Dinsdag, Oktober 17, 2006

Als Darwin Mendel had gelezen

Als Darwin Mendel had gelezen, dan had hij een juiste erfelijkheidstheorie gehad en hij had geen tijd hoeven verspillen aan een speculatieve erfelijkheidstheorie die later ook nog eens volkomen onjuist bleek te zijn.

Dit is één van de intrigerende gedachtegangen van wetenschapshistoricus Bert Theunissen in de 6e lezing van de Utrechtse Studium Generale serie 'Hoe de natuurwetenschappen ons denken veroverden'. Zijn onderwerp was het Darwinisme. Zijn vak is de geschiedenis van de natuurwetenschap.
Interessant vond ik dat hij uiteenzette wat er allemaal vooraf ging aan de lancering van de evolutietheorie. Evolutie kwam niet uit de lucht vallen. Een aantal lastig te nemen obstakels moesten uit de weg geruimd worden. Wat voor ons zo vanzelfsprekend is, dat fossielen overblijfselen zijn van uitgestorven dieren, werd vóór 1859 gezien als strijdig met de Bijbel omdat God een perfecte wereld had geschapen. Want waarom zouden dieren uitsterven als ze perfect waren? Een ander obstakel was de interpretatie van verschillende aardlagen door geologen. Deze aardlagen zouden door geleidelijke processen gevormd zijn en dat zou miljoenen jaren gekost hebben. Maar de aarde was maar 6000 jaar oud.

Mythen
Ook is het leuk en leerzaam om een aantal mythen te ontzenuwen: dat de vinken op de Galapagos eilanden, die later Darwins naam kregen, hem op het idee van evolutie gebracht hadden. Niets is minder waar, de Darwinvinken komen helemaal niet voor in de Origin of Species. Hij had ze wel verzameld, maar had niet het belang ingezien om vast te leggen van welk eiland ze kwamen! Hij had niet gezien dat ze ondanks verschillende snavels sterk verwant waren. De relatie snavel - voedsel werd pas veel later gelegd. Hetzelfde voor de beroemde Galapagos schildpadden. Die werden aan boord van de Beagle meegenomen als voedsel en na consumptie werden de schilden overboord gegooid. Weg informatie! Wat volgens Theunissen wel een belangrijke, misschien wel de allerbelangrijkste, inspiratiebron voor zijn evolutietheorie was, was Malthus met zijn theorie van overpopulatie bij mensen en de daaruit voortkomende hongersnood en strijd om het bestaan.

Darwin en Mendel
De relatie Darwin - Mendel is een intrigerende en tot de verbeelding sprekende geschiedenis. Darwin had Mendel in de boekenkast staan. Dat staat vast. Maar had hij hem ook gelezen? En begrepen? Dat is niet meer te achterhalen. Wel staat vast dat Darwin een speculatieve en onjuiste erfelijkheidstheorie had. Wonderlijk is dat erfelijkheid wel degelijk een belangrijk onderdeel van zijn evolutietheorie was. Erfelijkheid van variatie was een noodzakelijk onderdeel van evolutie. Maar, hoe variatie werd overgeërfd was onduidelijk.

Ik betwijfel of Darwin iets had gehad aan Mendel. Eerlijk gezegd geloof ik daar niets van. Ten eerste had Mendel maar 1 publicatie over 1 plantensoort. Wie zegt dat Mendel daarmee de universele wetten van de erfelijkheid had ontdekt is slachtoffer van de 'benefit of hindsight'. Mendel zelf twijfelde daar aan, omdat de getalsmatige verhoudingen in zijn kruisingsexperimenten niet reproduceerbaar bleken in een andere plant.
    Ten tweede had Mendel helemaal geen reden om aan te nemen dat zijn 'erfelijkheidswetten' ook voor dieren golden. Hij had geen enkel experiment met dieren gedaan. Tegenwoordig is het zo vanzelfsprekend dat Mendel's erfelijkheidswetten algemeen geldig zijn, maar toen was dat helemaal niet zo.
   Ten derde, en dat kwam ook ter sprake in de lezing van Theunissen, moest er nog ontzettend veel werk verzet worden voordat de Mendelse genetica inpasbaar in de evolutietheorie was. Nieuw voor mij was dat Tine Tammes als medewerkster van Hugo de Vries en de eerste Nederlandse hoogleraar in de genetica, een originele bijdrage aan dat integratieproces had geleverd.
    Ten vierde, en zo heb ik nog nooit tegen de wetten van Mendel aangekeken, ze gaan uitsluitend over constantheid. Wat in de eerste generatie aanwezig is komt terug in de derde generatie. Er ontstaat niets nieuws. En voor evolutie heb je iets nieuws nodig.

Mijn conclusie: gelukkig maar dat Darwin Mendel genegeerd had! Het had hem een hoop zorgen en nog eens 20 jaar vertraging in de publicatie van The Origin of Species opgeleverd.

Mijn slotconclusie: het nut en het boeiende van de geschiedenis van de wetenschap is dat ze mythes over de helden van de wetenschap kan ontkrachten en tot ware proporties terug kan brengen.

Bert Theunissen: Diesels droom en Donders' bril. Hoe wetenschap werkt.
Bert Theunissen: 'Nut en nog eens nut: Wetenschapsbeelden van Nederlandse natuuronderzoekers, 1800-1900'.
John Waller: 'Fabulous Science. Fact and Fiction in the history of scientific discovery' was een eye-opener voor mij (
review) en is een uitgesproken voorbeeld van het ontmythologiseren van wetenschappelijke helden.

Studium Generale Utrecht: op zaterdag 25 november wordt er een symposium over 'memen versus genen' gehouden.

Posted by Gert Korthof at 21:32:08 | Permanent Link | Comments (2) |
Replies
1 - Ook onze landgenoot Hugo de Vries was niet (of wel?) op de hoogte van Mendels werk:

http://www.gewina.nl/dutch/anwfiles/stamhuis_devriesbrieven.htm

Het lijkt er wel op, dat de importantie van Mendels werk niet algemeen werd ingezien rond 1900. (Comment this)

Geschreven door Martin at 2006/10/18 - 09:42:54
2 - Martin, Martin, bedankt voor je verwijzing. Citaat uit je verwijzing: "Op het moment van de herontdekking, dat naderhand zo belangrijk werd geacht, vond de 'herontdekker' zelf zijn 'herontdekking' niet belangrijk". Zelfs de belangrijkheid is een interpretatie achteraf!
Dat wijst er al weer op dat men niet door had dat men hier de universele wetten van de erfelijkheid te pakken had! En dat ondersteunt mijn stelling dat Darwin er al helemaal niet het belang van ingezien zou kunnen hebben. Zeker omdat men in 1900 meer wist van het gedrag van chromosomen tijdens celdeling, wat bijdraagt aan een juistere waardering van de wetten van de erfelijkheid. (Comment this)

Geschreven door Gert Korthof at 2006/10/19 - 09:40:49 in reply to: 1
Schrijf een reply