natuurwetenschappen en dat zij tegelijkertijd de ontwikkeling van die natuurwetenschappen paal en perk zou hebben gesteld? Ik denk het wel; we weten toch allemaal wel hoeveel moeite het heeft gekost om de idee geaccepteerd te krijgen dat de aarde om de zon draait en niet andersom.
En met de evolutietheorie is men nog steeds niet helemaal klaar ... (Comment this)
Evolutie (common descent) zal als wetenschappelijk bewezen feit straks (over 150 jaar ofzo) gemeengoed zijn in de kerken, net zoals het feit dat de aarde rond is en om de zon draait. Ik vind het interessanter om te zien welke rol gelovigen de wetenschap geven in hun blik op de werkelijkheid, dan welke religie de meest opbouwende bijdrage aan de huidige natuurwetenschappen heeft geleverd. (Comment this)
>Het blijft moedig om tegen al die historici in te gaan, die beweren dat het
>christendom natuurwetenschap mogelijk heeft gemaakt.
In de daarop volgende alinea voegt Taede daaraan toe dat "'de wetenschappelijke revolutie' van de 17e eeuw niet bestaat" en je pas in de twintigste eeuw kun je van natuurwetenschap spreken in de moderne, huidige zin van het woord. Hij suggereert dat die natuurwetenschap in de moderne zin eigenlijk pas sinds de 70-er jaren van de twintigste eeuw bestaat. Ook zou de overeenkomst tussen de Griekse wetenschap en de moderne natuurwetenschap slechts bestaan uit "een zekere interesse voor hoe de wereld in elkaar stak".
Taede, ik lees deze blog nog maar kort. Misschien ben ik een positivist, misschien ben ik gewoon naïef, maar eerlijk gezegd kan ik geen touw vast knopen aan wat je zegt. Als er in de 17e eeuw geen wetenschappelijke revolutie plaats gevonden heeft, hoe komt het dan dat die moderne natuurwetenschap van jou en de oude Griekse wetenschap zo hemelsbreed verschillen? Zo'n verschil mag je toch wel revolutionair noemen? Vond die revolutie op een ander tijdstip plaats (in de 60-er jaren van de twintigste eeuw?), was er een geleidelijke overgang (over welke periode?)? En wat heeft dit alles te maken met de volgens jou onder historici algemeen geaccepteerde stelling dat het Christendom natuurwetenschap mogelijk maakte?
Het lijkt me dat Gerdien het helemaal niet over jouw moderne natuurwetenschap heeft. Ze argumenteert tegen de claim van Schins die beweert dat het idee om verschijnselen in kwantitatieve en/of wiskundige vorm (Schins lijkt daar hetzelfde onder te verstaan) in een 100% christelijke cultuur uitgevonden is. Je wilt toch niet ontkennen dat men reeds in de Griekse oudheid mathematische beschrijvingen van bijvoorbeeld de bewegingen hemellichamen probeerde te geven (met Ptolomeus als hoogtepunt)? En ver daarvoor al kwantitatieve beschrijvingen gaf?
Taede schrijft:
>De Grieken bedreven helemaal geen wetenschap. Zij poogden vanuit het
>denken door te dringen tot het wezen der dingen. Maar experimenten
>deden ze niet.
Die Grieken deden heus wel meer dan denken. Ik heb me laten vertellen dat er uitstekende observatoren bij zaten (Aristoteles bijvoorbeeld) en ze hebben ook flink wat gemeten. Men zegt ook dat er uitstekende wiskundige bij waren en zelfs velen die de wiskunde in verband brachten met wat ze waarnamen en maten. Heb ik dat allemaal verkeerd begrepen?
Taede gaat verder:
> Zelfs Aristoteles, die regelmatig naar de natuur verwijst, heeft nooit
> proefondervindelijk onderzoek gedaan en heeft het *dus* ook [...]
> regelmatig bij het verkeerde eind [nadruk van mij, Arno Wouters]
'Dus' ????? Hebben moderne natuurwetenschappers het nooit bij het verkeerde eind? Vormen experimenten een onfeilbare bron? Zo, nee wat bedoel je dan met dat suggestieve 'dus'? Waarom wijs je er überhaupt op dat deze Griekse bioloog het regelmatig bij het verkeerde eind had? Suggereer je hier dat wij het aan het Christendom te danken hebben dat we nu een onfeilbare bron van kennis gevonden hebben, nl. het experiment?
O ja, er is nog iets dat me hoogst intrigeert. In commentaar 8 bij het stuk 'Dogma en Wetenschap op herhaling' schrijf je:
> Ik heb dit soort ideeën niet van mezelf, maar opgedaan van de
> wetenschapshistorische boeken die ik heb gelezen en de colleges
> wetenschapsgeschiedenis die ik tijdens mijn studententijd in Groningen
> heb gevolgd bij de Faculteit Wijsbegeerte.
Colleges wetenschapsgeschiedenis bij de Faculteit Wijsbegeerte? Is dat niet wat vreemd? Wie heeft die dan wel gegeven? (Comment this)
Zoals Arno Wouters zegt, ik argumenteer tegen de claim van Schins die beweert dat het idee om verschijnselen in kwantitatieve en/of wiskundige vorm in een 100% christelijke cultuur uitgevonden is. De vraag is niet of er in de middeleeuwen ontwikkelingen op het gebied van logica en argumentatiemethoden geweest zijn die de natuurwetenschap nu nog gebruikt en die door monniken ontwikkeld zijn. William of Ockham was een monnik, en zijn bijdrage aan de regels van argumentatie blijft hogelijk belangrijk. De vraag is er een andere mogelijkheid was: WoO is een monnik, maar is dit niet overeenkomstig met: "je mag alle kleuren Ford kopen zolang het maar zwart is"?
Ook is het de vraag of er een inhoudelijke stimulans was vanuit het Christendom naar natuurwetenschappelijk onderzoek. (Comment this)