Dinsdag, Januari 02, 2007

Dogma en Wetenschap

gastbijdrage Gerdien de Jong

'Dogma en Wetenschap' is de titel van hoofdstuk 15 in het boek En God beschikte een worm: Over schepping en evolutie" onder redactie van C. Dekker, R. Meester, & R. van Woudenberg. Het hoofdstuk 'Dogma en Wetenschap'  is geschreven door Juleon Schins, een RK fysicus in Delft.

Wat is een dogma? Vanaf de vierde eeuw: een bindende uitspraak over geloof of zeden. Dogma's werden geformuleerd in algemene kerkvergaderingen door de aanwezige bisschoppen en rechtsgeldig na bekrachtiging door de paus (blz 300). Protestanten zullen misschien anders denken over de verhouding tussen concilie en paus, maar dit is de definitie van Schins.

Schins wil in zijn hoofdstuk bekijken welke invloed katholieke dogma's hebben gehad op recent natuurwetenschappelijk onderzoek. Schins zegt dat hem slechts twee dogma's bekend zijn met natuurwetenschappelijke consequenties: dat van de schepping en de erfzonde (blz 300).  De invloed van deze twee dogma's op de natuurwetenschappen van de twintigste eeuw komt aan bod in de eerste twee secties van zijn hoofdstuk, over de Big Bang en over Mitochondrial Eve. Volgens Schins (blz 307) "bleken de natuurwetenschappelijke gevolgen van het dogma aanleiding te hebben gegeven tot successvolle, nieuwe onderzoeksgebieden", in deze beide gevallen.Mitochrondrial Eve (artist impression)

Alleen al de manier van formuleren door Schins werpt vragen op: is er werkelijk sprake van enige invloed van kerkelijke dogma's op de natuurwetenschappen? Is het daarentegen de natuurwetenschappen niet volstrekt worst wat kerkelijke dogma's beweren? Is het niet eerder zo dat Schins achteraf werk dat volledig voortvloeit uit eerder wetenschappelijk werk voor zijn dogma's claimt?

Bij zijn eerste dogma, schepping uit het niets, heeft Schins het over de Big Bang. Of Schins' interpretatie daar voldoet is de vraag, maar het is geen biologie en ik wil het over de biologie van Schins hebben.

Het andere dogma dat volgens Schins natuurwetenschappelijke consequenties heeft is dat van de erfzonde, een dogma dat bij zowel protestante als katholieke theologie voorkomt aangezien het afkomstig is uit de vijfde eeuw.  Paus Pius XII schrijft in 1950 in een encycliek dat uit het dogma van de erfzonde logisch volgt dat het gehele mensengeslacht afstamt van één ouderpaar; dit heet bij Schins monogenese. Volgens het dogma van de erfzonde verkeren alle mensen in een persoonlijke staat van schuld ten aanzien van God, als gevolg van hun afstamming van Adam en Eva, die deze schuld veroorzaakten door hun oorspronkelijke, persoonlijke zonde. Volgens Schins is de natuurwetenschappelijke consequentie van het dogma van de erfzonde dus de monogenese, afstamming van één ouderpaar: een falsifieerbare hypothese à la Popper (blz 305).

Schins (blz 306) denkt Eva te vinden: "In 1987 toonden Rebecca Cann en collega's aan op basis van mitochondriaal DNA dat alle huidige vrouwen afstammen van een vrouw (of kleine groep vrouwen) die tussen de honderd- en tweehonderdduizend jaar geleden geleefd heeft in Afrika". "De biologie spreekt niet over één ouderlijk echtpaar, maar over een populatietechnische 'flessenhals':op basis van huidig genetisch materiaal is uiteraard het verschil tussen een enkel primitief echtpaar en een kleine groep echtparen niet vast te stellen".

Schins denkt dat Mitochondrial Eve vanwege de dogmatische implicaties tot negatieve en emotionele reacties geleid heeft. "Natuurwetenschappers zijn in het algemeen niet zo enthousiast als hun vakgebied een katholiek dogma bevestigt". (blz 307).  Er was direct na de oorspronkelijke publicatie van Cann et al (1987) wel enige commotie, maar die had niet te maken met katholiek dogma - althans, niet in de wetenschappelijke tijdschriften. In de wetenschappelijke tijdschriften is kritiek geleverd, omdat er twijfel bestond of Cann's statistiek goed genoeg was om verreikende conclusies te trekken op grond van een klein gegevensbestand.

