Het paradepaardje van Intelligent Design is door evolutie ontstaan
Het is al weer 10 jaar geleden dat biochemicus Michael Behe zijn boek Darwin's Black Box. The biochemical challenge to evolution publiceerde (ook in het Nederlands vertaald). Behe meende toen dat hij een ijzersterk voorbeeld had van een biologische structuur die niet door de Darwinistische evolutietheorie verklaard kon worden. Hij kon er niets over vinden in de literatuur en hij meende ook dat er principieel geen natuurlijke verklaring kon bestaan. Dat was precies wat hij zocht. Hij vond bij Charles Darwin zelf een prachtige aanwijzing: iedere structuur die niet door toevallige mutaties en natuurlijke selectie kon ontstaan, zou Darwin's evolutietheorie in één klap weerleggen. Dat was precies wat Behe wilde. Nu moest hij nog met een alternatieve verklaring komen. Daar hoefde hij niet lang over na te denken: bovennatuurlijk ingrijpen. Op die manier kon God weer de verantwoordelijkheid voor de schepping terugkrijgen die Darwin de gelovigen had afgepakt. Maar hij had wel door dat naar de Bijbelse God verwijzen niet geaccepteerd zou worden door wetenschappers. Het falen van het creationisme om wetenschappelijke erkenning te krijgen had dat meer dan duidelijk gemaakt. Dus koos hij een wetenschappelijk ogende term Intelligent Design als verklaring en noemde hij de biologische structuren irreducibly complex, onherleidbaar complex.
In de loop van de afgelopen tien jaar stapelden de problemen met Behe's intelligent ontworpen zweepstaartjes zich op. Hij had de tip van Darwin opgevolgd en het falsificatieprincipe van de filosoof Karl Popper toegepast op evolutietheorie en daar was niets mis mee. Zijn fout was echter dat hij niet precies had geanalyseerd welke onderdelen voor het zweepstaartje echt noodzakelijk waren en welke gemist konden worden. Ook hij had verzuimd om te onderzoeken of onderdelen van het zweepstaartje misschien andere functies hadden in de cel of in andere soorten. En hij had de variatie van zweepstaartjes in de natuur sterk onderschat. Er zijn duizenden verschillende types gevonden in de natuur. En ze werkten niet allemaal volgens hetzelfde principe. In hoeverre genen van het zweepstaartje van diverse soorten overeen kwamen, kon Behe toen nog niet weten, omdat dit pas de laatste jaren uit genoom onderzoek is gebleken. Uit het modern genoom onderzoek blijkt dat er nauwelijks unieke genen betrokken zijn bij het zweepstaartje. Verwante genen worden voor andere functies dan voortbeweging gebruikt. Behe had gewoon niet gezocht naar een Darwinistische verklaring, omdat hij het zweepstaartje zo onwaarschijnlijk complex vond. Zijn grootste fout was een wetenschappelijke fout.
Literatuur:
Mark J. Pallen and Nicholas J. Matzke (2006) "From The Origin of Species to the origin of bacterial flagella". Nature Reviews Microbiology, published online 5 September 2006. | pdf
Panda´s Thumb.
Gert Korthof (1997,2006) Does Irreducible Complexity refute neo-Darwinism?


Michael Behe werkt op LeHigh University. Op 8 september 2006 adverteert Lehigh University voor een Assistant Professor in Evolutonary Biology op www.ScienceCareer.Org (Comment this)
Ik kan iedereen aanraden om het Wetenschap en Onderwijs katern van de zaterdag editie van de NRC in de gaten te houden. Er staan regelmatig goede en ook uitgebreide artikelen in over genetica en evolutie. Met dit verhaal zou Lynn Margulis ook erg blij zijn. In 2002 publiceerde ze het boek "Acquiring Genomes. A Theory of the Origins of Species" waarin ze betoogt dat symbiosis de belangrijkste factor in de evolutie is. Ze kan dit voorbeeld aan haar lijstje toevoegen. (Comment this)