Maandag, November 13, 2006

Stijlen van wetenschappelijk denken

De ontdekking van het weten Maandag 30 oktober gaf Chunglin Kwa in de serie 'Hoe de natuurwetenschappen ons denken veroverden' van het Studium Generale van de Utrechtse Universiteit een interessant college over stijlen in de wetenschap. Kwa is docent wetenschapsdynamica (wetenschapsgeschiedenis en wetenschapsfilosofie) aan de UvA. Hij onderscheidt zes stijlen: (1) deductieve, (2) experimentele, (3) analogische-hypothetische, (4) taxonomische (5) statistische en de (6) evolutionaire stijl. De claim is dat deze stijlen niet tot elkaar te herleiden zijn. Ze zijn historisch in een bepaalde volgorde ontstaan, maar ze volgen elkaar niet op. Ze vervangen elkaar niet. Ze blijven onafhankelijk van elkaar bestaan. Hoewel ze wel in combinaties kunnen voorkomen. Uit zijn boek De ontdekking van het weten blijkt dat de 6 stijlen afkomstig zijn van de historicus Alistair Crombie (1994) die er zijn levenswerk van heeft gemaakt. Kwa's hoofdstuk over de evolutionaire stijl in de wetenschap geeft een boeiend overzicht met vele voor mij onbekende feiten hoe met vallen en opstaan de evolutionaire stijl zich in verschillende wetenschappelijke disciplines en subdisciplines ontwikkelde. Het geeft een onverwachte rijkdom aan literatuurverwijzingen. Met name voor de ontwikkeling van het Mendelisme (Hoe zag Mendel zelf zijn resultaten en wat hebben genetici er later van gemaakt?) staan er een paar voor mij interessante nieuwe bronnen in. Wat ik mis is een logische, conceptuele analyse van de onherleidbaarheid van de denkstijlen in het slothoofdstuk.

Wat mij betreft is het meest intrigerende van het hele idee wat het voor de evolutiebiologie betekent . Volgens mij zou het betekenen dat alle 6 denkstijlen in de evolutiebiologie voorkomen! Ik kan me niet herinneren ooit een analyse van de evolutiebiologie aan de hand van deze 6 denkstijlen gezien te hebben. Ik wil een beginnetje maken:
(1) Deductieve methode: een voorbeeld is een manier van weergeven van de evolutietheorie met behulp van een serie premissen en conclusies, die nog te zien is in museum Naturalis, Leiden. Het gaat ongeveer aldus: Feit: Populaties groeien exponentieel, Feit: voedselvoorziening groeit niet met hetzelfde tempo, Conclusie: er is strijd om het bestaan. Feit: er is genetische variatie met fitness verschillen, Conclusie: survival of the fittest, etc. In de (oudere) literatuur is dit hier en daar terug te vinden. Ook zijn er een paar filosofen/theoretisch-biologen die dit zeer gedetailleerd uitgewerkt hebben in een axiomatisch systeem.
(2) experimentele methode: het meest duidelijke is de experimentele denkwijze te vinden:
http://en.wikipedia.org/wiki/Experimental_evolution en de volgende publicatie is een (willekeurig) voorbeeld waarbij de fruit vlieg Drosophila wordt gebruikt:
http://www.pnas.org/cgi/content/abstract/222371199v1
Met andere woorden: de experimentele methode in de evolutiebiologie is niet weg te denken. Ik heb zelf begin jaren 80 aan experimentele evolutie (kunstmatige selectie) bij Drosophila gewerkt. Denk ook aan de voorbeelden die Darwin in de Origin of Species gaf van kunstmatige selectie: duiven, honden, katten, cultuurrassen van granen, etc. Ook onderzocht Darwin het effect van langdurig verblijf in zeewater van plantenzaden op hun kiemvermogen. Zelfs in de paleontologie worden tegenwoordig experimentele methodes toegepast (microscopisch en chemisch onderzoek van fossielen).
(3) Analogisch-hypothetisch: dit moet ik nog verder onderzoeken. De term 'natuurlijke selectie' is een metafoor. De boom van het leven ('tree of life') is een metafoor.
(4) taxonomische methode ('systematiek') is nauw verweven met de evolutietheorie. Darwin's hoofdwerk gaat over het ontstaan van soorten, wat een taxonomisch begrip is. Je hoeft maar een willekeurig boek 'Philosophy of Biology' open te slaan en je ziet hoofdstukken over het 'Species problem'. De Evolutietheorie ('Tree of Life') verklaart de taxonomie zoals die aan de bioloog verschijnt (hierarchisch systeem).
(5) Statistishe methode: voorbeeld : "Statistical Methods in Molecular Evolution". De populatiegenetica is een wiskundig model van het gedrag van genen in populatie's en statistiek is daarbij een onvermijdelijk onderdeel. Vele voorbeelden kunnen gegeven worden. Denk ook aan Bioinformatica, Computational Molecular Evolution, etc. Computational Evolution heeft ook een element van de Deductieve methode in zich: rekenen vanuit first principles.
6. Evolutionaire methode: de historische dimensie is uiteraard belangrijk in de evolutietheorie. Vóór Darwin bestond deze al in de geologie en kosmologie (Kant had al beschouwingen over de ontwikkeling van ons zonnestelsel). Contingentie is belangrijk, maar niet overheersend.
Causale denken (wat ik mis in het 6-delig systeem) is zeer belangrijk in de evolutiebiologie. Een tweedeling op hoger niveau zou kunnen zijn: theoretische-wiskundige methode (1,5) tegenover de empirische (observatie) methode (2,3,4,6).

Het lijkt mij dus duidelijk dat in de evolutiebiologie alle 6 denkstijlen voorkomen. Misschien is biologie daarom wel de meest gecompliceerde wetenschap. Ik heb er echter nooit vanuit deze optiek tegenaan gekeken. Kwa is er in zijn boek niet al te diep op in gegaan, maar het lijkt mij zeer de moeite waard dit verder uit te diepen. Als iedere stijl zijn eigen waarheidscriterium heeft, hoe werken die 6 stijlen dan samen in de evolutiebiologie? Hoe kan er een synthese ontstaan? Misschien staan er hints in de andere hoofdstukken.

In Google Book Search vind je veel meer info over het boek dan bij de uitgever.

Posted by Gert Korthof at 11:17:07 | Permanent Link | Comments (1) |
Replies
1 - Een leuke plek om af en toe iets te zien over de discussies in de USA over wat wetenschap is, wat bewijsvoering is, wat ID is, over Dawkins, ICR, etc., is de newsgroup die o.a. hier te zien is:

http://groups.google.nl/group/talk.origins?hl=nl&lr=

 (Comment this)

Geschreven door Martin at 2006/11/15 - 19:44:44
Schrijf een reply