Er zijn drie wetenschappelijke punten; deze drie punten staan onafhankelijk van elkaar.
1 Waarop heeft het artikel van Cann, Stoneking & Wilson, 1987, betrekking?
2 Hebben alle menselijke mitochondriën genen eenzelfde vooroudermitochondrium of vooroudergen? En zo ja, betekent dit dat de populatie ooit één echtpaar groot was?
3 Is er een 'flessenhals' geweest in de grootte van de menselijke populatie? En zo ja, hoe groot was die flessenhals?

Waarop heeft het artikel van Cann, Stoneking & Wilson, 1987, betrekking? 

Er bestaan een aantal opvattingen over het ontstaan van de mens. Homo sapiens zou in Afrika ontstaan kunnen zijn, en zich vanuit Afrika verbreid hebben. In dat geval zou Homo sapiens Homo erectus vervangen hebben. Of, Homo erectus zou geleidelijk en op vele plaatsen in Homo sapiens zijn overgegaan. Cann et al (1987) vroegen zich af of er uit genetische variatie in menselijke populaties aanwijzingen te vinden zouden zijn ter onderbouwing van een van deze theorieën. Cann et al veronderstelden dat nieuwe mutanten min of meer regelmatig zouden optreden, zodat er een moleculaire klok verondersteld kon worden. Uit genetische variatie tussen mitochondriën afkomstig uit een vrij klein aantal populaties bleek dat de wortel van de stamboom van de mitochondriën in Afrika terecht kwam - maar veel later dan het eerste optreden van het genus Homo. Dit doet denken aan twee periodes van verspreiding van Homo uit Afrika, één vrij vroeg in de geschiedenis van  Homo en één veel later: in 1987 een nieuw idee. Later onderzoek door vele groepen heeft bevestigd dat de alle menselijk mitochondriaal DNA afstamt van iemand die 171 000 ±  50 000 jaar geleden in Afrika leefde. Er is in Homo sapiens een migratiegolf vanuit Afrika-bezuiden-de-Sahara geweest, naar schatting 52 000 ±  27 500 jaar geleden. Alle niet-Afrikaanse mitochondriën stammen van deze tweede migratie golf af. Deze migratiegolf kan ook op andere manieren dan met mitochondriën teruggevonden worden. De tijdsschattingen verschillen, afhankelijk van het gebruikte genetische systeem: de splitsing tussen Afrikaanse en niet-Afrikaanse populaties wordt gedateerd 75 000 - 287 000 jaar geleden, of 102 000 - 405 000 jaar geleden. De genetische gegevens laten de interpretatie toe dat alle huidige mensen Afrikaanse voorouders hebben, en dat alle huidige niet-Afrikanen af stammen van vermoedelijk dezelfde migratie uit Afrika ergens tussen 100 000 en 200 000 jaar geleden.

Hebben alle menselijke mitochondriën genen eenzelfde vooroudermitochondrium of vooroudergen? En zo ja, betekent dit dat de populatie ooit één echtpaar groot was?

Alleen de moeder geeft mitochondriën door. Dit betekent dat mitochondriën haploid en ongeslachtelijk overerven, in tegenstelling tot de genen in de celkern, die diploid en geslachtelijk overerven. Bij een vrouw zonder kinderen of bij een vrouw met alleen zonen houdt haar mitochondriale lijn op. Als gevolg van het herhaaldelijk uitvallen van mitochondriale lijnen in de tijd blijft er na een groot aantal generaties precies één mitochondriale afstammingslijn over, van de vele mitochondriën die er om te beginnen waren. Ook bij een heel grote populatie is er na verloop van tijd maar één mitochondriale afstammingslijn over.
Voor de genen in de celkern gaat iets dergelijks op: niet iedereen heeft kinderen en zo af en toe valt er een afstammingslijn uit. Nu zijn deze genen in tweevoud aanwezig, en ze erven via vader en via moeder over; dat betekent dat het langer duurt voordat precies één afstammingslijn van een gen over is. De gemeenschappelijke voormoeder of voorvader voor een gen in de kern leefde dus veel eerder dan die voor de mitochondriën: ongeveer twee keer zo lang geleden. Bovendien erven veel genen onafhankelijk van elkaar over: die hebben elk in principe een ander persoon als laatste gemeenschappelijke voorouder.
Dus: de nu bestaande mitochondriën zijn afkomstig van één voorouder-mitochondrium, een van de vele in de vele personen in zijn tijd. Elk nu bestaand gen is afkomstig van één vooroudergen, een van de vele in de vele personen in hun tijd.

Is er een 'flessenhals' geweest in de grootte van de menselijke populatie? En zo ja, hoe groot was die flessenhals? 

Er is aan de genetische variatie bij de mens te zien dat er twee keer een flessenhals in populatiegrootte kan zijn geweest. De eerste keer is ergens na de splitsing van mens en chimpansee: de chimpansee is nl genetisch veel variabeler dan de mens. In het midden van het Pleistoceen wordt het aantal in de populatie die tenslotte naar de mens leidt geschat op 10 000. Daarna schijnt de populatie in aantal gegroeid te zijn.  De tweede keer is bij de verspreiding van moderne Homo sapiens uit Afrika. Die flessenhals wordt ook geschat op 10 000 personen.

Wat laat dit over van de bewering van Schins? Niets. Monogenese, één menselijk voorouderpaar, heeft geen wetenschappelijke onderbouwing. De dogmatische hypothese mogenese is verworpen. Dit betekent dat het dogma van de erfzonde geen wetenschappelijke achtergrond gegeven kan worden.

- dr Gerdien de Jong is verbonden aan de leerstoelgroep Evolutionaire Populatiebiologie van het departement Biologie van de Universiteit Utrecht (website)


Cann, R.L., M. Stoneking & A.C. Wilson, 1987. Mitochondrial DNA and human evolution. Nature 325: 31-36.

Een goed bereikbare bron met een overzicht van de evolutie van de mens is het leerboek:
Freeman, S., & J.C Herron, 2004. Evolutionary Analysis. 3rd edition. Pearson/Prentice-Hall. ISBN 0-13-101859-0
Chapter 19, Human Evolution.


Een populair boek over de evolutie van de mens is:
Carl Zimmer, 2006 Waar komen we vandaan? Amsterdam Nieuw | 2006 ISBN10: 9086250033 | ISBN13: 9789086250035

Posted by Gert Korthof at 21:37:50 | Permanent Link | Comments (47) |
Replies
1 2 3 4 5
1 - Wat een leuk artikel! Ik wil er even iets over zeggen vanuit mijn eigen achtergrond. Ik ben atheïstisch opgevoed, altijd naar openbare scholen geweest en later heb ik de overtuiging gevonden die voor mij de juiste is. Dat was trouwens na mijn schooltijd. In mijn middelbare schooltijd maakte ik kennis met de natuurwetenschappen. De in jouw artikel genoemde dogma's kwamen daar nooit ter sprake. Als het dogma van de erfzonde en de idee van monogenese buiten het onderwijs om al ter sprake kwam, dacht ik altijd: Dat kan toch niet! op grond van wat ik had geleerd. Dat denk ik overigens nog steeds. Ik zou zeggen: is hier niet iemand bezig vanuit een dogma een poging te doen bepaalde onderdelen van de wetenschap naar zijn hand te zetten? Daar kan ik, ook als "gelovige", geen geloof aan hechten! En nog even iets uit de bijbel: de zonen van Adam en Eva trokken erop uit om vrouwen te zoeken en vonden die ook. Maar Adam en Eva hebben toch nooit dochters gekregen? (Comment this)

Geschreven door Andantinaa at 2007/01/03 - 09:41:41
profile
2 - Gerdien, hartelijk dank voor deze bijdrage.
Het is interessant om het artikel van Taede er naast te leggen waarin hij uitlegt dat de zondeval niet als zodanig in de Bijbel voorkomt! en slechts een interpretatie is. Hij had er wel bij mogen zeggen dat het een eeuwenoud kerkelijk dogma is. Wat raar eigenlijk dat kerken er dus dogma's bijverzinnen die niet in de Bijbel staan. Een uitbreiding van de Bijbel dus eigenlijk. En dat gaat Schins dan verdedigen. Zou Schins weten dat erfzonde niet in de Bijbel voorkomt? (Comment this)

Geschreven door Gert Korthof at 2007/01/03 - 10:07:10
3 - Gerdien, een heldere analyse van Schins claim.
Terecht wijs je in het begin van je artikel op verschil tussen Rooms Katholieke en Protestantse dogmatiek, hoewel dit voor het dogma van de erfzonde niet veel uitmaakt. De Protestantse dogmatiek is voor een groot deel vastgelegd in de Heidelbergse Catechismus (1563, reactie op RK) en de zogenaamde Dordtse Leerregels (1618-1619, reactie op Remonstranten). Daarna is de dogmatiek verder uitgewerkt door individuele theologen, maar deze dogmatiek wordt niet vastgesteld door algemene kerkvergaderingen. Dit betekent dat binnen de protestantse kerken verschillende dogma's kunnen worden aangehangen, wat ook weer leidt tot meerdere kerkvormen. Dit even als inleiding op mijn punt:

Direct na het verhaal van de zondeval volgt in de Bijbel het verhaal van de eerste grote zonde: moord. Kain vermoord zijn broer Abel, beide zijn kinderen van Adam en Eva. Gek genoeg is Kain vervolgens bang dat als hij zal vluchten, andere mensen hem zullen vermoorden. Wie zijn die 'andere mensen'?
Dit is een in de kerken niet vaak besproken vraagstuk, maar het wijst in de richting van een groter aantal mensen dan 2, ten tijde van de zondeval of in ieder geval snel daarna. (Ik heb ook wel eens de uitleg gelezen dat Adam en Eva toen al veel kinderen hadden en dat die in korte tijd tot diverse groepen mensen waren uitgegroeid, zie www.scheppingofevolutie.nl: 'Waar kwam Kaïns vrouw vandaan?').

Allemaal interessante kost, maar niet hier oplosbaar. Waar het mij om gaat is dat natuurwetenschap en religie hier elkaar inderdaad niet bevestigen of uitsluiten. Het is een misverstand om te denken dat de kerken (of de gelovigen) precies weten hoe de erfzonde werkt en hoe de door mensen bewoonde wereld er uitzag in den beginne. Dat misverstand wordt overigens door de kerken zelf veroorzaakt, door het formuleren van leerstellingen over dit onderwerp.

Interessant vind ik je opmerking over de tweede flessehals: kan dit een relatie hebben met de bij alle oervolken aanwezige verhalen van een vloed die op een bepaald moment vrijwel de hele menselijke bevolking zou hebben vernietigd? Dat zou dan wellicht betekenen dat rond dezelfde tijd ook (bepaalde) diersoorten door een mitochondrische flessenhals zijn gegaan?

Maar zelfs als dat het geval is, heeft het geen relatie met de religieuze betekenis van het zondvloed verhaal in de Bijbel. Het zet je allemaal wel aan het denken! Bedankt voor het artikel.
 (Comment this)

Geschreven door Simon at 2007/01/03 - 10:22:12
4 - Aanvulling: Ancient migrations and your personal roots geeft een leuk (geo)grafisch overzicht van de opeenvolgende migraties van de afstammelingen van Mitochondrial Eve. Aanvulling: de tegenhanger van Mitochondrial Eve is het verhaal van de afstammelingen van Adam en de migraties van bevolkingen gebaseerd op analyse van het Y-chromosome zoals gedaan is in het boek van Spencer Wells (2002) The Journey of Man. A Genetic Odyssey. Het verhaal van Mitochondrial Eve wordt verteld door Bryan Sykes (2001) The Seven Daughters of Eve, waarin hij betoogt op grond van zijn onderzoek van mitochondriaal DNA dat alle oorspronkelijke Europeanen afstammen van slechts 7 vrouwen, de 7 dochters van Eva. (Comment this)

Geschreven door Gert Korthof at 2007/01/03 - 11:40:30
5 - In "Een schitterend ongeluk of sporen van ontwerp?" staat ook een artikel van Schins. Daarin beweert hij een wiskundig bewijs te hebben voor zijn hypothese, dat de menselijke geest niet het resultaat van uitsluitend de natuurkrachten kan zijn. Als hij zo'n bewijs had gehad, dan was dat wereldnieuws geweest, maar voor zover mij bekend heeft geen hond er ooit op gereageerd. Om te begrijpen waar hij het over heeft, moet je vertrouwd zijn met Goedel's theorema. Dat ben ik, en ik zag meteen dat Schins' "wiskundig bewijs" volslagen apekool was. Ik wilde hem eerst daarover emailen (hij is een gepromoveerd fysicus, dus zou beter moeten weten), maar zag er maar vanaf - ik vroeg mij af, of Schins wel rationeel aanspreekbaar is.

Wat Gerdien beschrijft, is van hetzelfde laken een pak. Any argument will do, blijkbaar.

Mij is niet bekend, dat ooit iemand vanwege een kerkelijk dogma, mitochondriaal DNA onderzocht heeft. De uitdrukking Mitochondrial Eve duidt eerder aan, dat de betrokken wetenschappers echt wel zagen, dat dit in zekere zin aan de bijbelse Eva herinnert - een grapje, dus. En wat Gerdien beschrijft, werpt de vraag op: heeft Schins dit probleem met zijn argument echt niet gezien, of liegt hij opzettelijk?

Het feit dat Dekker en Meester, als wetenschappers, dit soort voddigheid in het boek opnemen, geeft wel te denken. Ik heb Meester ooit gemaild mbt. "Schitterend ongeluk ..." - hij antwoordde meteen, dat hij alleen voor zijn eigen hoofdstukjes verantwoordelijk was, en dat terwijl hij editor van dat boek was. Op mijn opmerking, dat hij en Dekker elkaar tegenspreken mbt. Dembski's "inference filter", heeft hij niet meer gereageerd. Ik vond "Schitterend ongeluk" al zonde van mijn geld - wat een hemeltergende troep - en heb mij daarom om "En God beschikte een worm" maar helemaal niet bekommerd.

Een theologische exegese van mijn kant: waarom moest Eva in de appel bijten, en zo de hele mensheid uit het Hof van Eden jagen, met werken in het zweet onzes aanschijns en barensnood voor de vrouwen? Dat is de eerste poging om iets aan de "theodicee" te doen! En het is ook een poging, om een verklaring te vinden voor het "women's burden":

"Je zwangerschap maak ik tot een zware last/ zwoegen zul je als je baart./Je zult je man begeren/en hij zal over je heersen" (nieuwe vertaling). De slang krijgt overigens ook zijn vet; de vraag waarom de Here zo'n raar, voor mens nutteloos, beest op de aarde gezet heeft, was daarmee ook beantwoord.

Daar werden dus meteen een paar in het oog springende anomalieen in de real existierende Schepping wegverklaard, zij het op een nogal drastische wijze.

Overigens vind ik de "erfzonde" een fascistisch concept: schuldig zijn zonder iets gedaan te hebben, is onacceptabel. Een soort verlengde Sippenhaft: http://www.socioweb.de/lexikon/lex_soz/s_z/sippenha.htm (Comment this)

Geschreven door Martin at 2007/01/03 - 21:04:06
6 - Hallo Gert en Gerdien

Een erg leuk artikel van Gerdien, met name omdat die meneer Schins een beetje een zwamneus is, zoals ook Gerdien mooi laat zien. Ik had Schins’ stuk in “En God beschikte een worm…” nog niet gelezen (was het ook niet van plan, omdat ik Schins’ benadering een beetje ken en er niet veel in zie), maar heb het nu toch maar even aangepakt. Ik schrok toch wel van de naïviteit waarmee Schins conclusies trekt.

Om het punt dat Gerdien niet wilde bespreken (dat van de kosmologie) toch maar even op te pakken, Schins begaat een enorme non sequitur en zit er bovendien historisch naast wanneer hij stelt: “In het specifieke historische geval van de kosmologische modellen blijkt daarom dat de invloed van de christelijke vooringenomenheid op de kosmologie positief is geweest, in tegenstelling tot concurrerende, met het scheppingsdogma strijdige vooringenomenheden” (304). Schins beargumenteert zijn zaak door naar de ‘uitvinder’ van de oerknaltheorie te verwijzen, de Belgische priester en astronoom Georges-Henri Lemaître. Schins maakt het nergens expliciet, maar suggereert duidelijk dat Lemaître geïnspireerd zou zijn door het christelijke dogma van de creatio ex nihilo om zijn oerknaltheorie te ontwerpen. Schins begaat dus een non sequitur door nergens concreet te maken dat Lemaître ook zelf meende dat de oerknaltheorie de bevestiging was van de christelijke scheppingsidee. Misschien is dat zo (ik betwijfel dat), maar niettemin is Schins’ conclusie voorbarig en volgt niet uit zijn betoog.

Maar ook historisch zit Schins er naast. In mijn boek "God en de menselijke maat" (in hoofdstuk 6) ga ik in op eventuele raakvlakken tussen creatio ex nihilo en de oerknaltheorie. Daar geef ik aan dat Hoyles verzet tegen de oerknaltheorie gebaseerd was op religieuze gronden: Hoyle was atheïst en vond dat de oerknaltheorie teveel riekte naar religie en te weinig naar wetenschap en verwierp de theorie om die reden. Lemaître heeft echter volgehouden dat zijn theorie los stond van zijn religieuze overtuigingen. Lemaître was daar bijzonder stellig in, zodat hij zelfs tegen de paus in verweer ging. Schins noemt op pag. 304 (in voetnoot 14) Paus Pius XII die de oerknaltheorie in een voordracht de wetenschappelijke bevestiging van de juistheid van de christelijke scheppingsidee noemde. Schins vermeldt echter niet dat Lemaître naar aanleiding van die toespraak gecorrespondeerd heeft met Paus Pius XII om aan te geven dat het het christelijk geloof schaadde als wetenschap en geloof door elkaar werden gemengd. Lemaître wilde de oerknaltheorie strikt scheiden van de religieuze idee van creatio ex nihilo. (Een wetenschapper die Pius’ toespraak fantastisch vond, was de Amerikaanse geleerde George Gamow, die veel populair-wetenschappelijke boeken schreef. Gamow heeft naar aanleiding van de pauselijke toespraak veel van zijn boeken naar Pius gestuurd.)

Gerdiens verhaal gaat in op de biologische argumenten van Schins. Ze betoogt m.i. overtuigend dat Schins appels met peren vergelijkt. Schins gaat verder nog in op de Galileo-kwestie en probeert het verwijt dat de katholieke kerk wetenschappelijke vooruitgang (in de belichaming van Galileo) heeft belemmerd, af te zwakken. Dat lukt hem niet. Schins’ eigen positie wordt aan het eind duidelijk: geloof en wetenschap kunnen niet gescheiden worden, omdat dit een “fundamenteel axioma” omver zou halen, namelijk “dat de waarheid één is, intellectueel kenbaar en consistent” (313). Hoe Schins weet dat de waarheid één, kenbaar en consistent is, is mij een raadsel. Schins betoog loopt echter uiteindelijk uit op een nieuwe lofzang op de katholieke theologie als koningin der wetenschappen, want: "De geschiedenis toont dat katholieke dogma’s de geboorte en groei der natuurwetenschappen niet alleen probleemloos hebben doorgemaakt, maar in de twee meest prominente gevallen van ‘overlappende magisteria’, te weten monogenese en schepping, zelfs de juiste richting hebben aangegeven" (314). Amen.

Dit alles ter accentuering van Gerdiens kritiek op Schins. Echter, ik heb nog wel een puntje waar ik mee zit, en dat is Gerdiens uitspraak: “is er werkelijk sprake van enige invloed van kerkelijke dogma's op de natuurwetenschappen? Is het daarentegen de natuurwetenschappen niet volstrekt worst wat kerkelijke dogma's beweren? Is het niet eerder zo dat Schins achteraf werk dat volledig voortvloeit uit eerder wetenschappelijk werk voor zijn dogma's claimt?” Gerdiens laatste stelling, van religieus imperialisme van Schins, is mijns inziens volledig juist. Echter, Gerdien lijkt zich te verzetten tegen de gedachte dat het christelijk geloof een vormende invloed heeft gehad op het ontstaan van de natuurwetenschappen. Historici hebben echter aangegeven dat die vormende invloed er wel degelijk is geweest en zelfs kan worden aangewezen. Je moet goed bedenken dat natuurwetenschap zoals wij dat nu kennen (in de vorm van experimentele en systematische natuurwetenschap) een late uitvinding is. Natuurwetenschap heette lange tijd ‘natuurfilosofie’ en dat geeft al aan dat natuurwetenschap niet los van theologische en filosofisch-metafysische ideeën werd gezien.

Ik kan een aantal historische boeken aangeven die proberen de invloed van religie op het ontstaan van natuurwetenschap te benoemen:

J. Bots, Tussen Decartes en Darwin: Geloof en natuurwetenschap in de 18e eeuw in Nederland. Assen: Van Gorcum 1972

J. Brooke & G. Cantor, Reconstructing Nature: The Engagement of Science and Religion. Edinburgh: T&T Clark 1998

I.B. Cohen (ed.), Puritanism and the Rise of Modern Science: The Merton Thesis. New Brunswick/London: Rutgers University Press

H.F. Cohen, The Scientific Revolution: A Historiographical Inquiry. Chicago/London: The University of Chicago Press 1994

E.J. Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld. Amseterdam: Meulenhoff 1950

J. Dillenberger, Protestant Thought and Natural Science: A Historical Interpretation. Notre Dame, IN: University of Notre Dame Press 1988 (orig. published 1960)

A. Funkenstein, Theology and the Scientific Imagination From the Middle Ages to the Seventeenth Century. Princeton: Princeton University Press 1986

E. Grant, God & Reason in the Middle Ages. Cambridge: Cambridge University Press 2001

P. Harrison, The Bible, Protestantism, and the Rise of Natural Science. Cambridge: Cambridge University Press 1998

R. Hooykaas, Religion and the Rise of Modern Science. Edinburgh: Scottish Academic Press 1972

 (Comment this)

Geschreven door Taede A. Smedes at 2007/01/03 - 21:32:10
7 -

R.F. Jones, Ancients and Moderns: A Study of the Rise of the Scientific Movement in Seventeenth-Century England. St. Louis: The Washington University Press 1961


E. Jorink, Wetenschap en wereldbeeld in de Gouden Eeuw. Hilversum: Verloren 1999

E. Jorink, Het Boeck der Natuere: Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods Schepping 1575-1715. Leiden: Primavera Pers 2006


R.K. Merton, LScience, Technology and Society in Seventeenth-Century England. New Jersey: Humanities Press/Sussex: Harvester Press 1970 (orig. published 1938)


R.G. Olson, Religion & Science, 1450-1900: From Copernicus to Darwin. Baltimore, MA: The Johns Hopkins University Press 2006


C.A. Russell (ed.), Science and Religious Belief: A Selection of Recent Historical Studies. Kent: Hodder and Stohton & The Open University 1973




Met name Hooykaas en Merton zijn klassieke werken op dit gebied. (Comment this)

Geschreven door Taede Smedes at 2007/01/03 - 22:53:34
8 - TAEDE! TAEDE! TAEDE!
Heb je dat allemaal gelezen!!!
Je mag op dit blog uitsluitend boeken noemen die je van A-Z gelezen hebt!!! (Comment this)

Geschreven door Gert Korthof at 2007/01/03 - 23:07:43 in reply to: 7
9 - Goed stuk, Gerdien.
Ik had Juleon Schins eerder ook al een aantal artikelen gemaild over variatie in het Major Histocompatibility Complex van mensen (daar ook wel HLA genoemd) en chimpanzees, dat er statistisch zeer sterk op wijst dat van monogenese geen sprake geweest kan zijn.
Het argument komt erop neer dat van bijvoorbeeld het DRB1-gen vele tientallen verschillende allelen bestaan bij zowel mensen als chimpanzees. En wat blijkt? Een zeer groot deel van die genvarianten komen zowel in menselijke als in chimpanzee-populaties voor. En dat terwijl in het geval van monogenese er slechts 4 oerallelen in de mens geweest zouden kunnen zijn. Alleen een gemeenschappelijke afstamming met een redelijk ruime bottleneck in de menselijke lijn kan dus de gelijkenis tussen de allelen verklaren.
Om nog een laatste creationistische uitweg weg te nemen: om deze variatie met convergente evolutie te verklaren zou m.i. absurd zijn. De genomische data van andere zoogdieren laten immers zien dat de grenzen waarbinnen de sequentie van deze genen kan veranderen verre van strak bepaald zijn. (Comment this)

Geschreven door Marnix Medema at 2007/01/03 - 23:25:29
10 - Taede, volgens mij maak je een switch van
1) "is er werkelijk sprake van enige invloed van kerkelijke dogma's op de natuurwetenschappen" naar: 2) "het christelijk geloof een vormende invloed heeft gehad op het ontstaan van de natuurwetenschappen".
En dat zijn verschillende zaken. 1 is recent, potentieel meerdere gevallen, en gaat over de inhoud van wetenschappelijke theorieën, 2 is een éénmalige gebeurtenis in het verleden en gaat over het ontstaan van de wetenschappelijke methode.
Ik daag je uit om van 1 en 2 één duidelijk en overtuigend voorbeeld te geven; het beste wat er in de literatuur bestaat. Als je de uitdaging aanneemt, dan krijg je een gastkolom ter beschikking! (Comment this)

Geschreven door Gert Korthof at 2007/01/04 - 10:29:31 in reply to: 6
Schrijf een reply






1 2 3 4 5